WIZO-ACTIVITEIT Mevrouw Samkalden, echtgenote van de burgemeester van Amsterdam opende op 26 nov. in het Hilton hotel te Amsterdam de jaarlijkse Wizobazaar. Zij wekte in haar openingswoord de aanwezigen op, de bazaar, die een groot deel van het Wizo budget vormt tot een succes te maken. De voorzitster van de afdeling Amsterdam mevrouw Cohn begroette onder meer mevrouw Bar- On, echtgenote van de ambassadeur van Israel en sprak een woord van dank uit aan allé gevers van de artikelen, de medewerksters van de bazaar en in het bijzonder aan de staf van het Hilton Hotel voor de buitengewone hulp bij de organisatie. De bazaar was een groot succes. Er werd gekocht, gebruik gemaakt van café en restaurant, met als resultaat een grotere opbrengst dan ooit tevoren. --- JWW 2 In het (NIW, 1 december 1972) verslag van de op 19 november 1972 gehouden vergadering van het bestuur van .de Stichting Joods Maatschappelijk Werk lees ik dat ik aldaar onder andere zou hebben gezegd dat „het te betreuren (is) dat de grote wens van JMW voor een waardevast pensioen (voor de vervolgingsslachtoffers) niet verwezenlijkt kon worden". Dat heb ik niet gezegd, maar wel dat het te betreuren is dat de Bestuursraad in zijn jaarverslag over 1971 geen melding maakt van zijn wens dat aan de vervolgingsslachtoffers een pensioen zal worden toegekend zonder hieraan toe te voegen dat de Bestuursraad die wens reeds meer dan een jaar geleden heeft laten varen en naar mijn mening terecht in dit opzicht heeft volstaan met er op aan te dringen dat de uitkeringen voor de vervolgingsslachtoffers zouden worden losgekoppeld van de Algemene Bijstandswet. Zoals bekend is, is die loskoppeling op grond van de uitvoering van de door de Tweede Kamer aangenomen motie van dr. Baruch thans tot stand gekomen in de nieuwe Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940—1945, welke wet, na een verheugende bijzonder snelle parlementaire behandeling, op 1 januari 1973 in werking zal treden. Ter vermijding van misverstand voeg ik aan het bovenstaande toe dat zowel de uitkeringen welke op grond van (het vervallen) Hoofdstuk 111 van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940—1945 zijn verstrekt als die welke op grond van (de thans geldende) Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940—1945 zijn of worden verstrekt waardevast waren, resp. zijn, en dat de uitkeringen welke op grond van de nieuwe wet zullen worden verstrekt eveneens waardevast zijn. Amsterdam Mr. S. Bons --- Mededeling van het rabbinaat EitjM, die in de kip worden aangetroffen en soms apart worden verkocht, zijn niet kosjer gemaakt, mits dit uitdrukkelijk is vermeld. Ze dienen als vlees te worden beschouwd en moeten kosjer gemaakt worden, doch niet samen met ander vlees. --- Onze wijzen zeggen... Vr.: Is er een miniinum-leeftijd in de joodse wet, waarop een man en een vrouw kunnen huwen f Antw.: De minimum-leeftijd is de barmitzwa- of de batmitzwa-leeftijd, dat betekent: dertien jaar voor een jongen en twaalf jaar voor een meisje. Maar volgens de wet op de huwelijksleeftijd in Israel mag een vrouw niet eerder trouwen dan op haar zeventiende. Vr.: Wat is de bedoeling van waken bij een dode.' Is dit gebruik in onbruik geraaktt Antw.: Uit de Talmoed (Berachot 18a) blijkt dat de reden waarom de wacht wordt gehouden bij een dode ligt in de bescherming van het lijk tegen knaagdieren. Maar in de praktijk is dit uitgegroeid tot een belangrijke traditie, ook in die gevallen waarin er van de oorspronkelijke reden geen sprake is. Het waken bij de dode wordt nog altijd zeer veel gedaan door orthodoxe joden, hoewel er ook hier wel eens sprake is van een niet meer zo nauw nemen als weleer. Vr.: Waarom zijn sommige merken margarine niet kosjer? Antw.: Kennelijk gaat het hier' om die merken die dierlijke stoffen bevatten en derhalve treife zijn. Treife vetten zijn immers verboden. --- Choepet ingezonden Tot mijn verbazing lees ik (NIW november 197 L') dat rabbijn H. Rodrigues Pereira, rabbijn van de Nederlands Israelietrsche Hoofdsynagoge te Amsterdam, naar aanleiding van een choepa, gegeven in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, verklaarde, dat voor de oorlog choepoth vrijwel steeds in een zaal werden gegeven, en niet in een synagoge. Voor wat de Nederlands IsraelieUsche Hoofdsynagoge te Amsterdam betreft, is dat geheel onjuist. Althans in de jaren dertig werd het overgrote deel der choepoth gegeven in de annex van de synagogen aan het J. D. Meyerplein, en ook in de synagoge in de Rapenburgerstraat. Amsterdam Dr. Henriette Boas Het opnemen van brieven in dcre rubriek behoeft geen redactionele) instemming met de strekking daarvan te betekenen. Brieven worden opgenomen indien de redactie de strekking voldoende interessant acht om deze onder de aandacht van de lezers van het NIW te brèngen( waarbij zij zich het recht tot verkorting voorbehoudt. ■ --- Studenten In het artikel Studentencongressen (NIW 1 december 1972) maakt Seno Bril onder de kop Studentencongressen ernstige fouten, die een verkeerde induik geven van onze zusterorganisaties in Zwitserland en Italië en van de paraplu-organisatie van de Joodse Studentenverenigingen, de WUJS. Allereerst moet gesteld wTorden dat alle, bij de WUJS aangesloten studentenorganisaties, dus ook de Zwitserse, aan politiek doen. Het Zionistische karakter dat deze organisaties hebben, geeft aan hun programma een politiek cachet. Welke ideologie de afzonderlijke organisaties aanhangen is een individuele keuze. Het pluriforme karakter dat alle organisaties hebben garandeert dat deze keuze op een democratische wijze tot stand komt. Dit pluriforme karakter van deze organisaties zorgt er derhalve ook voor dat er (gezonde) discussies tussen de leden van de betreffende organisatie worden gevoerd. Zo kan men ook de zgn. strijd tussen „extreem links en rechts" in Italië herleiden tot een discussie over de ideologische weg welke de Italiaanse zusterorganisatie moet volgen. Het Arad-Congres (1970) van WUJS en de daar aangenomen resoluties betreffende het Midden- Oosten blijft voor velen, en ook voor Seno Bril, nog steeds een baken van wanbegrip. De Arad-resoluties geven een conceptie van het zionisme weer. Deze conceptie is, hoewel niet gelijk aan de heersende, wel een zionistische. En aangezien het zionisme, ook volgens de Arad-resoluties gebonden is aan de staat Israel, begrijpen wij niet hoe de WUJS zich, nog wel duidelijk, van Israel kan desolidariseren. Amsterdam Nederlandse Zionistische Studt nten Organisatie, Ht noch Wajs'ii rg. voorzitter. --- JMW 1 Tot mijn spijt is in het verslag van de openbare vergadering van JMW (NIW, 1 december 1972) mijn vraag totaal verkeerd weergegeven. Zoals het er nu staat, zou mijn vraag betekend hebben, dat ik naar de bekende weg vroeg. Immers, als voorzitter van een der fondsen, ken ik uit de rapporten precies de stand van de studievordering der studenten. Mijn vraag had echter betrekking op een passage in het jaarverslag van JMW, pag. 26, laatste alinea en daarin "staat niets over de vordering van de studenten. Mijn vraag luidde exact: In hoeverre is het onderzoek naar de werkwijze van de afdeling studiefondsen gevorderd. Is de beoogde wijziging inmiddels tot stand gebracht ? Van de zijde van de Bestum is hierop geantwoord, dat de onderhavige passage in het jaarverslag slaat op de organisatie van de afdeling studiefondsen; voorts, dat de rapportage vereenvoudigd is en ten slotte, dat de adviseurs administratieve assistentie zullen krijgen. Den Haag J. E. v. tl. Wieh n --- Sidra van de week Mikkeets door T). Goud sm il Uit de Posoek (Bereesjiet 41:57): „Alle landen kwamen naar Egypte om bij Jozef koren te kopen want zwaar drukte de hongersnood op de gehele aarde" (vert. Dasberg) concludeert de bekende commentator rabbijn S. R. Hirsch, dat er alleen in kleine hoeveelheden werd verkocht. Zulks op grond van het ongewone woord, hier voor kopen gebezigd; eigenlijk betekent dit: en détail slijten. Alleen op deze wijze kon speculatie worden tegengegaan. Verder lezen wij dat Jozef zélf zich met de verkoop bezighoudt. Tenslotte: het feit dat Jozef in eigen persoon zich met de verkoop bezighoudt, leidt ertoe dat hij met zijn broers in aanraking komt, hetgeen leidt tot de bekende ontknoping. Tot zover de verklaring van rabbijn S. R. Hirsch. Wij kunnen hieruit, naar een bekende formulering drieërlei leren. Ten eerste, dat de Torpa, zoals herhaaldelijk blijkt, zich van speciale bewoordingen bedient, om een zekere situatie duidelijk te schetsen. Zo hier, dat men werkelijk mondjesmaat verkocht, en waarom. Ten tweede dat Jozef, zoals een waarlijk groot man betaamt, zich ook in het kleine groot toont. Hij is niet alleen de psycholoog, iemand die zich onder alle omstandigheden kan redden, eenmaal tot een hoge positie gekomen verstaat hij, de man van de wijde visie, de zeldzame kunst, aandacht te geven aan ook het kleine. Ten derde zien wij, dat iets schijnbaar triviaals in dit geval het verkopen van voedsel, en de wijze waarop dit geschiedt, een schakel is in de keten, welke voert naar de ontknoping, llij, die de levensgang van mensen en gemeenschappen leidt, bedient zich van alledaagse middelen, om Zijn plan te verwezenlijken. --- Mamzeriem Het artikel (NIW 1 december 1972) Nederlandse Rabbijnen verdeeld geeft mij aanleiding te reageren. Ik ben juist uit Israel teruggekomen en uit de meest betrouwbare bron heb ik de feiten vernomen. Zo ben ik in staat een toelichting te geven. Wanneer een kind uit een joodse vrouw wordt geboren die niet van haar eerste man gescheiden is, een kind dus uit het tweede huwelijk, wordt dit kind een mamzer genoemd. Het gevolg hiervan is dat het kind te zijner th'd geen choepa kan krijgen. In Israel zijn heden ten dage zeven tot tien van dergelijke gevallen. Onder deze bevindt zich de 27-jarige Chanoch Lange en zijn 24-jarige zuster, Miriam Lange. Hun moeder Chawwa, kreeg voor de tweede keer choepa bij een bekende orthodoxe raw zonder van haar eerste man, Burakowski, gescheiden te zijn. Toen Chawwa circa vijftig jaar geleden met een nietjoodse jongen trouwde dwongen haar ouders, die religieus waren, Burakowski tot het jodendom over te gaan. Volgens hun zeggen heeft deze overgang plaats gevonden. Hij werd door een dokter in Warschau besneden, zonder getuigen en zonder de rabbinale voorschriften na te volgen. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren, van wie de een thans 47 en de tweede 36 jaar is. Het gezin Burakowski alieerde in 1933 naar Israel. Negen jaar later verliet Chawwa haar man zonder get (scheidingsakte) te nemen. In 1944 trouwde zij in Givataiem met Otto Lange, geheel volgens de joodse wet. Een jaar later werd uit dit huwelijk een zoon, Chanog, geboren en drie jaar later een dochter, Miriam. In 1951 wilde Burakowski hertrouwen en vroeg toen zijn vrouw Chawwa. zich van hem te laten scheiden. Het rabbinaat in Tel Aviv voerde toen deze scheiding uit, waarna Burakowski met een andere vrouw in het huwelijk trad. In 1953 stierf Otto Lange en twee jaar later wilde Chawwa Lange weer hertrouwen. Toen kwam de gehele affaire aan het licht. Het gevolg hiervan was dat de kinderen als mamzeriem werden beschouwd. Zo lang de kinderen nog klein waren leverde dit geen problemen op. Doch die begonnen, toen Chanog in 1965 wilde gaan trouwen. Dit werd hem mogelijk gemaakt, toen negen rabbaniem hiertoe een psak dien (wettelijke beslissing) uitvaardigden, dat zowel hij als zijn zuster, volgens de joodse wet mochten trouwen. Hiertoe legde opperrabbijn Goren een verklaring af. Zijn motieven wil ik hierbij uiteenzetten. Om te beginnen wil ik vermelden dat raw Goren een oproep deed met het doel de rabbaniem voor terreur te vrijwaren. De inhoud van de oproep luidde dat de rabbaniem en davaniem (rechters) die in dit Beth Dien zitting hadden genomen in grote angst leefden voor de ultra orthodoxen, die dreigden hun huizen in brand te steken. Dat is de reden waarom zij hun namen niet bekend wilden laten maken. Reeds enige jaren staan wij onderdr uk van een zekere groep, die ons wil voorschrijven uitspraken en bepaalde halachische wetten irf hun geest te doen. Deze groep heeft haar spionnen in het rabbinaat, die geen enkele status hebben en bovendien door geen instantie gevolmachtigd zijn. Dat neemt niet weg dat zij zich met rabbinale zaken bemoeien en door terreur willen dwingen dat de rabbaniem volgens hun inzien moeten handelen, daar zij anders met aanslagen en het verbranden van hun huizen wolden bedreigd. Deze terroristische groep, waarvan het centrum zich in Benei Berak en Jeroesjalajim bevindt, hebben hun leden overal verspreid. Deze bewuste kwestie Lange zou al lang van de baan zijn geweest, in positief opzicht dat wil zeggen ten gunste van deze jonge mensen. Circa anderhalf jaar geleden heeft een bekende orthodoxe raw de kartotheek met betrekking tot deze kwestie, van raw Nissim gekregen en toen besloten aan de broer en zuster Lange een heter (toestemming) te geven. Enige dagen later herriep hij zijn besluit, daar zijn huis anders in vlammen opgegaan zou zijn. „Wat mijzelf betreft." vervolgde raw Goren, „heeft deze groep tot twee keer toe in mijn huis brand gesticht." Er zijn vier motieven waarom dit Beth Din, het besluit heeft genomen, dat broer en zuster Lange ten mamzeriem zijn en dus volsens de joodse wet mogen trouwen: Ten eerste: er is geen bewijs geleverd, noch door getuigen noch door documenten, dat Burakowski tot het jodendom is overgegaan. Daarom was het huwelijk tussen Burakowski en de moeder van de kinderen Lange niet geldig en dientengevolge was zij bij haar tweede huwelijk geen getrouwde vrouw. De kinderen die uit dit huwelijk voortkwamen waren dus wettige kinderen. Ten tweede: laten we aannemen dat de eerste man, Burakowski, wel tot het jodendom is overgegaan, dan was dit alleen wegens persoonlijke reden. Daarna is bekend geworden, dat hij de christelijke kerk weer bezocht heeft en zich dus niet aan de joodse wetten heeft gehouden. Volgens de Rambam en andere geleerden wordt een dergelijke Gioer ongeldig verklaard. Ten derde: er zijn geen geldige getuigen, dat Chawwa Lange met haar eerste man, Burakowski, geheel volgens de joodse wet was getrouwd. Volgens de halacha is zij dus geen getrouwde vrouw. Wel was ze voor de burgerlijke stand getrouwd. De Pnei Jehosjoea heeft evenwel vastgesteld, dat een burgerlijk huwelijk volgens de joodse wet geen huwelijk is. Ten vierde: er zijn bewijzen, dat Burakowski, na lange strijd met de vader van zijn vrouw, zich door een dokter heeft laten besnijden. Daarom is de overgang tot het jodendom ongeldig. Dan leest raw Goren een document voor, dat zich in de sociale afdeling van het stadhuis in Tel Aviv bevindt, waarin een ambtenares de „zaak Burakowski" heeft onderzocht en adviseerde aan Burakowski geen steun te verlenen, daar hij thuis niet volgens de joodse wetten leefde. Op 1 maart 1947 heeft zij voorgesteld de toen tienjarige zoon uit het gezin weg te nemen en in een joods kindertehuis te plaatsen. Eén van de vroegere dajaniem, die ook in het laatste college zitting had en destijds gezegd heeft dat broer en zuster wel mamzeriem waren, verklaart nu dat in het licht van het recente onderzoek volgens de halacha zij wel degelijk mogen trouwen. Tenslotte las raw Goren een oproep voor waarin enige Rasché Jesjiwoth (hoofden van talmoedscholen) hem bespotten. De ondertekenaars van deze oproep, zo zei raw Goren, zijn door niemand als rabbaniem benoemd en hebben dus geen enkele bevoegdheid zich tot de grote massa te wenden en hun oordeel uit te spreken over psak diniem die door een rabbinaat onder mijn voorzitterschap zijn genomen. Dit is onverantwoordelijk, zij zoeken slechts voordelen voor hun eigen interessen. Zij zijn tot alles in staat. Het is een chiloel Hasjem (bespotting van God) en er zal iets gedaan moeten worden om de rabbaniem tegen terreur te beschermen. Amsterdam F. Raszeioski --- Feest van jongeren in Sinai-centrum tloor J. Rans Ook hadden de ouders de gelegen- i heid onderling hun belangen te be- ; spreken tijdens de vergadering van 1 de Oudervereniging van de Jeugd- > afdeling. Voor de meisjes en jongens zelf ■ was de middag het hoogtepunt. Er' . was een grote bazaar waar zij met hun familie naar hartelust aan al- i lerlei activiteiten konden deelne- ; men: ballen gooien, ringen werpen, koekhappen, touwtje met cadeautje trekken enz. Er was een rommelmarkt, een grabbelton, gelegenheid om zich te laten fotograferen (meteen klaar) en gelegenheid om zijn portret te laten tekenen. Eén van de afdelingen was omgebouwd tot restaurant waar de meisjes en jongens met hun familie het middagmaal konden gebruiken. De hele middag kon men daar voor consumpties terecht. Een andere groep gebruikte met ouders en medewerkers te zamen een gezellige maaltijd. Het ontspanningsprogramma werd door de meisjes en jongens zelf verzorgd, toneel en volksdansen, met medwerking van Bernard Wolff die zichzelf op de gitaar begeleidend Israëlische liedjes zong. Het trok een volle zaal en veel applaus. Deze dag was voor de ongeveer zestig Jeugdafdeling-medewerkers die bij de organisatie waren betrokken net zon grote belevenis als voor kinderen, hun ouders, familieleden en voor de vele anderen Zondag 26 november 19W werd er op de jeugdafdeling van hei Sinai('eiitrirm te Amersfoort een groot leest gehouden voor de meisjes en jongens en hun familieleden en kennissen. Deze dag «as georganiseerd om de contacten tussen de medewerkers en de familie van de meisjes en jongens te verstevigen. Kr was gelegenheid voor de ouders om met de diverse medewerkers kennis te maken. die naar het Sinai-Centrum waren gekomen. Dank zij de vrijgevigheid van alle bezoekers kon men een bedrag van ƒ 6.000 bijeen brengen. De ponywagen die wij graag zouden kopen voor de meisjes en jongens zal er1 nu zeker komen. Bijzondere vermelding verdienen de jongelui van diverse joodse jeugdverenigingen, die spontaan bereid waren ons te helpen bij de bazaar. --- Chanoeka in Groningen Als opkomst en enthousiasme een goede graadmeter zijn, dan kan men zeker zeggen, dat de Chanoeka bijeenkomst in Groningen een groot succes is geweest. Kinderen uit de drie noordelijke provincies waren gekomen om van poppekast en goocheltoeren te genieten. Terwijl hierna de ouderen de mooie recreatiezaal van mevrouw Levi binnenstroomden, konden de kinderen onder deskundige leiding hun creatieve gaven ontplooien. Jong en oud vermaakten zich en er werd ijverig kwartetlotto of kaart gespeeld, totdat de heer J. Krammerallen om zich heen verzamelde voor het aansteken van de kaarsen en de Chanoekadienst. Een gezamenlijke broodmaaltijd besloot deze middag. ---