BUITENLAND. Groot=Brittannie. De verlegeneid der liberalen. •tand. jjD2elBcbe liberalen zijn in een moeielijken toedan gevrUn teSenstanders maken zich nu belachelijk, P'oefnem' ' 6l> d°°n gevaarlijke, ondoordachte Van zakene611' dat de Ecmomi*t, het blad der mannen Tan de be S 0 aD?stkreten slaakt, als viel het dak Bietveel T^V0' maar trekken de liberalen ï Van den waarmede hetlichtzin-oet volt T ?3 gedrag van het ministerie-Beaconsfleld De me f d beeft' doe« door w-rheid heeft meer dan SenoeS Tan de Tories, ,Scno vraae 7 ïf1061 men hen vervangen is de practiies van SaT K de profane aardigheid van den marde Reboorte A die de woorden> waarmede de engel 016(39 te dePlTanjChristus aankondigde, gebruikte, om Verbonden h»HH e Duitscher» en Oostenrijkers zich tfkeer, welko i°m de Rus»en te weren, heeft den .no«eriKe SalisburT gewekt heeft door zijn !,ndt> dat hH T? de' Diet kunnen vermeerderen. Men V BMen een onwaardige rol heeft lamt er nu • een lichtzinnigheid meer of minder gaarne kwijt w meer op aan- Men zou hem toch 9m »e verTan ' doch mea weet niet door wien i°0r geheel Men voorziet zeer moeielijke jaren set5et ministerie Ur°Pa ®n men weet Diet aan wien men Üa8*n Sedur»J?n zaken zou willen opf°°t man S , n tij'd' De heer Gladsto.e is een .fnrouWen. J" «arakter wekt eerbied en noopt tot el6 een boog jH fglDselen zijn die van een eerlijk man, Jenknie, en ziina V°lgt; als fiDancier heeft hij geen tot ca is cv m°Cd om moeielijkt vraagstukken aan stLlU toe wS^S^teDeewoon do* hij keeft Van Unde, en h Europeesche otn een v°lk ook n°oit beBeft' dat verbeeldiriS en ,^eu S'oot vnliT0' Wens°bt en dat liet'niet aangaat LordlUitend voo a-1-tij'd in de achterhoede te houden li»tJJ( 1- Z]jn stofielijkc belangen te zorgen. °Pz'cht]QaS Van *im neeft diö onbeschermde plaats in hart /ljatid opgemerkt en heeft met een drift j tet volk che staatkunde aanvankelijk het na der natie «■ Sewonnen. Hij heeft met de geestbet ,ie edelm P.eeld — een groote misdaad —en late cc ° S9Voelens te hebben opgewekt, Qi j sPelen Vee 3 nederiger en vernederender rol "Wstone'g bei 8 den Rnssischen oorlog, dan onder «aiheeft nog • zou geschied zi>;docu het klater" Wol eval \m j* allen Slans verl°ren >en men zou ür wet °°r at men lord Beaconsfield vervangt, achtiggj, en nof de liberalen van plan zijn om een olgen. manlijker staatkunde dan die van weleer erd«eld «* bezwaari;Lde liberale Partij is, zijn weinig vragen ti wÜt ee,j V°or haar te beantwoorden als deze: b 6. andhaven Q°m Kngeland als groote mogendheid hd te bevP ♦'• °m taar macht als Aziatische mogendrter g6n» om Turkije te brengen onder een >°Uden en CS.toch Ru»land binnen zyn grenzen te 411 En»Pi»°m E£7Pte onder het uitsluitend protectoraat 2ool™dte houden? feVeö) zuil llberalen hierop geen duidelijk antwoord 'bben n ze niet licht de meerderheid aan hun zijde IE nebben aTr^6 bezwaar voor hen is dit' De liberalen TorDlin»« ' een programma van binnenlandsche her-2Ooala h ? n°°dig. De conservatieven kunnen zeggen: 'raag 2j. ls is het goed, doch de liberalen mogen niet tachtig' '6n er ziJn **! van gewichtige belangen, die On f Maatregelen tot verbetering eischea. 11 roorgr°nd staat de toestand der Engelsche De la*naars' Pachters en daglooners. Suaestie u*estie moet door de liberalen tot de partij- • S„maak' worden, doch nu komt de ware moeiaars Ahe contingent in het Parlement zal . Partij|, teiu0 de/e*iezing den doorslag geven aan 16.l6.?11 nervormlr bel^°ft te Nu kan kU' echter W. , ° EnSelscbe landbouwers helpen hten sou. De °f bel°Ven ' dat den *™* f1«chepaehterBnofsfphei,ben raeds T*el wat de En- VerlanSen- De wet van den llJke waarborgel tegen Sfn Paehte™ feitelijk alle mogeen dat het|eld,\eent^l^ungeopzegging de a°ht dooredaaT^den' van hun door den landeigenaar. verbeurd verklaard kan worden De Engelsche pachter i 3 een „ , de lersche. Zijn verhouding tot lt**ï ander man als *°nder uitzondering zoo aangenaam" kndheer » Wjna «en juister begrip, niet allceS van rf^»k 5 hij UeU ;an zijn plichten; hij heeft een andere t !D'.maar ook haat en verongelijking welke de leren g weet een vergelijk aan te nemen, SV" burger van een constitutionneelen Staa° Wen at radlcale oplossingen, welke sociaeen i.e,n comniunisten aan de hand doen, enkel.voor lod;eiereIod;eiere wereld dan de onze geschikt zijn. de noofden der Engelsche liberalen, om de eQ het 8 mmen te winnen, iets doen wat de beginselen S?Qokt gevo.el van billijkheid der gematigde liberalen ?n8 d- % 1S- er veel kans> dat een algemeene verkie« M«d ZntVT met een kleine meerderheid aan het Dd echtl ateD' Ditzou methet oog op Europa's toe- weergalooze ramp zijn. --- BINNENLAND. AMSTERDAM, Vrijdag 24 October. V>ÏÏtJer edeg^d?eld' dat de wezenlijke *<£ o^^ïï!TL mflSterie in Koastantinopel Scheelt wil zief!"6 ande.re * dan dat de Sultan vijV M TT"' die hiJ Wt, Z d62e «Si?',toch geelt het een aardig * d« MeTSOT°P9l,Zolf als de 00rzaak 18 VaQ den heergtavlr' dat bet eig«Dl«k * naar syrië< y^el veel ingenomen met Midhat-paclia is de Engelsche gezant naar den smaak van den Grooten Heer en de Russische gezant, prins Lobanofl, zou nu van deze stemming en de afwezigheid van sir Henry behendiglijk gebruik hebben gemaakt, om het vorige ministerie den voet te lichten. Intusschen blijkt niet, dat de Russische regeering aan deze verandering nog zoo machtig veel hebben zal. Niet de groote Russenvriend Mahmoed Nedim toch werd grootvizier, maar de bijzondere gunsteling van den Sultan, Said, en eerstgenoemde is slechts minister van binnenlandsche zaken en Said-pacha is sluw genoeg, om tegenover het drijven van anderen zijne stelling te handhaven, zoodat Mahmoed Nedim niet zoo gemakkelijk er toe komen zal, weder de eerste viool te spelen. Men houdt het er dan ook vrij algemeen voor, dat de verandering minder invloed hebben zal op de buitenlandsche, dan op de binnenlandsche zaken van Turkije. En die invloed kan onmogelijk eene gunstige wezen, daar de Sultan natuurlijk niet zijne vrienden koos, om zich door hen de wet te laten stellen. Hij zal als vanouds alles zelf willen doen en de eerste voorwaarde voor hervorming in Turkye is juist, dat er veel minder dan vroeger van Koistantinopel uit worde geregeerd. Da» ook heeft iedere gunsteling weder zijne gunstelingen en de geheele ambtenaarswereld zal dus weder uit elkaar worden gehaald , om plaats te maken voor de nieuwe liefhebbers. Eén troest is, dat de heeren onder elkander spoedig wrijving zullen moeten kebben. In zulk eene vereeniging van personen , die het met veel schelen kan hoe ze aan het gezag komen als ze het maar hebben, ontstaat weldra een streven, om nog onder zijns gelijken de eerste te zijn. En dit, denkt men, zal ten slotte de nieuwe combinatie wel weder uit elkander werken. Maar die nog gelooven, dat uit Turkije iets goeds kan komen, worden inmiddels op eene zware proef gesteld. Zeer zeker echter beteekent de verandering niet, wat sommigen er in hebben gezocht, dat eene Russisch- Turksche alliantie aanstaande is. Daartoe zouden personen en omstandigheden nog geheel anders moeten zijn. Wat het niet in Europa vinden kan zoekt Rusland in China, beweren sommigen. Men weet, dat er tusschen Japan en China eenige spanning is over de Lioe-Kioe-eilanden. Hoogstwaarschijnlijk zullen beido rijken zoolang mogelijk een oorlog zien te vermijden. Hij zou geen van beidon gelegen komen. Deakelijk zal men dus of de zaak zoolang ket gaat laten sleepen, of trachten eene beslissing door scheidsrechters te verkrijgen. Maar er zijn er die Japan met China reeds in oorlog zien en Rusland op de hand van China, daar Engeland denkelijk de zgde van Japan kiezen zau en ook, zonder dat, het voer Rusland wensehelyk schijnt te wezen, China a»u isicli te verplichten, aiun beween, nu, aai ïtusland, om een gedeelte van Koeldsja te behouden, beloofd heeft de Chineesche koopvaarders te beschermen tegen de oorlogschepen van Japan e> daartoe zulk een talrijk Russisch eskader in den Stillen Oceaan is. Ook elders zou Rusland bondgenooten zoeken. Althans volgens de Golos en de Novoyt Vremya, die zeer boos zijn over de redevoering van lord Salisbury en verklaren, dat Rusland nu weet waaraan het zich heeft te houden en geen tijd heeft te verliezen. Denkelijk zal de Russische regeering. dit best geweten hebben, voordat lord Salisbury er de kiezers op onthaalde. Zjjne rede was niet vriendelijk jegens Rusland; maar eigenlijk ook niet jegens anderen, daar Engeland en zijn tegenwoordig kabinet vooralle mogelijke goede diagen den meesten lof kregen.De Fransche dagbladen echter hebben reeds doen opmerken, dat me» het met zulke verkiezingsmanifesten niet zoo nauw moet nemen en do rede van lord Salisbury zal dan ook de Russische staat- niet beheerschen. Maar het ligt voor de hand, dat zij voor hare plannea bondgenooten zoeken moet, en die, na de schikking tusschen Duitschiand en Oos- slechts zou kunnen vinden in Frankrijk. Dat is natuurlyk ook omgekeerd wat de aansluiting tusschen Duitschiand en Oostenrijk heeft bevorderd. Al vroeger is van Rusland uit om Frankrijk gevrijd, maar thans, evenmin als toen, zijn de omstandigheden er naar, dat dit iets voor Rusland zou beloven. Zeer zeker echter zou keizer Wilhelm niet het stuk geteekend hebben, waarvan gisteren sprake was, indien niet zyn kanselier hem met duchtige bewijzen had kunnen staven, dat in eene mogelijke toekomst ernstige gevaren konden dreigen, indien men niet zich met Oostenrijk op den besten voet stelde. Om niet ia herhalingen te komen herinneren wij, wat dit betreft, wat gisteren onder de telegrammen uit de Köln. Ztg. is medegedeeld. Volgens de Pester Lloyd (stellig officieus ingelicht) bepaalt het protocol, dat iedere aanval op het tegenwoordig gebied van beide staten solidair zal worden afgeweerd en verder dat alle Oostersche zaken zullen worden beslecht op den grondslag van het Berlijnache verdrag. Verder zijn er bepalingen over tolverbonden en wordt de wenschelïjkheid uitgesprokeu, in sommige binnenlandsche zaken, vooral in rechtszaken, naar zekere gelijkmatigheid in de wetgeving te trachten. Er is geen bepaald geval waarvoor de alliantie zou moeten dienen en dus zijn alleen de groote trekken der overeenkemat vastgesteld, voldoende om, bij voorkomende gelegenheden, het bosdgenootschap nader te egeien. Maar de voorloopi.ere overeenkomst zal nu al zio>, „-n Sevolge .kunnen hebben, dat bedoelde gevallen Zlcü niet voordoen. «h« Wlkrrlge berekening Wijkt, dat inden Pruisisterkte hebbp° n verscMlende fractiën de volgende 108, centrum 97 r Te Petersburg zijn weder onderscheidene studenten in de medicijnen gevangen genomen, op verdenking van l te zijn betrokken in eene samenzwering, Zekere Malinoffskaja namelijk, eene vrouw, beschuldigd van medeplichtigheid in den aanslag tegen generaal Merentzeff, kreeg in de gevangenis een brief in cijferschrift, meldende, dat zij twee harer bewakers, Gujenkoffen Schiirfenberg, kon vertrouwen. Dezen brief liet zy slingeren en hij kwam in handen van de rechterlijke macht. Men vond nu de sporen ee»er samenzwering, om de gevangenen te bevrijden en ten huize van Schiiifenberg de namen van eenige medische studenten, die in het complot zijn. Ook uit Tambofï komt een bericht, waaruit opnieuw blijkt, hoe zonderling het nog in de Russische maatschappij is gesteld. Zekere koopman, Karpoff, overleden zonder kinderen na te laten, heeft zijn geheele vermogen, omstreeks 600,000 roebel, vermaakt aan Wera Saisulitsch, bekend door haar aanslag op generaal TrepofT. --- Tweede Kamer. Gisteren zijn de verschillende uitgaven, die in Indië het volgend jaar te doen zijn, ter sprake gekomen en liep het debat derhalve over tal van uiteenloopende zaken. Met groot genoegen vermelden wij, dat o. a. de nieuwe post is goedgekeurd, waarbij voor een stoomvaart op China subsidie wordt verleend aan de N.-I. Stoomvaartmaatschappij. Niemand sprak of stemde ditmaal tegen, ofschoon voor een jaar de groetste helft zich tege» een gelijksoortig voorstel had verzet. Men heeft nu een jaar verloren en tevens den dienst, op eenvoudiger schaal ingericht, aan een Indisehejmaatsckappij overgelaten , die wellicht beter op de hoogte is, maar nu ook een monopolie krijgt. A.an de» wensch va» den heer de Casembroot om het contract met de Maatschappij Nederland weder op te vatten, om grootere schepen, meer reizen en een gunstiger we«- te verkrijgen, kon de Minister niet voldoen: hij verzekerde echter dat de Ind. Stoomvaartmaatschappij wej zcm zorgen voor uitbreiding, als de behoefte daaraan mocht blijken te bestaan. De nieuwo regeling der straf bepaling op verbreking van diensteontracten, waartegen wij onlangs eenige bedenkingen hebben geopperd, bleef ook in de Kamer niet onopgemerkt. Zoowel de heer Godefroi als de heer van der Hoeven, die vroeger in d»ze zaak tegenover elkander stonden, wezen op. de gebreken der nieuwe regeling, vooral omdat zij het getal voorloopig aangehoudenen ontzettend zal vermeerderen. Men zal nu de werking der wijziging afwachten. Ook de opiumquacstie werd behandeld, doch het geschikte middel, onlangs in ons blad aangegeven, om den sluikhandel te weren, namelijk ruimer verstrekking aan de pachters, bleef op den achtergrond, omdat de heer Keuchenius, gedachtig ow I6oö, >'<"n neer Mijer weder aanvïoi, aio, scua hem, geheel in strijd met zijn eigen program het opiumverbruik zou hebben in de hand gewerkt. De heer Fransen van de Putte vatte echter den handschoen voor den afwezigen oud-minister e» oud-gouverneur op en toonde aan dat, hoe minder opium de Regeering aan de pachters verstrekt , des te uitgebreider de smokkelhandel en het verbruik werd. Inderdaad de smokkelaars kunnen bij! veel lager prijzen, dan de pachters moeten vragen, reeds groote winsten maken. Veel verbazing zal het zeker wekken, dat de Regeering een rapport, dat zij van een Indische commune gevraagd heeft, niet openbaar kan maken omdat het zoo kras van inhoud is! Het is het verslag .over de vraag of en hoe gemeente-instellingen in Indie kunnen worden ingevoerd. Een commissie van ingezetenen was uitgenoodigd haar gevoelen daaromtrent uit te spreken, tegelijk toen de nieuwe belastingen werden ingevoerd, en het schijnt dat de bestaande ontevredenheid in hun verslag weerklank heeft gevonden. Althans de Minister vreest, dat de openbaarmaking niet geraden ,s wegens den gemoedstoestand der Indische Maatschappij. Zal de verbittering echter niet nog toenemen door de geheimhouding ? Het is zeker bijzonder te betreuren, dat zulke gewichtige belangen overheerscht worden door hartstocht. Datzelfde kon men opmerken omtrent het bedroevend of, wil men, belachelijk krakeel, dat tusschen de heeren Keuchenius en van der Hoeven over Protestantisme en Katholicisme gevoerd werd naar aanleiding van het onderwijs in Indië. De eerste heeft zeker de meeste schuld; hij was volstrekt niet tegenover zijn anti-revolutionnaire kiezers te Gorinchem verplicht, religietwisten aan te wakkeren, zonder dat iemand hem had aangevallen. Niet ten onrechte verweet de heer van der Hoeven hem, dat hij bij zijn wederkomst in de Kamer den fakkel der tweedracht had ontstoken. Heden is de behandeling voortgezet.' --- Staatsbegrooting voor 1880. De voorloopige verslagen der Tweede Kamer over eenige hoofdstukken zijn verschenen. "Wij ontlecnen daaraan het volgende: Wat het financieele gedeelte van dit wetsontwerp betreft zoo miate men tot zijn leedwezen een ernstige zucht om té besparen waar da gelegenheid zich aanbood. Zoo is voor een kanselier bij het gezantschap te Londen de noodzakelij sheid niet genoegzaam gebleken, Evenmin kon de groote meerderheid geedksuren de verhooging der bezoldiging van des consul te Antwerpen, die eerst een jaar geleden is aangesteld. Naar aanleiding hiervan werd besproken de «standhouding van consulaten, vooral van bezoldigde consulaten, in plaatsen waar wij een gezantschap hebben. Door velen werd dit beginsel afgekeurd. Niet alleen toch lubben de leden der gezantschappen betrekkelijk weinig arbeid, en kuunes de secretarissen of raden van legatie licht ook de consulaire werkzaamheden waarnemen, maar daarenboven ia het van het grootste nut dat, daar de internationale handelspolitiek het zwaartepunt moet zijn van de taak onzer gezantschappen deze niet vreemd blijven aan do internationale handelsbetrekkingen, en meer van nabij daarmede hekend worden. Volgi-ns sommige leden ondervond men te weinig resultavan de goade verstandhouding die tusschen Nederland en andere rijken bestaat. Zoo werd gewezen op de wensohelijkheid om, nu da longziekte volg«ns de laatstelijk van de Eegeering ontvangen mededeelingen als genoegzaam geweken kan worden beschouwd. van Duitsohland en zoo mogelijk van Engeland de intrekking. te verkrijgen va» de door de regeeriagen dier beide rijken genomen maatregele», die denaitvoervanslacht-of ander vee uit Nederland naar die landen geheel beletten of wel onnoodig bemoei»!ij^en- Door ds in Engeland geldende bepalingen, dat alleen geslacht vee mag worden iagevoerd, had de tot dusver zoo belangrijke uitvoer van fokvee geheel opgehouden. Nu de vrees voor longziekte, welke tot bet ia het leven roepen van dia zoo belsmmereude bepalingen had geleid, als verdwenen kan worden beschouwd, meende men, dat het de taak was der Nederlandsche diplomatie op intrekking daarvan aan te dringen. Vooral met betrekking tot D u i t s c hl an d oordeelde men, dat vo»r onze diplomatie meer dan eene gelegenheid bestaat om voor onze belangen op te treden. Behalve dat men het in de hoogste mate wemchelijk zou achten, zoo er in d» spoorwegtarieven aldaar eene wijziging kou gebracht worden, werden ook besproken de belangrijke wijzigingen die in den loep van dit jaar ep eeconomisch gebied in Duitschiand hadhen plaats gegrepen. Deze wijzigingen, zoe vreesde men, «ouden voor Nederland, speciaal voor den uit- en doorvoerhandel naar Duitschiand, allertrenrigste gevolgen hebhen. Hoewel meH erkende, dat ook andere rijken evenzeer den nadeeligen invloed van die maatregelen gevoelden, en er ook niet e? aandrong dat onze Eegeering représaille-maatregele» zon nemen, was toch de vraag gewettigd, of niet de Nederlandsche diplomatie zou kunnen trachten van Duitschiand voer den handel minder nadeelige bepalingen te verkrijgen. Het in de dagbladen medegedeelde omtrent de mogelijkheid van het tot stand komen van een tractaat t«sschen Duitschiand en Oostenrijk, waarvan voor Oostenrijk gunstiger bepalingen het gevolg zouden zijn, gaf aanleiding tot het stellen van die vraag. In verband hiermede werd de vraag herhaald, reeds in de zitting van 24 September jl. ter sprake gebracht, of niet, nu Duitschiand zijn tractaat met BelgiS tegen nlt. December van dit jaar heeft opgezegd, de begunstiging, door Duitschiand aan onze binnenlandsche prodacten verleend, zal komen te vervallen. Terder kwam weder de verhouding tot Venezuela ter sprake. Men vroeg of de betrekkingen met dat Bfjk zullen worden hervat, of nog altijd oorlogamaterieel uit Curacao wordt ingevoerd en of het eekend is, dat de twee geopende havens weder gesloten zullen worden. Men vroeg naar den stand der uitleveringstractaten met Brazilië en de Vereenigde Staten. Wat de laatste betreft, had het bevreemd, dat de afgetreden minister van justitie zich in Juni jl. beroepen had op de veranderde zienswijze van de Unie, door het optreden van een anderen secretaris van Staat, die echter reeds sedert 1877 aan het bestuur was. Men vroeg opheldering. Is onzorzps wel alles gedaan? Ook emtrent de werking van formaliteiten uit het tractaat met Duitschiand werd inlichting gevraagd. Men hield staande, dat de Ver. Staten volgens het tractaat van 1852 verplicht zijn de differeiitieele rechten bij indirecten aanvoer van koloniale producten af te schaffen, nu -wij die. rechten in Indië hebben opgeheven; dat werd bij de behandeling der Indische tariefwet van 1872 door onze Eegeering uitdrukkelijk verklaard. De klacht werd geuit, dat d Vertegenwoordiging over het algemeen zoo weinig kennis bekomt van de bemoeiingen onzer diplomatie met vreemde Staten, ook wanneer ze gewichtige onderwerpen betreffen. Wel bestaat daartoe minder aanleiding dan elders, omdat we geen aandeel nemen aan de wereldpolitiek, maar toch zou men gaarne zien, dat, op het voorbeeld van andere Staten, de Kamer althans omtrent onderwerpen als de voorgaande mededeeling ontving van diplomatieke stukken. In verscüuienüu uraeeiiugen werd, evenais ieu iwis»- j-i-', aangedrongen op eene internationale regeling van de a v a - r ij grosse en het wisseli echt. Men meende dat speciaal in Duitschiand en Engeland do wenschelijkheid dier zaak algemeen werd erkend, on dat ds Nederlandsche regeering genoegzame gegevens bezit omtrsnt de wijzo van regeling, om van hare zijde tot het tet stand komen daarvan mede te werken. Van groot gewicht werd evenzeer geacht de regeling der uit het buitenland ontvangen rogatoire commissiën en het vaststellen van eenvormige regtlen voor het ten uitvoer leggen van vreemde vonnissen. Voorts werd de aandacht der Eegeering gevestigd op de gemengde rechtbanken ia Egypte, de neutraliseering van het Suezkanaal en de grensregeling der Eemsinondea, in verband met vrije neutraliteit. Hoe is de stand van de quaestie der Luxembnrgsche schuld? Bij het onderzoek van het Vilde hoofdstuk B (financiën) kwam in de eerste plaats ter sprake de onevenredigheid, die nog steeds in de regeling der kanalenrechten blijft heerschen. Terwijl er kanalen zijn waarop krachtens bestaande tractaten geen rechten mogen worden geheven, zij» die rechten elders zeer drukkend en tevens zeer ongelijk. Het meest wenschelijke zou voorzeker wezen eene algeheele opheffing der kanaalrechten, doch men erkende, dat zulks met het oog op den tegenwoordigen financieelen toestand minder raadzaam zou wezen. Eene betere regeling van dit onderwerp hij de wet is dus voorloopig het eenige wat aanbeveling verdient, en men meende dan ook daarop bij den Minister te moeten aandringen. Ook de afschaffing der tollen op 's Eijks groote wegen vond vele voorstanders; in sommige naburige groote Enken heeft dit reeds sedert geruimen tijd plaats gehad. Te minder bezwaren bestaan tegen deze afschaffing, nu hunne opbrengst in vele gevallen minder bedraagt dan de kosten van heffing en menin den verkoop der tolhuizen eenige vergoeding zon vinden. ■ • Met ernst werd ook nu weder van verschillende zijden aangedrongen op eene nieuwe wet op het Grootboek. Men wees onder anderen op een onlangs aan de Kamer ingezonden stuk door den heer Z. H. de Kleyn te Gorinchem. Indien het daar vermelde waarheid behelst, meende men, dat niet te spoedig maatregelen konden genomen worden waardoor aan dergelijken toestand een einde wordt gemaakt. In ieder geval, meende men, dat er gelijkmatigheid moet bestaan ten aanzien der formaliteiten, waarvan de vervulling wordt geëischt. Men wenschte te vernemen hoe het staat met de uitgifte der nieuwe muntbiljette». Ia eese afdeeling werd de vraag gedaan, of de Eegeering niet bij do Nederlandsche Bank pogingen zou kunnen aanwenden om h-t groote kapitaal, dat daar thans renteloos lio-t