Staten generaal. TWEEDE KAMER. Woensdag zijn de beraadslagingen geopend over het wetsontwerp betrekkelijk het kanaal door Holland op zijn smalst en de verbetering van den waterweg van Roüerdain naarzee. "Bij de algemeene beschouwingen, waaraan weinige sprekers lust betoonden deel ie nemen, werd het wetsontwerp bestreden door de heeren Remilers, Storm van's Gravesande en van Diggelen, De eerste twee sprekers hadden bezwaar tegen de zamenkoppeling van twee verschillende werken in dit ontwerp.'De heer Reinders meende dat de uitvoerbaarheid bc' twistbaar was. De deskundigen waren het niet eens. Hij 1 keurde af dat men twee havens tegelijk ging graven. De , minister kon geene berekening van de kosten voor onderhoud Hij zou de voorkeur geven aau den amstevdamschen ': waterweg, want de hoofdstad erkent het lokaal belang door het verleenen van een subsidie. De heer Storm van's Gravesande meende dat de mannen van het vak de koncessie voor onuitvoerbaar hielden, want d it plan was een geheel nieuw, dat vroeger door den waterstaat was afgekeurd. Hij meende dat de wijze van aanleg derhaven-dammen geheel ongeschikt 1 was, hetgeen in het buitenland was bewezen. Uitstel zou nuttig zijn en hij zou in ernstige overweging nemen of het niet zaak was het voorstel van den heer van Bosse naar de sektiën te verzenden. De heer van Diggelen plaatste zich op 'een geheel ander standpunt. Hij verklaarde zich met klem ', voor het nut en de uitvoerbaarheid der werken, maar men had ! twee beginselen .aangenomen, namelijk een haven en een kanaal voor Amsterdam en verbetering van een riviermond voor Rotterdam. leder kreeg zijn recept en dit was inkonsekwent; één beginsel kon sleclitsgoed zijn. Hij gaf de voorkeur aan het maken ook voor Rotterdam van een kanaal, maar hij reserveerde zich bij de behandeling der artikelen te betoogen dat de amsterdamsche koncessie gebrekkig was, '.want het boofddoeï moest zijn veel en diep water te krijgen en daarbij zoodanige landaanwinning, dat eene koncessie goede kansen had. Bij deze sprekers sloten zich in zekeren zin de heeren van Voorthuysen en Schimmelpenninck aan. De eerste was vóór de uitvoering der werken, maar meende dat het doel, om den amsterdamschen handel te belpen, niet bereikt zou worden, want dat Rotterdam het groote voordeel 1 zou genieten door een waterweg te verkrijgen, waarop geene tollen geheven zouden worden, terwijl op het kanaal regten 'worden geheven. Hij reserveerde echter zijne stem. De heer Schimmelpenninck meende dat het werk in beide gevallen van staatswege zou moeten worden uitgevoerd en dat de af' sluiting van het V bezwaar voor den handel zou doen ontstaan, y',.'*' De heeren Z'ylker.Hoynck van Papendrecht, Fransen van de Putte en de minister van binnenlandsche zaken bestreden op verschillende gronden de onderscheidene sprekers. Het gold hier geen lokaal belang, maar het algemeen belang van den handel. Had Amsterdam een subsidie verleend, het was aU blijk van groote belangstelling. Zamenkoupeliag der twee werken leverde geen bezwaar op, want het gold hetzelfde groote einddoel. Over de uitvoerbaarheid kan de kamer niet beslissen, maar sedert tien jaren hadden alle deskundigen zich daarvoor verklaard; wilde men wachten, tot dat alle deskundigen bet over alle punten eens waren, er zou nooit een begin te maken zijn. Men leefde in een tijd dat, hetgeen men vroeger onmogelijk dacht, uitgevoerd werd. Het algemeen belang vorderde even dringend de uitvoering van beide werken. Om eene berekening van kosten van onderhoud te geven, moest het werk meer gevorderd zijn; het was een budget der toekomst, zeide de minister. Uitstel zoude zaak verbeteren; zij was rijp voor beslissing. Als men een zwaar hoofd heeft over eene zaak en men denkt er over, dan wordt het hoofd steeds zwaarder eu de geest van uitvinding ora. bezwaren te opperen is nog sterker dan die, om ze uit den weg ruimen. De heer van Diggelen stond alleen met zijne opinie, wat een kanaal voor Rotterdam betrof. In de koncessie voor Amsterdam lagen waarborgen voor uitvoering, want was de maatschappij niet binnen G maanden tot stand gekomen, dan verviel de konce3sie. De opinie te Amsterdam was volstrekt niet. dat die stad niet geholpen zou worden of Rotterdam nog meer bevoordeeld. Maar bovendien, zeide de minister, ofschoon geen vriend van manifestatien had hij met genoegen gezien dat de kamers van koophandel zich allerwege voor de uitvoering der werken verklaarden, want dit was een bewijs dat de tegenstelling tusschen dehandelsstedenende landprovincien, die wel eens plaats had, hier verdween voor het besef der algemeene dringende behoeften. De algemeene beraadslagingen werden gesloten na re-en dupliek van onderscheidene sprekers, die het woord hadden gevoerd. Daarop kwam art. 1 in beraadslaging. De heer van Bosse hield eene uitvoerige rede om de redeoen te ontwikkelen, die bern hadden geleid tot het voorstellen van zijn amendement. Hij was een warm voorstander van de verbetering der waterwegen, maar het middel om er toe te geraken, was slecht gekozen. Hij betoogde uit de gewisselde stukken en rapporten dat reeds in 1858 op de doorgraving van Holland op rijks kosten was aangedrongen. De zaak was dus volstrekt niet nieuw. Ook de amsterdamsche handel had vroeger die meening voorgestaan. Intusschen moest men niet alles te gelijk doen. Amsterdam zou in den noord-hollandschen spoorweg tijdelijk eene tegemoetkoming vinden. Als de maatschappij niet tot stand kwam, zou Amsterdam zijn waterweg niet krijgen en dan was de staat er aan vast. Spreker betoogde voorts ia bet breede, dat de raming der kosten en de kansen voor aan■■. ..p- ■ i- - ■ • - 'r • '■k-,!-i(.7' ' .»; deelhebbers om rente van bun geld te trekken zeer onzeker waren. . , , Men had hem toegevoegd dat het tot stand komen der maatschappij eene zaak vau den koneessionaris is en de laatste daarmede moest tobben. Als vertegenwoordiger is spreker verpligt te zorgen voor het krediet van den staat. Verder ontwikkelde hij de gronden waarom hij de onderneming voor \ kapitalisten niet aannemelijk acht. Hij wijst ook op de onnoemelijke kosten vati het jaarhjksch onderhoud der werken, en gaat na wat de ingedijkte gronden moeten opbrengen om aan de aandeelhouders 4-i per cent rente uit te keeren en om tevens in het jaarlijksch onderhoud te voorzien. Spreker voorziet in de toekomst de mogelijkheid dat eene groote schuld zal ontstaan en dat bij de aflossing daarvan zich groote zwarigheden zullen voordoen. .. , Hij wijst verder op de onduidelijkheid der redaktie van de koncessie welke tot processen zal moeten aanleiding geven. Hij komt alsnu tot zijn amendement. Op eene andere wijze zou hij zijn doel hebben kunnen bereiken door aan art. 1 deiwet eene clausule toe te voegen, doch het gevolg daarvan zou een tijdverlies van zes maanden zijn geweest. Spreker wil geen tijdverlies maar wil oprpgt dat het werk tot stand koine. Indien in zijn amendement eene politieke strekking wordt gezien, zal hij _ ... , „.*.,, ,'.'*• De heer Blussé schetst het onzijdig standpunt waarop hij is geplaatst. Hij herinnert dat toen ersprake was van eene zeehaven te Scheveningen, velen de schouders ophaalden, zoo zal het te Amsterdam thans ook wel zijn. Spreker verheugt zich dat het hier geene politieke kwestie betreft. Deze zal moeten worden beoordeeld uit een technisch, zeevaartkundig en handels oogpunt; de politieke kwestie kwam hier nietin aanmerking. Ons land kon niet denken aan trans-atlantische sioomvaart; de kosten waren te groot. De handel moet echter een groot brand punt hebben. Rotterdam kon dit misschien worden maar Amsterdam is het thans. Hij verdedigde die stad tegen de meening dat zij zich geheel aan den effektenhandel overgaf. Er was veel geld tegen lage rente te bekomen, eene assurantie-beurs en entrepóts; als een schip er eens was, bevond het zich in Abrahams schoot. Maar om er te komen, moest men een korten wegnaar zee hebben. De groote bezwaren van het noord- hollandscbe kanaal lagen in gevaar voor aanvaringen de vele krommingen. Spreker was van meening, dat het doel bet best te bereiken zou zijn, dat men zich voorstelde duor eene verbetering van het groote noord-ho\landsche kanaal en verklaarde zich daarom tegen de doorgraving, het zij bij wijze van koncessie, het zij van staatswege. De beraadslaging is vervolgens verdaagd. In deze zitting is door de kommissie, iv wier handen waren gesteld de stukken betrekkelijk het onderzoek naar de suiker-kultuur op Java, een voorstel omtrent het drukken gedaan, waarover nader zal worden beslist. . , --- Gemeenteraad van Middelburg. Zitting van 10 december. Voorzitter de heer Bijleveld van Serooskerke. Afwezig de heeren Caland en van Detnse. Later komen de heeren Rekker, Lambrechtsen van Ritthem, Damme en van Diggelen. Na goedkeuring der notulen van de vorige vergadering worden de volgende mededeelingen des voorzitters voor kennisgeving aangenomen: .■■ , ,■. |,| t> 1. Berigt van verhindering der bovengenoemde afwezige leden; . ~ . 2. Berigt van gedeputeerde staten dat zij goedkeuren: het raadsbesluit vau 12 november jl. tot verhooging der jaarwedde van den 2en hulponderwijzer op de school A, voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs voor jongens, met f J 00; het suppletoir kohier van den hoofdelijken omslag, en het besluit tot uitgifte van gemeentegrond in erfpacht., De voorzitter legt achtereenvolgens de hieronder genoemde ingekomen stukken over: a. Een nader adres van den heer D. Dronkers, gedagteekend 27 november, zijnde dezelfde dag waarop afwijzend is beschikt op zijn verzoek om koncessie tot vervangingder herbestrating van den Vlissingschen weg door eene klinkerbestrating enz. Bij dit schrijven geeft adressant te kennen dat bij vernomen heeft dat er bij de betrokken gemeentebesturen bezwaar schij nt te bestaan tegen de door hem in de voorwaarden der koncessie opgenomen bepaling eener uitkeering van 20 per cent der waarde van den weg bij de expiratie der 55jarige koncessie, en dat hij van die bepaling afstand doet. Volgens den voorzitter bestaan er geeue termen om op de afwijzende beslissing van den raad op het verzoek om koncessie, ook bij weglating van bovengenoemde bepaling, terug te komen; hij stelt daarom voor bij het besluit van den 27 november te volharden. De heer van Uije wijst er op dat de gemeenteraad van Vlissingen het adres van den heer Dronkers in handen eener kommissie van onderzoek gesteld heeft (zie het bijvoegsel vau het nommer dezer courant van 4 dezer). Daaruit meent hij te moeten afleiden dat de raad van Vlissingen op het adres nog nader letten wil, en hij stelt daarom voor het rapport dier kommissie af te wachten en de z.iak dezerzijds 100 lang aan te houden. Dit voorstel wordt, na ondersteuning van de heeren Fokker en Sifflé, aangenomen. b. Eene missive van het burgerlijk armbestuur, ter begeleidingvan een staat van voordragt voor het maximum van den in 1863 te verleenen orderstand, zijnde gelijk aan dat van het loopende jaar. — Deze staat wordt even als het daartoe opgemaakt koncept-besluit goedgekeurd. c. Een brief van kuratoren over het stedelijk gymnasium aan burgemeester en wethouders, waarbij zij voordragen het laatste kwartaal der jaarwedde van den kourektor ad f 250 toe te kennen aan den rektor dr. H. Polman Krüseman, als vergoeding voor de vier maanden waarin hij na het vertrek van dr. A. Romeyn de werkzaamheden dier betrekking op zich ',&, ■, . ; liftbl ■ i.-.;. '\. ■■ DOt •■'■ ■•■ d«fJ - heeft genomen, daar de nieuw benoemde konrektor dr. C. M. Kan eerst den 1 dezer zijne betrekking kon aanvaarden. Nadat de heer Lantsbeer deze voordragt nader heeft toegelicht, verklaart hij openlijk dat men den rektor van het gymnasium niet te veel op prijs kan stellen, hetgeen even volmondig door den heer Verbrugge wordt beaamd. — Met algemeene stemmen is dan ook overeenkomstig de geilane voordragt besloten. d. Een verzoek om eervol ontslag van den hulponderwijzer A. F. Hanssens op de schoot E van den hoofdonderwijzer W. G. van Swers, onder kennisgeving dat hij is benoemd tot len hulponderwijzer te Puttershoek.— Daar de plaatselijke school kommissie, op het gevraagd advies, heeft berigt geen bezwaar te hebben tegen de inwilliging ven het verzoek, is besloten het eervol ontslag toe te staan. I e. Eene voordragt van burgemeester en wethouders tot | vervulling der door genoemd ontslag ontstane vakature, opgemaakt iv overleg met den, distriktsschoolopziener en den I heer W. G. van Swers. Daarop zijn geplaatst de hulponder! wijzers J. P. van Kamer, K. Heeroldt, beide alhier, en J. P. Ilmer, te Arnemuiden. —De benoeming is, volgens de door 1 den raad hieromtrent aangenomen gewoonte, aangehouden. .De heer Lambrechtsen van Ritthem komt ter vergadering. | /. -Brieven van hes burgerlijk armbestuur ter begeleiding vau voordragten voor de vervulling der met I januarij 1563 door periodieke aftreding te ontstane vakatures. Op de dubbeltallen komen voor: . voor de vakature van gemeente-geneesheer, in de plaats van dr. Y. Keyzer, de drs. Y. .Keyzer en C. J. Snijders, te Nieuwe-Tonge; voor de vakature van gemeente-heelmeester, in de plaats van den heer J. E. Risseeuw, de heeren J. E. Risseeuw en A. Hendrix; voor de vakature van leden van het burgerlijk armbestuur, in de plaats van den heer J. A. Sistermans, de heeren J. A. Sistermans en P. A. D. Ronca; en in de plaats van jhr. mr. A. W. Snouck Hurgronje, jhr. mr. A. W. Snouck Hurgronje en jhr. rar. J. W. M. Schorer. Als koramissaris over de wisselbank is aan de beurt van aftreding de heer J. van der Leijé. De benoemingen zullen in de volgende zittingplaatshebbeu. g. Een brief van mr. G. N. de Stoppelaar, gemeente-sekretaris alhier. Daarin wijst hij op de thans schijnbaar verminderde belangstelling voor de verzameling op de archeologische zaal,welke zich vroeger door het afstaan van vele voorwerpen op Middelburg betrekking hehbende door belangstellenden krachtig had geopenbaard. In den afgeloopen zomer werd die zaal echter druk bezocht en om een voorbeeld te geven tot verlevendiging der vroegere ingenomenheid biedt de heer de Stoppelaar der gemeente eenige platen betrekkelijk Middelburg en zijne regeerders aan. waarin de verzameling zeer arm moet genoemd worden. Het zijn o. &. de portretten van de burgemeesters Jacob Scholte, Johannes de Knuijt, Alexander de Munck, mr. Wilhelm van Citters en Samnel Radermaeker; voorts van den vlootvoogd Michiel Adriaansz. de Ruijter, en van ZeelandsrekenmeesterCornelis Franciscus Eversdijk. De vergadering brengt bij akklamatie haren dank aan den gever van het geschenk. h. Eene dankbetuiging van A. J. Eekelaert. voor de hem verleende tegemoetkoming in zijne verminderde inkomsten ten gevolge der gewijzigde heffing van.den hoofdelijken omslag. (Zie het besluit daartoe in het nommer dezer courant van 25 oktober.) . Deze missive is voor kennisgevingaangenomen,gelijk mede geschiedt met de oiededeeling des voorzitters, dat de verkoop van boomen heeft opgebragt eene som van fII 71,50; en dat bij dejl. maandag plaatsgehad hebbende herstemming tot leden I der kamer vau koophandel en fabrieken zijn gekozen de bee- I ren mr. W. C. Borsius en P. de Bruijne. Is ingekomen en in handen der financiële kommissie gesteld geworden een verzoek vanj. M. Koppenholle, wed. W.R. Groenendijk, wier man in de maand augustus van het jaar 1837, toen hij op den toren bij onweder de wacht hield, door den bliksem getroffen en gedood werd. Destijds wendde de weduwe zich met verzoek om eene gratitikatie tot Z. M. den koning, die haar ten jare 1838 voor eenmaal eene som van f5O toekende. Hiermede begon zij eene kleine winkelnering, die voldoende in haar onderhoud voorzag; doch thans verkeert zij, ten gevolge van haren gevorderden leeftijd en ziekelijken toestand in armoede. Op dezen grond wendt zij zich thans tot het gemeentebestuur tot het bekomen eener jaarlij ksche toelage De voorzitter deelt bierbij mede dat reeds bij besluit van den raad van den 25 april 185 G aan bedoelde weduwe op dergelijk verzoek is te kennen gegeven dat er geene termen tot inwilliging daarvan bestonden, en dat ook thans bet advies der financiële kommissie tot eene afwijzende beschikking luidt. Deze kommissie adviseert mede tot afwijzing van het in de zitting van 27 november jl. in hare handen gestelde adres der wed. J. C. de Groot tot het erlangen eener jaarlijksche toelage, omdat aan haar bij besluit van 4 oktober 1854 in eens f 50 is toegekend. i Het advies der kommissie ten opzigte van beide verzoeken ! is met algemeene steramen aangenomen. ' De voorzitter herinnert dat, volgens de gemeentebegrooting van bet loopende jaar, ter aflossing zijn overgebleven & aandeelen van fSUO der negotiatie van f 18000 ten behoeve der gemeente, zijnde denommers2, 9, 12,18,25 en 35. — Tot deze aflossing is besloten, waarna de zitting voor eenigen tijd wordt gesloten. Bij de heropening blijken inmiddels ter vergadering te zijn gekomen de heeren Rekker en van Diggelen. Op grond der cirkulaire van gedeputeerde staten van den 28 oktober jl., voorgelezen in de zitting vau den 12 november (zie het nommer dezer courant van 18 november), legt de voorzitter over eene door burgemeester en wethouders opgemaakte verordening op de verhuizingen in deze gemeente. De heer de Jonge zegt met genoegen daarbij het voorstel • van burgemeester en wethouders te hebben opgemerkt om het kollegie van wijk-enbuurtmeesiers op te heffen, omdat bij het voortdurend bestaan daarvan de ingezetenen volgens de nieu, we wet aan een dubbelen last onderworpen zouden wezen, daar zij alsdan verpüigt zouden zijn èn aan het gemeentebestuur èn aan de wijkmeesters van hunne verhuizing kennis . te geven. Is besloten de verordening ter inzage voor de leden te leggen en in de volgende zitting te behandelen. M * .1 X Na beraadslaging bij resumtie omtrent de missive van kommissarissen over den Vlissingschen rijweg, in de vorige zitting ingekomen, — waarbij zij kennis geven een verzoek van den gemeenteraad van Vlissingen te hebben ontvangen tot de inzending eener jaarlijksehe begrooting van de inkomsten en uitgaven voordien wegen waaromtrent zij het gevoelen van den raad dezerzijds verlangen te kennen — is met algemeene stemmen besloten de kommissie van wege dezen gemeenteraad daartoe insgelijks uit te noodigen. Dit besluit is alleen genomen omdat de gemeenteraad van Vlissingen daartoe reeds besloten had en h«t alzoo wenschelijk was daarmede eenstemmig te zijn. Verschillende leden bejammerden echter het besluit van het gemeentebestuur van Vlissingen, omdat juist de kommissie van beheer over den wegwas benoemd ter voorkoming van moeijclijkheden omtrent dien weg, die nu meer dan vroeger te duchten zijn. Ue voorzitter wijst bierbij op het verslag in deze courant van den gemeenteraad van Vlissingen. waarin reeds de voorgenomen ~, rooijing van de helft der hoornen op dien weg ter bevordering van den beteren groei der overige bestreden is. (Ziehieromtent het tweede bijvoegsel van ons nommer van den 18 oktober jl.) nrr.^ Aan de orde wordt gesteld de beraadslaging bij resumtie over het rapport uitgebragt in de zitting van 27 augustus, ten opzigte van het verzoek van burgemeester en wethouders van ■ Arnemuiden tot begrinding van een gedeelte van den Zaagmolendijk voor rekening van de gemeente Middelburg. De kommissie ad hoc stelde, blijkens het verslag der raadszitting in bet nommer dezer courant van 30 augustus, oio de daarbij aangegeven gronden, voor: - 1. Aan'burgemeester en wethouders van Arnemuiden te kennen te geven dat de raad genegen is aan bun verzoek te voldoen in zoo verre de te verwachten uitkomsten de te doene uitgaven zullen billijken, en dat het dagelijksch bestuur van Middelburg met dat van Arnemuiden op dien grondslag in Overleg wil treden a. over het plan van uitvoering; b. over het bedrag door elke gemeente in de kosten daarvan, na ge. dane begrooting, te dragen ; e. over het al of niet wenschelijke , eener heffing van tolgeld; d. over het treffen van overeen;ikomst met de eigenaren van den Zaagmolendijk. zoo voor ..wat betreft hunne toestemming, zonder eenig voorbehoud, , tot het veranderen van den kleiweg in een grindweg, als loor ,Lwat her gewoon onderhoud van laatstgemelden weg aangaat. 2. Het resultaat dier onderhandelingen aan den raad mede te deelen. en een bepi ald voorstel dien aangaande te doen. . Dit advies der koraraiss.e is gegrond op het wenschelijke dat tot de bedoelde wegsverbetering worde medegewerkt in zoo verre de voordcelen daarvan gelijk staan „met de te doene uitgaven en een renteloos voorschot daartoe zou kunnen verkregen worden. 1 Met algemeene stemmen is het voorstel der kommissie aangenomen, gesplitst in de twee hoofddeelen zoo als hier boven . zijn aangegeven. .. " *, •■•*<> *: !»f»j lruDe in de zitting van 12 november overgelegde dek laratiè'n van de heeren Doesburgh en P. M. de Ligny voor hunne als experts verrigte werkzaamheden bij de kwestie der gasver. lichting, welke voor de leden ter visie hebben gelegen, zijn zonder nadere beraadslaging goedgekeurd. Het bedrag zal 1 uit de onvoorziene uitgaven der begrooting voor het loopende jaar worden voldaan. - 1 •■ 1 ■•* 1 - ■ Alsnu wordt in behandeling genomen het in de zitting van I 20 november des vorigen jaars ingekomen verzoek van den heer M. Kruijsse om vrijstelling van de door hem verkocht wordende foiogene of gasolie, en restitutie van de reeds betaalde belasting, waartoe hij was verpligt geworden. De gronden voor dit verzoek, welke wij destijds in het breede mededeelden, waren voornamelijk tl.it; door deskundigen bewezen was dat dit bedoelde vocht geen de minste oliedeelen in zich bevat, terwijl de terpentijn- en vitriool-oliën wel oliedeelen bevatten en echter, even als nog onderscheidene vernissen, vrij van belasting zijn. De kommissie van financiën, in wier handen dit stuk gesteld werd, bragt eerst in de zitting van 2i september jl. daaromtrent rapport uit en adviseerde tot inwilliging van het verzoek om vrijstelling van belasting, daar zij meende dat fotogene, hoewel eenige vetaebtige deelen in zich bevattende, met kamfine gelijk moest gesteld worden. Zij verklaarde zich echter tegen de gevraagde restitutie, omdat deze aan de verbruikers toch niet wel mogelijk zou zijn. Daar inmiddels een verzoek van de heeren Spoors&Sprenger en van U.je 8e Cie. was ingekomen tot het geheel vrijstellen van belasting voor de olie, met bet oog op den te verleenen vrijdom voor fotogene, peirolene en andere vreemde fabriekaten, of wel eene belasting welke ook daarop gelijkelijk drukr, opgrond dat anders eene onbillijke konkurrentie zou ontstaan, zoo bragt de financiële kommissie in de zitting van 22 oktober jl. een nader rapport uit (zie bet nommer dezer coiwant van 25 oktoberl). Zij stelde daarbij voor art. 14- van bet besluit tot heffing van plaatselijke belastingen op voorwerpen van verbruik zoodanig te wijzigen, dat eene belasting van 2J cent per ned. kan zou geheven worden op de lamp- en lijnolie en alle andere oliën behalve de zoete olie. alsmede op alle andere (vloeibare) lichtstoffen, met uitzondering van steenkolengas. De hiermede in verband staande artikelen van de verordening op de invordering derb.-ïasiing zouden met dit artikel in overeenstemming moeten worden gebragt. Bij de hierop gevolgde langdurige beraadslaging zegt de voorzitter dat blijkens het door de regering aangenomen beginsel gas als olie moet worden aangemerkt. De heer Da mme merkt aan dat de gasolie niets dan den naam met olie gemeen beeft, zoo dat zij volgens de oude verordeningniet aan belasting onderhevig is. Ophet gezegde van den heer de Jonge dat dit niet het gevoelen van den minister is, antwoordt hij dat men bij ééne wet ziek en gezond kan verklaard worden. Tot staving hiervan zou hij slechts weinig behoeven te zeggen ten opzigte van zekere ziekte, waarmede een ekipage van een schip volgens een besluit besmet en volgens het zelfde besluit weder gezond verklaard wordt. Hoe dit echter zij, volgeus hem behoort de gasolie tot de terpentijnsoorten en is alzoo vrij van belasting. Daar de voorzitter op eene vraag vun den heer Lambrechtsen van Ritthem geantwoord heeft,'dat de gas-olie volgens het gevoelen der kommissie van financiën geen olie is, zegt de heer van Diggelen dat de adressant dan bedrog heeft gepleegd, want als het geen olie is dan heeft hij die toch zoo genoemd. Tegen deze aanklagt voert de voorzitter aan dat dit slechts een kwestie van benaming is. De heer Lantsheer stelt voor. ten einde deze zaak eindelijk af te doen, om het rapport der kommissie in omvraag te brengen, waartoe wordt besloten. Alsnu wordt in omvraag gebragt het advies der kommissie: 1. De gas-olie vrij te stellen, daar zij volgens ingesteld chemisch onderzoek niet valt m de termen der verordening. — Aangenomen met 12 tegen 3 steramen (van de heeren Fokker, de Jonge en den voorzitter). ■ 2. Het verzoek om restitutie niet in te willigen, op grond dat de teruggave aan ben die gas-olie verbruikt hebben toch niet wel mogelijk zou zijn. ' Tegen deze zienswijze der kommissie verklaren zich verschillende leden.' De heer Lantsheer o, a. merkt opdat, als besloten is dat gas-olie niet belastbaar is, en het blijkt dat adressant de door hem op te geven hoeveelheid olie werkelijk gehad en daarvoor belasting betaald heeft, hem die belasting dan ook moet worden teruggegeven. — Op de bewering van den heer Sifflé dat restitutie is vergoeding van geleden schade, -"»■■> .••]",<■ .?-•:'f'Or*l ,ti I—-1! Jl"!t ..: f *3. n v„ me i"J.' .* , . r doch dat adressant door het betalen der belasting geen schade heeft geleden, omdat hij dienovereenkomstig den prijs der olie heeft geregeld en afgeleverd, merkt de heer de Jonge aan dat de betaalde belasting aan de gemeente niet toekomt en dat het den raad niet aangaat hoe de adressant met het terugontvangen geld verkiest te handelen. , Bij hoofdelijke omvraag is dit tweede, punt van het voorstel der kommissie verworpen met 8 tegen 7 stemmen (van de heeren van Uije, Sifflé, van de Graft, van Visvliet, Verbrugge, Fokker en den ■ voorzitter). De restitutie zal alzoo worden verleend. 3. De voordragt der kommissie om alle vloeibare lichtstoffen te belasten, en de verordening alzoo te wijzigen. Hiertoe is met algemeene stemmen besloten, zoo dat door dit besluit aan het verzoek der heeren Spoors &Sprenger en van Uije & Cie. is voldaan/Burgemeester en wethouders zulten zoo spoedig mogelijk voorde wijziging der verordening zorg dragen, ten einde zij, zoo mogelijk, met 1 januarij a. s. in werking kunne treden. Alsnu wordt overgegaan tot de benoeming vt.n een gemeente opzigter bij de fabriekage, waarbij de heeren Larahrechtsen van Ritthem en A. W. Snouck Hurgronje met den voorzitter en sekretaris het stembureau uitmaken. Op de voordragt kwamen in alfabetische orde voor, gelijk wij reeds vroeger mededeelden, W. de Geer,' te Leiderdorp, H. J. J. Jansen, te Amsterdam, en C. L. van Sorge, alhier. Laatstgenoemde ts benoemd met 11 stemmen, terwijl op den eersten 2 en op P. A. Sonius, alhier, mede 2 stemmen werden uitgebragt." ,' De heer Ver brugge brengt, mede namens de heeren Larabrechtsen van Ritthem en van Visvliet, rapport uit omtrent het in de zitting van 9 april jl. in hunne handen gestelde schrijven van den heer B. A. Fokker. Dit schrijven heeft betrekkingopeen reeds vroeger iogezonden adres waarbij het eigendomsregt beweerd wordt der boomen langs de lijnbaan, alsmede van een gedeelte van den voor die baan gebruikten grond. De heer Fokker verzoekt de daar staande boomen te rooijen en voorts de langs de lijnbaan geplante jonge boomen tegen vergoeding der kosten te mogen overnemen. De kommissie deelt in haar rapport een afschrift mede van eene akte van 27julij 1794, waarbij aan Marinus Tak zekere nader omschreven grond door burgemeesteren raden in gebruik werd afgestaan tot het bouwen van een pakhuis en loge, alsmede een ander stuk gronds op het stadsbolwerk bij den Seismolen. onder verpligting dat hij de stads boomen daar ter plaatse niet schenden en de plaats zelve goed en rein onderhouden zou. I Deze grond is de zelfde waarvan hier de eigendom beweerd wordt. Niettegenstaande alle ondei2oek zijn er geen titels gevonden waaruit die eigendom van den grond der oude lijnbaan blijkt, evenmin als van eenig ander gedeelte grond. De kommissie meent dat die titels ook wel niet zullen bestaan.'* Zij wijster tevens op dat ook hieromtrent verschil bestaat met de overgelegde teekening.' 1n'1794 kon niet in gebruik gegeven worden, wat reeds vóór dien tijd de eigendom van Marinus Tak zou geweest zijn.' Zij meent heter voor te mogen houden dat nooit de eigendom van bedoelden grond is overgedragen, die dan ook steeds bij het kadaster als eigendom der stad bekend staat. Op deze en vertier tot staving van haar gevoelen aangevoerde gronden, stelt de kommissie voor, het regt der gemeente te handhaven en te besluiten dat de grond der lijnbaan van den heer Fokker, met inbegrip van de daarop staande loge en pakhuizen bij het seis- en langevijlebastion, zal worden opgemeten en dat de daar staande boomen zullen worden gerooid. Is besloten dit rapport ter inzage der leden neder te leggen en de behandeling aan te houden. Daarna wordt de vergadering gesloten. ■ " • , i .. til • ' '■«.:.'.. \ - r . ---