SPANJEN. SPANJEN. CAdix den 4 Ianuary. Capiteyn ThomasTobias komt in 15 dagen alhier uyt Texel in dese Bay. Capiteyn Kint is na hem mede hier gearriveert.Het Smirnae; Convoy, en de andere hier leggende Scheepen, seght men dat noch wel in't laetst van dese maent sullen blyven leggen , eer dat na Holland stonden te vertrecken. Van Madrid heeft men, dat daer groote veranderingheten Hove was voorgevallen , en dat Don Jean tot by die Stadt gekomen was , en dat eenige Grooten waren geretireert. Commandeur van Meeuwen en Schey, nevens Capiteyn de Monick komende van Allemate , bevinden haer hiernoch; men meent datse den 15 deses staen te vertrecken. Madrid den 13 Ianuary. Sedert laetst is de veranderingeten Hove noch wijders voort gegaen. Sijn Majesteyt, den Koninck, is uyt het Hof ghegaen, maer de Koninginne isdaernochbinnen , als willende noch niet in't Couvent, welcke haer aengewesen is. Den Marquis de Valensierra is van alle sijneAmpten gedegradeert , en wert na deselve gesocht. Sijn Hoogheyt Don Jean komt den 18 January ontrent Madrid, met sijn by-hebbende macht, die door den Prince de Montesarchio gecommandeert wiert , verwacht Don Jean, wil ten Hove niet komen, vooral eer de Koninginne van daer vertrocken was. Opdeaffairesvan dit Rijck was men in goede hoope van een prompter directie:ook wierden remisen voor de Nederlanden vervaerdight; vorder was meest alles in stilte, met vertrouwen, dat allesten bestevan't Rijck soude afloopen. Hier is veel Regen gevallen, datdewegen onreysbaer maeckt. Van gelijcke heeftmenvan Sivillie,dat met de groote Regen , die daer omtrent mede gevallen is, deRivier van Guadalquerier heeft doen overloopen, en over hetmeeste Landt gestroomt , 't welck de wegen soodanigh belemmert, dat daer confusie uyt ontstaen, en groote schade veroorsaecktis. --- VRANCKRYCK. VRANCKRYCK. Parijs den 29 Ianuary. De Soon van den President de Novion , die de survivance van het Ampt van sijnVader bekomen had is eergisteren overleden aen de pleuresie: Den Koningh heeft aen sijn Vader, door den Procureur Generael laten weten, dat hy moeyelijck was over het verlies van sijn Soon , maer dat volkomen vergenoeght was over de bedieningh van sijn Ampt, en dat tenopsicht van het selve hem alle mogelijkce gunsten soudebewijsen. Hierover heeft den President, sijne Majesteyt wesenbedancken , van wie seer wel onthaelt wierdt. Men wacht hier met verlangen naer den Post uytSpanje,om te vernemen hoe het met de laetste veranderingh aen datHof magh gestelt zijn. Den Hartogh van Villa Hermosa heeft Paspoorten geaccordeert aen Monsieur Bertselot, voor hem en 12 Persoonen van sijn gevolg, en 12 Dragonders, om levens-midelen te mogen vergaderen voor het Leger, dat in Vlaenderen sal gebruyckt werden. Dese gunst hadt men van de Spaenschen niet verwacht; maer sulcksgeschiet , om dat men van dese zijde alle dagen Pasporten uyt Vlaenderen naer Spanje toestaet. Monsieur de Cavois heeft eyndelijck het ampt van groot Mareschal des Logis bekomen , waer voor niet meer als 100000 ponden aen Madame Frollé betaell, doch den Koningh betaelt 50000 ponden daer-en-boven , en gedachten Monsieur d'Cavois sal met de Mademoiselle de Colongez trouwen. Het gansche Hof is seer verheught over het huwelijck vanden Prins d'Elbeuf met de Mademoiselle de Vivonne: Madame d'Elbeuf met de Madame de Montespan sijndaerovergelijck als opgenomen. Dese twee jonge Lieven maecken samen niet meer als 30 jaren uyt, en krijgen vanhunne Ouders niet ten huwelijck; maer den Koningh salhun van alles versien, en heeft bereits aen dito Prinsde Gouvernementen van Picardie en Montreul gegeven. Parijs den 29 Ianuary. Men wil nu versekeren, datden ViceAdmirael d'Estrée , met sijn Esquadre , naer de Cust van Guinea is , om Capo de Verde , en 't Cassteel del Mina sien te vermeesteren , en voorts te ruyneeren: en van daer vervolgens na Cajana over te steecken , om dat te hernemen , en voorts na de Suriname, om de Colonie en Plantagie te ruyneeren, soo dat nietuyt sijn wegh is; sal oock gaen na de Capo Blanken, omteattaqueeren seecker Fort aldaer, of 't Castaeel, zijnde sijnordreaen de Hollanders alle afbreuck te doen; binnen 1 à 2 maenden sal men weten wat hy ontrent die quartieren heeft konnen effectueeren; men heeft hier voor , om de Hollantse Negotie, soo veel 't mogelijk is, over al te ruyneeren. --- POLEN, PRUYSSEN. POLEN, PRUYSSEN. Warschauw den 10 Ianuary. Hare Konicklijke Majesteyten sullen morgen by Calvarias zijn, en op Dingsdach hier wesen; aenkomende Maendagh sal de militaire Commissie alhier een aenvangh nemen; doch men gelooft dat daer tegens geprotesteert sal werden, om die na den Rijxdagh te verschuyven , de wijle de Ridderschap aen sijn Majesteyten willen demonstreeren , dat de tegenwoordige Republijcq daer door in groot perijkel soude konnen gestelt werden; te meer, om dat de Littauwers seer te onvreden zijn wegens de Turkse Vrede; so dat op denaenstaende Rijcxdagh wel veel spel soude konnen veroorsaecken. Riga den 8 January. Den Secretaris van de Sweden is van de Grensen alhier aenghekomen, welcke bericht, dat de Sweetse Gesanten tijding hadden , dat de Moscoviter wederom andere Gesanten op de Grensen soude senden,om de Tractaten te hervatten , alsoo haer seer ghenegen tot de Vrede toonen; het geene door de aengekomene Engelse Gesanten seer bevordert wert. Thoorn den 12 january. Die van Groot-Poolen, welcke in 't eerst hart opponeerden , sijn nu geheel stil, en geven goede woorden. Op de laetste Lantdagh tot Zroda, was een die seyde, dat de Vrede met de Turcken maer door de France factie ghetroffen was, waer op met harde woorden beantwoort wiert, soodatde Sabels uyt raeckten , en wiert den Oesterricher neder gehouwen; doch het wiert eyndelijck by geleyt, en dewijle het vorder wel, gelijck op alle andere Lant-dagen, is afgeloopen, soo wert gelooft , dat de aenstaende Rijcks-dagh, na intentie van sijnMajesteyt sal afloopen. Warschouw den 15 January. Eergisteren hebben hare Majesteyten , alhier met de gewoonelijke Ceremonie hare intocht gedaen; op de straeten, daer sy door passeerden, was een schoone Eerpoorte opgerecht, beyde hare Majesteyten saten in een Carosse, omringt met een groote menigte van de Ridderschap, en reeden na de Collegie Kerck, van waer, na gedaene devotie, sich na haere residentie begaven. Des anderen daeghs is den Rijcks-dagh aengevangen , waer van't vervolgh met de naeste. Dantzigh den 20 Ianuary. Den Heer Woywode Banckowitz is voorleden weeck, van hier na Warschou op den Rijcks-dagh gereyst. Van dese Magistraet schijnt niemant derwaerts te sullen gaen; en dewijle alle de Landtdagen wel sijn afgeloopen, soo verhoopt men dat dese Rijcksdagh een goede uytslag sal hebben. --- DUYTSLANDT, en d’aengrenfende RYKEN. DUYTSLANT en d'aengrensende RYKEN. Coppenhage den 23 January. De seven Soldaten die uyt Schoonen over 't Ys sijn gekomen, confirmeeren de geluckige rencontre die den Generael Major Meeerheim gehadt heeft. De Vorst is hier seer hart geweest, soo dat eenige luyden ten platten-lande na de Stadt quamen vluchten. Van de Sweeden hoort men nu weynigh, door dien men seght datse om Lunden en Falsterbo in de winter-quartieren sijn. Alhier prepareert men alles tegens een vroege Campagne, on soo dra het Ys uyt de Oost-zee is, met een gedeelte der Vloot in Zee te loopen, Alhier is gepubliceert dat die geene die na den 18 January en vervolgens in veerthien dagen daer na, yder sonder eenige belastinge alles vry sullen mogen inbrengen, als Ossen, Koeyen, Varkens, Haver, Hoy, Stroo, &c. Coppenhage den 23 January. Sedert voorlede Woensdagh heeft de Vorst opgehouden, daer op heeft het hart gestorm en gesneeut. Het Ys is op eenige plaetsen drie vierendeel dick. Verscheyde Schepen en Vaertuygen , die in 't Ys leggen, loopen groot ghevaer. De Overste Busch en Muller hebben ordre na Lanskroon te gaen; de eene gaet in 't Casteel , en de andere sal in de Stadt blijven. Berlin den 24 January. Den Heer Ceurvorst, en 't geheele Hof is noch tot Postdam , met de Artillerye en andere Oorlogspreparatien wert seer gehaest; de recruyten te Voet gaen dapper voort, sullende de Regimenten in February compleet wesen. Hamburgh den 29 Ianuary. Van Stetin heeftmen, dat de militie daer binnen seer wegh sterf, waerom den Grave Konincksmarck alle middelen aenwent, om daer andere Soldaten in te brengen, 't geene swaer sal vallen om te doen. Men siet hier een Manifest, waerom sijn Majesteyt van Denemarcken het Hartoghdom Sleswijck in sequestratie genomen heeft, waertegens den Hartogh een tegen-gheschrift, in't Hooghduyts, onder de Koopluyden op de Beurs alhier heeft doen uytdeelen, en werdt noch een tweede gedruckt. Men siet hier nu een geheel verhael van de Sweetse zijde, dat tot Straelsont gedruckt is, hoe sich de Battalie in Schoonen , laetst op den 14 December, soude hebben toegedragen , waer inne datse een Lijste, van hare gebleven Officieren noemen, als den Generael Luytenant Galle, doodt. Generael Luytenant Fersen gequetst en gevangen. Overste Broekhuysen , doot. Overste Morner, doodt. OversteAsthonvan de Artillerye , doodt. Overste Pudbergh ghevanghen.De Overste Luytennant van des Koninghs TrabantenSiegrot,doodt. Overste Luytenant Lode, doodt. MajoorLinde,doodt.Noch sijn 9. Ritmeesters , daer onder den Kamerheer Palkil, gebleven,en soude in't geheel , maer 800 à 1000 soo Onder-Officieren, als ghemeene soldaten , verlooren hebben. DeghequetsteHoogh- Officieren zijn; Generael Majoor, den Grave Wittenbergh,de Overste Gludenstern, Overste Borstel, Overste LuytenantNascher en andere Officiers meer. By de Sweden waren vandeDeense gevangen bekomen, de Overste Sehstedt en Oertzen.Overste Luytenants Baron Schulenberg , Carel Adolph vanPlessen,Hans Stenssen en Harman Derhardinus; Majoors, Hagedorn,Leover, Dewits en Borger , noch 2 Ritmeesters , 26 Capiteynen, 4 Capiteyn Luytenants , 3 Regiment Quartier-meesters,40 Luytenanten, 42 Vendrighs, 4 Cornetten, 6 Adjudanten, 8 Auditeurs , 9 Veldt-Priesters , 7 Trompetters , 7 Hof-bediende, 2 Studenten, 1325 soo aen onder Officieren, Matroosen en Soldaten, nevens 56 Stucken Canon , die tot Malmoe op de marckt staen; de Vaendels en Standaerden sijn in de vijftig, &c. De Ys-gangh heeft over al groote schadegedaen. Hamburg den 29 Ianuary. Met een Passagier uyt Hanover heeft men , dat aen het selve Hof sterck gedescoureertwerdt, ofte 't voorsz Hof stont in't korte een partyte kiesen;en dewijle een voornaem Heer hier door na Coppenhagegepasseertis, soo wert gelooft, dat de voorsz verklaringein 't faveurder Geallieerdens sal wesen. Den Ceurvorst van Brandenburgh seght men , geordonneert heeft, dat, soo dra 't Saysoen sulx toe laet, een Regiment Dragonders en twee Regementente voet na Denemarcken staente marcheeren. Regensburgh den 21 Ianuary. Alsoo de brieven van Praegh, Weenen, Hongarien en andere boven-landsche plaetsenniet gekomen zijn, uyt oorsaeck van de veel-gevallen sneeuw, en overvloeyingh der Rivieren en andere wateren,dierglijckemen in dese landen noyt beleeft heeft, soo valt van hier weynigh nieuws te schrijven. De troupen van Gallas zijn uyt het Rijck in Bohemen gekomen, en werden van meer andere gevolght, vermits met dit weer geen dienst te velde kunnen doen. Met denegotie tusschen sijne Keyserlijcke Majesteyt en Keur-Beyeren staet het beter als voor desen, en werdt niet getwijffelt, of alles sal ten beste van het gemeene lands welvaren uytvallen, dat wel een groote veranderingh in de aenstaende Soomer mocht veroorsaecken. Ceulen den 29 Ianuary. Van Boven heeftmen, dat den Koningh van Vranckrijck belast heeft, dat Slegstadt voor Mey in staet moet wesen, dat de Sterckte van Philipsburgh daer by niet te passe sal komen. Crequi ruyneert alles aen de Zaerstroom en by Twee- brugge, van gelijcke door Bussy op de Hontsrugge, Om Worms is de Landtsaten belast het hare in de Steden te brenghen, Den raet heeft hier 20000 Rijxdaelders aen den Keyserlijcken Commissaris gepresenteert, Bremen den 30 Ianuary. De groote elende hier om de Stadt, is niet te beschrijven; wegens het door gebroocken water, het welcke dan hoogh wassende, en men tijdinge hadde dat het Ys ontrent Minen door Dijcken en Dammen was heen gedrongen, en 't Landt met water overstroomde, het Ys quam de Weser soo sterck af, tegens de groote Brugge aen, en het selve soo hoogh drongh, dat het de Leuningh daer op wegh nam, waer door het scheen dat de gantsche Brugh stont geruyneert te werden; maer het Ys schoot over de Werden, naer de oude Brugge toe, waer door de groote Brugge verlichtinge kreegh, en geraeckte tegen de Brugge op de kleene Weser, aen de gront vast, soo dat het scheen dat niets van de selve soude hebben overgebleven; het Ys drongh al stercker aen , soo dat de Bereyders, die aen 't water woonen , hare schuttingen wegh spoelde, de Tuynen vol liepen, en 't Ys sette sich teghens de huysen aen, dat de luyden daer meest moesten uyt vluchten , vreesden dat die soude om gestooten werden. Des nachts daer aen , quam seer veel Ys de Weser af, welke by Hastede wel 300 voeten Dijcks weg nam, so dat het water na Schwachhussen en Hors, &c. alles inundeerde, en hetnam de Beer by de Ooster-poort half weg , en 't Ys storte in de Stadtgrachten , en nam een groot gedeelte van de Brugh voor-gemelte Ooster-Poort wegh, en schoot vorder na de Brugge van de Herdens poort , daer het tegen staen bleef, soo dat hetwel300voeten langh over de contrescharpten spoelde, stroomde door de Kohlhacker strate heen; aen de gracht storte tusschen de Herden en Ausg-poorten , een Hutte om , daer inne eenige verdroncken; des daeghs daer aen , sijnde den 24. passato, spoelde het door het Proeveniers-huys , en heeft aen de Gracht , een gat van drie mans lenghten diep ghemaeckt; men kan de Ooster noch Harden-poorten, niet anders als met Schuytenin noch uytkomen. Dien selven na-middag, ten 2 uren, quam een nieuwe Ysgangh , viel soo op de Stadt aen, dat een boogevan deBrugge mede wegh nam; men is in vreese dat de andereBoogenwel sullen wegh gaen. Op de oude kleene WeserBruggheis gheen Leuningh meer te sien. Het Ys leght daer metgrooteschotse op. Tot Schwachhussen sagh het gisteren als een wit Laecken van Ys uyt; het is schrickeliljck om tesien,en menweet weynigh raet om te redden; over al siet mennochgrooteYsbergen die men hier noch verwacht; het lant staeteenigemijlen onder water, in de Vichelanden en aen de Gropelerdijckenstaet het mede seer sleght; veel menschen sijn verdroncken, enmeenichte huysen weghgedreven. ---