DE N. S. B.EN DE C. R. N. ZIJ ZIJN HET ROEREND EENS MAAR BEIDEN LIGGEN OP APEGAPEN! ** De verdeeling van Polen heeft, wonderlijk genoeg, ook in ons vreedzaam landje slachtoffers gemaakt. Doch gelukkig zijn het geen jonge mannen in den bloei van hun leven, maar slechts politieke partijen, over wier heengaan niemand behoeft te treuren. We bedoelen de Nationaal Socialistische Beweging van Mussert en de Communistische Partij Nederland van Lou de Visser en David Wijnkoop. Zoowel de linksche als de rechtsche extremisten zijn deerlijk in hun wiek geschoten door het geheel onvoorzien aceoord tusschen de beide weleer verwoede tegenstanders: Hitler en Stalin. Voor ons ligt een „manifest van het Partijbestuur der C.P.N." Na een uitval tegen het „barbaarsche Fascisme", dat „den roof oorlog in Europa heeft ontketend", lezen wij letterlijk: „Doch ook de Chambcrlain-politiekers dragen daaraan de schuld, zij die sinds jaren, vooral door München 1938, de Duitsche Nazi's gesteund en aangemoedigd hebben in de hoop hun geweldsmacht tegen het land van het Socialisme, tegen de Sovjet-Unie te kunnen richten". Na een schimpscheut op de traagheid der democratische Staten, die nalieten den Polen tijdige hulp te bieden, vervolgt het manifest met dikke letters: „De Chamberlains en Daladiers willen thans den schijn wekken alsof zij hun München-politiek vaarwel gezegd hebben en thans den strijd tegen het Duitsche Fascisme gaan voeren. „Doch als zij dat in ernst gewild hadden, waarom hebben zij dan de i menwerking met de Sovjet-Unie geweigerd, waarom hebben zij de totstandkoming van een front tegen agressie met de Sovjet-Unie verhinderd?" Uit de dagteekening van het manifest op 3 September valt af te leiden, dat deze daverende dwaasheid reeds was gedrukt, voordat de Rus voorgoed zijn vredelievend masker afwierp en te zamen met het „Duitsche Fascisme" optrok om met de veelgesmade „wapenen der barbaren"!) het ongelukkig Polen binnen te vallen. Immers uit deze brutale geweldsdaad blijkt middagklaar wie de schuld is van de mislukking der frontvorming tegen agressie. De Bolsjewiek bedotte Chamberlain en Daladier en onderhandelde stiekum met von Ribbentrop over de verdeeling van Polen! Ziedaar de nuchtere feiten! En daarom is de rest van het pamflet niets anders dan een wanhopige poging om door snorkende frasen de aandacht van den lezer af te wenden van den reuzenzwaai der Sovjet-Unie en van Stalin's wapenbroederschap met den Leider der verafschuwde „Fascisten". Met groote letters lezen wij: „Nederland verkeert thans in levensgevaar!" „Arbeiders, werkers van Nederland! Weest bereid om met de wapens in de hand onder alle omstandigheden en ten koste van eiken fascistischen aanval, elke inbreuk op de onafhankelijkheid van Nederland en de vrijheid van ons volk te weerstaan!" Fraaie woorden inderdaad, maar die volkomen in strijd zijn met de daden, die de C.P.N. jarenlang heeft gesteld en aangemoedigd. Immers tot en met het vorig jaar heeft hare luttele Kamerfractie strijk en zet tegen de begrooting van Defensie gestemd en alle maatregelen voor de landsverdediging bestreden of in het belachelijke getrokken. Hadde men naar de communistische partijleiders geluisterd, dan ware er thans van een Nederlandsche weermacht geen sprake, dan ware er geen uitzicht hoegenaamd op een „rechtvaardige verdedigingsoorlog, waarbij de Communisten in de voorste rijen zullen staan!" Dit zeggen nu dezelfde lieden, die jarenlang hebben gepronkt met het „gebroken geweertje" als zinnebeeld van hun streven naar nationale weerloosheid! Dit zeggen lieden, die aldoor op de „r zooi" hebben geschimpt, die stelselmatig tegen het „militarisme" hebben gekankerd en gescholden en in stede van liefde voor de natie, geestdrift voor de Komintern hebben gekweekt! En als deze lieden eindigen met de frase: „Het zal moeten gaan om de uiteindelijke vernietiging van het fascisme, om de zegepraal van de democratie en bet socialisme ln den geest van Marx, Engels, Lenin en Stalin, dat voorgoed een einde zal maken aan alle roofoorlogen", dan haalt de rustige Nederlander zijn schouders op en wijst met afschuw op het bloedig slachtoffer van Stalin's „roofoorlog": het mishandelde en uiteengerukte Polen! Want daden zijn sterker dan woorden. En bloed is een sap met stille, maar heel bijzondere welsprekendheid! • » • Dat de N.S.B, op haar beurt verlegen zit met het verbijsterend verbond tusschen Berlijn en Moscou, wekt te minder verwondering, naar mate het duidelijker wordt, dat heele drommen voorheen gewillige volgelingen het vertikken deze enormiteit voor zoete koek op te eten. Er is weer 'ns een massa-desertie uit de rijen der N.S.B. begonnen, waarvan het laatste nummer van „De Opmarsch" de symptomen opsomt. Derhalve wringt de redactie van „Vova" zich in allerlei bochten om den reuzenzwaai van Berlijn goed te praten. Maar dat lukt evenmin als bij de C.P.N.! En dus grijpt de N.S.B, naar hetzelfde heelmiddel als de wapenbroeders van de overzijde: de fraseologie! „De strijd, die op het oogenblik gestreden wordt •— zoo staat op blz. 2 van het jongste Vova-num- Mer te lezen — is 'n strijd tegen het kapitalisme!" Het citaat kon regelrecht uit wijlen „De Tribune", thans het „Volksdagblad" zijn overgeschreven! En dan vervolgt de Vova-redactie letterlijk: „Wat thans in Midden-Europa geschiedt is nog nimmer vertoond in de wereld. Drie arbeiderszonen hebben zich opgemaakt om met elkander binnen hun landpalen den verderver van alle menschengeluk te vernietigen. O zeker, de democratische humanisten in het westen — en dus ook in Nederland — doen hun uiterste best om aan te toonen, dat in Hitler de oude kapitalistische imperialistische machtsbegeerte bruist. Dat is juist de groote misrekening der democratie. En natuurlijk, mannen als Eden en Chamberlain zullen nimmer kunnen begrijpen, dat voor een arbeiderszoon, die eerst zichzelf uit de diepste vernedering heeft omhooggeworsteld en daarna zijn volk heeft opgericht, niet het goud, niet de hooge hoed, maar het geluk van zijn volk, van den arbeider, van den werkenden mensch, zijn hoogste en schoonste doel is. „Stalin heeft het begrepen. Ook in dat opzicht heeft de Jemocratie zich schromelijk vergist. De Westersche democratie schiep zich zelf een beeld van Stalin. De communisten schiepen zich een Stalin naar eigen beeld en gelijkenis. Dat was Stalin niet. De sociaal-democraten schiepen zich een schrikbeeld, d.w.z. voor zoover zij dat noodig vonden om een tegenwicht te hebben tegenover de communisten. En de rest, och, Stalin was beurtelings de duivel in eigen persoon en de reddende engel, waarop alle kapitalistische hoop was gevestigd. Maar dat was Stalin, de werkelijke Stalin niet. Gij kunt wellicht aan dit gedaas geen touw vastknoopen, goedwillig lezer? Wij evenmin! Maar wij kunnen U toch wel een eindweegs op dreef helpen. De „drie arbeiderszonen", die „zich hebben opgemaakt" (leelijk Germanisme!) „om den verderver van alle menschengeluk te vernietigen", zijn gij zoudt het misschien niet raden! — HITLER, STALIN en MUSSOLINI! „Trois noms bien étonnés de se trouver ensembles!" Is de samenvoeging van deze ongelijksoortige grootheden een misplaatste grap of is het den schrijver ernst met zijn „arbeiderszonen"? 2) Wij weten het niet. Maar wij weten wel, dat er uit dit aceoord voorloopig geen ander gevolg is voortgekomen dan een bloedige afgrijselijke slachting, die reeds duij»nden arbeiderslevens vernietigd heeft en waarvan het „Satanisch Bosjewisme" 3) handig partij heeft getrokken om zijn landhonger te Stillen ten koste van het ongelukkige Polen. Mussolini, de derde arbeiderszoon, staat trouwens rustig afzijdig en laat de beide anderen bakkeleien! Het is dus niets anders dan bombast van de onvervalschte soort, die „Vova" opdischt: waarbij ze tot overmaat van ramp met zich zelf in tegenspraak komt. Immers op de eerste pagina van hetzelfde nummer lezen we een prachtverhaal van Mussert over de eenheid van ons volk. In dit ontroerend proza, is sprake van het „Godsvertrouwen" der N.5.8., dat in schrille tegenstelling staat tot de leuze: „Godsdienst is opium voor het volk!" Maar waar prijkt die leuze? Op de muren van den rooden burcht, het Kremlin te Moscou, waar de Russische „arbeiderszoon" Stalin troont als opperste der „godloozen"! Waarlijk bij de redactie van „Vova" weet de rechterhand niet meer wat de linkerhand doet. De onverwachte wapenbroederschap tusschen Nazi's en Bolsjewiki heeft haar blijkbaar in een doolhof gebracht, waar geen uitweg meer te vinden is. En de leden loopen in menigte weg. Wij wenschen hen van harte geluk met hun bekeering en hopen dat zij door tal van anderen zullen gevolgd worden. Dan zullen wij weldra van dit volkomen onnedcrlandsch product der N.S.B. verlost zijn. 1) Men kent wellicht den aanhef der tweede (of derde) strofe van het oude socialistische strijdlied „De Internationale": „Niet met de waap'nen der barbaren, „Met zwaard of degen vechten wij" 2) Merkwaardigerwijze zijn noch Mussolini, noch Stalin „arbeiderszonen". Mussolini's vader was dorpssmid, Stalin's vader was dorpsschoenmakcr. Beiden waren naast ambachtslieden ook en vooral landbouwers, maar geen arbeiders. Wat Hitler's vader betrefl, ziehier zijn grafschrift: „Hier ruhet in Gott „Herr Alois Hitler, „K.K. Zollamts Oberoffizial I. P. und Hausbesitzer „Gestorben 3 Januari 1903 in 65 Lebensjahrc". (Te vinden op het kerkhof van Leonding, een dorp in de buurt van Linz.) 3) Nog op 30 Januari van het loopend jaar heeft Hitler in den Rijksdag gesproken over „het satanische verschijnsel van het Bolsjewisme , dat door het Anti-Kominternpact moest worden afgeweerd! --- Staatsmijnen Aan de memorie van toelichting tot de begrooüng van cle Staatsmanen in Limburg voor 1940 ontlccncn wij het volgende: Over de jaren 1937 en 1938 is 8 pet. van het aandeelenkapitaal als dividend uitgekeerd, zijnde l' 3.440.000. Het laat zich aanzien, dat ook over het loopende jaar de bedrij f suitkomsten bevredigend zullen zijn. Hoewel uiteraard geen zekerheid bestaat omtrent de in 1940 te bereiken resultaten, meent de minister van Waterstaat, ook op grond van de verbeterde financieele positie van het Staatsmijnbedrn'f, over 1940 eveneens een uitkeering van 8 pet. te mogen ramen. In verband met de mogelijkheid van verdere deelneming van gemeenten in de N.V. Limburgsche Maatschappij voor Gasdistributie (Limagas), en voor eventueele verdere kleinere deelnemingen in ondernemingen w-aarvan de- werkzaamheden met die van het Staatsmijnbedrijf verband houden, wordt op den kapitaaldienst f 100.000 geraamd. --- HULDIGING TE AMSTERDAM C.S. Tegen kwart over elf had zich van de 1.500 man van het personeel van Amsterdam C.S. een ieder, die even uit den dienst gemist kon worden, op het eersten perron verzameld, en vele honderden spoorwegmannen vormden over de geheele lengte van dit perron een dichte haag, in afwachting van de directietrein. Te 11.20 uur stoomde deze binnen en stopte aan het Westelijk gedeelte van het perron, waar de directie werd ontvangen door den stationschef, den heer W. Jongstra. Langs het opgestelde spoorwegpersoneel begaf hel gezelschap zich naar de fraai versierde eerste klasse wachtkamers aan het Oostelijk gedeelte. Hier werd met aandacht en waardeering het werkstuk van den chef-kok der stationsrestauratie bekeken, een uit suiker vervaardigd model van het eerste station „Een honderd Roe", waarvoor de eerste trein, getrokken door „De Arend", stond opgesteld. Nadat de directie had plaats genomen nam de heer Jongstra het woord namens het geheele personeel van het Centraal Station, waarvan circa zestig leden en de feestcommissie eveneens in de wachtkamer aanwezig waren. De heer Jongstra einidigde met de verzekering, dat het geheele personeel bereid was de directie te volgen op den weg, die noodig was om het bedrijf te saneeren en met een driewerf hoera op het mooie spoorwegbedrijf en het drietal dat dit bedrijf leidt. Prof. J. Goudiaan dankte namens de directie en sprak zijn vreugde erover uit, dat een kern van de aanvankelijk voorgenomen feestelijkheden toch nog kon doorgaan, te meer waar overal het personeel zelf zoowel voor de feestelijkheden als voor de stationsversieringen het initiatief had genomen en de middelen had bijeengebracht. Spontaan opperde hij het idee elk jaar 20 September den verjaardag van de Nedcrlandsche Spoorwegen te herdenken, „gewoon onder elkaar, met ons dertigduizenden". Men zal moeten nagaan, hoe dat idee verder kan worden uitgewerkt. Te 12.15 uur vertrok de versierde directietrein onder het gejuich van het aanwezige spoorwegpersoneel naar Haarlem. Verder bezocht de trein in den loop van den middag Vogelenzang, Leiden, Den Haag, Schiedam, Rotterdam er Gouda, waarna omstreeks 7 uur de reis in Utrecht een einde nam. --- Het eeuwfeest der Ned. Spoorwegen FEESTREIS DOOR HET LAND In verband met het eeuwfeest der N.V. Nederlandsche Spoorwegen heeft de directie: Prof Dr. Ir. J. Goudriaan, Ir. W. Hupkes en Ir. W. F. H. van Rijckevorsel, in een speciale trein bestaande uit een versierde locomotief, een wagon van de directie en een wagon speciaal gereserveerd voor een groep journalisten een feestreis door het land gemaakt. Vrijdagmorgen omstreeks 9 uur vertrok deze unieke trein van het Buurtstation te Utrecht. --- TEGEL-TABLEAU TE HAARLEM ONTHULD De speciale trein arriveerde om half een in Haarlem. Het gezelschap begaf zich aldaar naar het tweede perron, waar Prof. Goudriaan een fraai tegeltableau onthulde, dat was aangeboden door den bond van gepensionneerden bij de Ned. Spoor- en Tramwegen. De voorzitter van den bond, de heer Kruisinga, herinnerde in een toespraak aan den grooten vooruitgang der spoorwegen, waaraan honderd jaar geleden bijna niemand had willen gelooven. Pro. Goudriaan onthulde vervolgens het tableau en verklaarde, dat de directie zeer getroffen was door het blijk van aanhankelijkheid, omdat het bewijst, hoeveel degenen, die reeds den dienst verlaten hebben, nog voor het bedrijf voelen. Hierna bezichtigde de directie de versiering van het stationsgebouw en bracht een bezoek aan het onlangs geopende informatiebureau. Nadat in de stationsrestauratie de lunch was gebruikt, werd de reis voortgezet. --- DE 50.000STE REIZIGER VAN HET TREINTJE MODEL 1839 Vrijdagmiddag om drie minuten voor vier stapte mevrouw van der Burgt uit Amsterdam als 50.000ste reizigster in het treintje model 1839, dat rondrijdt op de tentoonsteling „De Trein 1839— 1939". Namens de directie van de Nederl. Spoorwegen werd haar door den heer Boot, inspecteur te Amsterdam, het gedenkboek over het honderdjarig bestaan van de Nederlandsche Spoorwegen in prachtband voorzien van een toepasselijke inscriptie aangeboden. Aan alle reizigers, die tezamen met mevrouw van der Burgt den rondrit maakten, werd een gratis consumptie aangeboden i» het restaurant. Vandaag wordt de 100.000ste bezoeker op de tentoonstelling verwacht. --- Ernstig ongeluk op bewaakten spoorwegovergang OVERWEG WACHTER HAALDE DEN BOOM OP, TERWIJL DE TREIN NADERDE... EéN PERSOON GEDOOD, EéN ERNSTIG GEWOND. Op den bewaakten spoorwegovergang aan de Bootjessteeg te Zwijndrecht is Vrijdagochtend omstreeks zeven uur een ongeluk gebeurd, waarbij één persoon het leven verloor en een ander ernstig werd gewond. Aan weerszijden van den overweg stond een met paard bespannen melkwagcn te wachten tot een lange goederentrein uit de richting Rotterdam gepasseerd was. Nadat deze trein voorbij was, haalde de overwcgw achter de boomen op, in de veronderstelling dat de electrische trein, die om 6.42 uur uit Dordrecht naar Amsterdam vertrekt, nog niet in aantocht was. De trein was evenwel den overweg reeds genaderd. De beide melkw agens, die zich toen midden op de rails bevonden, werden gegrepen en omver geworpen. De ló-jarige van Hcrwijnen uit Zwijndrecht, die op den eenen wagen zat, was vrijwel op slag dood, Op den anderen wagen zaten drie personen, van wie de 23-jarige mejuffrouw Visser, eveneens uit Zwijndrecht, ernstig werd gewond. In zorg wekkenden toestand moest zij naar hetDiaconessenhuis te Dordrecht worden overgebracht. De beide andere zich op dezen wagen bevindende personen, o.w. een achtjarig jongetje, bleven ongedeerd.. Het stoffelijk overschot van van Herwijnen werd door cle politie van Zwijndrecht in beslag genomen. De beide paarden waren op slag dood. De treinreizigers waren op het moment van de botsing erg geschokken. Twee wagens werden geheel met melk overdekt. Het treinverkeer ondervond ongeveer anderhalf uur vertraging. --- Lodewijk van Deyssel 75 jaar De bekende letterkundige Lodewijk van Deyssel (K. J. L. Alberdingk Thijm) die te Haarlem woont is Vrijdag 75 jaar geworden en velen hebben blijken van waardeering gezonden in den vorm van brieven en telegrammen. De Minister van Onderwijs en Schoone Kunsten van België. Dr. Cornet, had een telegram gezonden, evenals de Belgische gezant in Den Haag, J. Baron Herry. De jarige ontving gelukwenschen uit letterkundige kringen: we noemen Dr. P. C. Boutens, eere-voorzitter van de Nederlandsche P.E.N.-club, den heer Frans Toussaint van Boelacre, President van de Belgische P.H.N.-club en verder Frans Mijnssen, August Vermeijlcn en Dr. P. H. Ritler Jr. In den loop van den dag hebben vele vrienden Lodewijk van Deyssel gelukgewenscht. Dr. A. Haighton, redacteur van „De nieuwe Gids" overhandigde 'den jarige het Octobernummer, dat aan den jarige gewijd is en dr» ontving hij van het comité,dat zich eenigen tijd prieden gevormd had, om een buste aan te bieden, een bloemstuk. Voorts boden gelukwenschen aan de zangeres mevrouw Jo Vincent, de heer Barre, oud-president van Batavia en G. D. Gratama, directeur van het Frans Hals museum te Haarlem. --- Slectrts enkele visschers wagen zich met hun schepen dicht onder de kust in verband met het mijnengevaar. Op den voorgrond een schelpenvisscher, die, nu het badzeizoen afgeloopen is, zijn werk kan aanvanaen --- Eenzaam en verlaten ligt de visschersvloot in de haven van Schevemngen, nu door de internationale toestanden het onmogelijk geworden is het bedrijf op zee uit te oefenen --- Het drama aan het Marconiplein te Rotterdam Uil het voortgezette onderzoek in verband met den gisterennacht in een café aan het Marconiplein te Rotterdam gepleegden doodslag is gebleken, dat de verslagene cle 38-jarige steward A. A. Stone is, afkomstig uil New Orelans. De verdachte is de 36-jarige Philippijn E. F. H., woonachtig te New Orleans. De man is opgesloten. ---