RUSLAND. Een opzigter van het militair hospitaal van Kowno, is vervallen verklaard van°den adelstand en lot soldaat gedegradeerd, omdat hij zich wederregtelijk met de penningen van het Rijk en van bijzondere personen verrijkte. De Keizer wil, dat soortgelijke schandelijke misdrijven streng worden gestraft. — Te Petersburg zijn onlangs inrigtingen tot stand gekomen om aan de behoeftigen warme spijzen tot geringe prijzen te verschaffen. Voorloopig bestaan er reeds 6, welke voor 3\ kopek zilver, soep en grutten met boler benevens 1 pond roggebrood en een kan kwas (eene soort van bier) leveren. — Volgens hel dagboek van Vorst Gortscbakoff zijn in den nacht van 5 op 6 December pogingen gedaan om den vijand bij Sebastopol te verrassen, die echter door zijne waakzaamheid zijn verijdeld. De Luitenant Dolgou bad met 4 booten nabij het fort Paul naar de dokken willen doordringen maar moest zijn plan, even als dat om de brug over de zuidbaai in brand te steken, opgeven. — Uit Odessa wordt gemeld, dat aldaar de Generaals Graaf Osten-Sacken, de Chef van den Generalen Staf van het leger in de Krim, Kolzebuc en Liprandi uit Nikolajeff, zich tot een krijgsraad verecnigd hebben. --- TURKYE. De Fransche Gezant heeft op 31 December in een plegtig gehoor aan den Sultan de orde van het Legioen van Eer overhandigd. De Sultan heeft bij deze gelegenheid al hetgewigt van zijne aanneming eener vreemde orde doen uitkomen. , ■ 7_ Uit het verslag van den Minister van Financiën aan de Commissie van controle over de geldmiddelen blijkt, dat Turkye in 28 maanden (27 Mei 1853 lot 27 Dec. 1855) aan buitengewone oorlogskosten omtrent 89 millioen gulden beeft uitgegeven. In dit lijdsverloop heeft die Regering bij voortduring moeten voorzien in het onderhoud van 250,000 man. — In de haven van Konstanlinopel heerschte groole drukte, er werden door elkander dagelijks twee schepen met oorlogsbehoeften voor de Aziatische haven Soekoem-Kalé, ten noorden van Erzeroem uitgerust, binnen welke vesting de Sultan aanzienlijke strijdkrachten schijnt te willen zamenlrekken. — Men houdt het gevaar voor Erzeroem geweken, daar de Generaal Muravieff in zijne bewegingen wordt belemmerd, door de groole hoeveelheid sneeuw, in die streken gevallen. . --- STADS BERIGTEN. De BURGEMEESTER es AVETHOUDERS va» LEYDEN doen te weten, dat door den Raad dier Gemeente in zijne Vergadering van den 20 December 1555 is vastgesteld de volgende --- VERORDENING voor de vrijheid, veiligheid en reinheid van straten, pleinen, bruggen, singels en andere plaatsen in de Gemeente Leyden. Art. 1. Ingeval eenig gebouw de kenteekenen van bouwvalligheid vertoont of wel voor de naburige gebouwen of de voorbijgangers gevaarlijk is geworden, bevelen Burgemeester en Wethouders de herstelling of verbetering van zoodanig gebouw door den eigenaar binnen een bepaalden tijd te bewerkstelligen. Na verloop daarvan , zonder dat aan dien last voldaan is, of zelfs voorloopig, nemen Burgemeester en Wethouders zoodanige maatregelen, als zij voor de veiligheid der voorbijgangers en der naburige gebouwen noodig oordcelen. Art. 2. Alle gebouwen, aan pleinen, straten, stegen, gangen of poorten uitkomende, moeten van goede goten, loopende langs het dak en van daar na3r beneden op de straat, voorzien zijn. Niemand mag het water van zijn dak langs de muren op den publieken grond doen atloopen. - • Art. 3. Geene woonhuizen mogen ingerigt of gebruikt worden tot pakhuizen, tol bergplaatsen van granen of van andere goederen ~ of tot werkhuizen, fabrieken of stallingen, zonder voorafgaande vergunning van Burgemeester en Wethouders. :: Deze vergunning wordt verleend, wanneer bij onderzoek van het. pand, en na verhoor of oproeping der buren, voldoende is gebleken,'dat het sterk genoeg is voor het bedoelde oogmerk, en de naastbelendende gebouwen door zoodanig gebruik, afwijkende van de laatste bestemming van het pand, niet zullen worden gehinderd of benadeeld. . Bijaldien zonder vergunning of na weigering daarvan, zoodanig woonhuis als pakhuis, werkhuis, fabriek of stalling wordt gebruikt of hiertoe aangelegd, moet dat pand dadelijk na gedane aanzegging van wege den Burgemeester, weder in een' bewoonbaren staat gebragt worden, en wordt al hetgeen daarin bereids in strijd niet deze verordening mogt geplaatst zijn, des noods van Gemeentewege weggevoerd. Art. 4. Geene gebouwen mogen aan eenige pleinen, straten, stegen, gangen, poorten of aan het water gebouwd worden, zonder voorafgaande vergunning van Burgemeester en Wethouders. Deze nemen ten spoedigste den grond op, waarop men voornemens is een gebonw te plaatsen, en voegen bij het geven van de vergunning zoodanige bepalingen als met het belang der ingezetenen in hel algemeen en met dat der naaste buren in het bijzonder overeenkomen. Art. 5. Het is verboden het zand, dat bij herstelling der straten daarop gestrooid wordt, gedurende de vier eerste weken daar af te vegen; zoo mede de stralen te schrobben of met water te overgieten, zoolang het vriest. Men is verpligt bij het plaatsen van mest vóór keldergaten bij vorst, dien zon te leggen dat de passage niet belemmerd wordt, terwijl die bij het doorgaanvan den dooi dadelijk moet worden opgeruimd. Elk bewoner of brniker van een pand is verpligt, bij gladheid der straten, op aanzeggen van wege den Burgemeester, dadelijk zand, asch of turfiuolm op de geheele breedte der kleine straatsteenen le sliooijcn , zoo verals elk huis of erf zich langs de straat uitstrekt, en in voldoende hoeveelheid om de gladheid weg te nemen; verder, bij het werpen van sneeuw uitgoten of van daken, verhevenheden en binnenplaatsen, zorg te dragen dat dit geschiede zonder belemmering van de passage en zonder.gevaar voor voetgangers of rijtuigen, en dat de uitgeworpen sneeuw dadelijk in de naasibijzijnde gracht worde gebragt. Het werpen der sneeuw van de sloepen op de straat of van de kleine steenen op de groote steenen is verboden; terwijl bij doorgaand dooiweder, op aanzeggen van wege den Burgemeester, door den bewoner of bruiker van eenig 'pand, at de sneenw van de straat, zoo ver als elk gebouw of erf zich daar langs'uitstrekt, ter geheele breedte van de straat, zoo zij aan eene zijde, en ter halver breedte, zoo • zij aan beide zijdeu bebouwd is, moet opgeruimd en in de naasibijzijnde gracht gebragt worden. Art. 6. Memanl mag vloerkleeden of tapijten.buiten zijn erf uitkloppen, dan op de plaats daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen. Op de straat mogen alleen des morgens vóór tien ure'matten, karpetten en kleine kleeden worden uitgeslagen. Art. 7. Het is, behoudens het aan- of wegvoeren van goederen , verboden de straten , wallen, pleinen, bruggen, singels of andere' plaatsen iv deze gemeente te beleggen, of te bezetten met slaglvee of dit op den openbaren weg te slagteu. Insgelijks is verboden gemelde plaatsen te beleggen, bezetten of behangen, hetzij met materialen, kleederen , vel. len, garens, dekens of andere sloffen, hetzij met werktuigen of gereedschappen om een bedrijf uit te oefenen. Bij uitzondering kan, om bepaalde redenen, door Burgemeester en Wethouders, uiterlijk tot wederopzeggings toe, en volgeus de bepalingen van een tarief door den Gemeenteraad vastgesteld, verlof tot afwijking van vorenstaanileu regel worden verleend, binnen zekere grenzeu en in elk geval zonder nadeel voor het publiek of voor de buren in het bijzonder. Bij misbruik van het verkregen verlof wordt het ingetrokken en aan denzelfden persoon niet weder verleend. Ingeval voorwerpen, als bovengenoemd, zonder vergunning op gemelde plaatsen gelegd, gezet of gehangen, niet op de eerste waarschuwing van wege den Burgemeester gedaan, zijn weggeruimd , Worden zij van Gemeentewege weggevoerd. Art. 8. Het is echter een ieder geoorloofd, gedurende eenigen bouw of eenige herstelling aan zijne panden, de noodige steigeringen te stellen , de openbare straat en grond voor een gedeelte te bezetten en tot het nederleggen zijner materialen te gebruiken, mits hierdoor de passage van de si raat, steeg of gracht niet worde gestoord of ongemakkelijk gemaakt, eu men zich gedrage naar de aanwijzing van den Gemeente.Architect. Ingeval voor den bouwof de herstelling het afsluiten eener steeg gedurende eenige dagen noodig is, kan de vergunning hiertoe door den Burgemeester op schriftelijk verzoek , worden verleend. Wanneer voor het ruimen van een riool, waterleiding of ander werk het opbreken van de straat noodig is, moet alvorens daartoe over te gaan het verlof van den Architect zijn verkregen, en het gemaakte gat vóór zonsondergang behoorlijk zijn digtgemaakl, of ingeval zulks niet mogelijk is, voor de veiligheid der passage, volgens bepalingen van den Architect, behoorlijk worden gezorgd. Art. 9. Zonder bevel van wege het Gemeentebestuur, mogen uit de bestratingen der Gemeente, geene steenen losgebroken worden, noch losliggende steenen verplaatst of in het water of op het ijs geworpen. Op plaatsen waar walpalen in de nabijheid zijn, mogen om geenerlei redenen pennen of staken tusschen de straatsteenen worden gestoken, noch touw of ketting om boom of bruglenning geslagen. Arl. 10. Het is verboden kalk, steenen, afbraak, puin, uitgedolven grond, hooi, stroo, asch, vuilnis, afval van groenten, roet of eenigerlei mest op de straat of in de grachten le werpen, of vloeibare meststoffen op de straat te laten afloopen. - - Als hoefslagen tot het nederleggen van puin, waarop niet anders en in het bijzonder geen asch, loet, takken, krullen of eenigerlei meststoffen mogen worden gelegd, worden aangewezen: ■ Wijk I. fi°. 1. Galgewater, aan den nu afgesloten doorgang. » 2. Groenhazegracht, aan het eind bij de Kweekerij. » 3. Rapenburg, aan de Cellebroersgracht. s 4. Vliet, aan de Bakkersteeg. AVijk 11. » 5. St. Jacohsgracht, bij de Hoefstraat aan den Vestwal. » 6. Zijdgracht, aan de Raamsteeg. » 7. Geeregracht', aan de Binnenvestgracht. » 8. Levendaal, vóór de Pakstraat. Wijk 111. » 9. Nieuwe Rijn, aan de Kraaijerstraat. » 10. Levendaal, vóór de Koenesteeg. Wijk IV. » 11. Vischmarkt, ter zijde van de Fontein. » 12. De Rijn of Boommarkt, bij de Kabbeljaanwsteeg. » 13. Rapeuburg, achter de balie van de Langebrug. Wijk V. » 14. Binnenvestgracht, vóór de Kruisstraat. » 15. Beestenmarkt, aan de Ijzerengracht. » 16. Korte Langegracht zuidzijde, bij de Scheistraat. » 17. Korte Langegracht noordzijde , bij de Scheistraat. » 18. Oude Singel, aan de Zandstraat. .' » 19.'Langegracht, aan de Brandewijnsgracht. » 20. Langegracht, vóór de 24 hnizen. ij 21. Langegracht, aan de Oostdwersgracht zuidzijde en Koolgracht noordzijde. Wijk VI. » 22. Stille Rijn, aan de Korte Mare. » 23. Marendorps-achtergracht, aan de Bouwelouweslecg. . . » 24. Mare, aan de Spijkerboorsleeg. » 25. Onde Vest, aan de Koesteeg. » 26. Rijn, bij de Schapensteeg. Wijk Vit. » 27. Heerengracht, aan de Kerkstraat. » 28. Middelweg, aan den Ouden Rijn. » 29. Hooglandsche Kerkgracht, aan den Oudeu Rijn. » 30. Nieuwe Rijn, aan de Beschuitsteeg. Wijk VIII. .» 31. Zuidsingel, aan de Kijfgracht. » 32. Oranjegracht, aan de Groenesteeg. » 33. Haven ~ aan de Hroimarkt. Het is verboden des Zaturdags namiddags na vier ure pnin op de hoefslagen te brengen. Art. 11. Alle puin, aarde, klei, uitgedolven grond of diepgoed, hetwelk van de erven of gronden van particulieren gehaald wordt, moet dadelijk uit het huis of erf, waaruit of waarvan het afkomstig is, in de vaartuigen voor den vervoer bestemd geladen worden, zonder dat de bedoelde speciën op straten, pleinen erven of hoef- slagen langer mogen worden gelegd , dan voor de inscheping noodzakelijk is. Als dergelijke speciën óp Gemeentegrond gevonden worden en niet op de eersle waarschuwing weggeruimd zijn, worden zij dadelijk van Gemeentewege weggevoerd. ■ Art. 12. Alle puin, aarde of klei in straten, stegen op pleinen of op besloten en overwulfde grachten voorkomende, mag aldaar niet blijven liggen, maar moet dadelijk worden vervoerd. Art. 13. lemand begeerende zijn puin of uitgedolven grond vooe eenigen lijd op de wallen , aan grachten of wateren te lalen liggen, verzoekt hiertoe vooraf vergunning van den Burgemeester', die hem deze vergunning voor een korten en bepaalden tijd kan geven. Als deze tijd verstreken is, wordt het bedoelde pnin of de uitgedolven grond, die door den eigenaar uiet weggeruimd is, dadelijk van Gemeentewege weggevoerd, tenzij, met voldoende redenen, in tijds de onmogelijkheid der wegruiming worde aangetoond, als wanneer een nader kort uitstel door den Burgemeester toegestaan wordt. Art. 14. Ingeval straten, grachten of pleinen, op welke jaar- of weekmarkten gehouden worden, met puin of met uitgedolven grond mogtcn bezet zijn, moeten die speciën steeds vóór het houden der markten zijn weggeruimd, en wel van plaatsen, waar de jaarmarkten gehouden worden, ten minste acht dagen vóór het begin daarvan. Ingeval puin of uitgedolven grond, na dien tijd, op voormelde plaatsen gevonden wordt, geschiedt het wegvoeren dadelijk van Gemeentewege. Art. 15. leder, die eenige Bepaling dezer verordening heeft overtreden, wordt voor zoo ver niet daartegen is voorzien hij art. 471 Code Pénal, gestraft met eene geldboete van één tot vijf en twintig gulden en mei gevangenis van een tot drie dagen te zamen of afzonderlijk, terwijl het van Gemeentewege volgens bovenstaande bepalingen weggevoerde wordt verbeurd verklaard. Art. 16. De Commissarissen van Policie, de Gemeente-Architect, de Opzieners en Rooimeesters worden bij deze gelast tegen de overtredingen dezer verordening te waken en daarvan bij behoorlijk proces-veibaal te doen blijken. Vastgesteld door den Raad der Gemeente Lejden, in de Openbare Vergadering van den 20 December 1855. De Burgemeester VAN LIMBURG STIRUM. De Secretaris v. PUTTKAMMER. Zijnde deze Verordening aan de Gedeputeerde Staten van Zuidholland, volgens hun berigt van den 28 December 1855 L*. B. N". 7005 (1 Afd.) G. S. N°. 26, in afschrift medegedeeld. En is hiervan afkondiging geschied waar het behoort, den 10 Januarij 1856. Burgemeester en Wethouders van' Leyden , - tm LIMBURG STIRUM. De Secretaris v. PUTIKAMMER. ■'-'-- ' • IU'IJII Etc 'fi ---