De export van de roode kool is in Broek op Langendijk in vollen gang. Bij "•zenden worden -r.e ingeladen, om naar België te worden verzonden. De uitvoer bedraagt ongeveer 20 •/• van den geheelen oogst. (Foto Pax Holland) --- DE TERAARDEBESTELLING VAN DEN W.A.-MAN PETER TON. Plechtigheid op Nieuw Eik en Duinen. REDE VAN Dr.R. VAN GENECHTEN. OmsSRtVENHAGE' n SePtember- (A.N.P.) — stofferi drie uur kwam de rouwstoet, die het vennaer overschot van den Zaterdag te 's-Gra- Ton n °m het leven gekomen W.A.-man Peter leidH de begraafplaats Nieuw Eik en Duinen Rond°h de" doodenakker aan. gehn i? voorloopig graf was een ruimte vrijeen U voor de genoodigden en voor de vertestnwoordigers der nationaal-socialistische hoofdg ,ePen- Hier waren aanwezig o.a. majoor O'Gilvie, mr t^^€erde van den Rijkscommissaris, en kapitein lif Hamer, de nieuwe hoofdcommissaris van poitiete 's-Gravenhage. Te 3.15 uur stelden zich in rre-vorm op de vertegenwoordigers van de W.A.- en van den Nationalen Jeugdstorm, met hun rouwomfloerste banieren, het eerste vendel van ban 6 der W.A. en het muziekkorps van *[* W.A. uit Amsterdam. Toen kort daarop de baar met het stoffelijk overschot van Peter Ton naderde het muziekkorps het lied „Wij hadden een Kameraad". De kist was gedekt met de N.5.8.-vlag *h zijn werd omringd door kransen, waarvan wij hier nog noemen een krans van de Landesgruppe der N.S.D.A.P. en één van den Beauftragte van den Rijkscommissaris. Onder- de genoodigden waren eenige hooge vertegenwoordigers van de Duit- sche zusterpartij en wel een deputatie met vaandel Van de afdeeling Nederland der buitenlandsche organisatie der N.S.D.A.P. Als eerste spreker trad mr. A. Zondervan, algemeen commandant van de W.A., naar voren. Spreker zeide, dat kameraad Ton het hoogste offer heeft gebracht aan de beweging, die hij diende. De w.A. is door den leider ingesteld o.a. om te zorgen aai onze vrouwen en kinderen nooit meer zullen endervinden wat hun tusschen den tienden en den vijftienden Mei door overheidspersonen werd aangedaan tijdens hun gevangenschap. Het eerste offer dezer W.A. is thans gebracht: Peter Ton heeft zijn leven daarbij moeten verliezen, doch zijn naam zal blijven voortleven. Peter Ton beteekent voortaan W.A. en W.A. beteekent Peter Ton. Het vendel Waarin hij gediend heeft zal zijn naam dragen en wij beloven kameraad Ton plechtig, dat wij den strijd, waarvoor hij het leven heeft gelaten tot een goed einde zullen brengen. Hierna brachten allen den nationaal-socialistischen groet. Dr. R. van Genechten, hoofd van de vorming der N.5.8., nieuw benoemd procureur-generaal bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, hield vervolgens een grafrede. De leider van de beweging, aldus spreker, heeft mij opgedragen namens hem de gevoelens te vertellen, die ons allen thans bezielen. In de eerste Plaats een woord van groote deernis jegens de moeder van Peter Ton. Wij mannen kunnen het leed, dat een moeder treft door het verlies van haar Zoon, nauwelijks peilen. Spr. gaf hierna een schets van de verhouding tusschen moeder" en kind en constateerde, dat Peter Ton in den leeftijd, waarop hij zijn moeder tot steun was geworden is gevallen door den op hem gepleegden moord. Kameraad Ton Is gevallen als slachtoffer van de berde, die het op de N.S.B, gemunt had. Het was vooral de vrijmetselarij, die van den aanvang af getracht heeft de nationaal-socialistische beweging te doen sterven. Het is haar niet gelukt. Na den oorlog hier te lande heeft zij zich eerst een:gen tijd stil gehouden, doch daarna is zij weer «ctief geworden in haar bestrijding van het nationaal-sorialisme. De incidenten te Naaldwijk en de belachelijk hooge justitieele eisch hebben daarvan doen getuigen. Daarna is kameraad Ton voor -het rationaal-socialisme gesneuveld, doch dit beteekent tevens, dat hij voor het Nederlandsche volk 's gevallen. Deze begrafenis kan slechts een voorloopige zijn. Eens komt de tijd, waarop wij onze gestorven helden naar onzen eigen-grond zullen overbrengen onder de hooge popels, welker bladeren den hartvorm dragen. Tot nu toe heeft het Nederlandsche volk de teek-enen van den tijd niet voldoende verstaan. Wij hebben dit volk ondanks zijn zwakheid lief, omdat het is gekneed uit goede klei. De vraag waarom een zoo jong leven op zoon wijze moest worden afgesneden, kunnen wij niet beantwoorden, doch wie de goden liefhebben nemen zij jong tot zich. Spr. gaf den raad: weest moedig en weest trouw. Wij, vreezen den dood niet. WÜ beseffen, dat wij tegen invloedrijke machten hebben moeten vechten en dat wij dien strijd nog eenigen tijd hadden moeten voortzetten, wanneer n>et de Duitsche macht ons te hulp was gekomen. Thans zijn wij de tijden van terreur te boven. Wij Zullen de macht in den staat overnemen en wij zullen voortaan de orde hier te lande handhaven. De geschiedenis leert, dat alleen vastberaden mannen de wereld vooruit kunnen brengen. Tenslotte sprak nog dr. Schuon, Kr,eisleiter der N.S.D.A.P. in den Niederlanden, een kort woord namens deze organisatie ter deelneming in het gebeurde. Hopman v. Leeuwen dankte namens de familie. Nadat de plechtige teraardebestelling was geschied defileerden nog vele duizenden nationaalsocialisten en jeugdstormers langs de groeve. (A.N.P.) --- CHR. PHIL. INRICHTINGEN TE DOETINCHEM. Naar wij vernemen heeft wijlen ds. W. H. H Dijkman, in leven emeritus-predikant van de Ned. Herv. kerk, laatstelijk wonende te Haarlem bij testamentaire beschikking zijn bibliotheek vermaakt %an de Chr. Phil. Inrichtingen te Doetinchem. --- Het aantal veroordeelingen liep terug in 1938. Een crimineele statistiek. — Omtrent den stand en de beweging der criminaliteit in ons land geven regelmatig de driemaandelijks gepubliceerde officieele gegevens van het Centraal Bureau voor de statistiek waardevolle aanwijzingen. Uitvoeriger wordt daarna de gerechtelijk geconstateerde criminaliteit belicht in de jaarlijks door genoemd bureau samengestelde crimineele statistiek. De zoo juist bij de Algemeene Landsdrukkerij verschenen crimineele statistiek over 1938 (in één publicatie met de gevangenis- en kinderwettenstatistiek) leert, dat in genoemd jaar voor het eerst na vele jaren de totaalcijfers betreffende de onherroepelijke veroordeelingen en veroordeelden wegens rechtbankzaken daalden. Het aantal veroordeelingen, zonder die wegens belastingovertredingen, van 16.285 in 1929 gestegen tot 23.444 in 1937, liep in 1938 terug tot 22.529. Per 1000 inwoners bedroeg het aantal veroordeelingen in in 1938 25.9 tegen 27.3 in 1937. Tot de daling van het totaalcijfer droeg in de eerste plaats bij de vermindering van de aantallen onherroepelijke veroordeelingen wegens eenvoudigen en gequalificeerden diefstal. Naar verhouding was de vermindering ten aanzien van gequalificeerden diefstal (1937 2.503, 1938 1.959) sterker dan ten aanzien van eenvoudigen diefstal (resp. 5040 en 4595). Wat de agressieve delicten betreft is weinig verandering te constateeren; de in vergelijking met vroegere jaren gunstige stand bleef gehandhaafd. Vele interessante bijzonderheden worden medegedeeld o.a. omtrent de strafoplegging. Het percentage, dat het aantal voorwaardelijke veroordeelingen, vormde van het totaal aantal veroordeelingen, bedraagt voor de jaren 1936 t/m 1938 resp., 16, 17 en 16.5. Verder worden behandeld de kantongerechtscriminaliteit, de criminaliteit der militairen en de gerechtelijk geconstateerde zelfmoorden. --- HET TOONEEL Piet Kohier. Vijftig jaar op de planken. Piel Kohier zal een week in ons Rembrandt Theater „Boemelen", en den eersten dag zal hij als „Droogkeeltje", de landlooper, in de operette „Der Juxbaron" van Walter Kollo zijn gouden jubileum als beroepsartist en zijn zilveren jubileum ah Boemelbaron vieren. Droogkeeltje is Piet Köhler's beroemde rol geworden. Hij is met deze rol, die hem „op het lijf geschreven is" samengegroeid en wanneer men Piet Köhler's naam hoort, denkt men dan ook onwillekeurig aan den Boemelbaron. In de operette heeft hij dus zijn grootste succes behaald, maar de operette was eigenlijk zijn terrein toch niet. Hij is er toevallig bij gekomen, via variété en revue. Ook in de operette herkennen wij in Piet Kohier nog altijd min of meer den variété-artist, die regelrecht op het publiek speelt. De tekst? nu ja, die is Voor Kohier feitelijk bijzaak. Hij trekt de rol geheel naar zich toe — zooals ook Nap de la Mar, met wien hij altijd veel gemeen heeft gehad, dikwijls deed — hij is vol nog van den humor van het variété en hij is dan ook een mixtum van variété, revue en operette. Wie hem nu ziet dansen en springen over het tooneel, zal nauwelijks kunnen gelooven, dat hij oorspronkelijk een „zittend" vak uitoefende. Hij werd namelijk in Groningen — waar hij geboren is — opgeleid voor kleermaker; maar hij had in de avonduren genoeg vrijen tijd om voor komiek te spelen. En tegelijk fiedelde hij zoon beetje op de viool. Als achttienjarige jongeling maakte hij kennis met den directeur van een „café-chantant gezelschap", dat de kermissen in Groningen en ommelanden bereisde. Die directeur engageerde Piet als tweede violist en komiek en omdat dit eerste engegement in 1890 afgesloten werd, heeft Piet Kohier nu het recht zijn gouden jubileum als beroeps-artist te vieren. Vele jaren zwierf hij als komiek langs de kermissen in het Noorden en hij was er al gauw populair. Zijn grootste succes had hij met zijn komische dans: „Ziet aan, ziet aan, u ziet wel, dat ik niet stil kan staan". Maar rijk werd hij niet van al dat dansen. Toen trok hij — na vijf jaar in het Noorden te zijn opgetreden — naar de hoofdstad, waar hij door Henri ter Hall bij zijn bekend revuegezelschap werd geëngageerd. Dat was voor hem een promotie! Na Amsterdam volgde al spoedig een tournee door Europa, niet als komiek* maar als jongleur. Hij had zich op dat gebied gespecialiseerd en reisde vier jaar lang, van de eene stad naar de andere, alle landen door. In 1905 kwam hij in het goede vaderland terug en hij vond er een nieuw succes, „De Kinderbroedmachine", een komisch duet, dat hij in Flora in de Amstelstraat te Amsterdam met Sophie Kohier zong. Aan het succes met die „Kinderbroedmachine" had hij zijn eerste engagement bij de operette in het Grand Theater te danken. In de operette bracht Piet Kohier — zooals ik reeds schreef — zijn eigen stijl mee en zijn komisch talent werd vooral door het publiek zeer gewaardeerd. Het gezelschap, waaraan hij verbonden was, ging spoedig op de flesch, maar toen Kreeft en Kiehl in 1908 een nieuwe operette-troep oprichtten, engageerden zij Piet Kohier en er bestond dus toen weer in Amsterdam een troep van de 3 K's. Het was de gouden tijd van de operette. Ik be- j hoef maar de namen: „De fideele Boer", „De Dollarprinses", „Geisha" en „Polenbloed" te noemen om de herinnering van de oude operette-liefhebbers wakker te roepen. Piet Kohier vond er zijn plaats in als komiek en het was de fijne artist, Bart Kreeft, die hem artistiek leidde. Toen brak op 1 Augustus 1914 de wereldoorlog uit. Piet Kohier, die zich juist een motorfiets had aangeschaft, zat te Zwolle, maar hij aarzelde niet naar Amsterdam terug te keeren, waar hij zich — hoewel niet dienstplichtig — meldde bij generaal Ophorst in het Amstelhotel om dienst te doen als ordonnans. Maar al heel spoedig was er ander werk voor hem te doen. Max Gabriel, die de leiding had van het Rembrandt-theater te Amsterdam, liet Kohier bij zich komen op zijn bureau en duwde hem een rol in zijn handen: Droogkeeltje in Der Juxbaron". Het bleek, dat Kohier hiermee de groote kans van zijn leven werd geboden. Meer dan 300 maal achtereen speelde hij „De Boemelbaron" te Amsterdam en hij heeft hem na dien tijd nog honderden keeren gespeeld. Droogkeeltje werd zijn eigendom, zoodat niemand hem van zijn plaats kon verdringen. Toen Nap de la Mar in Rotterdam probeerde, werd het een mish ..king en nadat deze groote komiek had gefaald, heeft nooit iemand het meer gewaagd. Piet Kohier speelde Droogkeeltje op groote tooneelen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en in „bedsteden" op boerendorpen. Artisten als Louis" de Bree, Jan Grootveld, mevr. van Biene d'Oliviera, Annie Backer en Piet Urban stonden naast hem, maar hij was en bleef hoofdpersoon. De Boemelbaron was het succes van Piet Kohier. Hij heeft er in 1915 zijn zilveren jubileum in gevierd en thans, in het tweede jaar van dezen nieuwen grooten oorlog herdenkt hij er zijn vijftigjarige loopbaan als artist in. Hij heeft later, na het eerste jubileum, veel nog gezworven; hij heeft gespeeld in operettes, revues — o.a. naast Buziau — en kluchten, hij heeft ook gefilmd, maar zijn succes van Droogkeeltje heeft hij nooit meer overtroffen. Het is Alex Wunnink, de directeur van „Carré" te Amsterdam geweest, die „De Boemelbaron" weer heeft opgehaald. De operette moge wat verouderd zijn, het succes van Piet Kohier als Droogkeeltje is onverzwakt gebleven. De Haarlemmers zullen hem in deze komende week als de tot baron gebombardeerde zwerver kunnen zien en het zal zeker op zijn huldigingsavond op 13 September Piet Kohier niet aan belangstelling ontbreken. Een komiek, die — zooals ik van vele kanten vernam — tevens een eenvoudig, goed mensch is, zal dan in de bloemetjes worden gezet. Wij wenschen hem een volle zaal en veel succes toe. J. B. SCHUIL.. --- FLITSEN NIEUWE SERIE Een moment No. 99 's Ochtends in het hotel tracht je de andere leden van het gezelschap te wekken, om vroeg: op stap te kunnen graan, maar ongelukkigerwijs weet je de nummers van hun kamers niet meer zoo precies. --- „DE ZWERVER” in het Heemsteedsche haventje. lets over vier jongens in nachtgewaad overdag kuierend langs de kade, en een regisseur, die een film aan het maken is 't Gaat niet bepaald Hollywoods of Babelbergs toe. De regisseur trapt voorop, daarachter peddelt de eigenaar van de filmon4erneming met der productieleider op zijn bagagedrager, en de cameraman balanceert met zijn koffer op het stuur. Deze illustre stoet begeeft zich in Heemstede havenwaarts, in de hoop dat Pluvius, de weergod, die het 't best met ons landje voor heeft, eens een vrijen middag zal nemen en de opnamen van de film „Zever jongens en een ouwe schuit" niet in 't water zal laten vallen. IJdele hoop! Regisseur Bakos, die terwijl hij de vlaggetjes met zorg aan de mastlijn van de ouwe schuit uithangt naar de lucht kijkt, en er dus requisiteur en weerprofeet bij is, heeft al spoedig in de gaten dat er tusschen de buien door gefilmd zal moeten worden. Maar daarom niet getreurd. Holland, waterland. We kunnen zwemmen, letterlijk en in 't figuurlijke, en wanneer er wat in 't water valt komt 't wel weer op 't droge. De filmacteurs zijn reeds ter plaatse en ze heeten Piet, Jan, Jim en nog anders. Eén van de zes jongens, die er eens in het boek van de Vletter en nou in de smalfilm van de gebroeders Gerretsen op uit trekken met een ouwe schuit, is nog niet gearriveerd. Alvorens deze filmacteur aan den slag kan gaan moet hij eerst thuis zijn pianoles tot een goed einde hebben gebracht. Wanneer het laatste vlaggetje op zijn plaats hangt vallen de druppels, en niet lang daarna vallen de tranen. Want het heele gezelschap verdwijnt in de ingewanden van „De Zwerver", en dan blijkt dat één van de jongelui niet in de film maar in de werkelijkheid een ander een poets heeft gebakken, en waterlanders zijn op je dertiende, jaar nog geen schande. Regisseur Bakos hoeft aan deze jongens niets meer te veranderen om ze tot de zes belhamels te maken, die de Hollandsche wateren bevaren gaan. En de moeilijkheden zijn er dan ook niet wanneer er gefilmd wordt, maar wel wanneer er... . niet gefilmd wordt. De één zegt: „Het houdt nooit op met regenen, ik ga maar zwemmen. De anderen maken een keet voor tien, en wat gevoelige teenen en ruzietjes betreft kunnen Jan, Piet, Jim en hoe zij meer mogen heeten zich gerust meten met hun confraters in Hollywood. Doch als een ware Norman Taurog — ge kent dezen beroemden kirderregisseur nietwaar? — weet meneer Bakos alle kwajongensbuitjes te bezweren, en wanneer die buitjes over zijn gaat ook de groote bui, die van den regen, weg, en kan het spel op 't dek beginnen. Een gul zonnetje brengt het gelaat van den cameraman in een opgewekte plooi. „Repeteeren!" roept de regisseur. En Jan, Piet of Jim — je kent die jongens niet zoo vlug uit elkaar — verdwijnt in het luik van het vooronder. De deksel gaat er op. Maar'wordt er van binnenuit weer afgeschoven zoodra de stem „Opname!" roept. Een blonde kop verschijnt boven het dek, het lichaam en de beenen volgen. „Stop". Eén opname is gereed. En Pluvius gunt het gezelschap nog meer gelegenheid om met den arbeid voort te gaan. „Omkleeden" is dan het parool, want er komt blijkbaar een groote scène. De nieuwsgierige Heemstedenaren, die natuurlijk tot deze openluchtstudio toegang hebben, kijken eenigszins vreemd op wanneer ze plotseling vier jongens rustig in pyjama langs de kade zien kuieren. Slaapwandelaars zijn niet gebruikelijk op dezen tijd van den dag. Neen, het zijn de vier van de zes jongens, die volgens de scène in het draaiboek juist ontwaakt zijn, één voor één uit het vooronder te voorschijn komen en zich dan wasschen gaan. Het is overigens geen temperatuur voor een nachtgewaad op straat, want de Septemberwind begint al koud door de mazen van de zonnewarmte heen te blazen, maar — dit mag verklapt worden — wanneer één der jongens werkelijk in bed zou kruipen, zooals hij nu gekleed is, zou papa hem alras aan zijn ooren er uit trekken. Want het alledaagsche pak zit er nog onder! Terwijl de camera snort vertoonen twee snaken met ragebollen al rekkend en strekkend van den veronderstelden slaap, die ze achter den rug hebben, zich in het daglicht. Nummer drie trekt een emmer met zich mee, en nummer vier een waschbak. Met de emmer wordt water in den bak gegoten, en dat spettert dat het een lust is, en de regisseur hoeft er weinig woorden aan te verspillen om alles zoo echt mogelijk te laten lijken. Want knoeien met water kunnen jongens van dertien opperbest! Het begint Spartaansch toe te gaan wanneer Jan zijn jasje en hemmetje uittrekt en in zijn bloote boyenbody in de waschkom duikt. Dit zijn jongens van Stavast. Meneer Bakos kan van geluk spreken. Wanneer het regent zijn het lastposten maar zoodra er gefilmd kan worden houden ze van opschieten en zijn ze voor geen kleintje vervaard.... De Nederlandsche smalfilm centrale vervaardigt naar het bock van De Vletter ..Zeven jongens in een ouwe schuit" een film, waarin jongens uit Haarlem en omneving spelen. --- Piet Kohier wordt feestelijk ingehaald. Met muziek van het Politie Muziekcorps. Piet Kohier, zal ter gelegenheid van zijn 50- jarig-tooneeljubileum feestelijk in Haarlem worden ontvangen. Vrijdagmiddag half vijf wordt hij aan het station verwacht, om dan door het Politie Muziekcorps met muziek naar het Rembrandt Theater te worden gebracht. --- Stadsschouwburg te Haarlem. Nieuwe tooneelmeubelen en décors. De Stadsschouwburg heeft nieuwe fraaie decors gekregen terwijl ook de collectie tooneelmeubelen met vele fraaie aanwinsten werd verrijkt. De decors zijn veelal naar eigen ontwerpen van den directeur vervaardigd en zullen er zeker toe bijdragen de voorstellingen in den schouwburg nog beter tot haar recht te doen komen. --- Onregelmatigheden bij den verkoop van petroleum. De distributiemaatregelen hebben al vele menschen er toe gebracht de bepalingen te ontduiken en zich aldus aan strafbare handelingen schuldig te maken. Een speciale afdeeling op het hoofdbureau van politie te Amsterdam houdt zich bezig met het opsporen van deze overtredingen. In de laatste dagen waren het vooral de petroleumbonnen, die aanleiding waren tot strafbare feiten. Tegen een aantal petroleumventers js proces-verbaal opgemaakt, omdat zij drie of meer liter petroleum op één zegel — welke slechts recht geeft op twee liter — hadden verkocht. Een van hen had zelfs in het geheel geen zegel gevorderd. In andere gevallen bleek dat zegel 4, welke nog niet gebruikt is, vervalscht was en tot zegel 5 was omgewerkt. De vervalschingen kwamen echter aan het licht en tegen de bedrijvers is eveneens proces-verbaal opgemaakt. Voorloopig heeft de politie nog geen voorraden in beslag genomen in deze gevallen. Streng optreden kan echter worden verwacht. --- Geruststelling voor de schippers. Het A.N.P. meldt: In kringen van schippers en visschers in êe kuststreek is ongerustheid ontstaan door de bepaling, dat in die streek niemand in de nachtelijke uren buitenshuis mag vertoeven. Wij vernemen thans van bevoegde zijde, dat voor de schippers en visschers niets de normale uitoefening van hun bedrijf in den weg staat, mits de gewone verduisteringsvoorschriften worden gevolgd. --- UIT DE STAATSCOURANT. — Bij besluit van 10 September 1940 van den generaal-majoor N. T. Carstens, daartoe gemachtigd door den bevelhebber van de Duitsche weermacht in Nederland is op het daartoe door hen daan verzoek eeervol ontslag verleend uit den militairen dienst aan de reserve-majoors P. J. M. H. Boots en E. P. Weber, beiden van het wapen der infanterie en aan den, als zoodanig tijdelijk benoemden, reserve-majoor C. L Becking van het wapen der infanterie. — Bij besluit van den secretaris-generaal van het departement van financiën is met ingang van 1 October 1940 aan mr. H. Albarda, op zijn verzoek eervol ontslag verleend uit zijn betrekking van administrateur, hoofd van de afdeeling geldwezen van het departement en is bij dat departement benoemd: tot administrateur dr. J. Riddder, thans referendaris. ---