Civiel Departement. Benoemd: tot advoc. en procur. bij den Raad van just. te Soerabaija, J. Z. Tadema; tot komm., belast met de admin. van 's Lands kas, tevens vendum. te Buitenzorg. C. M. de Rochemont; tot lsten komm. op het bureau van den gouvern. van Sumatra's Westkust, F. J. Sett de Bruyn; tot ontv. van het regt van successie onder vreemde Oosterlingen en van de successie en overgangsregten te Samarang W. J. Brouwer; bij de dir. der openb. werken, tot 2den komm., A. N. Dinger; tot 3den komm. W. A. O. Stern; tot schout te Padang, L. A. van Praag; bij continuatie voor het loopende jaar 1861, tot leden van de commissie, ingesteld bij art. 49 der bepalingen op het beheer van 's Lands geldmiddelen (St.bl. 1831, n.° 71), J. J. van Emmerik, hoofd-intend. der milit. admin., en H. P. Barkmeijer, algem. boekh. bij den directeur van financiën; tot secret, van de resid. Tagal, tevens vendum., de secret, van de resid. Kediri, J. J. Breymann; tot secret, van de resid. Kadoe, tevens vendum., de lste komm. bij de algem. secret., F. C. A. Jeekel; tot secret, van de resid. Kediri, tevens vendum., de lste komm. op het resid.-bureau te Soerab., J. H. Koelman; bij de subcomm. van onderw. te Patti, voor de zaken te Japara, tot lid, Th. F. Boerlage. Ontslagen: op hun verz., eerv., uit 's Lands dienst, onder toek. van pens., de op zijn verz. eerv. ontsl. lste klerk op het kantoor van den ads. resid. van Grissee, J. A. de Graaff, en eervol, uit 's Lands dienst, met behoud van regt op pensioen, de gewone lste substituut bij de policie te Samarang, J. F. Couvée; eervol, uit de betrekking van ontvanger van het regt van successie onder vreemde Oosterlingen en van de successie en overgangsregten te Samarang, R. Keyzer; eervol, uit 's Lands dienst, met behoud van regt op pensioen, de schout te Padang, J. J. Becker; op zijn verz., eerv., uit 's Lands dienst, met behoud van regt op pens., de op zijn verz. eerv. ontsl. klerk op het residentiekant. te Serang(Bantam) F. van der Burgh; bij de subcomm. van onderw. te Patti, voor de zaken te Japara, eerv., uith. van vertr., als lid. J. A. B. Heynneman, onder dankbet. voor de als zoodanig door hem be«v. diensten; eerv., uit zijne betrekk., de secret, van de resid. Tagal, tevens vendum. aldaar, J. D. Mispelblom Beijer; uit 's Lands dienst, de gewezen klerk bij de milit. admin. te Padang, G. F. Fritz. Ingetrokken: op zijn verz., de benoeming van J. van Lingen, tot lsten komm. op het bureau van den gouvern. van Sumata's Westkust. Verleend: een 2jarig verlof naar Nederl., wegens ziekte, aan den predik, bij de Protest, gem. te Amboina, P. F. W. Briët, en aan den control. der 2de kl. bij het binnenl. bestuur in de adsist.-resid. Benkoelen H. J. Kampees; aan den Ned. commiss. voor Japan en Siam, mr. J. H. Donker , Curtius; wegens ziekte aan den resid. der Lampongsche j distr., R. Wijnen, en aan den secret, van de resid. Kadoe, jonkh. mr. O. E. van Nispen. Magtiging Verleend: tot de uitreiking aan den op zijn . Iverz., eerv., uit Zr. Ms. milit. dienst ontsl. dirig. offic. jvan gez. der Iste kl., P. J. van Thienen, van eene acte Svan toelating tot het uitoefenen van de genees- en heelk. 'praktijk te Batavia. Erkend en Toegelaten: krachtens raagtiging des Konings, de heer A. R. J. Cramerus, als consul van Sardinië te Kat. voor Ned.-Indië, en de heer S. Higgenson jr., als «nsul der Vereen. Staten van Amer. te Padang. --- Militair Departement. Benoemd: tot adjud. bij het 9de bat inf., de Iste luit. V. L. Reuter; tot chef van den staf in de Westersfd. van Homeo, de kapit. van het het garniz.-bat. aldaar F. J. M. Westerbaen Schmidt, met bepaling dat hij als zoodanig bij zijn wapen zal worden gevoerd a la suite. Ontslagen: op zijn verz., eerv., uit Zr. Ms. milit. dienst, met behoud van regt op pensioen, de kapit. der inf. W. E. Frowein; eerv., als adj. bij het 9de bat inf., de Iste luit. J. J. W. E. Verstege. Geplaatst: bij het Bste bat. inf. (Ngawie), de majoor J. H. von Stietz; bij het garniz. te Samarang, de offic. van gez. der 3de kl. J. F. H. Hartsteen; bij de milit. geneesk. dienst, bij het bureau van den chef over de geneesk. dienst, de offic. van gezondh. der 2de kl. J. J. W. E. van Riemsdijk; bij de civ. en milit. geneesk. dienst te Bandjermasin, de offic. van gez. der 2de kl. P. S. A. van Dura. Overgeplaatst: bij de milit. geneesk. dienst, bij de civ. en milit. geneesk. dienst te Palembang, de offic. van gez. der Iste kl. F. W. Reif te Mangkalis (Siak) de offic. van gezondh. der 3de kl. J. J. Granpré Molière. Hersteld: in activiteit, de offic. van gez. der 3de kl. K. G. Bakker. Verleend: een 2jarig verlof naar Nederl., aan denmaj. der genie en sappeurs J. van Staveren; aan de kapits. der inf. P. A. Muller en O. A. Koocken; wegens ziekte aan den lsten luit. der inf. H. A. Hartwig; aan den kapit. der genie en sapp urs J. P. Ermeling; aan den onderintend der Iste kl. van de milit admin. J. G. Beunink; een ljarig verlof naar Nederl. buiten bezwaar van den Lande, aan den voor vijfjaren bij het 0.-I. leger gedetacheerden lsten luit. der inf. van het Ned. leger J.L.H. Beijens. Goedgekeurd: dat door den chef over de geneesk. dienst is geplaatst: bij het groot milit. hospit. te Weltevreden, de offic. van gez. der 3di kl. J. E. Stark. --- Marine Departement. Benoemd: tot direct, der fabriek voor de marine en het stoomwezen te Soerab., de luit. t/z. Iste kl. P. van Bleiswijk Ris, en tot luit. t/z. lste kl. bij het Ind. sedentaire zeewezen en equlpagem. bij het mar.-etabliss. te Soerab., W. O. A. van Bennekom beide op hun verz. eerv. uit Zr. Ms. zeed. ontsl. luits. t/z. lste kl.; tot dokm. bij het mar -etabliss. te Soerab. C. Tinneveld, onder toek. van den titul. rang van ingen. der 2de kl. voor het vak van scheepsbouw in Ned.-Indië. Door de hieronder genoemde autoriteiten zijn de volgende beschikkingen genomen : Door den algem. secret., gedurende de maand december 1860, benoemd: tot lsten klerk ter alg. secretarie, toegevoegd aan den secretaris bij den raad van Nederl.-Indië, J. Th. Latuperisa; tot lsten klerk ter algemeene secretarie H. W. Kuhr. Door den directeur der financiën, gedurende de maand november 1860, benoemd: tot lsten klerk bij de directie vjn financiën C. de Nijs. Donr den directeur der producten en civ. magazijnen, gedurende de maand december 1860, bij de directie der producten en civ. magaz., ontslagen i eerv., wegens ziekte, uit zijne betrekk., de Iste klerk bij gemelde directie J.F. Dinger; benoemd: tot lsten klerk C. J. H. Jacobs. Bij de afd. telegrafie, ingetrokken: de tijdelijke overplaatsing naar Weltevreden van den telegraf. A. S. Ahlers; benoemd: tot leerl.-telegr. A. Duyshart en C. J. Lessig; teruggeplaatst: om hunne functien te hervatten, S. A. Webb, als chef van het tel.-kant. te Samarangj S. A. J. de Bruyn,als chef van het tel.-kant. te Probolingo; A. K. van Deventer, als chef van het tel.-kant. te Pattie, en G. W. A. Strick van Linschoten, als chef van het tel.- kant. te Kedirie; overgeplaatst: de navolgende telegrafisten, naar Bezoekie 11. B. Denkelaar; naar Madioen J. C. Langenberg; naar Tjandjoer A. N. Kolmus; naar Pekalongan C. B. L. J. Veerman; naar Buitenzorg P. C. M. van Abkoude; naar Poerworedjo de leerl.-tel. F. C. Lamrnerdingj naar Palembang J. Brondsema; naar Magelang i. Kielman; naar Indramaijoe H. L. Boon. Door den resident van Soerabaija, gedurende de maand december 1860, benoemd: tot lsten klerk op het bureau van den adsist.-resid. van Gr'ssee, tevens griffier bij den landraad aldaar, J. M. Burgemeestre. Door den resident van Bezoekie, gedurende de ma«nd november 1860, ingetrokken: de benoeming van J. M. Burgemeestre, tot lsten klerk b(j den adsist.-resid. van Panaroekan, tevens griffier bij den landraad aldaar; benoemd: tot lsten kierk bij den ads.-res. van Panaroekan, tevens griffier bij den landraad aldaar, A. H. Schift. Door den ads.-res. van Patjitan, gedurende de maand november 1860, benoemd: tot zout verkoop-pakhuism. te Pangoel J. T. Coenraad. i. i »«m o .*. -a «Men ■ — --- BUITENLAND. CHINA. Hono Kong 15 januarij. — Lord Elgin en zijn gevolg kwam den 8 dezer met de stoomboot Ferose hier aan en vertrok den 12 dezer naar Canton. Den 10 dezer hield zijn lordschap een léve in het Gouveruementsgebouw, maar overigens vernam Hong Kong niets van zijne aanwezigheid. Hij bezoekt Manilla en Batavia alvorens naar Engeland weder te keeren. Men beschouwt zijn vertrek van hier als eenigzins overhaast geweest. De opperbevelhebber der troepen is met de Chesapeake naar Nagasaki gegaan, en de admiraal Jones , heeft zich met de Imperiale, door drie andere schepen vergezeld, insgelijks naar Japan begeven, waar eene botsing tusschen eenige Japanesche ambtenaren en eenige Engelschen ontstaan is. Een Engelschman, om het schieten van een gans in hechtenis genomen, h door sommigen zijner landgenooten bevrijd, terwijl een Japaneesch ambtenaar zwaar werd beleedigd. De waarnemende Engelsche consul. kapitein Vyse, vaardigde eene waarschuwing uit, in welke hij het dragen van vuurwapenen ongeoorloofd en het schenden der jagtwet in Japan even strafbaar als in Engeland noemde. Twintig Engelsche inwoners kwamen hier tegen op, zeiden dat het dragen van vuurwapenen een hoogst noodzakelijke voorzorg was, en eischten dat alle in hechtenis genomen vreemdelingen in de eerste plaats door den Consul hunner Natie zouden gehoord worden. Ook in andere opzigten heeft de vice-consul zich naar de klagten der Japanesche autoriteiten geschikt. Men beschouwde het openen der vaart op de Yangtsze, dat denkelijk door den admiraal Jones geschieden zal, als eene zaak die dadelijk voordeel aan den handel op zou leveren. De Chinesche voortbrengselen welke thans in handen der rebellen zijn worden gezegd zeer aanzienlijk te wezen, terwijl het geen twijfel lijdt of zij zullen die gaarne willen verkoopen. Het eiland Chusan, dat bij het verdrag werd teruggegeven , is nu eindelijk door de Geallieerden ontruimd. Te Shanghaï neemt men maatregelen tegen de rebellen, maar er is weinig gevochten, ofschoon men, naardien de Keizerlijke troepen- zamentrekken, welligt eerlang 'van een veldslag hooren zal. Tusschen Rusland en China is den 14 november, vijf dagen na het vertrek .van lord Elgin uit Peking, aldaar een verdrag tus«chen Prins Kung en graaf Ignatieff geteekend, waarbij China aan Rusland den zeeoever van de monding der Amur tot .aan die der Turnen, van den 141 sten tot den 131 sten graad O. lengte, afstaat, derhalve eene landstreek van 900 mijlen lang en tusschen de 100 en 200 mijlen breed, en het bezit waarvan Rusland, zoowel in oorlogs- als in vredestijd, zeer voordeelig zijn moet. Uit Fung Chow is de stoomboot Algerine eene zeerooversvloot gaan opzoeken, die de brik Aim van Singapore omsingeld had. Hr. Ms. Consul heeft den 5 jan uarij openlijk kennis gegeven dat de proclamatie van Prins Kung wegens de verdragen van Peking en Tien-tsin, op last des Onderkonings, op verschillende plaatsen was aangeplakt en ook op andere aangeplakt zou worden. Uit Ningpo en Amoy is geen nieuws. Een Amerikaan met zijne lorcha bezig eenige handelsjonken te escorteren, is bij Wanchew door zeeroovers Keuomen en tot een losprijs van 4000 dollars veroordeeld. De Amerikaansche stoomboot Sag-naw is van hier afgestevend, om zijne bevrijding te beproeven. Op de betaling der schadevergoeding aan de kooplieden te Canton bestaat nog geen uitzigt, ofschoon de Amerikanen de hunne reeds bijua geheel ontvangen hebben. ---