De rede van ds. Van Duyl. Wanneer wij hier boven schreven „openluchtimpressie", dan is dat, omdat wij van alle drie sprekers geen verslag in extenzo kunnen geven, daar dit te veel van de ruimte zou vorderen, waarom wij ons willen bepalen tot eenige impressies, althans tot een generalen indruk van het gesprokene. En dan was het 's morgens direct ds. Van Duyl, die met zijn bezielend woord het gehoor wist te boeien. Hij is een vlot redenaar, die zijn woorden toetst aan de dingen van allen dag en zijn voorbeelden soms — zooals nu bij het toevallig passeeren van een vliegtuig — zoo uit de lucht grijpt. Ds. Van Duyl dan heeft gewezen op den strengen en naar menschelijk inzicht hardvochtigen winter, welke achter d.'ii rug is, waarbij het was, of er geen korreltje leven zou overblijven, maar waarbij m*pi toch ook de zekerheid had, dat deze lente komen moest, omdat in de voorraadkamer der natuur onnoemelijke schatten aan energie zijn opgeslagen. Dit van toepassing brengende op het menschelijke leven, wees spr. op de oerkracht, welke ook in elk menschelijk wezen aanwezig is. de kracht van God. Dio kracht is een kracht van liefde en van behoud, welke de wereld niet ten gronde wil laten gaan en vernietigen. Het Evangelie is een boodschap van het behoud, het is een staaldrank voor het hart temidden van een wereld, welke verloren schijnt te gaan. Zoo ooit, dan is thans wel de opwekking noodig: Sterk zijn — nu! Veel sociaal werk wordt onder de handen afgebroken, het schijnt, of de machten van duisternis, bekrompenheid, haat en wantrouwen het zullen winnen, maar wie zoo denkt, heeft nooit God in het leven gekend. Het komt er maar op aan, Gods hand te grijpen en als we die niet zien, ligt dat niet aan die hand. doch aan ons zelf. Wanneer wij iets van een geestelijke hemelvaart mogen beleven, zullen wij ook de komende tijden met meer energie tegemoet treden en zullen- wij in tijd van tegenslag deze latente krachtbron kunnen aanboren. Wij kunnen de toekomst alleen tegemoet gaan door vertrouwen, wat een uiting is van die kracht, welke stroomt in het menschelijk hart en welke wij hebben uit te dragen in den omgang met anderen. Waar vertrouwen is, is ook opgewektheid en daar'wórdt het leven tot een lichten last. Deze kracht hebben wij te putten uit het geloof, waarvan spr. de groote beteekenis schetste. Hij. die het geloof heeft, zal ondanks de hoog opgezweepte golven der geschiedenis de veilige haven vinden, omdat hij zich gedragen en beschermd zal weten in leven en dood. --- ERNSTIG ONGEVAL AAN DEN LAGEWEG. Auto tegen boom. Woensdagmiddag omstreeks vier uur is op den Lageweg in de gemeente Blokker een vrij ernstig ongeluk gebeurd. Een door den inspecteur van een verzekeringsmaatschappij, den heer G. I. van Munster uit Santpoort bestuurde kleine auto, kwam met een vaart van ongeveer 60 K.M. uit de richting Blokker aangereden. Ter hoogte van de boerderij van den heer Jan Laan sprong plotseling een voorband. Uitwijken naar links was onmogelijk, omdat daar juist een groentewagen reed. De bestuurder verloor hierdoor de macht over zijn stuur, schampte een paaltje, passeerde rakelings een telefoonpaal en reed toen in volle vaart tegen een aan den kant van den weg staanden boom. Het baby-fordje werd aan de voorzijde vrijwel geheel vernield. De doktoren Zee en Engel, die spoedig ter platse aanwezig waren, constateerden, dat de bestuurder waarschijnlijk niet zeer ernstig gewond was. De beide beenen waren vlak onder de knie gekneusd, terwijl de neus zwaar beschadigd was. Met de ziekenauto van den heer De Rie is het slachtoffer naar het Stadsziekenhuis vervoerd. --- BOTERNOTEERING. ’s-GRAVENHAGE, 1 Mei. De commissienoteering voor Nederlandsche boter is heden onveranderd vastgesteld op 80 cent per kg. --- OOSTHUIZEN. Uitslag verkooping. Woensdagavond vond in het lokaal van den heer lias ten overstaan van notaris Haremaker de verkooping plaats van het voormalig eenmans schoolgehouw met aangebouwde woning met plein, erf en tuin te Etersheim, gem. Oosthuizen, ter grootte van 13.14 Are. Hoogste bieder was de heer A- Houtman te Etersheim voor. ƒ 1750.,—. Gemijnd op ƒlB.—, koopprijs alzoo ƒ 1768.—, door den heer A. Houtman te Etersheim. --- Ingezonden. (Buiten verantwoordelijkheid der Redactie.) De mens een gewoonteslaaf. Geachte Redactie. Als ik in uw blad van 27 April in 't artikel van ds. Cannegieter lees: „Wij lopen rond in een kring van gedachten, waar wij niet buitan uit kunnen komen; van jeugd af aan hebben wij bepaalde opvattingen aangehangen, waarin wij verstard zijn geraakt", dan moeten wij dat voor een groot deel onderschrijven. De opposanten in de actie tegen de spreeuwenplaag bevestigen het ook. Want zij spreken niet over paedagogiek of verruwing, wanneer duizende jonge poesjes word verdronken, duizend -n ratten en muizen worden gevalleren, duizenden lammerenstaarten worden afgesneden, duizenden palingen worden gestroopt, milliomen dieren worden geslacht, duizenden dieren door vivisectie worden „behandeld", duizenden vogels hij jachtvermaak worden gedood, enz.; alleen als fruitkwekers er eindelijk toe over moeten gaan het aantal spreeuwen plaatselijk te beperken, dan lijkt het of de beschavinjr in 't gedrang komt Toch zijn wij „beperkers" er niet van overtuigd, dat wij ruwer zijn dan zij. Wij doen werkelijk liever onze gewone arbeid, dan dat wii spreeuwen, katten, muizen Jn ratten (laten) beperken. En al waarderen wij hij ieder gevoeligheid voor dierenleed,' 't gevoel mag 't verstand geen parten spelen. Het verschil tussen de opposanten en ons is. dat wij het vraagstuk van alle zijden hebben bezien, terwijl zi.pJ' Meijer en gezin van Menaldumadeel. Vertrokken: M. Weel naar Berkhout. — J. Munster en gezin naar Wieringeruieer. — J. Nieuwpoor' naar Haarlem. — A. A. Hoogewerf naar Akersloot— M. Masteling naar Nibbixwoud. — C. Dekker e» gezin naar Koedijk. — C. J. Koning naar Beemster' — D. G. Waterdrinker naar Spanbroek. — N. Col»' mandeur naar Heiloo. — C. Visser naar Ursem. -*"* C. Masteling naar Hoorn. --- Openlucht-impressies uit Blokker. Sterk zijn — nu! Wanneer wij het welslagen van de openluchtmeeting, welke gisteren te Blokker is georganiseerd meer afmeten naar de kwaliteit van de sprekers dan wel naar de kwantiteit van het aantal bezoekers, dan mag deze dag zeker bijzonder geslaagd heeten. Drie redenaars van naam, ds. Van Duyl van Blokker, ds. Enklaar van Den Helder en ds. Westmijse van Rotterdam, hebben op dezen stralenden voorjaarsdag geploegd, gezaaid en geëgd op het terrein des geestelijken levens en wanneer de ontluikende natuur met het teede voorjaarsgroen en de openspringende bloesems eon symbolische belofte zou mogen inhouden voor de wijze, waarop ook dit geestelijke zaad zal ontkiemen, welnu, dan is het goed geweest. --- Het openingswoord. Ds. Van Duyl heeft 's morgens de bijeenkomst, georganiseerd door de Ned. Herv. Kerkbesturen uit Wester- en Ooster-Blokker en "Schellinkhout met een welkomstwoord geopend, er daarbij aan herinnerende, dat hier voor een 25 jaar terug ook een openluchtmeeting is gehouden, welke toen goed slaagde. Het is de bedoeling, deze meeting nu jaarlijks te houden, omdat we meenen. aldus snr., dat in dit mooie en krachtige Westfriesche land een nieuw leven bezig is zich te ontwikkelen, een bewijs, dat West-Friesland niet heidensch geworden is. Nog wees spr. er op, dat deze meeting niet is bedoeld als een concurrentie van die te Alkmaar, want in het hoogere, zoo zeide hij, kennen wij geen concurrentie. En gingen er echter weinigen uit West-Friesland naar Alkmaar, ook al omdat het voor velen een bezwaar is om een geheelen dag uit te breken, waaraan thans tegemoet is gekomen. Moge, zoo besloot spr., het te verkondigen woord weerklank bij u allen vinden en mogen wij zoo aanstonds kunnen terugzien op een verheugend begin van een lange reeks van dergelijke meetingen. --- Letter en geest. Ds. Enklaar van Den Helder sprak over „Letter en geest". Vroeger, zoo zeide hij, werd met het gezegde „de letter doodt, maar de geest maakt levend" het vrije christendom vaak naar buiten verdedigd, doch tegenwoordig hebben wij ons niet meer zoo zeer te richten tot anderen dan wel tot ons zelf. Spr. zou niet willen beweren, dat wij de letter niet noodig hebben, omdat het leven zich immers altijd uit in vormen. Wij hebben die vormen echter met den geest te verbinden om daarvan één groot sprekend geheel te maken. De vrijzinnige godsdienst, meende spr., heeft vroeger direct te hoog gegrepen, want — het werd door hem duidelijk geïllustreerd — wat van onder op is. kunnen wij niet missen. De mensch is te vaak buiten zich zelf, zit vast in allerlei letters, vormen, leuaen en stroomingen van een geweldige wereld, die hem meevoert, maar de mensch moet toch bovenal blijven dienaar van den geest. Spr. wekte daarom op tot persoonlijkheid, tot het wezenlijk mensch zijn. De uitingen des levens mogen niet worden tot een uitwendigheid, want dan worden wij ontzaggelijk arme menschen. God met Zijn evengalie komt ons daarbij altijd te hulp. Zeker, er zijn letters, plichten, voorschriften, maar grooter is de waarde van den geest, omdat deze het leven inhoud geeft: De* kerk is noodig om dit op te leiden en aan te kweeken, opdat wij den geest van Christus tot ons laten doordringen en tot menschen worden, welke deze tijd zoo zeer van noode heeft. --- Vader, moeder, waartoe leef ik? Het was ds:-West mij-se van-Rotterdam, die op zijn bekende, gloedvolle wijze bovenstaand onderwerp behandelde en begon met er op te wijzen, dat men met Hemelvaartsdag den weg opgaat, omdat men met dezen dag geen weg weet, doch spr. zou hem meer willen gaan beleven als den officieelen christelijken feestdag, waartoe hij sinds eeuwen is gestempeld. Vooral in deze wereld, nu er een zuigkracht is naar omlaag, nu we redeloos, reddeloos en stuurloos hellewaarts gaan. dient men het op en dag als deze niet te zoeken in het horizontale, doch is het beter als vrijzinnige christenen enkele levende vraagstukken in het licht van dezen Hemelvaartsdag te bezien, waartoe spr. de aandacht wilde vragen voor de kloof, welke is ontstaan tusschen ouders en kinderen, waardoor telkens weer de vraag opklinkt: Vader, moeder, waartoe leef ik? Heeft het leven nog wel beteekenis, nog wel perspectief? Wanneer kan ik trouwen, wanneer heb ik zekerheid van een vaste baan? De ouders van voor 1914 achten vaak de jeugd zoo futloos, omdat zij haar niet meer begrijpen, omdat zij zelf het leven te gemakkelijk zien en niet inzien, dat de jongeren leiding en gezag willen. Vooral ook in West-Friesland is gekomen een zekere slofheid, loomheid en onverschilligheid en toch ook hier zoeken de jongeren een houvast, wat zij dan vaak vinden hij allerlei extremistische bewegingen. Velen zien den godsdienst ook nog slechts in het gewaad van de techniek en daarin zijn vele jongeren op- en ondergagaan. Xv grijnst aan alle kanten de afgrond, nu bruist de hellekolk en Hemelvaartsdag heeft juist nu. nu we staan voor een geweldige kentering der lijden een boodschap te brengen en wel, dat God in het leven geeft een roeping, een taak. Wij moeten ons allen gevoelen als candidaten voor het leven met een roeping voor huisgezin, kerk, staat efi maatschappij, zelf vol van activiteit en gehoorzaam vragend: Heer, zeg mij, wat ik doen zal Het leven is als een legkaart, waarvan men de stukjes dient in elkaar te zetten en niet dient te bezigen als fiches op het ganzebord. In een begeesterende peroratie vroeg spr. zijn hoorders, hoe het was met de stukjes van hun leven, wees hij er op, dat men niet voor 100 pet. heeft te leven voor de bioscoop met zijn rammelromantiek en voor de dancing, maar dat men de kloof heeft te dempen tusschen de oudere en de jongere generatie, opdat de Hemelvaartsdag worde het Godswonder, waardoor jong en oud worden verbonden. Na deze rede sprak ds. an Duyl een bezielend slotwoord, waarin hij woorden van dank bracht, o.m. aan het Ned. Herv. Kerkkoor te W.-Blokker 0.1.v. mej. N. Water en aan de zangver. ~Polyhymnia" van Schellinkhout 0.1.v. den heer Harmsen voor de vocale medewerking, welke zij dezen dag op zoo uitstekende wijze hadden verleend. Ook werd dank gebracht aan allen, die op eenigerlei wijze aan de voorbereiding hadden medegewerkt en daarnevens aan den heer C. Koeman Az. voor het afstaan van zijn terrein. --- Uit West-Friesland. Muziekconcours te Andijk. Op Hemelvaartsdag werd te Andijk het bondsconcours van den Westfrieschen Bond van Harmonieen Fanfarecorpsen ingezet. De officieele opening vond des middags om twaalf uur plaats in de kolfbaan van café „De Krimper", in tegenwoordigheid van het hoofdbestuur, de jury, voorzitters en directeuren van deelnemende corpsen en tal van genoodigden en belangstellenden. Als voorzitter van het feest-comité roept burgemeester Groot het gezelschap een hartelijk welkom in deze gemeente toe en zegt ongeveer het volgende : Het is voor' mij een groote eer, u heden voor de 3e maal het welkom te mogen toeroepen voor den aanvang van een Bondsconcurs te Andijk. Het is voor allen die bij de voorbereiding van dit feest betrokken zijn geweest, een ernstige vraag geweest, of het in een tijd als waarin we thans leven, wel goed zou zn'n een muziekfeest als dit te geven. Eenparig zijn wij echter tot de overtuiging gekomen, dat het zeker op den weg van den Bond lag, dezen jaarlijksch terugkeerenden vreedzamen strijd van onze Westfriesche muziekkorpsen door te laten gaan, eikaars krachten te meten, den onderlingen band te versterken en het muzikale leven op peil te houden. Alles moeten we in het werk stellen, om onze onmisbare muziekgezelschappen in onze Westfriesche dorpen te bewaren en in stand te houden. Een woord van groote erkentelijkheid wil ik richten tot de jury, die zich spontaan belangeloos in dienst stelde van dit concours. (Applaus.) Spr. besluit met den wensch, dat het concours volop mag slagen en dat men er nog lang, op prettige wijze aan zal kunnen terug denken. Namens het bestuur van den Westfrieschen Bond spreekt dan de heer Brugman van Winkel, die zegt, dat de eerste burger der gemeente Andijk zich steeds weer met een concours als dit wil inlaten en er de leiding van op zich wil nemen. Spreker sluit zich aan bij de woorden van welkom, door burgemeester Groot gesproken. Waar vele vereenigingen gedupeerd zijn door mobilisatie harer leden, is het ook voor het Bondsbestuur een moeilijke vraag geweest of het concours kon doorgaan. Echter, de hier reeds genoemde motieven gaven den doorslag en spreker noemt het een gelukkig besluit dit feest in deze gemeente te houden. De organisatie er van loopt uitstekend en een bijzonder woord van dank past hier aan den algemeenen leider, den heer P. Brinkman. De korpsen, die zeer door de mobilisatie zijn getroffen hebben hun uiterste best gedaan, en al zal onder deze omstandigheden de muzikale prestatie minder zijn, er blijft nog veel moois te genieten. Spr. wil ook namens het hoofdbestuur hulde brengen aan de heeren jury-leden voor het mooie gebaar, zich belangeloos te geven, Als laatste spreker voert de heer Brinkman als voorzitter van „Excelsior" het woord en heet ook namens deze vereeniging de vele gasten welkom. Spr. brengt dank aan de talrijke commissies, die zoo veel deden aan de voorbereiding van het concours, aan de pers die in alles haar medewerking verleende en tenslotte aan heel de burgerij van Andijk, die zoo met dit feest meeleeft. (Applaus.) Dan wordt de eerewijn rondgediend en wordt een heildronk gedaan op de bevolking van Andijk en de organisatoren van het feest in het bijzonder, waarna allen zich naar het feestterrein begeven. Het is een stralende voorjaarsdag, het feestterrein ligt te blakeren in de zon en er heerscht een prettige stemming op het aardig versierde terrein. --- De uitslag. Er wordt, gezien de moeilijke omstandigheden, uitstekend gemusiceerd en de prestaties worden met aandacht gevolgd. Dadelijk na den middagwedstrijd waarin 6 korpsen optreden, wordt de uitslag medegedeeld. Deze luidde als volgt: „Concordia", Hoogkarspel, le prijs, 354 punton ; „Tavenu", Opperdoes, le prijs, 339 p. ; „Excelsior", Andijk, le prijs, 339 p. ; „Crescendo", Medemblik, 2e prijs, 327 p. ; „De Vriendschap", Schoorl, 2e prijs, 318 p. ; „Harmoniekapel", Schagen, 2e prijs, 312 p. --- HET MUZIEKCONCOURS TE MIDDENMEER. De uitslagen. De uitslagen van het concours, gehouden te Middenmeer, uitgaande van den N.-Holl. Bond van Chr. Harmonie- en Fanfarevereenigingen luiden als volgt: 3e afdeeling fanfare : „Soli Deo Gloria", Middenmeer, 52 punten, 2e prijs. 2e afdeeling fanfare : „Wieringermeerfanfare", 62 p., le prijs ; „Excelsior", Texel, 55 p., le prijs ; „Patrimonium", Enkhuizen, 45 p„ 2e prijs. 2e afdeeling harmonie: „Sursum Corda", Krommenie, 60 p., le prijs ; „Soli Deo Gloria", Amsterdam, 52 p„ 2e prijs ; „Oranje Harmoniekapel", Wormer, 43 p„ 3e prijs. le afdeeling fanfare: „Patrimonium", Enkhuizen, 63 p., le prijs ; „Crescendo", Hoorn, 52 p., 2e prijs ; „Soli Deo Gloria", Alkmaar, 46 p., 3e prijs. Afd. uitmuntendheid fanfare : „A. D. V. E. N. D. O.", Broek op Langendijk, 59 p., le prijs. Eere-afdeeling harmonie : „Soli Deo Gloria", Weesp 59 p., le prijs. --- DE BOTERHEFFING. ’s-GRAVENHAGE, 1 Mei. Het bedrag van de heffing en steunuitkeering op boter is, behoudens tusschentijdsche wijziging, voor de week van 2 tot 9 Mei vastgesteld op 75 cent per kg. --- HOOGWOUD. Uitslag verkooping. Dinsdagavond had in het café van den heer D. Bakker, ten overstaan van den waarn. notaris mr. H. de Boer, de publieke verkooping plaats van een woon- en winkelhuis met pakhuis en erven, groot 1210 A., eigendom van den heer C. Wagemaker. Kooper werd de heer J. Kamps voor ƒ 2700.—. --- AARTSWOUD, 30 April 1940. Geachte Redactie. Naar aanleiding van het ingezonden epistel vau den heer Dekker te Oostwoud verzoeken wij u het volgende in uw veelgelezen blad te willen plaatsen, waarvoor wij u bij voerbaat dank zeggen. Ten eerste past ons een woord van dank voor de waardeerende woorden, welke D. over het gebodene, zoowel van het mandoline-orkest „Excelsior", de „M. I. B.", alsmede over de accordeon-vereeniging Hoorn schreef. Dat dit echter zoo gestoord werd door gepraat van enkele aanwezigen is o.i. wel wat sterk overdreven. De heer ü. moet allereerst begrijpen, dat het hier een fee s t uitvoering betrof voor de buitengewone prestatie, op het concours verricht. Dat men op zoon avond, vooral als het programma daarop ingesteld is als een z.g. feestprogramma, waarbij de onvolprezen „M. I. B." als stemmings-orkest optrad, ook werkelijk in een feeststemming raakt, mag toch geen redm zijn om daarover op dergelijke wijze te critiseeren. Want er was bij de serieuze muziek van het mandoline-orkest, alsmede van het accordeonorkest wel degelijk volle aandacht en stilte. Trouwens, wie de persoon van onzen dirigent, den heer Wassenaar kent. zal toch wel overtuigd ziin, dat, indien er werkelijk rumoer in de zaal geweest zou zijn, hij dit onder geen voorwaarde zou hebben geaccepteerd en onmiddellijk met spelen zou hebben gestaakt. Van eenigen schijn"hiertpe is geen sprake geweest. Wij zijn wel degelijk dankbaar, dat wij zoon overweldigend groot publiek hebben gehad. Natuurlijk zijn wij als zeer jonge vereeniging dankbaar als men ons met goeden raad bijstaat, maar dan niet op de wijze als den heer Dekker. --- HET BESTUUR VAN HET MANDOLINEORKEST „EXCELSIOR”. De neisleep van de tetoônstellinq bai S. I. de Vries. Ja. 'k had 't beloufd. dat ik vleden Zaterdag nei Hoorn nei S. I. en juffrouw Mantel zouw. 'k Kocht 'n ruikertje bai de blommist en ik heen. Ze was wat in '1 zin mit 'r bloempje en ik an 't bloesies passen maar ze wasse me te klam of te nuwerwis mit die korte mouwe. ik zai. deer staat zoon oud mms as ik niet mee en zoö'n lichte overhemdbloes. nei 'oor, maar je rake in de soorte goed zoowat in de war, maar voor een zacht praisie zouwe ze 'n bloesie stU' re. Dat kon nag gouw maakt worre as ik 't goed en model uitzocht. En dat beurde. Ik zui eerst, ik kin 't zelf wel make, maar ik weet wel, ten eerste neme we veuls te veul goed en ze hadde zoon mooi me* deltie, hoe zouw ik deer weer an komine? Ik zai ver uit maar 'oor, we doene zoo, 'n bloesie mit 'n tassie voor zoö'n lokkertje, dat ni'n maidjes vroeger hadde. Hoe ouwer hoe gekker, maar ik hew net zoö'n mooi doelde kreg -n van me niggie, kantklost, din hew ik er teminsten mooi van en de bloes was best toe ie" tuis kwam. Te passen ben ik gieniensens weest. As ie niet goed was, kon ik terug kome. Maar 't hoefde niet. Nouw had me buurvrouw nei S. I. weest. As je voor ƒ4.50 an stof koupe, zei ze, din kraig je voor niks 'n medel. Wist ik ok niet. Ik weet aigelek nag veuls te wainig. 'n Ouwe skoökameraad sprak ik ok nag en ik bin ok nei die otemetiek weest, zooasze dat noeme. Dat is 'n ouwe buurioön van men en dat de jonges in Hoorn zoo stout binne, dat weet Brugman ok. Ze zitte almaar an die klappies van die otomate op te tillen as Brugman in huis is en eer ie weer bai de deur is. binne de ionges weg. As je weer is Hoorn kome, zei Freek Brugman, kom ie weer iyi. 'k Wil graag mit je prate over de taid toe we naast mekaar weunde an die Westfriese zeidaik. Hoe bestaat 't, jai in de Biemster en ik in Hoorn! En hoe is 't mit je koters? vroeg ie. Toe most ik toch efkies lache en zai: Je' binne zeker vergeten Frederik. dat 't 20 jaar leden is. dat we mekaar voor 't lest zien en sproken hew we. Jai wasze toe nag niet trouwd ik bin nouw al drie keer gropmoeder, en ik nam een briefie karemels mee nei huis en ik zai: Ze zelle tuis vast niet reide weer ik die kogt hew, en dat deide ze ok niet. En ze hoorde dr erg van op, weer ik die middag meer weest was as bai S. I. de Vries. MAARTJE UIT DE BIEMSTER. ---