De GEDEPUTEERDE STATEN der Provincie Utrecht, Gezien de Wet van 11 October 1848, Staatsblad no. 70, bevattende bet voorloopig Kiesreglement, Hebben goedgevonden: I°. De voorloopige lijst dergenen, die naar aanleiding van art. 14 van gezegd reglement verkiesbaar zijn als leden der Eerste Kamer, en welker getal in evenredigheid der bevolking dezer Provincie, bestaande uit 150,783 zielen, op 50 der hoogst aangeslagcnen in de grondlasten en verdere directe Rijks Belastingen behoort te worden gebragt, vast te stellen , — onder vermelding dat de minst aangeslagene, op deze lijst voorkomende, volgens daarvan bekomen opgave, in de voorschrevene belastingen betaalt de «om van f 839,47. 2°. Voor het geval, dat cenigen der op bovengemelde lijst voorkomende personen mogten wegvallen, eene suppletoire lijst vast te stellen, bevattende do namen dergenen , welke na de personen op de voorgaande lijst gebragt, als hoogst aangcslagencn in de voormelde belastingen zijn opgegeven, en van welke de minste aanslag bedraagt eene som van f 707,58. 3". De beide voormelde lijsten toe te zenden aan de Plaatselijke besturen , tot informatie; en aan de besturen der steden, mitsgaders aan de besturen der hoofdplaatsen van de kies- en onder-kiesdistricten, vermeld en aangewoeen bij Provinciaal-blad n°. 37, ten einde de lijsten aldaar gedurende acht dagen ter visie voor te leggen; wordende de opgenoemde besturen uitgenoodigd, om onverwijld en wel op den eersten November eerstkomende, op de gewone wjj.ze bij afkondiging en aanplakking aan de ingezetenen hunner gemeenten kenbaar te maken , dat de voorschreven lijsten ter secretarie aldaar ter inzage der belanghebbenden zijn voorgelegd. 4°. Aan de lespective gemeente besturen en voor zoo veel no-odig mede tot narigt aan de belanghebbenden te kennen te geven. a. Dat de voorschrevene lijsten zijn opgemaakt naar de bekomen opgaven der belasting sommen, welke door de belastingschuldigen aan grondlasten en verdere Rijks directe belastingen in hoofdsom en opcenten worden betaald, (de provinciale en gemeente opcenten alzoo daaronder niet begrepen). 6. Dat voor zoo verre de belanghebbenden bezwaren tegen de voormelde lijsten mogten hebben in te brengen, ot' ten opzigte derzelve hunne aanslagen willen doen gelden , welke in andere provinciën worden betaald, deze reclames in geschrift, vrij van zegel, en voorzien van de noodige bewijsstukken, binnen acht dagen, volgens art. 18 van het voorschreven kiesreglement, aan het Collegie van Gedeputeerde Staten zullen moeten worden ingedieud. Utrecht den 28 October IS4B. De Gedeputeerde Staten voornoemd, F. VAN DE POLL. Ter ordonnantie van dezelven, C. W. MOORREES. --- VOORLOOPIGE LIJST. Alphabetisch opgemaakt ter voldoening aan he* bepaalde bij art. 16 van het voorloopig kiesreglement (Wet van 11 October 1848, Staatsblad No-70), bevattende de namen van zoodanige belastingschuldigen in de Provincie UTRECHT, welke blijkens ontvangene opgaven, gerekend worden te behooren tot de hoogst aangeslagenen in 's Rijks directe belastingen (grondlasten, personeel en patenregt) in hoofdson en Rijks opcenten. — De op die lijst laagste belastingschuldige is voor eene som van J 839,47 aangeslagen: J. D. C. C. W. baron d'Ablaing van Giessenburg, te Doorn. J. G. G. baron Taets van Amerongen van Renswoude, te Renswoude. J. baron Taets van Amerongen van Woudenberg , te Zeist. A. J. de Beaufort, te Leusden. C. W. van Voorst van Beest, te Utrecht 11. G. van den Bergh, te Amersfoort. F. N. van Bern, te Zeist. W. J. Both Hendriksen, te Utrecht. W. Bosch van Drakestein, te Utrecht. 11. van den Bosch, aan de Bilt. J. W. H. Bosch, te Utrecht. H. W. Bosch van Drakestein, te Utrecht. A. baron Calkoen, te Maartensdijk. "W. J. van Beeck Calkoen, te Utrecht. G. Munnicks van Cleeff, te Utrecht. C. J. Cornel, te Vreeswijk. G. Duuring, te Breukelen. M. J. Eijck van Zuijlichem , te Maartensdijk. J. A. Grothe , te Utrecht, G. C. D. baron van Hardenbroek van Hardenbroek, te Sterkenburg. D. C. J. Harmsen, te Amerongen. W. H. de Heus, te Utrecht. E. R. G. Huijdecoper van Nichtevegt, te Maarsseveen. A. T. G. G. D. baron van Knobbelsdorff, te Rhenen. E. H. Kol, te Utrecht. H. A. Laan, te Baarn, M. Lagerweij , te Amersfoort, J. 11. baron van Lijnden van Lunenburg, te Utrecht. G. C. C. J. baron van Lijnden van Sandenburg, te Utrecht. J. C. Martens van Sevenhoven, te Utrecht. J. A. Meelboom, te Utrecht. H. G. F. Meertens , te Utrecht. A. C. W. Munter van Sleeburg, te Doorn. W. H. van Nellestein, te Darthuizen. H. B. Nieuwenhuizen , te Schonauwen. J. E. Pesters van Cattenbroek, te Utrecht \V. E Ram, te Utrecht. J. W. van Reenen, te Loosdrecht. W. J. A van Romondt, te Zeist. 11. E. Schuurman, te Utrecht. F. H. Spengler, aan de Bilt. J. W. Steengracht van Oostcapelle, aan de Bilt. J. C. W. Strick van Linschoten , te Rijnauwen. P. E. A. J. H. Strick van Linschoten, te Utrecht. W. R. baron van Tuijll van Serooskerken, te Zuijlen. S. van Walcheren, te Amersfoort. J. A. Godin van Westrenen , te Doorn. H. van Wieringen, te Mijdrecht. A. de Wilde, te Baarn. H. B. van Zijll van den Ham, te Oudenrijn. Aldus opgemaakt door de Gedeputeerde Staten van Utrecht ter vergadering van den 28 October 1848. F. VAN DE POLL. Ter ordonnantie van dezelven C. W. M O ORRE E S. SUPPLETOIRS LIJ S T Der genen, die na de op vorenstaande lijst gebragte personen, tot de hoogst aangeslagenen in deze Provincie behooren, en waarvan de minste aanslag bedraagt de som van ƒ 707,58. P. de Beaufort, te Utrecht. J. van Binsbergen, te Hoogland. C. M. van Eelde, te Utrecht J. L. W. baron de Geer, te Jutphaas. J. G. van Nes , te Zuijlen. H. van Ommeren, te Utrecht. E. Pesters, te Utrecht. J. Plomp, te Zuijlen. O. A. J. Robert, te Utrecht. J. W. E. Romer, te Utrecht Tcstas van Oudwulven, te Oudwulvel). Ph. baron van Zuijlen van Nijevelt, te Utrecht. Aldus opgemaakt door de Gedeputeerde Staten van Utrecht ter vergadering van den 28. October 1848. F. VAN DE POLL. Ter ordonnantie van dezelven C. W. MOORR E E S. --- KENINGEVING. Burgemeester en Wethouderen der Stad Utrecht, Gelet op het ingekomen berigt van de Plaatselijke Geneeskundige Commissie, dat zich binnen deze Gemeente, sporen van Cholera Asiatica hebben vertoond; Brengen ter kennis van de belanghebbenden, dat de Stads-huizinge, aan het Bagijnenplein , ter opneming en verpleging van Cholera-lijders is in gereedheid gebragt, en dat de minvermogende lijders zich, des verkiezende, derwaarts ter opname en verzorging kunnen aanmelden of doen overbrengen. Utrecht den 28. October 1848. Burgemeester en Wethouderen der stad Utrecht, W. M. J. van DIELEN, Weth. Ter ordonnantie van dezelve, W. G. v. DIJK, L. S. --- De persoon van IJsbrand Tuinenberg, verlofganger van het Regcmont Veld-Artillerie, wordt bij deze opgeroepen om zich onverwijld aan te melden aan bet Militair bureau ten Stadhuizo. Utrecht, den 28. October IS4B. Ter ordonnantie van Heeren Burgemeester en Wethouderen der stad Utrecht, ' W. G. van DIJK, L. S. --- Wordt bij deze ter kennis der daarbij belarrghchbenden gebragt, dat op Woensdag den eersten November aanstaande, des namiddags ten een Ure, ten Stadbuizo, op de gewone wijze, in het openbaar zal worden overgegaan tot de uitloting van een gedeelte van Stads gevestigde* schulden, alsmede van aandeden in de Ncgociatien, bij onderlinge verecniging daargesteld, tot aanbouw van huizen, alles losbaar in en over 1849. Utrecbt den 25. October 1848. --- ZETTING VAN HET BROOD TE UTRECHT. In te gaan den 30*. Oct. 1848. Fijn wit Tarwebrood van 50 lood 15 Cts. - 10 cents 34 Lod. Grof gebuild wit Tarwebrood - 100 lood 25 Cts. - - 50 lood 12/2 - ... - - 5 cents 20 Lod. Gem. A Gebloemd rood Tarwebrood - 100 lood 21 Cts. . . . - - - 50 lood lO'/j - ... - 5 cents 24 Lod. - B.Ongebuildrood Tarwebrood - 150 lood 23 Cts. . - - - - - 75 lood 11 Vi - - C. Roggebrood - 150 lood 15 . - - - 100 lood 10 ... - 5 cents 50 Lod. - G. Grentbr. 1/2 rogge en'/2 grent - 150 lood 11% Cts. Aldus vastgesteld bij heeren burgemeester en wethouderen der stad Utrecht op heden den 28 Oct. 1848. In kennisse van mij I. A. A. RA M. --- DUITSCHLAND. WEENEN 24 Oct. De prins Windischgratz heeft zijn hoofdkwartier te Stammersdorf, bij het slot Schonbrunn , verlegd. Zijn ultimatum heden niet aangenomen zijnde, zoo is de stad geheel ingesloten. Op dezen oogenblik hoort men bij voortduring het gebulder van het geschut. De bij de Donau-bruggen geplaatste troepen zijn met nadruk ontvangen : drie vijandelijke kanonnen zijn onbruikbaar gemaakt. De eerste aanval der Weeners had gisteren morgen plaats aan de Nussdorfer-linie, en de tweede des namiddags 3 ure. Beide waren zonder goeden uitslag. Heden 4 ure zijn de beide bruggen over den Donau hersteld en zijn er eenige troepen overgetrokken. Er zijn wilte vaandels op dezelve geplaatst. Buiten de Nussdorfer-linie wordt bij voortduring gestreden; aldaar staat een gasthuis in volle vlam. In de voorstad Wieden ziet men ook brand ontstaan. De beide kleine bruggen over het Kaiserwasser, een arm van den Donau, zijn in brand gestoken, om het verder voortrukken der troepen te verhinderen. In de nabijheid van Brigittenau hoort men heden (6 ure) een levendig geweervuur. — Dè prins Windischgratz heeft de stad in staat van beleg verklaard en het standregt ingevoerd. De rijksdag heeft deze verklaring ;voor ongeldig verklaard en zulks opentlijk te kennen gegeven. De kommandant Messenhauser heeft van zijnen kant de stad in staat van verdediging gesteld; en tevens doen verklaren, dat de deputatie van den gemeentenraad van Weenen van Olmutz is terug gekeerd, zonder audiëntie bij den keizer te hebben kunnen bekomen. Op het adres was haar gozegd, dat zij zich bij den prins Windischgratz konde vervoegen. — Prins Windischgratz heeft aan hot stadsbestuur order gezonden, zijne ptiblicatie bekend te maken, doch de gemeenteraad heeft hem geantwoord, dat bieraan niet kon worden voldaan, omdat de gemeenteraad alleen bevelen van het ministerie van Biunenlandsche zaken heeft te ontvangen. . , ---