Peter Tuinman, van bankdirecteur tot 'Koopman van Venetië' jfef nog vier andere produkties in het vooruitzicht — ,JM.edea" %n Euripides onder supervisie van George Tabori, ,fie laatste lagen der mensheid" van Karl Kraus in de regie van Frans Marijnen, „Proper Operation" van lürg Laedërach in de regie van Serge Roon en „Klassestrijd" van Nigel Williams in samenwerking met de Kerngroep Bijmdere Projekten van de To-. neelraad Rotterdam — begint het RO Theater, na try-outs op ionderdag en vrijdag, zaterdagavond in de Rotterdamse Schouwburg met „De koopman tan Venetië" aan het theaterseitoen 1982—1983. Het laatste Rotterdamse seizoen van artistiek leider en regisseur Frans Marijten. • ■ Het RO Theater speelt dit uit 1596 daterende stuk van William Shakespeare, vertaald door Gerrit Komrij, tot half oktober in eigen huis. Daarna — tot en met 2 januari — onder meer in Leeuwarden, Antwerpen, Tilburg, Turnhout, Den Bosch, Hengelo, Tiel, Den Haag en Amster-. dam. daast Lou Landrë, die als Antonio zijn come-back bij het RO Theater maakt, Fred Vaassen (Bassanio), Marieke van leeuwen (Portia), Pauline van Rhenen (Nerissa), Lineke Rijxman (Jessica), Jaap van Donselaar (Salerio), Rene van Asten (Solanio), John Kraaykamp sr. (Lancelot Gobbo, Prins van Arragon), Jaap Hoogstra (Oude Gobbo, Prins van Marokko, Doge van Venetië), Wik Jongsma (Lorenzo, Tubal) en Paul Röttger (Gratiano) wordt dé hoofdrol in ,De koopman van Venetië" Shylock gespeeld door de 35-jarige acteur Peter Tuinman, die sinds de start in 1977 vast aan het RO Theater is verbonden. Ooit was hij écht een soort koopman: bankdirecteur in Drachten. ■ In de afgelopen vijf seizoenen maakte hij naam in Goldoni's ,JJe knecht van twee meesters", als Puck en Philostratus in ,J2en Midzomernachtsdroom", als gelegenheidstenor in de nieuwjaarsproduktie ,£usanna in bad", in de kindervoorstellingen nocchio" en „Pollicino", „Wasteland" en als het geëxalteerde ei Humvty Dumpty in ,*Alice". Behalve op het toneel speelde Peter Tuinman, die zijn acteurscarrière begon bij het Friese semi-professionele geselschap Tryater en de Noorder Compagnie, al in ettelijke televisieseries en films, soals „De Weg" van Willy van Hemert, ~Q. en Q.", „Tussen wal en schip", „Spetters", „Het meisje met het rode haar" en „Het teken van het beest." Als hij moest kiesen tussen theater, film en televisie sou hij televisie het eerst van sijn lijstje schrappen: „Theater en cinema tijn fascinerende media, spannend en turbulent. Televisie is pc te fabrieksmatig, het lijkt . ü>el of ze in de Hilversumse studio's voornamelijk koffie-, theeën lunchpauzes houden." --- Door PIET KOSTER 'Als het moet mime ik ook 25 geraniums' ROTTERDAM — Sinds hij als Herman, één van de zoons van het schippersechtpaar Martha (Dora van der Groen) en Ben Seinen.(Kees Brusse) meespeelde in de VARA-televisieserie "Tussen wal en schip" koestert ■ Peter Tuinman een grote voor- . liefde voor binnenschepen. En . voor één binnenschip in het bij- • zonder; '. &.! .... Toen hij ruim een jaar geleden door Friesland trok en daar een al bijna opgelegd schip — een "luxe motor stijlsteven met salonroef van zestig ton" — ontwaarde, aarzelde hij nauwelijks. i Hij kocht het, knapte het op, doorkruiste er inmiddels bijna alle Nederlandse binnenwateren inclusief het IJsselmeer mee, en bewoont het nu samen met zijn vrouw, als 'maritiem ingezetene' van Nieuwerkérk aan den IJssel. "War dy" heet die zestigtonner waarmee hij afgelopen zomer, hij bekent het onder bulderend gelach, ergens al een keer "dwars voor de sluis" heeft gelegen. • -.-'-. „D'r kon", vertelt Peter Tuinman, „geen schip meer uit en •-. geen schip meer in. Wat je dan doet? Ach, heb ik van een ouwe schipper geleerd; fles Berenburg op tafel, sjekkie draaien en dan 's kijken hoe we daar weg komen. War dy!" - vWardy? ■>. ■ Peter Tuinman: „Da's Fries. Uiteraard. De kop d'rvoor, betekent het. Dóór de bloemkool! Niet lullen maar poetsen! Niet zeuren jongens, 'war dy!" Het zou zijn levensmotto kunnen zijn, want een gesprek van ettelijke uren in het Rotterdamse café Melief Bender aan de Oude Binnenweg is met ettelijke varianten van de kreet doorspekt. Zijn werk als disc-jockey in een van Groningens eerste discotheken, The Jolly Joker, zijn werkzaamheden als chauffeur in "het hangend vervoer", zijn tijd bij het Friese toneelgezelschap Tryater, een korte carrière van lokettist tot bankdirecteur en zijn acteurschap bij de Noorder Compagnie, het RO Theater, de Nederlandse televisie ... telkens was het "war dy!" geblazen. De • • kop d'rvoor! Dóór de bloemkool! Niet lullen maar poetsen! Peter Tuinman: „Op zn tijd wil je,allemaal een plaatsje in de zon, maar dat 'wil niet zeggen dat je dat alleen met een hoofdrol kunt bereiken." (Foto: Arie Wapenaar). --- Pauze! „Daarom", vertelt hij wanneer we van De Rotterdamse Schouwburg naar het café wandelen, „kan ik me soms zo ergeren aan de Nederlandse televisie. Nét wanneer je met een bepaalde . scène lekker op toeren lijkt te komen, zetten ze alles stil. Pauze! Staat in de cao. Kijk, van musici kan ik het me voorstellen dat ze na een paar uur spelen gewoon even móéten rusten, mdar van cameramensen en andere technici kan ik me dat minder. Een medium waarbij de creativiteit toch voorop moet staan, wordt gehanteerd door ambtenaren." Hoewel hij het werken voor de televisie hierdoor niet onmiddellijk als oninteressant wil afdoen — hij voltooide onlangs onder regie van Willy van Hemert "De Weg", waarin hij als pastor Konings ("een soort overgangsgeestelijke"), een huisvriend, de "ongeveer vijfde rol" speelt — gaat zijn voorkeur toch uit naar de film. Met name het werken met re-, gisseurs als Pieter Verhoeff ("Het teken van het beest") en Ben Verbong ("Het meisje met het rode haar") is hem uitstekend bevallen. Peter Tuinman: „Cinema is veel fascinerender, turbulenter; samengebald en geconcentreerd te werk gaan. Nu heb ik het niet over eendagsvliegen als "Ik ben Joep Meloen", waar ik ook aan heb meegedaan — dat kun je nauwelijks film noemen — maar over wat jongens als Verhoeff en Verbong doen. Perfectionisten. Zon Pieter Verhoeff lag met "Het teken van het beest" gere- geld overhoop met zijn producenten. Wanneer hij zijn zin niet kreeg'— het ging. hém om het resultaat en niet om een paar centen — dreigde hij echt het bijltje erbij neer te gooien. Gelukkig heeft hij gewonnen en een film van niveau gemaakt. Net als Verbong, die ook het resultaat voorop stelde en het geld op de tweede plaats. Was, voor mij althans, ook de man die gedegen repeteren invoerde. lets wat bij de meeste films niet bepaald gebruikelijk is. Producent was woest. Verbong zei dat zullen we nog wel 's zien. Hij won. Er zijn veertien dagen, veel dus voor film, voor uitgetrokken. Ideaal! Moest altijd gebeuren." --- Meester... Hoewel hij zichzelf niet ongaarne als "vrijbuiterig" aanmerkt, was Peter Tuinman tot zijn eenentwintigste tamelijk honkvast. Geboren in het Friese Twijzel groeide hij op in Ureterp, waar zijn vader hoofdon- . derwijzer was ("Tot aan het hek van het schoolplein was het meester Tuinman, pas daarbuiten mocht ik pa zeggen"), deed HBS-B in Drachten en besloot op zijn eenentwintigste in Gronin- . gen sociologie te gaan studeren. Een minuscule hartafwijking ("niets ernstigs, maar ik werd er wel op afgekeurd") belette de basketbal- en atletiekfanaat, zoals hij zichzelf ook bestempelt,■ zijn boterham in de sport te gaan verdienen. £ Peter Tuinman: „Die studie sociologie is een gigantische flop geworden. Ik heb gedurende vijf jaar van alles gedaan, wat ik eigenlijk veel belangrijker vond dan die sociologie. Ik was 's avonds tot diep in de nacht disc-jockey in de Jolly Joker in Groningen, één van de eerste echte discotenten. Heb ik góüd mee verdiend. En na sluitingstijd was ik vrachtwagenchauffeur voor een textielbedrijf. Ja,; haha, ik zat in het hangend vervoer. Wat klinkt dat, he? Hangend vervoer! Reed ik diep in de nacht naar het Confectiecentrum in Amsterdam, deed een dutje tussen de camel mantels, reed terug naar Groningen, ging slapen en 's avonds weer naar de discotheek. Het spatte alle kanten uit, maar ik wist na een paar jaar - haast niet meer hoe de zon er uit zag. --- jeugdboekenhoek DOOR LIESBETH VAN DER JAGT De schrijver HENK BARNARD heeft een prijs gewonnen voor zijn totale werk, d.w.z. voor de boeken die hij tot nu toe heeft geschreven. Het is de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur, die eens in de drie jaar wordt uitgereikt. Misschien heb je Henk Barnard verleden week op ' ie tv gezien, of heb je iets over hem gelezen in de krant. In Henk Barnards boeken konen veel buitenlandse kinderen 'oor. Er wonen er heel wat in ms land. Best goed dus, om iets Jver hen te lezen. Deze schrijver reist bovendien veel, zodat hij ook over andere landen kan vertellen. ...- .-.★★★:; Het boek HIER WONEN GOEDGEEFSE MENSEN, geschreven door Henk Barnard, is gelezen door kinderen van klas 5 en 6 (van voor de zomervakantie) van de Willibrordusschool in Schiedam. Uitgever: Van Holkenia & Warendorf, Bussurn; tekeningen: Reintje Venema. Prijs (gebonden) ƒ 17,90. jj Er staan drie verhalen in dit boek. Hier wonen goedgeefse sïv'V wensen is een verhaal over Steef, die met zijn ouders in een groot huis buiten de stad is komen wonen. Bij Steef op school ïitten veel buitenlandse kinderen: Turken, Marokkanen cri Sufinamers. Steef sluit vriend- schap met Sabit (een Turk) en Sjorssie (een Surinamer). Hij krijgt te maken met hun problemen èn met de problemen van een groep zigeuners. Dankzij Steef krijgt Sabits familie een huis. Ook komt er op het hek van Steefs huis een cirkeltje te staan. Dat deden de zigeuners en het betekent: hier wonen goedgeefse mensen; :.. *. Het tweede verhaal speelt zich af in Peru. Het heet De grote mars. Die grote mars is een protestoptocht naar Lima van arbeiders. Puma gaat ook mee. In opdracht van zijn onderwijzer houdt hij een dagboek bij. De mensen uit Puma's dorp hopen dat de mars helpt, dat ze het daarna beter zullen krijgen. . Want ze zijn heel erg arm. Helaas, er verandert niets. Het loterijbriefje is een vrolijker verhaal. Je leest erin over José, die ook in Peru woont. Eerst woonde José's familie in de stad, waar ze het erg slecht hebben. Maar dan winnen ze geld door een loterijbriefje, dat José heeft gekregen. José's vader/..' koopt een huisje buiten de stad, een stukje land en een koe. Ze moeten er hard werken en zijn niet rijk. Maar wel heel gelukkig en tevreden. Meer hebben ze immers niet nodig? :-r'--'itivi'ï De voorplaat en de titel slaan op het eerste verhaal. Er zou aan toegevoegd moeten worden: en andere verhalen.-Je weet dan direkt dat het om een verhalenbundel gaat. Eigenlijk leert het boek ons, hoe goed wij het hier hebben. Je leest erin over discriminatie en vooroordelen. Voor ons een reden om dit boek aan anderen aan te bevelen. Verder vonden we het bovendien een fijn boek om te lezen. Het is prettig geschreven, soms wat moeilijk door de buitenlandse woorden. ' Maar dat is geen bezwaar. De illustraties zijn mooi en passen er goed bij. Stefan was de enige, die het boek niet zo mooi vond. Al vond hij het onderwerp heel goed. Voor jongens en meisjes van 10 - 13 jaar. Van Eric, Ineke, Paula en Stefan (klas 5); Kandra, Sandra Hensen, Jacqueline en Sandra Boon (klas 6). : •:*/■:■;"■■ ★ ★★ ■ -;•■■."■"-; , ' ■ I;} ••■ DAT PESTGELD door Judy Blume; uitg. Leopold, Den Haag (pap. ƒ 17,90). Recensie: Klas 5 (van voor de zomervakantie) van de Spoorbuurtschool in Anna Paulowna) Tony's vader heeft een uitvinding gedaan, waardoor ze opeens rijk zijn geworden. Ze verhuizen naar een prachtig huis, hebben een dienstmeisje en Tony krijgt een racefiets. Tony's ouders zijn dik tevreden, maar Tony en zijn oma niet. Oma mag opeens niet meer ko-'. ken en sluit zich uit protest in haar kamer op (met kleuren-tv). Tony zelf heeft te kampen met een heleboel problemen. Zijn ouders zijn veranderd. ;'.;.; Zijn broer geeft zijn baan op om ook rijk te worden in de fabriek van Tony's vader. En dat, terwijl hij helemaal niet technisch is. En Joe, zijn buurjongen en nieuwe vriend, gaat uit stelen. , Tony vindt hen allemaal stom en geeft de schuld aan dat 'pest-. geld. Hij ontdekt dat er veel dingen zijn waar hij niets aan kan veranderen, en waar hij mee moet leren leven. Bovendien is dat pestgeld soms best fijn. Het levert hem een racefiets op, een zwembad in de tuin, en een dure kijker, waar hij zijn knappe buurmeisje Lisa mee kan begluren! Ondanks Tony's problemen is het een vrolijk boek. Vlot geschreven èn prettig om te lezen. Een paar meningen: /', Claus: een leuk boek met een steengoeie titel. Wel jammer, dat het niet wat spannender is. John: Dit boek is grappig, dramatisch en echt. Pauline: Ik vind het een boek van deze tijd. Geen tuttige verhaaltjes en zo. Andere kinderen moeten het ook maar eens lezen. Leeftijd: vanaf 11 jaar. Van Claus, John en Pauline, ' namens klas 5. ■; ■ ;,-;★*★• ■'"'';"' IK LOOP WEG HOOR, door Dolf de Vries met illustraties van Laura de Moor. Uitg. Leopold, Den Haag (paperback, ƒ 16,90). : ~ , ....:.- Recensie: klas 4 (van voor de zomervakantie) van de Spoorbuurtschool in Anna Paulowna. Pim is kwaad, omdat hij niet bij Eric mag logeren. En dat alleen maar, omdat hij een scheur in zijn brpék heeft. Nijdig schreeuwt hij, dat hij wèl gaatJ En dat hij wegloopt, als hij niet mag. Pims moeder houdt vol en dan weet Pim, dat hij echt weg ; moet lopen. Hij pakt zijn slaapzak, zijn zaklamp en zijn tent en hij gaat. De eerste nacht wil hij in het parkje blijven, en de vol- gende dag wil hij naar het bui- ] tenland. Van zijn plan komt niet i veel terecht. Eerst komt Marten, | zijn vriendje, hem brood bren- \ gen. Daarna krijgt hij nog meer bezoek en wordt het gezellig in . I de tent. Maar dan, als Pim alleen* is en het buiten donker wordt, is ; voor hem de 10l eraf™ ! We vonden dit een spannend boek waar je soms om moet Ia- ' chen. Pim vertelt het verhaal zelf en daartussendoor nog een heleboel andere dingen. ..' Babette: ik lees eigenlijk niet i zo veel, omdat ik geen geduld heb. Maar dit boek vond ik erg fijn om te lezen. Samen met de tekeningen is het een leuk boek dat we andere kinderen" willen aanraden. Voor vanaf ± 9 jaar. Van Esther, Babette en Ellen, namens klas 4a. , ★★★ Er is een vervolg op dit boek van Dolf de Vries. Het heet: HEB IK ZELF GEZIEN en is geïllustreerd door Laura de Moor. (paperback, 17,50.) Pim en zijn vriendje Marten gaan in Friesland logeren. Ze vermaken zich opperbest met voetballen, wandelen en lekker eten. Op een dag komen ze bij een vuilstortplaats. Ze zien daar twee mannen, die stiekem vaten 'met gif erin wegbrengen. Zó begint er vopr hen een spannend avontuur en worden ze echte helden. Laura de Moor tekende voor "Ik loop voeg hoor". Pim, slaapzak en saklantaarn, neemt de benen. --- Rotterdam Niet lang daarna zat je ineens bij het RO Theater, hoe is dat gegaan? . . , Peter Tuinman: „In die tijd ! was Franz Marijnen in Rotter-' dam bezig met „Het Liefdesconcilie", waarvan ik zeer onder de indruk was. En toen hoorde ik een poosje later dat ze in Rotterdam een nieuw gezelschap zouden beginnen, mèt Marijnen. Ik ben toen naar hem toe gegaan, Franz en ik hebben elkaar eens diep in de ogen gekeken.... ja, zó is het ongeveer gegaan. Bij de Noorder Compagnie hadden ze me enige tijd tevoren trouwens voor de keus gesteld: óf daar blijven óf meedoen aan die VARA-serie „Tussen wal en schip". Dat laatste heb ik toen gedaan en vervolgens heb ik een poosje vrij rondgedarteld in tvprodukties naar verhalen van Guy de Maupassant, „Q. en Q." en „De Kris Pusaka", en daarna hetßO." Je bent dus een van de oudste Marijnen-getrouwen. Je zult zijn vertrek volgend jaar dus niet met gejuich begroeten. ' Peter Tuinman: „Nee, dat doei niemand. Iedereen is er stuk van, het is een trieste affaire, ontzet> tend jammer. Franz heeft voor mij ontzettend Veel betekend en betekent dat nog steeds. Werken met die man, dat was toch goud! Ik wil niet beweren dat hij de énige op de wereld is bij wie dat , zo is, maar het is wél zo dat ik me bij hem ontzettend thuis voel. * Dat hij, /ondanks alles, hier weggaat kan ik me toch goed indenken. Dat heeft te maken met zijn — net als ik dat voel — vrijbuiter zijn en met het feit dat hij een theaterdier is. Die man is dat niet alleen, die behelst dat ook. Een man die niet vanuit een bepaald comfort een voorstelling maakt, maar zich met z'n hele wezen in theater stort. Ze zeggen wel eens: die man heb wat an zich, tja, dat is het.". • Zou jij een opvolger voor hem kunnen bedenken? - -' Peter Tuinman: „Nee! Al heb ik daar nog niet zo over nagedacht. In het begin, toen we het hadden gehoord, werden je gedachten • eigenlijk alleen maar beheerst: door: Jezus mina! wat nu? Het enige wat ik zou kunnen bedenken is dat ze in godsnaam niet moeten zoeken naar iemand die precies past in een of andere profielschets en goed past in beleidsrapporten en dat soort gelul. Het gaat toch om de vent!" . Kan de ploeg na zijn vertrek in stand blijven? : Peter Tuinman: „Ja, ja, dat verwacht ik wél. Er heerst beslist geen algemeen gevoelen van: nu houden wij er ook mee 'op, dat niet. Nee, beslist niet stoppen. Zoeken, doorgaan. En dat zullen we in de praktijk hard moeten maken." --- Tryater Op een gegeven moment boden ze me als disc-jockey een beroepscontract aan. Nee, niet gedaan. Als ik dat wèl had gedaan, was het m'n dood geworden. Ik had me er finaal ingegooid, was finaal door de boerenkool ge-' gaan. In die tijd begon ik bij Tryater te spelen, vaak vier vijf keer in de week, in allerlei zalen, cafés. , 'Fantastische tijd. En toen kwam ik ook in contact met Jaap Maarlévelt van de Noorder Compagnie. Of ik toen een speelfanaat was? Nou, eeh, dat is in die tijd wel gekomen. Via een uitzendbureau kreeg ik een baantje aan de balie van een filiaal van de Nederlandsche Crediet Bank in Drachten naast de schouwburg De Lawei. Dat werk deed ik blijkbaar tot tevredenheid, want toen de filiaaldi-'; ' recteur zich te pletter had gereden — heel triest overigens — vroegen ze mij hem een poosje op te volgen. En later werd dat zelfs officieel. Bankdirekteurtje. Maar, ik had toen hechtere contacten met de Noorder Com- . pagnie. Ze zaten naast de deur. Deed er rolletjes, waarvoor ik tot dan toe in de lunchpauze van de bank repeteerde. Maar het werd meer, zodat ik als directeur altijd 's middags maar een paar gewichtige afspraken in m'n agenda verzon om rustig aan de repetities te kunnen meedoen. Na afloop nog effe naar de bank om de koerslijsten door te nemen. Ik heb trouwens van het beurswezen nooit ene snars begrepen, maar dit terzijde. Kon toen vast bij de Noorder Compagnie komen. Betekende financieel wel een behoorlijke te- ,< rugval. Als 26-jarig directeurtje verdiende ik — bijna tien jaar geleden — zon jaarsalaris van 45.000 gulden. En bij de compagnie werd dafkrap tweeduizend , gulden bruto in de maand. Ja,' toch gedaan." --- Groot en klein Over een paar dagen staat hij weer in een grote rol op de planken, Shylock, in wiens karakter hij zich de laatste maanden ernstig heeft verdiept: „Je kunt zo'n man stereotiep als "de jood" benaderen, maar wat mij veel ; meer boeit is de vraag: hoe komt het dat die man zich als "jood" gedraagt, welke mechanismen zorgen daarvoor, waardóór wordt hij als zodanig bejegend, wat zit er achter, wat zit er achter die mensen, en hoeveel tekst heb je nodig om die man duidelijk te profileren?" Maar hij heeft ook heel wat "kleine" rollen gedaan. Is het één belangrijker dan het ander, voor jou? Peter Tuinman: „Ach, je wilt natuurlijk, allemaal op z'n tijd je plaats in de zon. Maar dat wil niet zeggen dat je dat alleen met een hoofdrol kunt bereiken. Die Philostratus in "De Midzomernachtsdroom", ogenschijnlijk een kleine bijrol — sommige mensen weten niet eens dat die bestaat, daar hebben we toch een heel fraaie figuur van kunnen maken. Viel zelfs op! ' Grote rollen, kleine rollen? Ach, er bestaan acteurs die zeggen: wat een prachtige jamben! Je kunt ook zeggen: Jamben? aan me kloten! Het gaat niet in de eerste plaats om de tekst, maar om de achterkant van de tekst, om wat je ermee doet. In wezen moet er geen verschil zijn tussen groot en klein. Of je nu een scheet moet' laten of een monoloog hebt van drie kwartier. " Het gaat erom wat je, met behulp van je tekst, wilt tonen en kunt overbrengen. Je moet dus ' eigenlijk alleen maar tekst gebruiken om iets te versterken. Natuurlijk speel ik liever Shakespeare dan dat ik vijfentwintig geraniums moet gaan mimen, hoewel dat laatste misschien ook nog best bevredigend kan zijn- Maar, in "Wasteland" is niet voor niets vanuit de acteurs besloten om — afgezien van het hoognodige — vrijwel niets te ■ zeggen. Die behoefte werd gaandeweg het repetitieproces steeds ster- i ker. Het ging erom iets over te I brengen en daarbij was ieder I woord haast te veel".' I ---