R. JACOB DE LEEUW. Zaterdag jl. heeft het Jodendom een zeer vruchtbaar schrijver op het gebied der streng talmoedische literatuur verloren. Na een langdurig en smartelijk lijden overleed toen op 73jarigen leeftijd de weleerw. heer JACOB DE LEEUW, die zich in de laatste jaren hier ter stede metterwoon gevestigd had. De overledene behoorde tot die godvruchtige eu bescheiden mannen, waarvan men terecht mag beweren, dat DnJBIX omin, hun geheele leven gewijd was aan de studie der Tora. Jacob de Leeuw leerde HTTI DV, de beoefening der Tora was hem alles, zijn grooste genoegen. Dat hij de Tora met vrucht beoefende, blijkt voldoende uit zijn literarische producten op talmoedisch gebied. Op nog geen 40jarigen leeftijd zag van hem te Leiden het licht 3pjT iWK7, in het jaar 1852 gevolgd door DTI ]']? TS,. in '53 door DHTOC DH3T, in .'57 door rfrm 3pr en in '58 door apr pbn, terwijl gegedurende zijn verblijf hier ter stede van hem het licht zagen 3pF rP3 en DTTD rmti. Zgn buitengewone bedrevenheid op het gebied van den Talmoed werd nog door zijn groote bescheidenheid overtroffen, zoodat hij door de tPTtan jT3 'aan zeer gaarne werd gezien bjj den TljnP, welke hij bijna nooit verzuimde. Als oom van de kinderen van den overleden opperrabbijn van Suriname, oefende hij op de godsdienstige vorming dier kinderen een zeer grooten invloed en is het voorzeker aan dien invloed te danken, dat een dier kinderen, welke de kunstenaars loopbaan gekozen heeft, toch niet onzen heiligen godsdienst den rug heeft toegekeerd. Een groot aantal belangstellenden was bij de ter-aarde-bestelling tegenwoordig. Daaronder merkte men op het rabbinaat, regenten en leeraren van het fTIBn n' 3, regenten, en leeraren van de stichting min waarvan de overledene verscheidene jaren bestuurslid was, en een groot aantal vrienden en vereerders. Op de begraafplaats; werd aan zijn nagedachtenis en zjjn godvruchtig leven o. a. de welverdiende hulde gebracht door den weleerw. heer opperrabbijn, dr. J. H. Dunner, . den opperrabbijn van 's-Hage, den weleerw, heer B. S. Berenstein, en de heeren B. Halberstadt en I. M. Hirsch. Door den dood van R. Jacob de Leeuw is aan het Jodendom weder een der trouwe beoefenaars onzer ncnpnmin ontvallen. Mogen velen zich opgewekt gevoelen, door ijverige Torastudie dat verlies eenigszins te doen herstellen. --- Buitenland. Frankrijk. De brigade-generaal Lambert, commandant te Tunis, is tot divisie-generaal benoemd. Het Fransche leger telt thans 2 Isr. divisie-generaals, de heeren Sée en Lambert, en drie brigade-genaarls, de hh. Brisac, Levy en Abraham. (Arch. Isr.) — Bij de jongste verkiezing van een lid van den gemeenteraad in het Ie arrondissement van Parijs heeft een anti-Semietisch comité bij aanplakbliljetten, waarvan het opschrift luidde: »Dood aan het Jodendom!" den heer Ganier als anti- Semietisch kandidaat aanbevolen. De poging is echter volkomen mislukt. De naam van den heer Ganier komt in de opgave van den uitslag der verkiezing niet voor. --- Duitschland. — Uit Elzas-Latharingen wordt aan Jeschurun gemeld, dat de regeering ook de rabbijnen aldaar uitgenoodigd heeft, omtrent hun inkomsten nauwkeurige inlichtingen te verstrekken. Men brengt dit in verband met een ophanden zijnde verhooging der salarissen van »de bedienaren van alle godsdiensten", en in Elzas- Loharingen behooren ook de rabbijnen tot de door den staat bezoldigde geestelijken. --- Oostenrijksch-Hongaarsche Monarchie. Toen de Hongaarsche minister-president Tisza bij de jongste audiëntie, die hg bij den keizer had, dezen ook van de op de Joden gepleegde gewelddadigheden bericht gaf, liet zich de keizer daarover volgenderwijze uit: »Geen maatregel is te streng, om deze schandelijke buitensporigheden te onderdrukken". (W. Isr.) — Een der Hongaarsche prelaten, bisschop Sigismond Kovacz, heeft tot de geestelijkheid zgner diocees een circulaire gericht, waarin hij haar voorschrijft, van den kansel het volk te waarschuwen tegen de anti-Joodsche beweging, omdat de Chr. godsdienst liefde en verdraagzaamheid predikt en alle vervolging afkeurt. --- Rusland. Uit Petersburg wordt aan de Jew. Chron. gemeld, dat dezer dagen aan verscheidene Joodsche familiën, studenten, handwerkslieden, agenten en schrijvers bij kooplieden van het eerste gild, welke sedert vele jaren ongehinderd in deze stad mochten wonen, door de politie het verblgf aldaar plotseling is opgezegd. Zelfs de redacteur van Hamelitz, de heer Alex. Zederbaum, die kort geleden tot eereburger der stad is benoemd geworden, bleef niet van de plagerijen der politie verschoond, doch kon men tegen hem als zoodanig niets uitrichten. — Naar de Allg. Corr. verneemt, heeft den 15 Aug. jl. te Irklijew (gouvernem. Pultawa) tijdens de aldaar gehouden jaarmarkt een vreeselijke aanval op de Joden plaats gehad. Ongeveer 1000 personen overvielen de Joden, vernielden hun kramen en roofden alles, wat zij machtig kouden worden. De politie was niet in staat de rust te herstellen. De plundering duurde vier uur. Slechts de tusschenkomst van militairen kon aan den roof een einde maken. Het verlies der Joden, die van al hun have en goed beroofd werden, wordt op honderdduizend roebels geschat. --- Palestina. Door den rabbijn Samuel Salant te Jeruzalem is op den dag der kroning van den keizer van Rusland een buitengewonen dienst gehouden, waarbij de rabbijn een gebed uitsprak voor het heil der Russische keizerlijke familie. Door tusschenkomst van baron Günzburg te Petersburg is dit Hebr. gebed onder de oogen des keizers gekomen, en heeft Z. K. M. dezer dagen daarvoor in hartelijke en erkennende woorden zgn dank en tevredenheid betuigd. --- Binnenland. Amsterdam, 20 September. Zaterdag a.s. zal de heer opperrabbijn vóór het Moesaf-gebed een predikatie uitspreken ter Lange Houtstraatsynagoge. Zondag a.s. zal bij de Portug. Israël.. gemeente alhier geschieden de verkiezing van een lid van den kerkeraad ter aanvulling der vacature, onstaan door het overlijden van den heer S.A. Teixeira de Mattos. De heer N. J. Looustein te Oss is benoemd tot hoofdonderwijzer aan de Israël, godsdienstschool te Leeuwarden. De officieele lijst der bekroonden op de Internationale Tentoonstelling wijst ook een groot aantal Israëlieten aan. Daar wij niet altijd op de namen kunnen afgaan, zullenwij slechts van die bekroonden melding maken, die ons zooals de hh. Gebrs. Kiek alhier — bekroond met een gouden en een bronzen medaille — daarvan kennis geven. Van de inzending van de heeren Gebrs. Kiek is indertijd in de publieke organen met zeer veel lof melding gemaakt. Zondag jl. had in het Centraal Israël. Weeshuis te Utrecht het jaarlgksch examen der verpleegden plaats in tegenwoordigheid van regenten en de commissie van toezicht. Beginnende met het godsdienstonderwijs, werden achtereenvolgens de verschillende klassen, zoo jongens als meisjes, ondervraagd in de vakken, bij het jaarl. verslag vermeld. Vervolgens was het zangonderwijs aan de beurt, waarbij de verschillende stemmen een schoon harmonisch geheel vormden, terwijl eindelijk het herhalings-onderwijs behandeld werd. Een en ander werd besloten met het uitreiken van prijzen aan een aantal verpleegden, onder een hartelijke toespraak door den voorzitter der commissie van toezicht, den heer G. A. Willing. Uit de verslagen, door de verpleegden op verzoek van de sub-commissie te Amsterdam ten vorigen jare ingezonden na bezoek aan de hoofdstad en Artis, werd dat van den verpleegde Philip de Rooij bekroond met een remontoir horloge, hetwelk hem bg deze gelegenheid werd uitgereikt. Daartoe in staat gesteld door eenige kindervrienden, bezochten de weezen gisteren de tentoonstelling. Na een rijtoertje gemaakt te hebben, werd in het »Café Plantage" gedineerd en daarna nog een bezoek gebracht aan Artis, alwaar hun kosteloos toegang verleend werd, alles onder geleide van het Amsterd. comité en eenige leden vau de commissie van toezicht van het Centraal Isr. Weeshuis. Wij vestigen de aandacht van allen, die in het lot van weduwen en weezen belang stellen, op de in dit nommer voorkomende advertentie, waarin het bestuur der vereeniging Ondersteuning van weduwe* en weezen tot een vergadering op Zaterdagavond e.k. oproept. Ook niet-leden dezer vereeniging hebben tot die vergadering toegang. Hoewel nog jeugdig, ondersteunt zij reeds 4 weduwen met ƒ 4,./ 3 en f 2.50 per week. Ruime toetreding tot het lidmaatschap achten wij dus zeer gewenscht. Van de hh. Gebrs. Haagens te Rotterdam ontvingen wij deze week een Scheurkalender voor Israël. Huisgezinnen voor het jaar 5644 met bijschriften van den opperrabbijn T. Tal. Aangenaam is het ons, onzeu lezers deze kalender te kunnen aanbevelen. De kalender geelt o. a. aan : de kerkelijke en burgerlijke datums, feest- en vastendagen, de afdeelingen, welke iederen Sabbat worden gelezen, Omertelling enz. enz. leder blad van den kalender bevat tevens een bijschrift van luimigen of ernstigen aard, de laatsten ontleend aan Talmoed en Medrasj. De typographische uitvoering is goed, dag en datum zgn op tamelijk grooten afstand duidelijk leesbaar. De prijs van 80 cent voor een exemplaar is waarlijk niet te hoog, zekerlijk niet, indien men weet, dat ieder kooper bovendien een prijslot ontvangt, waarop hg . een fraaie 1 prijs — een stel D'T'nß, een of een ander nuttig boek — kan trekken. Den uitgevers zij een ruim debiet toegewenscht. ocoo()a»o Alkmaar, 16 Sept. Een commissie, bestaande uit de heeren E. D. Hamburger, Andries Prins en H. Maykels, vatte, nu jaar geleden, het plan op, om voor de gemeente alhier, in de plaats van een onbruikbaar geworden wetsrol, een nieuwe te laten schrijven. In dit plan werd zij dadelijk ondersteund door het grootste gedeelte der gemeenteleden en zelfs door eenige belangstellenden, buiten de gemeente woonachtig, bij wijze van wekelijksche contributie. Vrgdag jl. had de plechtige inwijding plaats van deze wetsrol, geschreven door den eerw. heer J. Teunenbaum te 's-Hage, benevens van een sierlijke kroon,, geschonken door de vereen. T 3 mN3j"lTi alhier, waarvan het bestuur bestaat uit de hh. E. D. Hamburger, L. Elte en M. S. F. Langedgk. Ten 2:, uur werd de wetsrol door bovengenoemde commissie naar de synagoge overgebracht, in welks voorportaal haar 10 in het wit gekleede meisjes met bloemen en groen bestrooiden. Na net zingen van JfDJ3 Vf) door den voorzanger, den eerw. heer Kalkoene, werden de andere wetsrollen uit de heilige arke genomen en ging men met deze het nieuwe te gemoet, en werden na het zingen van N3n TTO wetsrol en kroon door den voorzitter van beide vereenigingen onder een gepaste toespraak het kerkbestuur aangeboden en door den voorzitter der gemeente, den heer A. Prins Az., met een korte doch kernachtige toespraak namens de gemeente in ontvangst genomen. Daarna volgden de omgangen, waarbij de gebruikelgke psalmen door den voorzanger en de gemeente gedeeltelijk werden gereciteerd en gezongen, waarna de wetsrollen, onder het zingen van lT>fT enz., weder in de heilige werden geplaatst. Alsnu werd door den eerw. heer Kalkoene de feestrede gehouden, naar aanleiding van Psalm 122, 8 en 9, in verband met de woorden in Malachi: H3y nCB nTuTTDJ. Vooraf deelde spreker mede, dat bg deze gelegenheid der gemeente door de jongejuffrouw Alida Prins, dochtertje van den voorzitter, een verrassing bereid was door het schenken van .een door haar zelf geborduurd nD3B op den standaard der Toramantels. Spr. eindigde met den zegen des Almachtigen af te smeeken over bovengenoemde bestuurders, gemeenteleden en allen, die tot dit doel hebben bggedragen, daarbij den wensch uitende, dat zij steeds eendrachtig mogen samenwerken, waardoor veel kan worden tot stand gebracht, en waarvan ook deze feestviering het sprekendst bewgs leverde. Na deze sierlgke, indrukwekkende rede werd het njWn jnun en een Hebr. gebed uitgesproken, Psalm 150 voorgedragen en de plechtigheid met het Minchagebed besloten. De dienst op Vrijdag-avond en Zaterdagochtend was mede zeer stichtelgk en werd Zaterdag-avond het ieest voortgezet met een bgeenkomst, die tot 5 uur des morgens voortduurde, waarna men scheidde onder den aangenamen indruk, dien het feest op allen had te weeg gebracht. Een woord van lof mag niet onthouden worden aan de feestcommissie en aan allen, die tot het welslagen der plechtigheid hebben bijgedragen, en zeker niet aan den eerw. heer Kalkoene, voor zgn toespraken op het bal, waardoor het ledental der vereeniging mxami T33S in groote menigte is toegenomen. Rotterdam, 16 Sept. Zaterdag en Zondag jl. werden alhier proefpredikatiën gehouden door den eerw. heer dr. Jakob Kohn, rabbijn te Inowraclaw, den eersten dag naar aanleiding van den aanvang der wekelgksche afdeeling, den daaaropvolgenden dag naar aanleiding van Deut. XXIX: 8. — Blijkbaar schenen beide predikatiën een goeden indruk gemaakt te hebben op de talrijk aanwezige toehoorders. --- Brievenbus. M. M. Cohen te A. Wg' zgn bereid uw stukje te plaatsen, mits iets minder hartstochtelijk gesteld. De inhoud kan dezelfde blgven. L. te G. Het oordeel laat ons koud; hoewel het geschrevene voor rekening van den inzender blijft, zouden wij het nochtans voor de onze willen nemen. --- Giften, bij de Redactie ingekomen. Voor het gezin te Elburg: Van L. I. A. / 2.50, mevr. B. ƒ 5. --- Feuilleton. Slechts standvastig! 1) Naar het Hoogduitsch nit >Der Israelit" I. Het is een bekoorlijk stadje, het stadje D., de residentie van den landsvorst, met haar breede straten, zindelgke, meest uit één verdieping bestaande huizen, met haar tuinen en fonteinen, gelegen in een door een riviertje besproeide, veld- en boschrijke streek. In het geheel maakt het stadje een aangenamen indruk en uit alles blijkt de welstand der bewoners. Toch wonen er ook arme lieden ; trouwens, waar zgn deze niet te vinden ? In een afgelegen straatje staat een klein huis, welks uiterlijk reeds verraadt, dat zijn bewoners niet tot de haute volée der stad behooren. En toch maakt het armoedig vertrekje, waar wij onze lezers binnenvoeren, een bijna plechtigen indruk. Een sneeuwwit laken bedekt de tafel, waarop twee kandelaars met brandende kaarsen staan, hoewel de zon nog aan deu gezichteinder schijnt en met haar stralen de daken der tegenoverliggende huizen verguld. Het is Vrgdag-avond en vrouw Frederike Lissauer had zooeven de Sabbatlichten ontstoken. Zg strekt de handen naar de lichten uit en spreekt: » Geloofd zgt Gij, Eeuwige, onze God, Koning des heelals, die ons door Zgn geboden geheiligd en ons bevolen heeft, het Sabbatlicht te ontsteken". Nauwelgks heeft zij deze lofzegging uitgesproken, of de deur wordt geopend, en een man, die blijkbaar te veel gedronken heeft, strompelt de kamer binnen. >Wat", roept de beschonkene, »licht terwijl het nog dag is! Denk je, dat ik 't geld gestolen heb !" Bg deze woorden waggelde hg naar de tafel en maakte met üe hand een beweging, om de lichten uit te dooven. De vrouw hield hem terug. »Abraham", zeide zg zacht, > bedenk toch, dat het Sabbat is". »Wat bekreun ik me om den Sabbat! Ik heb alle dagen Sabbat 1 Ha, ha, ha!" » Helaas, gij werkt de geheele week niet". »Wat! ge wilt me verwgten maken! Ik ben meester in mgn woning en kan doen en laten wat ik wil. Is het niet verstandiger, voor het geid, dat de lichten kosten, brandewijn te koopen ?" Met schorre stem zingt hij : Wasser stif'tet nichts als Uebel, Wie wir lesen in der Bibel, Als die Sündfluth brach herein, Soff sich Jedermann zn Tode, Da war Branntewein noch keiu Mode, üaram trinket lieber Branntewoin. De vrouw slaak o een diepe zucht. »Waarom zucht ge ?" roept de beschonkene. »Wilt ge ge me dan elke vreugde bederven ; kunt ge 't niet lgden, dat ik eens vroolijk ben V Ga naar uw Salomon Solinger, dat is ook zoo een knorrige, oude gek!" »Het onrecht, dat ik jegens Salomon gepleegd heb, wreekt zich zwaar aan mjj en mijn kind". »Wilt ge zwijgen, oude heks!" Hg heft de hand op, om de vrouw te «aan. "p dit oogenblik treedt een ongeveer twaalfjarige knaap binnen eu roept: >Goeden Sabbat'" Hij komt uit de synagoge. De toorn van den dronkaard keert zich terstond naar den knaap. »Loop naar den duivel met uw Sabbat!" schreeuwt hij; «weet ge dan niet. aap, dat ik van den Sabbat niets weten wil!" De knaap zwijgt. »Abraham", zegt de vrouw, laat het kind gaan! Ga naar bed en slaap uw roes uit". »Zonder gegeten te hebben ? Ik be-Brrjp u, ge wilt alleeu met uw lieveling "e lekkere Sabbatbroodeu eu de heerlijke eten, dien ge voor Sabbat gekookt ■fcebt. Daar komt niets van. Ik eet ineê". De vrouw verlaat de kamer, om het eten Daar binnen te halen. Lissauer zet zich op een stoel neder. -^a eenige oogeublikken is hij in een "iepen slaap verzonken, doch slaapt zoo dat hij van den stoel op den grond valt, waar hij luide ligt te snorken. August — zoo heet de knaap — opent de deur eu roept : * Lieve moeder, kom naar binnen !" De vrouw komt haastig aangeloopen. *Ach God !" zegt zij, «daar hebben wij £«t! Indien wij vader niet naar bed hengen, dan blijft hij vannacht op den grond liggen eu is morgen aan zijn geheele Jlehaam verstijfd. En dan is het in 't geheel niet met hem uit te houden !" *Dan zullen wij hem naar bed brengeu", Zegt de knaap. Vergeefs beproefden de zwakke vrouw a de t( edere knaap deu beschoukeue van "e plaats te bewegen. »Moeder", zeide August, »ik zal vrouw •"■opp roepen, om ons te helpen". vrouw Kopp was een buurvrouw, die °P Sabbat voor vrouw Lissauer kleine dlensteii verrichtte. August liep naar de buren. Het gezin Za* juist aan het avondmaal. »Goeden avond", zeide August. Ver°ütBchuldigt mg, dat ik u in uw maaltijd stoor. Mgn vader is plotseling ongesteld geworden, en nu wilde ik u, vrouw Kopp, Verzoeken, ons te helpen, hem naar bed "* brengen". »Uw vader zal weer beschonken zgn", 'Söide de man lachend. »Nu, ik kom terstond met mgn vrouw naar de overzijde. August dankte en verwijderde zich. >Jammer voor de brave vrouw en den heven jongen", zeide Kopp opstaande, *dat zg zui|j een mam en vader hebben. De luiaard werkt de geheele week niet en Verdrinkt alles! Indien de medelijdende J°den zich niet over de vrouw eu het kind — üet ware wellicht beter. e nood zou hem tot werken dwingen". , -Na deze woorden gesproken te hebben, egat de man zich met zgn vrouw naar ,e overzijde. Het was een afkeerwekeöden aanblik, zooals Lissauer daar op etl grond lag en snorkte. „*Arme vrouw", zeide Kopp, »wat moet «fl lijden ! Waarom verlaat gg den drouk,ard niet en laat gij hem niet aan zgn lot over?" .. *Ik mgn man verlaten P" zeide vrouw lsjjauer, » deu vader van mgn kind I Nooit!" en zgn vrouw nuuien den slaper an den grond op en brachten hem naar Dea\ zonder dat üij ontwaakte. ■Nadat de bureu zich verwijderd hadden, amen moeder eu zoon aan de tafel plaats. ugust maakte kiddoesj over de Sabbatopden eu iv stille droefheid verteerden den hun eenvoudig maal. , "Lief kind", zeide de moeder na een ore poos, »hoe gij ook de menschen over w vader hoort oordcelen, veracht hem let in uw hart. Hij is en blijft uw vader, ..1 gij eerbied eu lielde verschuldigd zgt". *Hetzelfde heeft mij ook oom Solinger gezegd. Maar, lieve moeder, vertel mg Ü8i hoezoo is Solinger eigenlgk mgn m • Hij is toch met de broeder mgns aders, anders moest ng' toch ook Lissauer eeten, en hij is ook uiet uw broeder, want aa zou hij niet vrouw Lissauer tot u 2eggen". Salooion Solinger is in het geheel niet met ons verwant. Hg is een ' e»i braat, vroom, godvruchtig mensen, le zich tot levenstaak gesteld heeft, armen Q verlatenen te ondersteunen. Ik heb e"i eens een groot onrecht aangedaan, .Q daarvoor wreekt hg zich, door ons n onze ellende ie nelpen eu ons tegen ca hongerdood te bescnermeu". ~ ' Vergeet mg, geliefde moeder, wanneer ** u niet geloof. Gij onrecht doen, en at nog wel aan den goeden oom Solinger? Neen, dat is oninogelgk. Gg doet memand onrecht en hebt zeker ook Solinger nooit onrecht gedaan". «Toch is het zoo, mijn zoon. God is rechtvaardig, en al het leed, dat ik thans te verduren heb, heb ik inijzelven te wijten. Maar dat ook gij, mijn onschuldig kind, daarouder lijden n oet. smart mij diVp. Ik hoop echter, dat het u nog eens recht goed zal gaan. Go laat u de ruwe behandeling, die uw vader u in zijn dronkenschap doet ondergaan, met geduld, lietde eu zachtmoedigheid welgevallen en nooit is aan uw mond een hard woord tegen hem ontglipt". «Dat heb ik van u geleerd, geliefde moeder. Maar vertel mij uu ook, welk onrecht gij oom Solinger zoudt hebbeu aangedaan"". «Dat zal il< u later vertellen, wanneer gij ouder zult zgn geworden. Thans kunt gij het toch niet begrijpen. Verricht nu het tafelgebed eu het nachtgebed en begeef u dan ter ruste. God geve, dat ons morgen de Sabbat niet verstoord worde !" August deed wat zijn moeder hem beval ; daarna omhelsde en kuste hg haar en begaf zich naar zijn kamertje, waar weldra de gezonde slaap der jeugd hem alle leed deed vergeten. Vrouw Lissauer echter zat nog lang bij het steeds zwakker wordende kaarslicht. Zij herdacht de dagen, toen ook zij jong was geweest en vol levenslust de toekomst te gemoet had gezien. (Wordt vervolgd.) ---