Burgemeester Koch van New York: niks enerzijds en anderzijds ■mmaw"-",- ;tr.v..,f j ..at t ■■■& «-- ■ ..... j ü ;a. m.w ;.;,:...os« x-w■■.■>»■■■:<■ va SM- Orthodox of niet, de gemiddelde bezoeker van de Klaagmuur kan het niet laten. Hij prevelt zachtjes een wens of belofte, of schrijft deze op een stukje papier dat hij dan opgevouwen in een kier van de massale Westelijke Muur van Salomons Tempel werpt. Doorgaans houdt de bezoeker over de inhoud zorgvuldig de mond dicht. Dat is maar beter ook, want dat God een loze belofte of onredelijke wens moet aanhoren is tot daaraan toe, maar gewone stervelingen val je daar niet mee lastig. Ed Koch deed dat wel. Staande voor de Muur zwoer hij plechtig dat hij nimmer iets anders zou begeren dan het ambt dat hij bekleedde, het burgemeesterschap van New Vork. Onder zijn getuigen bevonden zich, behalve voornoemde Schepper, een groot aantal Israëlische hoogwaardigheidsbekleders, alsmede een groepje vertegenwoordigers van de media, die de belofte van de bekeppelde burgervader voor de aardse stervelingen vastlegden. Kort nadien stortte Koch zich in de race om het gouverneurschap van de staat New Vork, de enige politieke strijd die hij ooit verloor. Hij werd dus geen gouverneur, en bleef 'gewoon' burgemeester. Een goddelijke ingreep? Wie weet. Zelf zegt hij erover: „Ik zei, toen ze me ernaar begonnen te vragen: Dat is een zaak tussen God en mij. Maar het was natuurlijk een zaak tussen de mensen en mij. Ze voelden zich verraden. Ik had ze gezegd dat ik van hen hield, en van niemand anders. Door me in de gouverneursrace te werpen, deelde ik ze in feite mee, dat ik ontrouw was, dat ik nu van iemand anders hield, dat ik een nieuwe minnares had gevonden in Albany (hoofdstad van de staat)." --- Sjlemiel met humor Edward Irving Koch, 61 jaar, vrijgezel. Als je hem ziet, is je eerste gedachte: Wat een sjlemiel. Loopt in kleding uit het jaar nul (gewone jaartelling), praat een beetje plat (joods Newyorks, voor, laten we zeggen, iemand uit Londen bijna niet te verstaan), is een beetje onhandig, gaat duidelijk te weinig naar de kapper (kale mensen met alleen een 'randje' moeten dat niet te ver laten uitgroeien, want dan lijken ze op Einstein, en dat gelooft toch niemand). Hij is een beetje een joodse uitvoering van Jaques Tati's Monsieur Hulot. Maar pas op. Onder de kale schedel bevindt zich een grijze massa van imposante omvang, die van wat eruit ziet als een mannetje, een historisch figuur van betekenis heeft gemaakt. Ed Koch is, met de lege~ darische La Guardia, de populairstt burgemeester die Newyorks acht miljoen inwoners ooit hebben gehad. Het geheim van zijn succes valt gemakkelijk te reconstrueren. Hij combineert een mateloze intelligentie en een door lange jaren oefenen geperfectioneerd verbaal vermogen met een briljant politiek inzicht en een grote dosis humor. Daarnaast is de man joods, en niet zon beetje maar bij het fanatieke af. Niet in religieuze zin, want daaraan tilt hij niet zo zwaar, maar wel in principiële zin. Hij voert al jaren lang een soms ontroerende strijd tegen het antisemitisme, die hem door het politieke establishment in Washington niet altijd in liefde wordt afgenomen. Het kan voor een federale regering als de Amerikaanse uitermate lastig zijn als zon keffend joods baasje in New Vork weer eens tekeer gaat tegen de Verenigde Naties, een organisatie die hij afwisselend betitelt als een zinloze club van over het paard getilde drammers, 's werelds grootste bolwerk van antisemitisme, een stukje New Vork waarvoor ik me schaam en een verzameling tuig die ik het liefst vandaag nog kwijt zou zijn. Die tomeloze woede over de Volkerenorganisatie, die onlangs nog met groot vertoon haar veertigjarig jubileum vierde, is ontstaan toen Jasser Arafat de Algemene Vergadering toesprak en de PLO officieel de status kreeg van waarnemend lid. Toen nadien de zionisme-is-racisme-resolutie werd aangenomen en de anti- Israelische lobby zich meester maakte van Unesco, sloegen bij Ed Koch de stoppen door. In Kochs memoires (het boek heet eenvoudigweg Mayor) komt de kwestie van het antisemitisme en de wijze waarop de overheid daarop inhaakt, regelmatig voor. Huiveringwekkend is de passage waarin Koch de gesprekken weergeeft met de toenmalige vice-president Walter Mondale, die pogingen deed Kochs steun te krijgen voor Jimmy Carters herverkiezingscampagne. Carter was in Kochs ogen een man die nog voor geen centimeter deugde, een antisemiet van het zuiverste water. „Ik weet het, Ed, maar je praat nu niet met Jimmy maar met mij. In mij heb je toch wel vertrouwen?", riep Mondale in vertwijfeling uit. Mondale vertrouwde hij wel, maar die bezat geen macht. Carter noemde Koch later „een van de belangrijkste krachten die tegen mij hebben gewerkt". Als we Koch geloven, is dat maar goed ook. Burgemeester Ed Koch: Carter antisemiet van het zuiverste water --- Doe me een lol Jodendom en antisemitisme zijn voor Koch de stuwende krachten in zijn leven geweest. Als zoon van straatarme Poolse immigranten in het Brooklyn van de crisistijd, leefde hij gedurende het grootste deel van zijn jeugd gedeeltelijk in de warme, vertrouwde sfeer van de wereld van Isaac Bashevis Singer, maar tegelijkertijd in de meedogenloze toendra van de volksbuurt, waar het antisemitisme bloeide, zoals dat in crises gebruikelijk is. De harde strijd met de omgeving, het geldgebrek, de baan als schoenverkoper en bioscoopbediende om de rechtenstudie te betalen, en ten slotte de tweede wereldoorlog tekenden zijn leven. De meeste Amerikanen hebben de tweede wereldoorlog niet bewust meegemaakt, maar Ed Koch wel. Hij reageerde op de oproep Uncle Sam Needs You en wierp zich vrijwillig in de strijd tegen de nazi's, waarin hij gedecoreerd werd wegens Bijzondere Moed: Het wegsiepen van gewonde soldaten uit de hel van het inkomend vuur. Hij had, in vergelijking met de Nederlandse jood, het wonderlijke voordeel dat hij niet uit een bezet land kwam en de vijand kon bestrijden zoals elke jood zich dat in die dagen wenste. Met het wapen in de hand, als soldaat in een redelijk gemotiveerd leger. Maar over de verschrikkingen in de kampen hoorde hij, als zo velen, pas later. De holocaust is een schrikbeeld gaan vormen waartegen hij zich voortdurend teweer wil stellen. Hij is fel gekant tegen de Apartheid in Zuid Afrika: „Ik zie het verschil niet met de wijze waarop de wereld op Adolf Hitler reageerde. Al voordat de oorlog uitbrak, waren de tekenen duidelijk. De Kristallnacht was een signaal dat de wereld met afschuw gadesloeg, zonder in actie te komen. Onder het Apartheidsregime worden dagelijks signalen gegeven, we zien het allemaal voor onze ogen gebeuren, en dan gaan we ingewikkelde debatten aan over de voors en tegens van economische boycots. Laat me niet lachen. Dat is toch om je rot te schamen". En roept alle burgemeesters in zijn land op „om te doen wat de stad New Vork doet, proberen alle handelsbetrekkingen tussen de gemeente en de Zuidafrikaanse overheid te verbreken. En geloof me: grote gemeentes doen voor een hoop geld zaken met Pretoria". Zijn meest recente verbale acties betroffen twee hoogst controversiële bezoekers: de zwarte, islamitische leider Louis Farrakhan en rabbijn Meir Kahane. Farrakhan was naar New Vork gekomen om in het magistrale Madison Square Gardens zijn volgelingen toe te spreken. Er kwamen er 17.000 opdagen, geen gering aantal, maar misschien was bij een deel van hen de nieuwsgierigheid gewekt juist door Kochs felle campagne. „Fatsoenlijke mensen gaan niet naar een geestelijke luisteren, die Hitler een groot man noemt en het jodendom een duivelse godsdienst. Maar onze stad kent vrijheid van meningsuiting. Er is een ding dat ik niet wil: mijn politiemensen, op wie ik trots ben, inzetten om een stuk tuig als Farakhan en zijn volgelingen te beschermen. Doe me dus een lol: ga niet naar die bijeenkomst, dan kunnen de agenten van de New Yorkse politie gewoon doorgaan met het regelen van het verkeer en het arresteren van misdadigers", zei hij. De mensen kwamen toch, de avond verliep zonder incidenten. Maar met hetzelfde fanatisme verzette hij zich tegen de komst van Kahane: „Als je het mij vraagt, is er geen verschil tussen hen. Ze zijn beide extremisten, die worden gedreven door een blinde haat, en die door Bernard Hammelburg nergens voor terugdeinzen. Ik weet niet wie meer kwaad aanricht, maar dat ze allebei alleen maar kwaad aanrichten, daarvan ben ik overtuigd." --- Negers Wat Koch uniek maakt, is dat hij geen blad voor de mond neemt. Als je in Nederland naar politici luistert (Lubbers, bijvoorbeeld, maar ook Den Uyl en zelfs Ed van Thijn), dan valt het altijd op dat ze met heel veel woorden heel weinig kunnen zeggen. Het taalgebruik van de poli- ticus is blubberig, met veel enerzijdsen en anderzijdsen, met veel met names en inschattingen. De gemiddelde politicus heeft maar één grote zorg: de handen niet te branden aan koud water. Dat geldt ook voor veel Amerikaanse politici, al zouden de Nederlanders in een wedstrijd in politieke prietpraat gemakkelijk winnen. Koch doet precies het omgekeerde. Hij zegt iedereen recht in het gezicht wat hij van hem denkt, scheldt leden van de gemeenteraad de huid vol, geeft verslaggevers niet de kans in de aanval te gaan. „Ach man, zeur niet", zegt hij op een vraag van een journalist die hij onzinnig vindt. Of hij draait de aanval om, met zinnen als „O ja? Zal ik je eens vertellen wat er allemaal mis zou gaan als ik jouw domme suggesties echt zou opvolgen?" En, natuurlijk, de humor. Als antwoord op de vraag hoeveel hij aan zijn boek Mayor verdient: „Man, dat zijn tonnen en nog eens tonnen. Dat boek is een goudmijn". Wat doet hij met dat geld? Koch: „Besteden aan het beste doel dat ik ken: mezelf. Pardon, ik moet dat corrigeren. Met dat geld ben ik de meest sociale burger die je maar kunt ontmoeten, want ik betaal er sloten belasting over. Eigenlijk ben ik het meest sociale mens ter wereld, nou ja, van de stad, nou ja, in elk geval in deze kamer." Mayor is bewerkt tot een musical en draait in een van Newyorks Off Broadway theaters. Er zijn plannen om er een echte Broadway-show van te maken, hetgeen Kochs inkomsten aanzienlijk zou verhogen van de paar honderd gulden per week die hij nu aan rechten ontvangt tot vele duizenden. Hij geeft overigens nauwelijks om geld. Jarenlang hield hij zijn eigen salarisverhoging tegen, totdat hij dreigde in moeilijkheden te komen. Hij brengt alleen de werkdagen door in de ambtswoning, in het weekeinde zit hij op een mini-flatje in de artiestenwijk Greenwich Village dat hij al decennia lang huurt, waar hij eenvoudig maar naar verluidt zeer smakelijk kookt. Hij eet veel in restaurants, maar zelden of nooit in kostbare. Zijn pakken koopt hij uitsluitend in de uitverkoop, en nooit meer dan enkele per jaar. In het openbaar draagt hij zelden een colbertjasje, meestal houdt hij het op overhemd en stropdas. Zijn jodendom en de manier waarop hij met mensen omgaat zijn in de Newyorkse gemeenschap de belangrijkste factoren van zijn succes. De ruim drie miljoen joodse Newyorkers vormen een belangrijke electorale factor, maar ook de andere minderheden voelen zich aangesproken door Kochs ongeremdheid, al geven ze dat lang niet altijd toe. Koch heeft het dikwijls aan de stok gehad met de Newyorkse negers, maar hij houdt staande dat die conflicten worden opgestookt door zwarte antisemitische leiders en dat de tegenstellingen dus kunstmatig zijn. Hij herhaalt bijna tot vervelens toe dat hij de beste burgemeester is die de Newyorkse negers ooit hebben gehad. En ondanks de ongegeneerde arrogantie van die stelling, heeft hij keer op keer bewezen ook de zwarte Newyorker naar de stembus te kunnen krijgen. Briljant was de aanstelling van Benjamin Ward, een van Kochs goede vrienden, tot commissaris van politie. Ward, een vooraanstaande neger, en Koch, de vooraanstaande jood, hebben een verzoenende werking gehad op de wrijvingen tussen de etnische groepen. Dat was hard nodig, want traditioneel hebben de joden en de negers altijd zij aan zij gestaan, totdat de propaganda-oorlog tussen Israël en de Arabische wereld leidde tot een zwarte, pro-Arabische beweging, die momenteel snel aan betekenis inboet. De combinatie Koch-Ward was een soort bezegeling van de oude band, en hun beider strijd tegen racisme en misdaad en terreur (de criminaliteit in New Vork zakt sprongsgewijs) is er het bewijs van. Wat maakt een politicus succesvol? Als Koch het model is, dan is de onverbloemdheid de belangrijkste factor. De gemeente probeert al jarenlang het meebrengen van wijn en drank naar restaurants zonder vergunning te verbieden. Koch behoort tot de vele Newyorkers die dergelijke etablissementen frequenteert. „Ik laat me de wet niet voorschrijven door een stelletje bureaucraten", zegt hij. Maar er zit toch iets redelijks in. De restaurants hebben niet voor niets geen drankvergunning. Ze zijn te klein, het is te gevaarlijk, de plafonds zijn te laag, kortom, er zijn redenen. Koch: „Precies, je hebt gelijk. Zoals ik al zei: Ik ga mijn tijd niet verknoeien met bureaucratisch gezeur, en ik neem vanavond een lekkere bourgogne mee naar het restaurant. Bezwaren? Uitstekend. Proost." B. Hammelburg is correspondent in New Vork voor Nederlandse media. ---