TE '5 GRAVENHAGE, IES ALGEMEENE LANDS-DRCKKERIJ. --- ieder zijner beide Borgen ; terwijl die biljetten door allen eigenhandig zullen moeten zijn onderteekend ; 3°. dat gemelde biljetten behoorlijk gecachetteerd en met het opschrift: Aan de Hoofd-administratie van het Regement Rijdende Artillerie. (Inschrijving voor de Leverantie van Trekpaarden.) voorzien, voor of uiterlijk des middags ten twaalf ure van den dag der Aanbesteding, op het Bureau van den Kapitein-Kwartiermeester van voormeld Corps bezorgd , en in de daartoe voorhanden Bus gestoken moeten worden; zullende na gezegd tijdstip geene inschrijvingen meer worden aangenomen . 4*. dat bij ieder der meerbedoelde biljetten , door den Inschrijver , een certificaat van de Regering zijner woonplaats zal moeten worden overgelegd, houdende dat hij genoegzaam gegoed is, om deze Leverantie te volbrengen, mitsgaders certificaten van de BfSturen der woonplaatsen van de borgen (die beiden binnen het Koningrijk der Nederlanden woonachtig moeten zijn en hun vast verblijf daarin houden) , waaruit het zal moeten blijken, dat dezelve medevoldoende gegoed zijn, om als zoodanig te worden aangenomen ; alle welke certificaten behoorlijk zullen moeten zijn geregistreerd ; en s°. dat zoodanige biljetten, welke niet aan de hiervoren omschreven vereischten voldoen, of die eenige bijzondere bepalingen bevatten, welke van de Voorwaarden mogten afwijken , of waarbij de bewijzen van gegoedheid, in voege voorschreven ingerigt, niet mogten zijn overgelegd , buiten aanmerking gehouden en als niet ingekomen beschouwd zullen worden, terwijl bet Ministerie van Oorlog zich bet regt voorbehoudt , om de Leverantie niet te gunnen, ingeval hetzelve mogt oordcelen dat de prijs in het algemeen te hoog was gesteld , of wel wanneer er redenen mogten bestaan om de minste Inschrijvers of hunne Borgen tot de rigtige uitvoering der Leverantie ongeschikt te achten. 's Gravenhage, den 7den Augustus iBsi. Voor den Minister van Oorlog. De Secretaris-Generaat, F. A. van Rappard. --- GEREGTELIJKE AANKONDIGINGEN. V In den jare achttien honderd een en vijftig, den vijftienden Augustus , Ten verzoeke van Frans de Ridder, Rijks-Ambtenaar, wonende te Pijnacker, ten deze woonplaats kiezende ten Kantore van Mr. Jacobus Bakker, Procureur hij de Arrondissements-Regtbank van Rotterdam, wonende aldaar aan het W7estnieuwland , Wijk 4 , n°- 9a > die in dezen voor hem zal optreden, Uit krachte van het door dezelve Regtbank bij beschikking van den vierden Junij 1800 een en vijftig, verleend verlof, behoorlijk op de expeditie geregistreerd , Heb ik Johannes Brakkee, Deurwaarder bij de Arrondissements-Regtbank van Rotterdam, wonende aldaar in den Oppert , Wijk 6, n°. 3o , voor de eerste maal Gedagvaard, Geertje de Vent, Huisvrouw van deu Verzoeker, laatstelijk met hem gewoond hebbende te Schiedam , wiens tegenwoordig verblijf is onbekend, doende mijn exploit bij aanplakking aan de voorname deur der Vergaderplaats van meergemelde Regtbank en aan het Huis der Gemeente te Schiedam , en bi| plaatsing in de Staats-courant en Nieuwe Rotterdamsche Couiant, als daartoe bij bovengenoemd Vonnis aangewezen nieuwsbladen, terwijl ik mede een afschrift heb overgegeven aan den Edel Achtbaren Heer Officier bij de voormelde Regtbank , die het oorspronkelijk met gezien heeft getekend, sprekende in het parket van ZEd. Achtb. met den Heer mr. J. H. W. Swellengrebel, Officier van Justitie. , om na verloop van drie maanden te rekenen van heden en alzoo op Maandagden vieren twintigsten NovemberiSoo een en vijftig, des voormiddagsten . elf ure ,of alsdan geene teregtzitting zijnde , op de eerstvolgende , te verschijnen voor meergemelde Regtbank, zitting houdende in het Paleis van Justitie aan het Ilaagsche Veer te Rotterdam; ten einde te hooien Eisch doen en zien Concluderen: aangezien de Gedaagde, met wie hij op den 2Östen Februarij 1820 te Schiedam was gehuwd, op den isten Mei 1827 de gemeenschappelijke woonplaats le Schiedam heeft verlaten, zonder volmagt tot het waarnemen harer zaken gegeven of orde op het beheer derzelve gesteld ie hebben ; aangezien er alzoo meer dan vijf jaren sedert haar vertrek verloopen zijn, zonder dat er eenig bewijs van haar aanwezen of overlijden is inger komen ; aangezien de Suppliant tegen haar verlangt te procederen tot verklaring van Vermoedelijk- Overlijden en door uwe Regtbank wenscht te doeu uitspreken , dat er Regtsvermoeden van haar Overlijden bestaat sedert ultimo Mei 1800 zeven en twintig, Mitsdien aan uwe Regtbank, hetzij in persoon of door iemand van harentwege, van haar Aanwezen te doen blijken , op straffe van ingeval noch zij noch iemand voor haar op deze Dagvaarding opkoine en alzoo van haar Aanzijn niet blijken mogt, te moeten gedongen dat daarvan door uwe Regtbank op de Conclusien van den Eischer worde verleend Acte en verlof gegeven lot het doen der tweede Dagvaarding. En heb ik Deurwaarder, exploiterende zoo als gezegd is, kopijen aangeplakt , doen plaatsen in de aangewezen nieuwsbladen , en overgegeven aan den Edel Achtb. Heer Officier. De kosten zijn, in debet, twee gulden vijf en zeventig cents, J. Buaivree , Deurwaarder. \* Bij Acte op den sden Augustus 1851 voorden Notaris Jan Anthony Prijn, residerende té Leyden, in presentie van getuigen, gepasseerd, zijnde behoorlijk geregistreerd, is tusschen du Heeren Hendrik Pieter van der Post en Christiaan van der Post Jr. , beiden wonende te Leyden, aangegaan eene Vennootschap, bestaande in den Handel in Binnen en Buitenlandsche Meubelpapieren, onderde Firma van Gebroeders van der Post, welke gerekend zal worden aanvang genomen te hebben deu isten Mei iBsi ; dezelve is aangegaan voor een Onbepaalden Tijd; elk der Vennooten heeft het regt de voorschreven Firma te teekenen, met uitzondering tot het opnemen van gelden voor de Vennootschap, waartoe beider particuliere handleekening zal worden vereischt. Geschiedende deze afkondiging in voldoening aan art. 28 van het Wetboek van Koophandel. ---