FRANKFORT den 6 december. Zijne Maj. de koning van Hongaryen is zoodanig in beterschap toegenomen, dat men het meeste vertrouwen op Hoogstdeszelfs volkomen herstel koestert. Ten blijke daarvan en om de deelneming, die de inwoners van Weenen aan de keizerlijke familie betoond hebben, te beantwoorden, zijn Hunne Majesteiten de Keizer en Keizerin met den aartshertog Franz en zijne gemalin, de aartshertogin Sophia, en de prins en prinses van Salerno in den hofschouwburg verschenen , waar zij met onbeschrijfelijke blijdschap over het behoud van den Kroonprins zijn ontvangen geworden. — Het is opmerkelijk, dat, terwijl bij het pöolsche comité te Parijs pogingen zijn. aangewend geworden om Polen en zelfs Rusland weder tegen hunnen Souverehi in het harnas te jagen, de berigten uit het eerstgenoemde land zoo voldoende zijn, dat zelfs die bladen, welke anders niet wars waren van hoog van der Russen onderdrukking in Polen op te geven, thans erkennen, dat Warschau een geheel ander aanzien heeft gekregen, zoo dat men in het openbaar niets meer van die heethoofdigheid inde gesprekken over staatsaangelcgenheden verneemt, die het voorbijgegaan tijdperk zoo jammerlijk kenmerkten. Men houdt zich algemeen overtuigd, dat niet ligt ergens m dat Rijk eene zamenzwering tegen de regering wortelen zou kunnen schieten, daar vooral de middelstand naar maatschappelijke orde en vrede verlangt. De russische beschaafdheid baant zich den weg tot de gezellige kringen, en het valt niet te ontkennen, dat beider landaard zich zonder moedwillige stoornis zeer goed op den voet van vrede verdraagt. De landbouw , die veel geleden heeft, behoeft ook nog veel om er weder in bloei te komen. Men ziet nog steeds veel militaire beweging in het land; gedurig veranderen de troepen van kantonnement of garnizoen, en er komen meerdere troepen bij het staande leger, hetwelk dezer dagen weder met eene divisie lijflandsche en cocrlandsche huzaren, uit vier regementen bestaande, Is vergroot. Graaf Paskewitsch zal de troepen, die aan de grenzen bij Kalisch staan, in oogenschouw gaan nemen; en de voornaamste inwoners der stad hebben 6000 daalders bij een gebragt tot het feestelijk onthaal van den Prins, die zich' door zijn goed bestuur aller achting verworven heeft. — Berigten over Weenen uit Belgrado melden, dat in Servië weder een opstand tegen de Turken is begonnen , bijzonder in een der zes distrikten, die volgens het laatste traktaat van Adnanopel nog bij dat gewest moesten ingelijfd worden, hetwelk om verschillende redenen was verschoven waardoor die distrikten als nog de voorregten van de meer onafhankelijke regering van Servië ontbeerden De redering van Servië scheen niet geheel vreemd aan 'deze beweging te zijn, en zelfs een der officieren heeft een gedeelte van de krijgsmagt daaraan dienstbaar gemaakt!' Men hoopt, dat deze gebeurtenis niet van gevolg zal zijn, om dat de Porte in het oosten van zijn Rijk de handen vol SLi en he£ °°Senblik genaderd'is, waarop de h?r r_?womineD vall Moklavie en Wallachye ook, volgens zullen overg.aan.An°Pc]' '" staatsregeling _-T«___t Griek,e»'and, waar eerstdaags de nieuwe regering 7rlv v, m°eC d™men, verneemt men, dat Athene waarschijnlijk tot hoofdstad des Rijks zal verheven worden; derwaarts trekt reeds eene nieuwe bevolking zamen. De pms der landerijen en eigendommen stijgt er in dat vooruitzigt; doch vooreerst zal het bestuur 'zich nog te Napoli vestigen, waar het gebouw, door graaf Capo cTlstrias bewoond geweest, voor den Koning en het Regentschan in gereedheid wordt gebragt. --- PARIJS den 6 januarij. Een courrier, gisteren nacht bij het ministerie van buitenlandsche zaken aangekomen, moet aanleiding gegeven hebben tot eene zamenkomst aldaar van den minister van België metden minister van Pruissen, die er gisteren nogmaals eene conferentie hebben gehad. Men verhaalt, dat eene nota, door den hollandschen minister aan lord Palmerston overhandigd en grondslagen tot eene delinitive schikking behelzende, de reden van die bijeenkomst is, en dat de graaf Pozzo di Borgo kennis moet gedragen hebben van die nota. Er zouden hier weder zeer belangrijke depêches uit Madrid zijn ontvangen. De Koning is met de Prinsen naar Valencienncs vertrokken. De maarschalk Soult is ook derwaarts op reis gegaan. De hertog de Choiseul is naar de grenzen afgereisd, om koning Leopold en zijne gemalin, die in Frankrijk gewacht worden, te gaan ontvangen. — Sedert eenigen tijd waren bij de Kamer der Gedeputeerden vele adressen ingekomen omtrent de arrestatie en gevangenis der hertogin van Berry, bij eenigen van welke het onregtmatige daarvan betoogd werd, terwijl bij anderen werd beweerd , dat zij voor geene regtbanken gevoerd kon worden en bij de meesten hare in vrijheid stelling werd gevraagd. Gisteren is' deswege door den heer Sappey rapport uitgebragt, namens de commissie tot de petiticn. Het advies dezer commissie was, dat eenigen dier adressen, waarvan men reden had te gelooven, dat de ondertcakeningen niet echt waren, uit dien hoofde alleen , aan den minister van justitie zouden verzonden worden , en wat voorts deze en de overige petitien betrof, men tot de'orde van den dag moest overgaan. De bedoeling der commissie was de Kamer tot niets te verbinden , daar het hier geene zake was eene wetsbepaling te stemmen , om dat er geene wet was voorgedragen, en er tevens geen vonnis te strijken was, om dat in geen geval de Kamer als regter wilde optreden, en er eindelijk ook geen raad aan de ministers te geven was, want dat alle aanduiding of rigting, hun gegeven door de Kamer, hunne verantwoordelijkheid zou verminderen , en om alle die redenen sloeg zij voor eenvoudig tot de orde van den dag te besluiten. Dadelijk na liet uitbrengen van dit rapport bêkloni de minister van buitenlandsche zaken, de heer de Broglte, het spreekgestoelte. Hij begon met de handelwijze van het Gouvernement ten opzigte van Karel X en de leden van zijn geslacht op te halen en noemde daarbij de verbanning, tegen hen uitgesproken, een maatregel, die niet door de wet voorgeschreven, maar door de omstandigheden en de noodzakelijkheid gebiedend gevorderd was. Vervolgens sprak hij van de pogingen der hertogin van Berry om de Vendée in opstand te brengen, en van hare eindelijk gelukte arrestatie. Hij zcide, dat het Gouvernement gedacht had, dat, zoo het zich alleen bepaald luid haar naar hare familie terug te zenden, zij spoedig wedergekomen zou zijn, door de lust naar een avontuurlijk leven, die haar schijnt te bezielen , gedreven, en dat het daarom begrepen had haar provisioneel gevangen te moeten houden; dat het in die gedachte was, dat de ministers eene wet ten haren opzigte hadden aangekondigd, die zij in het begin der zitting meenden voor te dragen; doch dat de loop der gebeurtenissen dit had verhinderd, en, na het kanon bij Antwerpen bulderde, zij genoodzaakt geweest waren zich met andere belangen van Frankrijk bezig te houden. De Minister zcide, dat, zoo men de Hertogin niet aan de regtbanken had Overgeleverd, dit geschiedde om dat de Regering begreep, dat in den tegenwoordigen toestand van Frankrijk geene wet op haar toepasselijk was, en zij geen strijd van 30 millioen menschen tegen zes personen kon regtvaardigen. Hij voegde hierbij, dat, zoo er zich geene stem liet liooren om het hoofd der Hertogin te vragen, haar vonnis toch niets anders dan een deftig kluchtspel zijn zou. Ook zeide hij, dat de Hertogin van geboorte geene fransche vrouw was, en vroeg, indien men haar alleen wilde doen vonnissen om niet van een beginsel af te wijken, hoe vele beginselen men niet aan de wet der noodzakelijkheid opgeofferd had ? Tevens vroeg hij, welk punt men ter beslissing aan de regtbanken moest voorleggen en of het ook de vraag ware, of de Hertogin het regt niet had gehad de wapenen op te vatten? Was dit het geval, dan moest men begrijpen of hierover eene regtbank uitspraak kondoen. De Minister meende, dat een bestuur, hetwelk zich zelve acht, zijn bestaan door niemand ter wereld noch voor geene regtbank hoe genaamd in twijfel laat trekken. Hij maakte de vergadering aandachtig op de soort van lieden, die zoodanig proces naar de pleitzaal zou lokken. Met de uitgestrekte vrijheid, die door de omwenteling is verkregen , voorzag hij, dat de vijanden van het gouvernement, de vijanden van alle regeringen, niet bij honderden, maar bij honderd duizenden- zouden toevloeijen. Gelooft gij, vroeg hij, dat het Gouvernement altijd de magt heeft om, naar mate de wind waaijen zal, het hoofd der regters of het leven der beschuldigde te beschermen? Hij haalde het voorbeeld aan van de beroering, die te Parijs tijdens het proces der ministers had geheerscht, en begreep, dat dit nog niets was in vergelijking van hetgeen men zien zou, als de Hertogin te regt moest staan. Hij meende de Kamer die gevaren te moeten voor oogen houden, en dat zij de rust van het land niec op het spel moest zetten, om aan eene dwaze en onnutte opwelling'gehoor te geven. De Minister verklaarde eindelijk, dat hij en zijne ambtgenooten de verantwoordelijkheid van hun gedrag op zich namen en die niet aan de Kamer wilden op den hals schuiven. De goedkeuring of toetreding der Kamer, dit wist hij, kon op verschillende wijzen verkregen worden, en deze kon zij regtstreeks of zijdelings geven. Indien zij het advies der commissie aannam, zouden de ministers zich voldaan rekenen en niets meer vragen. Eenige afgevaardigden, zoo als de heeren de Ludre en Cabet, wilden, dat de justitie haren loop zou hebben en de Hertogin te regt gesteld zou worden. De heer Bcrryer, de bekende vriend van het vorig bestuur, verklaarde, dat men, zoo in het belang der Hertogin als iv dat der wet, een einde behoorde te maken aan den tegenwoordigen staat van zaken. Daarbij onderzocht hij, of het tegenwoordig bestuur, gegrond op de souvereinkek des volks, getrouw is gebleven aan zijne beginselen. De eerste daad daarvan was geweest een Koning te verbannen, alvorens Frankrijk zich nog had geuit, niet alleen door de stem van eene onvolledige, maar zelfs van geene schijn van vertegenwoordiging. De tweede was van door vergaderingen , wier lastbrieven konden tegengesproken worden, te doen verklaren, dat de oudste tak ten eeuwigen dage van den troon was uitgesloten , en dus niet alleen den onderteekenaar der bekende ordonnantien, maar zelfs een onschuldige, een kind. en zijn geheel toekomstig geslacht,, ondanks de wet op de onschendbaarheid des Konings, te veroordeelen. D e derde daad was het vonnis der ministers, wier verantwoordelijkheid den Koning niet had gedekt en die door zijne veroordeeling niet beschermd waren. Om deze eerste daden van het bestuur der volkssouverclniteit te kleuren, heeft de Minister, zeide hij, de gebiedende en dikwerf gevaarlijke wet der noodzakelijkheid moeten,inroepen; doch eindelijk wordt het tijd een einde te maken aan willekeurige maatregelen. Verder betoogde hij, dat de Hertogin, van de nieuwe orde van zaken afgescheiden , niet beschouwd kon worden als onderdaan van eenigen souverein, en niet kon worden te regt gesteld. Hij eindigde met te zeggen, dat hij de ministers niet verzocht te luisteren naar hen, die ter gunste van mevrouw de Hertogin spraken, maar alleen , dat zij zich niet lieten verblinden door de tegenwoordige omstandigheden en op de toekomst mogten zien. De minister Thiers heeft ook de orde van den dag verdedigd. Onder anderen zeide hij, dat er geene teregtstelling voor vorsten bestond; dat'men hen 'in de tijden van barbaarschhcid vermoordde en in de dagen der beschaving buiten de mogelijkheid stelde van kwaad te stichten. De tegenwoordige zaak, meende hij, dat, als van een geheel pólitieken aard, aan de regtspleging zou ontsnappen en allen even zeer eene schuldeloosverklaring als eene veroordeeling zouden vreezen. Zoo de Hertogin voor de Kamer der Pairs gevoerd wierd, zou men tachtig duizend man noodig hebben om haar te beschermen en de droevige tooneelen zien hernieuwen , welke bij het proces der ministers plaats hebben gehad. Hij wilde, dat" de Kamer het land in geene nieuwe beroeringen zou storten en daarom het gevoelen harer commissie zou aannemen. Na dat nog de heer Odillon Barrot zich en tegen de vrees, door de ministers geuit, en tegen de orde van den dag verklaard had, heeft de Kamer met eene vrij groote meerderheid besloten het advies der commissie aan te nemen en dus tot de orde van den dag over te gaan. Dezer dagen was hier en daar eene naamlooze uitnoodiging aan jongelieden verspreid geworden, om bij den heer de Chateaubriand eene pligtpleging te gaan afleggen voorliet vlugschrift, dat hij over de gevangenneming der hertogin van Berry heeft uitgegeven. Deze oproeping heeft haar doel bereikt en er heeft zich op de plaats van het Observatoire eene vereeuiging tot dat einde gevormd, welker gelukwenschingen door den schrijver zijn beantwoord geworden met eene toespraak, waarin hij zijne hoop te kennen gaf, dat de Kamers de eersten zouden zijn om de loslating der Hertogin te vragen. De verzameling heeft den heer de Chateaubriand ouder toejuichingen verlaten en voorgesteld een gedenkpenning voor hem te doen slaan,, waarop men de woorden uit zijn geschrift, uw Zoon is mijn Koning, zou doen graveren. Eenige dagbladen, die ter gelegenheid dezer oproeping artikels, aan de bezending dezer jongelieden gerigt; hadden opgenomen, zijn op de vordering van den regter van instructie in beslag genomen. De voorloopig aangekondigde verplaatsing der fransche diplomaten is door eene ordonnantie des Konings bevestigd geworden. De graaf de St. Aulaire gaat a's ambassadeur naar Weenen, de maarschalk Maison naaf Petersburg, de heer Durand de Mareuil naar Napels en de heef Fay de la Tour-Maubourg naar Rome. De heer Bressen is benoemd tot buitengewoon envoyé en minister plenipotentiaris te Berlijn; de graaf*/. Faudrenil zal dien post te Munchen bekleeden; de. hertog de Montebello te Koppenhngen; de graaf de St. Priest te Rio-Janciro; de baron de Talkyrar.d is minister-resident, te Florence.; de heer Belloeq hij dé Hanzeesteden, en de graaf de Mornay te Carisruhe, en-eindelijk is de heer de Bussières chargé 'd'affaires te Darmscadt. — Gisteren waren d. 5 per cents geconsolideerden 100 francs a.contant en 100 francs 30 centimes tegen ultimo; de 3 per cents 71 francs 20, centimes a contant en 71 francs 45 centimes tegen ultimo; Napels 84 francs; spaansche perpetuelen 57 en 7 achtsten; spaansche leening 82. --- V STOOMPACKET-VAART tusschen ROTTERDAM en LONDEN, in dienst der General Post-Office. De Agenten der General Steam Navigation Company, te Londen, brengen hiermede ter kennisse van Heeren. Reizigers en den Handel, dat hunne Stoompacketten, gedurende het Winter-Saizoen , van Hellevoet sluis of Brielle iederen Woensdag err Saturdag zullen vertrekken, zoodra de Brievenmaal aan boord zal zijn; zullende Reizigers , Effecten, Specie en Monsters eene gelegenheid worden aangeboden van Rotterdam naar de Stoompacket. Saturdag den 12 Januarij, des morgens ten 5 ure. J Woensdag den iö Januarij, des morgens ten 6 ure. Reizigers worden verzocht, hunne Bagage des avonds te voren te doen bezorgen, als mede hunne plaatsen te nemen en zich van paspoorten te voorzien; zullende er geene Effecten of Monsters later dan 10 ure des avondvóór het vertrek worden aangenomen. Nadere inlichting aan het Bureau in de Boompjes, A, n.° 93. tv- _.„_„,_-J W. SMITH & Co. en De Agenten | f. A. VAN ES. V TE HUUR, bij fatsoenlijke Lieden in de Buitenstad, Twee net GEMEUBELEERDE KAMERS, voor een Heer of Dame, des verkiezende met den Kost. Nadere informatie ta bekomen bij H. G. ARBON, Wed. A. H. Krap,. Beursplein, te Rotterdam. --- %* In den avond van den 4 dezer trof den Ondergeteekende het hoog betreurend lot, daar het'bootje wairin hij zich met zijne Vrouw en nog twee andere Personen bevond, om van de Plantaadje over de Maas te varen' omsloeg waar door hem zijne geliefde Vrouw, M. BLANKE, in den ouderdom van 30 jaren, van het hart werd gescheurd' da.' zij haar leven in het water verloor; zijnde gekleed met een paars pakje, haar ondergoed geieekend M. B. gouden hangers m de ooren en een dito ketting om den hals. Die deze Drenkeling weet aan te wijzen bij ,/; TERNÈDER ' buiten de Oostpoon, of //. DE JONG, op de Glashaven, wijk A, n.° 312, belden te Rotterdam, of H. Bouwman te Fyenoord, over Rotterdam, zal ƒ5O tot eene beloonmg genieten. JAN Plek Jansz ' %* UIT DE HAND TE KOOP, op favorable Conditien, een hecht en sterk, binnen weinige jaren bijna 'geheet vernieuwd HUIS, voorzien van diverse Vertrekken, een fraai Uitzigt hebbende, en ERVE, staande en geleden ir de Buitenstad te Rotterdam, waarin de Affaire van Logement sedert: vele jaren is uitgeoefend en als no<' met het beste succes wordt voortgezet, en zulks met of zonder de overneming van het MEUBELAIRLdaarbii Te bevragen bij de Notarissen NOZEMAN en- VAN DER LOOY, aldaar. Brieven franco. u-nuuruic... *** UIT DE HAND TE KOOP, op voordéelige Conditien, een hecht, sterk en weigesitueerd WINKELHUIS geschikt tot vele Affaires, met.diverse moderne Vertrekken, en ERVE, staande en gelegen in het beste cedeelte derpukenstad te Rotterdam» Te bevragen bij de -Notarissen NOZEMAN'eu FAN DERZ.OCT aldaar ---