i,j,' >/4 & 11 Htß PER DOOSJE^^\^T --- HET AMSTERDAMSCH ROOMSCHKATHOLIEK BEGRAFENISFONDS Bisschoppelijk Adviseurs D. 3. 3. de Kok, Pastoor van „De Liefde" Bestuurd door Mr. A H. J. van den BIESEN, E. BROM, J. J. BONKE, Commissarissen; J. DE JONG, AUG. HENDRIKS. A SCHRIJVER, A. GOETING, J. EMMERIK Jr.. Overlieden. Kantoor: J. A. DE JONG, Bilderdükstraat 155, Tel. 86153 Vraagt het speciale maandtarief voor klas F. en F.A. --- ||PlM£l —1.. , -■■ ■■ ■ ■ ■ • - ~^^ --- CHRISTELIJKE BOEREN EN TUINDERS Algemeene vergadering te Breda, „in het land van Schaepman” Minister Steenberghe spreekt Te Breda is vandaag de algemeene ledenvergadering gehouden van den Christelijken Boeren- en Tuindersbond onder leiding van prof. dr. P. A. Diepenhorst. Deze koos tot motto van zijn openingswoord: „In het land van Schaepman", daarmee doelend op den nauwen band die bestond tusschen dr. Schaepman en Breda, dat hem in 1880 tot lid der Tweede Kamer koos. Uitvoerig behandelde spr. de vraag, of afzonderlijke organisatie op confessloneelen grondslag ter behartiging van economische belangen een specifiek katholieke gedachte moet heeten. Hierop gaf spr. een ontkennend antwoord. De economische worsteling in het beroepsleven grijpt zoo diep in, legt op 's menschen denken en handelen zoo overheerschend beslag, dat dit stoffelijk welvaartsstreven niet buiten de klem der beginselen kan worden gesteld. Slag op slag rijzen in het boerenleven de vragen, waarop verschil in levensbeschouwing uiteenloopend antwoord doet geven en tegenovergestelde practische houding aannemen. In den loop der bijeenkomst hield de Minister van Economische Zaken, mr. M. P. L. Steenberghe, een rede, waarin hij concludeerde, dat tusschen de plattelandscultuur — als openbaring van het boerenleven — en het boerenbedrijf een wisselwerking bestaat, die niet dan tot schade van beide verbroken zou kunnen worden. Beide uitingen van het volksleven, de stedelijke en de plattelandscultuur, zijn noodzakelijk om te komen tot een harmonisch geheel. Het meest kenmerkende van onzen tijd is wel de groote onzekerheid, die heerscht op ieder gebied. Alle pogen ter verbetering van de materieele positie van den landbouw is niet slechts een stryd voor materieele belangen, maar tevens een voor het behoud van geestelijke waarden voor ons geheele volk. De minister wilde thans in het bijzonder stilstaan bij allen arbeid, die leidt tot een rationalisatie van het boerenbedrijf. Volle aandacht wordt zijnerzijds gewijd aan het landbouwkundig onderzoek, de landbouwvoorlichting en het landbouwonderwijs, want deze drie te zamen leiden tot het zoo gewenschte doel. De reorganisatie van het landbouwkundig onderzoek, die thans zijn beslag heeft gekregen, heeft beter dan voorheen het contact tusschen de onderzoekers -gelegd en bovendien de mogelijkheid geschapen, dat het bedrijfsleven zijn invloed ook hier zal laten gevoelen en in eer toenemende mate er deel in zal verkrijgen. -Van zeer eminent belang is ook het landbouwonderwijs. Het is een gelukkig verschijnsel, dat de belangstelling voor het lfuidbouwonderwijs in de laatste jaren sterk is toegenomen. Persoonlijk zou spr. ongetwijfeld zeker nog verder willen gaan en liefst met groote passen, doch een minister is ook afhankelijk van hetgeen financieel mogelijk is in een tijdsgewricht, nu het Nederlandsche volk zoo zwaar belast is door uitgaven op allerlei ander gebied. Ook de cultuurtechnische arbeid leidt tot rationalisatie. Betere ontwatering en ruilverkaveling zijn er de voorbeelden van. Er komen thans werken tot stand, waarvan velen onder óns de mogelijkheid nimmer hebben verondersteld. Vervolgens besprak de minister de maatregelen tot opvoering van de kwaliteit van het geproduceerde. De Landbouwuitvoerwet en bepaalde regelingen, gegrond op de Landbouwcrisiswet, hebben het mogelijk gemaakt de kwaliteit der producten belangrijk te verbeteren. Door kwaliteitsverbetering wordt een blijvend fundament gelegd voor den Nederlandschen landbouw in zijn geheel, waardoor zoowel rechtstreeks als zijdelings de belangen van het geheele Nederlandsche volk gediend worden. Op het gebied van de rationalisatie kunnen we nooit genoeg doen. Het is een gelukkig verschijnsel, dat hier een goede samenwerking bestaat tusschen de organisaties en de overheid. Tenslotte wees de minister nog op den arbeid der Pachtbureaux. --- Titulaire rang verleend Bij K.B. van 8 Mei 1939 is, met ingang van 22 Mei 1939, aan den kolonel-titulair der artillerie van het Kon. Ned.-Indisch Leger W. J. Oiel. de titulaire rang van generaal-majoor verleend. --- DE ZILVEREN Auto door A. Hruschka 19 — Dan zou hij later teruggekeerd zijn op de plaats van de misdaad. Naar het avondblad, dat ik onderweg heb gekocht, verteltf, was het lijk, toen men het vond, reeds bijna koud; dus moet het minstens een half uur ter plaatse hebben gelegen. Tijd genoeg om den mcordenaar gelegenheid te geven, weer terug te komen en zich van 't horloge, de ringen en 't geld meester te maken — verondersteld, dat zulks in zijn bedoeling lag. Maar ik ben overtuigd, dat hy nooit van plan is geweest, zyn slachtoffer uit te plunderen. — In dat geval zou er slechts wraak In 't spel kunnen zijn. Dat was ook mijn eerste gedachte. Maar mevrouw Von Erber, al de vrienden en kennissen van den vermoorde en al)n kantoorbedienden verzekeren, dat de bejaarde hier niet één vijand had. — Och, men heeft soms vijanden van wier bestaan men zelfs niets weet. Er zijn trouwens ook andere redenen, die 'n mensen ertoe kunnen brengen, een lastig of gevaarlijk persoon uit den weg te ruimen. — O ja, zeker. Jaloerschheid, eerzucht en andere dingen van dien aard. Maar juist by den ouden advocaat moeten dergelijke motieven buiten beschouwing biyven. Hij leidde een zeer geregeld leven, heeft zich nooit met vrouwen opgehouden. En zijn persoonlijke positie was van dien aard, dat er voor niemand kans bestond, om hem op te volgen, in zijn plaats te treden Hij was zeer kalm van aard en leefde met iedereen in vrede, zyn nog levende verre bloedverwanten bekommerden zich niet om hem en hij bekommerde zich niet om hen. 't Zy'n allen gefortuneerde menschen, die Wendland's eventueele nalatenschap zeer goed konden missen. Dus hebben wij ook met dit punt geen rekening te houden. Silas Hempel bekeek opmerkzaam zijn nagels en zette een gezicht, dat van verveling sprak. — Zulke motieven bedoelde ik niet, zei hij. Misschien moet men heel ver teruggaan in Wendland's verleden, om den sleutel tot het drama te vinden. — Ik begrijp Je niet — Dus hebt u er zelfs niet aan gedacht, dat Wendland sinds tientallen jaren als rechtskundig raadsman en zaakwaarnemer van een aantal voorname families in 't bezit is kunnen komen jan menig familiegeheim, dat men niet aan de groote klok pleegt te hangen, maar wel toevertrouwt aan een in ieder opzicht hoogstaand jurist, omdat men tot beslechting van het een of ander geschil zijn hulp noodig heeft? — Neen, daar heb ik werkelijk niet aan gedacht. En jü gelooft, dat we in deze richting — Ik geloof dat bij zulke dingen alles niet zoo vlot van stapel loopt. Dat er oneenigheden kunnen bestaan, dat er maatregelen kunnen worden genomen die, terecht of ten onrechte, verbittering wekken en wrok doen ontstaan, 't Kan ook gebeuren, dat alleen reeds de bekendheid met een of ander feit, den rechtskundigen raadsman eener familie tot een gevaarlijk personage maakt. Beschouwt u dat als onmogelijk? — Neen, niet als onmogelijk, maar — wil 't mij niet kwalijk nemen — wel als 'n beetje... fantastisch Trouwens, beste Silas, dat strookt met je temperament, nietwaar? Maar je kunt 'n speciale reden hebben om iets van dien aard te vermoeden — Neen, ik sprak slechts in 't algemeen en wilde eenvoudig te kennen geven, dat het misschien de moeite waard zou zijn, ernstig de door Mr. Wendland nagelaten documenten te onderzoeken. — Kerel! Bedenk toch, wat een reuzenwerk dat zou zijn! Heel die massa documenten. Vergeet niet, dat Wendland bijna vijftig Jaar advocaat is geweest. Dat onderzoek zou maanden vorderen. — U overdrijft. Het meeste zou zeker reeds op het eerste gezicht als voor ons waardeloos ter zijde kunnen worden gelegd. In een paar nachten zou alles nagezien zijn. Wilt mij de zaak toevertrouwen? — Als jij er eenig succes van verwacht, dan met genoegen. Maar, zooals gezegd, ik bcschouw de onderneming als nutteloos en de idee-zelf als 'n beetje fantastisch — Die opvatting kan ik u niet kwalijk nemen Dus: afgesproken. En tot uw geruststelling, waarde heer, keeren we nu uit het rijk der verbeelding weer op het terrein der werkelijkheid terug Zeg, wat dunkt u van het telefonisch onderhoud, dat Wendland 's avonds vóór zijn dood heeft gehad en waarbij de moordenaar hem ongetwijfeld naar de „Schmelz" of naar een plaats in de nabijheid van die beruchte buurt heeft geroepen? Natuurlijk hebt u zich daarmee bezig gehouden.... — O ja. Onmiddellijk nadat mevrouw Von Erber mij die bijzonderheid had meegedeeld. Ik ben zelf naar het telefoonkantoor geweest. De onbekende heeft zich vijf minuten voor half tien in de centrale aangemeld, gaf zijn nummer 17500 op en vroeg verbinding met Wendland. De verbinding kreeg hij onmiddellijk. — En 17500.... is? — Het nummer van een drukbezocht café op den „Gürtel", „Café Westzentrum". Daar komen kleine beambten, menschen uit den middenstand en ook talrijke vreemdelingen. Het gesprek duurde vijf minuten. Van den inhoud is er natuurlijk niets bekend. De eerste kellner van het café, die de telefoonkosten moet ontvangen en de spreekcel openen, kan zich niet herinneren, wie omstreeks dien tijd heeft getelefoneerd, 't Was er zeer druk en iederen avond wordt de telefooncel om zoo te zeggen belegerd, zoodat de aanvragers dikwijls lang geduld moeten oefenen. —i Jammer. Misschien, zou het gesprokene een vingerwijzing voor ons kunnen zijn. Had de kellner ons maar 'n oppervlakkig signalement van den aanvrager kunnen geven. Maar .deze tegenvaller mag ons niet ontmoedigen. En hoe staat het met die „zilveren" auto, welke men vooraan op de „Schmelz" zou hebben gezien? Hebt u dienaangaande een onderzoek ingesteld? — Ik zou het natuurlijk gedaan hebben, maar *t bleek overbodig te zijn; want de eigenaar van de auto, die de berichten in de ochtendbladen had gelezen, is mij uit eigen beweging komen opzoeken, om te verklaren, dat hij met de gepleegde misdaad niets heeft uit te staan. — Ei! ei. Buitengewoon interessant! Wees zoo goed, mij dat eens uitvoefig te vertellen. — Te vertellen is daar eigenlijk niet veel over. Vanmorgen tegen negen uur liet zich bij mij een zekere mijnheer Juan Andagola aandienen. Hij stelde zich voor als farmer uit de Argentynsche provincie Entre Rios en eigenaar van de „zilveren" auto. Hij verklaarde met zijn vrouw een pleizierreis door Europa te maken en reeds drie weken in „Hotel Imperia!" te verblijven. Van daar uit maakt hij met zijn vrouw lederen dag uitstapjes in zijn eigen uit Argentinië meegebrachte auto, die natuurlijk niet uit zilver maar van aluminium en nikkel is gemaakt. In de bladen had hij tot zijn verwondering gelezen dat zijn auto in verband werd gebracht met een gepleegde misdaad, en daarom had hij 't wenscheiyk geacht mij onoverwijld te gaan opzoeken, om ophelderingen te geven. -Nu....? «et — Andagola had eergisterennamiddag «", zijn vrouw een uitstapje naar gemaakt, en kwam eerst laat in den aV°r, terug. De auto kwam toen door de Breitensee en de Hütteldorferstrasse, om vervolgens Marzstrasse in te slaan. Toen men ~ „Schmelz" voorbijkwam, hield de chauffeur $1 omdat er aan de radiator iets haperde. Ii(ji kleine defect was in vijf minuten herstcj Andagola en zijn vrouw zijn niet eens u stapt. Zü hebben geen hulpkreet gehoord hadden er dus geen vermoeden van, dat er de nabijheid omstreeks dienzelfden tijd ""jij was ongeveer half twaalf — een misdaad of was gepleegd. e„ — U hebt toch, naar ik hoop, de paplel van dien Argentijn ingezien? ü, — Dat spreekt vanzelf. H« heeft ze mij tr - wens uit eigen beweging ter inzage gegeV J)( Hij had ook zu'n chauffeur, een Engelschtf meegebracht, en die bevestigde de verklari™ van zijn meester. — En waren de papieren in orde? je — Volkomen. Ze zijn afgegeven door provinciale autoriteiten van Entre Rios, * f echt verklaard, geviseerd en onderteekend d een vertegenwoordiger van de Argentijn»01 centrale regeering te Buenos Aires. ~j,j — Zouden ze toch niet valsch kunnen &•> Argentinië is zoo ver weg! (Wordt vervolgt* --- MINISTER VAN BOEIJEN 50 JAAR Van vele zijden werd belangstelling getoond Onder buitengewoon talrijke blijken van sympathie heeft de minister van Binnenlandsche Zaken, de heer H. van Boeijen, heden zijn vyftigsten verjaardag gevierd. Reeds in den vroegen morgen stroomde het telegrammen, brieven en kaartjes van gelukwensch aan zijn woning en werden tallooze bloemstukken daar bezorgd. Minister Van Boeijen heeft hedenochtend zijn gewone ambtswerkzaamheden ten departemente verricht. Ook daar had hij tal van gelukwenschen in ontvangst te nemen. Tot de eersten, die hem met zijn 50sten verjaardag kwamen feliciteeren, behoorde de secretaris-generaal, mr. dr. K. J. Prederiks. De minister ontving verder in den loop van den ochtend o.m. een deputatie van het hoofdbestuur der P.T.T., bestaande uit de heeren mr. J. F. van Roven, secretaris-generaal en waarnemend directeur-generaal van de P.T. en T., ir. H. J. Boetje, hoofd-ingenieur-directeur der telegrafie en telefonie en H. C. Felzer, hoofdinspecteur der P.T. en T. Later kwamen ook de chefs der afdeellngen, die den minister een bloemstuk in zijn kabinet hadden doen toekomen, hun opwachting by hem maken. • Den middag heeft de minister te zijnen huize doorgebracht. Ofschoon hij geen officieele receptie hield, zijn daar tal van vrienden en bekenden gekomen, om hem hun gelukwenschen aan te bieden. --- ERNST TOLLER OVERLEDEN Uit New Vork wordt gemeld, dat de Duitsche tooneelschrvjver en publicist op politiek gebied, Ernst Toller, daar op 46-jarigen leeftijd is overleden. Toller heeft de hand aan zich zelf geslagen, iets wat zich al zoo vaak heeft voorgedaan met personen uit het cultuurleven der republiek van Weimar, sinds het Hitlerbewind heerscht. Bij het uitbreken van den wereldoorlog was Toller student te Grenoble, maar hij keerde naar Duitschland terug om dienst te nemen. In 1915 werd hij wegens ziekte ontslagen uit den militairen dienst. Daarop wijdde hij zich in München en Heidelberg verder aan de studie. Door den oorlog was hy geheel op revolutionnalr standpunt komen te staan en hij trad in de leiding van de Beiersche Radenrepubliek. In 1919 werd hij veroordeeld tot 5 jaar vestingstraf wegens, hoogverraad, die hij uitzat te Niederschönenfeld. Daarna leefde hij te Berlijn, te Moskou en te Leningrad. Zijn kunst stond in dienst van zijn politieke overtuiging, Wij noemen van zijn werken: Requiem den gemordeten Brüder, een tekst voor een koor, geschreven in 1920 en Gedichte der Gefangenén (1921). Voor het tooneel schreef hij de drama's Die Wandlung (1919), Masse Mensch (1921), Die Maschinenstümer (1922), Hinkeman (1923), Justiz (1927), Hoppla, wir leben (1927), Fener aus den Kesseln (1930) en Wander in Amerika (geschreven samen met H. Kersten in 1931). Bij de machtsovername van Hitler nam Toller de wijk naar Zwitserland en leefde nog in verschillende andere landen, laatstelijk in rle Vereenigde Staten, waar hij trachtte hulp te organiseeren aan de noodlijdende Spaansche burgerbevolking aan beide zijden van 't front. --- Auto in volle vaart tegen een boom Vader van vijf kinderen gedood; een andere inzittende ernstig gewond Maandagavond omstreeks half elf is te St. Anthonis, gemeente Oploo (N.8.) een ernstig auto-ongeluk gebeurd, waarbij één militair gedood werd, terwijl een tweede inzittende zeer ernstige verwondingen heeft opgeloopen. Omstreeks half elf kwam de chauffeur N, uit Boxmeer, met zijn auto, waarin vier militairen zaten, van de kermis te Oploo. Hy reed met groote snelheid en ter hoogte van het café Halfweg onder St. Anthonis vloog de wagen in volle vaart tegen een boom. De militair P. uit Geldrop, vader van vijf kinderen, werd op slag gedcod, terwijl één der andere inzittenden, S. uit Nijmegen, zeer ernstig gewond werd. Kort n>a de botsing waren een geneesheer en een priester ter plaatse. S. werd, nadat hem de eerste hulp was verleend, per auto naar het ziekenhuis te Boxmeer vervoerd, waarheen ook het stoffelijk overschot is overgebracht. De andere inzittenden, die geen noemenswaardig letsel opliepen, zijn op eigen gelegenheid nair hun woningen teruggekeerd. De auto is geheel vernield. --- Willem de Merode De beate protestantsehe dichter Te Eerbeek op de Veluwe is Maandagavond op 51-jarigen leeftijd overleden de letterkundige Willem Eduard Keuning, als dichter bekend onder den naam, waaronder vrijwel al zijn werk is gepubliceerd: Willem de Merode. Hij werd in September 1887 te' Spijk geboren en bezocht de Christelijke Kweekschool te Groningen, waar hij voor het onderwijs werd opgeleid. Zijn. litterair debuut maakte hij in 1911, toen bij begon met het publiceeren van gedichten .n „Ons Tijdschrift". Zijn werk in die dagen was sterk lyrisch en ontkwam niet altijd, aan den invloed van oudere tijo'genooten, een normaal verschijnsel bij jeugdige dichters. Toch ontwikkelde De Merode zich tot een dichter met een eigen geluid, en veel van zijn gedichten zijn zeer melodieus en klankrijk. Ook in zijn werk, vooral in latere bundels, gaf hij uiting aan zijn protestantsch-christelijke levensbeschouwing' en herhaaldelijk heeft hij leiding gegeven aan dé' litteraire bewegingen, die onder de Protestantsch-christelijke jongeren ontstonden. Ongetwijfeld was hij zelf de voornaamste en meest begaafde dichter uit deze groepeering. In 1916 publiceerde hij zijn eersten bundel „Gestalten en Stemmingen", in 1919 „De Overgave", en in de zeer productieve jaren tusschen 1920 en 1935 ~Kwatrijenen", Het Heilig Licht", „Ganymedes'*, „De Rozenhof", „De Donkere- Bloei", ~De Verloren Zoon", „De lichtstreep", „Esther", „De Heilige Tocht", „Laudate Dominum", Omar Khayyam", ~Langs den Heirweg", „Chineesche Gedichten", „De Stille Tuin", „Kruissonnetten", „Doocenboek" en andei'e kleinere bundels, waaronder psalmbewerkingen en geestelijke liederen. In 1936 verscheen onder den naam „De Wilde Wingerd." een bloemlezing uit eigen werk, met een inleiding van den letterkundige Roel Houwink. --- De „Tromp” naar de Noorsche wateren H. Ms. Flottieljeleider „Tromp" onder bevel van den kapitein-ter-zee L. A. C. M. Doorman, is gisteren van Den Helder vertrokken ter aanvaarding van de reis naar de Noorsche wateren. --- Jongetje bij aanrijding gewond Op den Weurtschen weg te Nijmegen Is de vierjarige A. B. door een motorrijder aangereden, toen het ventje plotseling den weg overstak. Hij kreeg een ernstige schedelbasisfractuur en werd in hoogst zorgwekkenden toestand in het St. Canisius-Ziekenhuis opgenomen. --- H. Ms. O 16 H.Ms. onderzeeboot O 16, onder bevel van den luitenant-ter-zee Ie klasse P. A. Mulock van der Vlies Beek, is 20 Mei j.l. van Aden vertrokken. --- Kerkelijk Leven Mgr. G. van den Boer † Deken en pastoor te Oss Vanmorgen half elf is te Oss Mgr. G. van den Boer, deken en pastoor te Oss, in den leeftijd van ruim 88 jaar en in het 62ste jaar van zijn priesterleven, overleden. Gerardus van den Boer werd in 1851 te Someren geboren. Hij bezocht het Bisschoppelijk klein-seminarie en het groot-seminarie te Haaren. 26 Juli 1871 werd hem in de St. Jan te 's Hertogenbosch de H. Priesterwijding toegediend door Mgr. van EVeek, Bisschop van Breda, wegens ziekte van den Bisschop van Den Bosch. Achtereenvolgens was hij assistent te Orthen, kapelaan te Haaren en kapelaan te Tilburg (het Goirke) waar hij 17 jaar verbleef. 30 Octobcr 1897 werd hij benoemd tot pastoor van Oss. Destijds vormde het stadje slechts één parochie, die van O. L. Vr. Onbevlekt Ontvangen, de z.g. „Groote Kerk." Onder zijn pastoraat werden opgericht de twee scholen in de Koornstraat, bestuurd door de Berw. Fraters C.S.S.M.M., de beide St. Rafaëlscholen in de Arendvlucht, bestuurd door de Eerw. Zusters uit Tilburg, de meisjes- en jongensschool in de Oude Molenstraat, aan den Heesschenweg. Noemen wij nog de U.L.0.- school en het ziekenhuis St. Anna in de Begijnenstraat. Pastoor Frltsen van Rosmalen was Deken van het dekenaat Oss. Bij diens overlijden in 1906 benoemde Mgr. W. v. d. Ven pastoor v. d. Boer tot Deken van Oss. Z.H. Paus Benedictus XV benoemde hem in 1916 tot geheim Kamerheer. Bij zijn gouden priesterfeest is een Mgr. v. d. Boer-fonds gesticht, tot opleiding van jongelingen, die zelf geen of niet voldoende middelen hebben, om hun studiën te bekostigen. --- EEUWFEEST ST. JANSKERK TE ROOSENDAAL Luisterrijke kerkelijke viering De St. Jansparochie te Roosendaal heeft Zondag het 100-jarig bestaan gevierd van de kerk. Vrijdag, Zaterdag en Zondag was een plechtig Triduüm gehouden ter voorbereiding. Z. H. Paus Pius XII heeft bij rescript van de H. Congregatie der Aflaten op 29 April 1.1. voor het jubileum der St. Janskerk te Roozendaal het Indult gegeven, dat alle geloovigen ir, de Hoofdkerk van Roosendaal, Zondag 21 Mei en de acht daarop volgende dagen, een, vollen aflaat kunnen verdienen onder de gewone voorwaarden. Doordat vele vlaggen waren uitgestoken, had het centrum van de stad een feestelijk aanzien In de kerk was een majestueuze versiering aangebracht. De Hoogmis werd pontificaliter opgedragen door Mgr. Dr. Stalmans, Prelaat der Norbertijner-Abdij van Tongerïoo (België), met welker geschiedenis die van de St. Jansparochie is saamgeweven en wier priesters mede de leiding hebben in het bestuur der St. Jansparochie, van wie een hunner ook steeds het pastoraat vervult. In een langen stoet van bruidjes en begeleid door den Z.Eerw. heer A. Binck C.R.O. Pr., oudkapelaan der parochie «n thans pastoor in België, werd Mgr. Stalmans vanaf de pastorie faan de Molenstraat) onder klokgelui en onder groote belangstelling naar de kerk geleid, waar Mgr. door parochie-geestelijkheid en assisteerende geestelijken werd ontvangen. De Hoogwaardige celebrant werd geassisteerd door eenige Z.Eerw. heeren rectoren der stad, eenige bud-kapelaans der parochie en de paro • chiegeestelijkheid, terwijl onder de geestelijken die in het priesterkoor hadden plaats genomen, was de HoogEerw. heer Dr. Ev. Jos Derikx C.R.O. Pr., pastoor der parochie en Deken van Roosendaal. De feestpredikatie werd gehouden door den Zcereerw. pater Amadeus 0.M.C., die in geestdriftige taal en op treffende wijze de groote verdiensten schetste van het parochiale leven en de geloovigen aanspoorde, trouw deel te nemen in het zegenrijke parochiewerk. Het Janskerkkoor, onder leiding van den heer J. Tierolff en met den heer Adr. Somers aan het orgel, zong de Missa in Honorem Cordis Jesu, van A. somers. Onder de Consecratie schalden klaroenen, naar een compositie eveneens van den heer A. Somers, wat een diepen indruk maakte op de geloovigen. Aan het einde van de H. Mis werd het Te Deum van Jean Schrijvers uitgevoerd. Naar de pastorie teruggeleid, gaf Mgr. daar zijn zegen aan de menigte. Hoewel geen officieele receptie werd gehouden, kwamen toch vele autoriteiten, notabelen ender wie ook de Burgemeester en Wethbuders en tal van geestelijken der stad den Hoogeerw. heer Deken en zijn kapelaans gelukwenschen met het eeuwfeest der parochie, bij wie zich ook voegde de Hoogeerw. heer Mgr. J. M. van Oers Vicaris-Generaal van het Bisdom Breda, die mede door zijn tegenwoordigheid de jubilé-viering luister bijzette. Met een plechtig Lof werd de feestdag gesloten. --- Diamanten kloosterfeest In het klooster der Zusters Ursulinen te Sittard viert Donderdag 25 Mei de eerw. Mère Jeanne O. S. U. haar diamanten kloosterfeest. Mère Jeanne heeft tal van jaren les gegeven in de Fransche taal aan duizenden pensionnaires. --- Javasche Bank in nieuw gebouw Een breed en een smal grachtenhuis zetel van Indische circulatiebank Hedenmiddag in gebruik genomen Onder zeer groote belangstelling is hedenmiddag het nieuwe, monumentale gebouw van de Javasche Bank officieel in gebruik genomen. De breede, voorname gevel van het hoofdgebouw en de antieke facade van het nevengebouw scharen zich fraai in de rij der statige huizen langs de Keizersgracht bij de Vijzelstraat en het moderne interieur harmonieert wonderlijk goed met de gevels. Zoo paart zich het nieuwe aan het oude en blrjft het eeuwenoude grachtenschoon zijn tradities voortzetten. Maandenlang hebben de voorbijgangers in een meer dan acht meter diepen bouwput gestaard, waar de heimachines ruim zevenhonderd heipalen den grond indreven. Diep in den grond werden de kluizen en ketelruimten gebouwd, die tot vier meter onder het watervlak reiken. Daarboven werd een zwaar betonskelet opgetrokken, dat met vier op speciale wijze gewapend-betonnen vloeren en een betonnen dakschild een vijfvoudige bescherming tegen luchtaanvallen biedt aan de kluisruimten, waar kostbaarheden en menschenlevens — want de kelders zijn tevens ingericht als vluchtkelders — zelfs voor de zwaarste bommen betrekkelijk veilig zijn. Tevens waarborgen de zware betonconstructies een vrijwel absolute brandveiligheid. Doch van al dat massieve en massale zal de bezoeker weinig bemerken. Aan de gracht valt hem op de breede hoofdgevel, die door de sobere vormgeving een indruk van kloeke voornaamheid geeft en waaraan de vooruitspringende middenpartij een levendig accent verleent. Het hoofdgebouw kwam in de plaats van de perceelen 666 en 668, welke dateerden uit 1688 en vroeger huisvesting verleenden aan de bank. De herinnering aan de grachthuizen, die voor den nieuwbouw moesten worden opgeofferd, blijft bewaard in een mozaïek van baksteenen uit de gesloopte perceelen, voorstellende Jan Pieterszoon Coen, welke in de ruime vergaderzaal op de bel-étage is aangebracht. Naast het hoofdgebouw rijst bescheiden omhoog het uit omstreeks 1730 dateerende geveltje van perceel 668 met den sierlijk gekuifden top, dat geheel in den ouden toestand behouden bleef. Alles, wat achter den gevel ligt, is echter nieuw. In dit nevengebouw zijn verschillende afdeelingen van meer ondergeschikte beteekenis ondergebracht en electrisch bewogen rolluiken scheiden het van het hoofdgebouw, waardoor een zoo groot mogelijke veiligheid is verzekerd. muleert. In de fraaie ellipsvormige hall, w*u het licht binnenvalt door glas-in-lood welke door prof. H. Campendonk werden worpen, prijkt een bijzonder mooie achttien eeuwsche gesneden eikenhouten trapleuning, komstig uit de gesloopte perecelen 666 en 668- . Via .de hal komt men in de kassiersrul» )*. welke in het midden van de groote kanio ruimte met een oppervlakte van 250 M 2, is legen. De centrale administratie staat in verbinding met de groote kantoorruimte en is een geheel verkregen, waarin alle &ideeltitëg centraal vereenigd zijn, terwijl toch elke afdeel haar eigen ruimte heeft. Onnoodig geloop w° daarmee voorkomen en het noodzakelijke c tact is tot de eenvoudigste vormen terug» bracht. „U- In vergaderzaal, boekerij, directie- en sPrjo0f kamers staan stijlvolle meubelen, welke a architect C. B. Posthumus Meyjes, di« nieuwbouw heeft ontworpen, zijn geteekend- lichtkronen in de hall, de vergaderzaal en boekerij werden naar ontwerp van Fritz I* velt vervaardigd in de glasfabriek Leerdam- Bijzondere zorg is besteed aan het weren _j hinderlijk lawaai. Dubbele ramen houden straatlawaai buiten en geluidabsorbeerende V. fondbedekkingen verhinderen, dat geluiden » andere verdiepingen doordringen. Ten aanvef« van verwarming, ventilatie, alarmeering en . lichting zijn de gebouwen op de meest mode „ wijze toegerust. Zelfs in de liftkooi voor perso bevindt zich een telefoontoestel. „]f Zoo is de nieuwe zetel van de Javasche ** f aan de Keizersgracht een fraaie aanwinst de bank zelf, die ruim een jaar geleden oo* Batavia een modern nieuw hoofdgebouw in bruik nam, alsook voor het stadsbeeld °P n. Keizersgracht bij de Vijzelstraat. Met be njt dering hebben de belangstellenden heden gebouw na de openingsplechtigheid bezichtigo- - lichte kleuren overheerschen in het interieur, waardoor een vriendelijke, zonnige sfeer wordt geschapen, die den arbeidslust sti- Gebouw „Zeerust", de nieuwe zetel vttfi de Javasche Bank, gelegen aan de K&' zersgracht te Amsterdam --- ’s-Gravenhage GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN De R.K. Staatspartij heeft lijst 2 Ten stadhuize heeft het centrale de voor de aanstaande gemeenteraadsve zingen in Den Haag ingeleverde lijsten Se merd. Het resultaat hiervan is: p^f 1. S.D.A.P.; 2. R.K. Staatspartij; 3. A-**- tij; 4. Lib. Staatspartij; Sl. C.H. Unie: 6. c° #1 Partij Nederland; 7. V.D. Bond; 8. Herv. «£ fl Staatspartij; 9. Christ. Dem. Unie; 10. v° Ar&' Nood; 11. Troelstra-beweging; 12. Rev. SOO Partij; 13. Onafh. Nat. Groep; 14. Geref.; 15. Bolsjewiki-leninisten. ---