Binnenland. ROTTERDAM, 9 Juni. Schrijvende over Garibaldi herinnerden we 'dezer dagen aan 't bestaan hebbend gezelgebap der Saint Simonisten, aanhangers van deu graaf Claude Henri de St. Simon, die Blgemeene menschenliefde meende te kunnen tot stand brengen door opheffing van alle afscheiding, door het streven naar een waardig wereldburgerschap. Is er veel schoons in deze theorie, de leer van het wereldburgerschap wordt tegenwoordig wel wat al te veel doorgedreven! Evenals de bohême-artisten in 'tquartier Bréda ;te Parijs van geen schoolsche wetten in de jïunst weten wilden uit een vrijheidszucht, :die hen tot het maken van onmogelijke caricaturen verleidde, is er onder die begeerte inaar een ruimen gezichtskring veel dat {doet denken aan een zwakte van oogen, Welke de dingen dichtbij niet opmerkt. Üet gemakkelijkst ziet men het bewijs Van deze oorzaak van 'i cosmopolitisme in de manie om jaarlijks een paar weken uiten ontspanning te gaan zoeken over de grenzen. "Wie niel; naar Zwitserland kan komen, gaat een eind den Rijn op, en wie dit niet betalen kan, gaat naar Kleef, — maar de grenzen over moet men! Als er een Hollandsch en een Shiitsch Kleef bestond, zonden de logementen jia 't Hollar.dsche gedeelte der stad failliet gaan 'ten bate der andere! Ia dezo voorstelling overdreven? We gelooven het niet! "Wel weten we,dat in de laatste jaren het gaan naar een „optrekje", — de bouwheer noemt het villa — meer en meer mode wordt en dat menige rjjke stedeling er zelfs zijn „séjour in 't buitenland" voor opgeeft, maar het reizen door ons land hoort nog tot de excepties. Een reisje door den .ïïartz, een reisje door Luxemburg: och, de programma's er voor zijn makkelijk te krijgen, maar waar haalt ge die voor een reisje door Zeeland, of Utrecht, of Gelderland of- Zuid Holland? 'tls al heel mooi, als de menachen nu en dan eens komen kijken wat Amsterdam en Rotterdam en Den Haag voor „nouveauté's" hebben gekregen, en als de bewoners dezer sto Jen op hun beurt eens naar Arnhem •en Velp of naar Zeist-Driebergen of Baarn gaan. Reizen zooals Craandijk en Henry Havard ze maakten, lijken veel te vervelend. Toch behoeft men volstrekt geen oudheidkundige of kunstkenner te wezen, om ook in ons landje prettig, ja genotvol te kunnen reizen. Men zou — onze tijd is zoo kwaaddenkend! — misschien aan reclame gaan denken wanneer we ten bewijze op do een of andere streek van ons vaderland de aandacht vestigden. Doch is bewijs ook noodig? We gelooven )ran neen. ledereen heeft wel zooveel „aardjïijkskunde des vaderlands" geleerd om te iweten, waar in Nederland mooie of belangrijke plekjes zijn. Hij zal daar ook meestentijds, ten minste in de nabuurtsohap, een logement vinden, en als hier te lande ergens een logement is, is het meestal wel zoo goed en zindelijk als ergens over de grenzen. Men ga eens kijken! En laten vooral onze jongelui er de proef eens van nemen! De Duitsche „Bursche" is op het stuk van gezonde lichaamsoefeningen voor den onzen een goed voorbeeld. Turnen :0n schermen en zwemmen en roeien en ook — [wandelen, loopen, als er tijd is. Welnu, knapen, jongens, heeren, laat u ook niet onbetuigd. „Een wandeling door Nederland" yan 50 uren in ééne week ontworpen, zoodra 't vacantie is, en ge zalf; eens zien, hoeveel genot dat biedt en hoe mooi en interessant uw vaderland is! ~ Üen schrijft ons uit Amsterdam: „En ze lieten de zaak, zooals ze was," kuS men ook alweer zeggen van de gisteravond alhier gehouden vergadering, door de rereeniging Unie belegd en waarin men de Idesrecntquaestie eens een eind nader tot hare oplossing hoopte te brengen. De heer mr. S. Yan Houten en vele anderen waren er expres van elders voor overgekomen — de vergadering was dan ook talrijk bezocht. De heer Yan Houten leidde de quaestie in. Grondwetsherziening als het eenig noodige, algemeen stemrecht, en al wat daar buiten om gaat uit den booze — ziedaar van zijn fraaie rede de korte zin; adhaesie aan censusverlaging te betuigen zou een abortus van een gezonde beweging geven. Zijn denkbeeld vond blijkbaar — er waren ook vele arbeiders in de zaal — instemming bij zijn gehoor en het was voor den heer mr. Levy dan ook geen gemakkelijke taak dat denkbeeld te bestrijden. Liet hij zich om zjjn moed te toonen tot wat krasse bewoordingen verleiden of was 't dat de zaak hem zoozeer ter harte ging, — hoe het zij, hij sprak tegen den heer Van Houten op een wijze, welke een protest van de zijde van prof. Pekelharing van Delft uitlokte. Toch wilde hij, als zoovelen, wel algemeen stemrecht, maar eerst op den langen duur; voorshands alleen censusverlaging en grondwetsherziening niet dan na een flinke voorbereiding en in geen geval zonder een plan de campagne te hebben! Het rappoi-t der gedelegeerden werd verdedigd door den heer mr. Hartogh. Grondwetsherziening, zei hij, is een mooie maar oninwilligbare eisch; iederesn roept: grondwetsherzianing, iedereen wil haar op zijn eigen houtje bewerkstelligen, maar niemand weet ho 9. Daarom bepale men zich tot het thans beièikttaïè: censusverlaging. Ten slotte stelde de heer Van Houten de volgende motie voor: ~De vergadering,overwegende dat de census niet mag zijn de grondslag voor kiesbevoegdheid, acht voor een billijke regeling van het kiesrecht Grondwetsherziening dringend noodzakelijk". Men zou over deze motie stemmen, doch het handjesopsteken hebben we sedert de lagere school verleerd en — zoo constateerde de Voorzitter, dat een groot gedeelte der vergadering zich van stemming onthield. De Minister van Justitie, de heer Modderman, heeft de gelegenheid, dat hij bij het graf van zijn bloedverwant, wijlen den president van den Hoogen Kaad, het woord voerde, niet laten voorbijgaan zonder eene zinspeling op den tegenwoordigen politieken toestand. Sprekende over een advies, door den 77 jarigen rechtsgeleerde vóór korten tijd uitgebracht omtrent het beklemrecht, noemde de Minister dat advies: „een verhandeling, die, — dat mag ik ook van mijn opvolger vertrouwen, — niet in de kartons van het departement zal verborgen blijven, maar den grondslag voor de aanstaande hervorming van het beklemrecht zal uitmaken." In de plaats va ï» den hoer P. C. Stoop, die bedankt had, werd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, tot lid van de commissie ter herziening van de belast' bare opbrengst der ongebouwde eigendommen benoemd de heer P. aer, wethouder der gemeente Hilligersberg, Ongeloofelgk waar (P). Uit den Hoekschen Waard wordt aan het Hbl. geschreven, dat daar in een gemeente de burgemeester op zsjr» eigen houtje het „daarstellen" eener openbare school heeft aanbesteed en gegund, zonder zelfs een begrooting van de zaak, welke ƒ27,800 kost, te hebben gemaakt. Bovendien zon die burgemeester beweren, den Raad niet noodig te hebben voor de arrestatie van notulen en wel te woten wanneer het noodig was weer een raadsvergadering te houden ! Vijf van de twaalf 'raadsleden (dus de kleinste, helft!) moeten echter ten langen leste protest bij den Minister hebben aangeteekend. De Kon. Mil. kapel van het regiment grenadiers en jagers bood den heer Völlmar gisteven op zijn feest een zilveren pièce de milieu aan, waarin een bouquet kunstbloemen. In een albam waren de namen der gevers gecalligrapheerd. Nous sommes tous réformateurs, wij zijn allen hervormers, schreef eenige jaren geleden een geacht ingezetene van Frankrijks hoofdstad. Een storm van verontwaardiging verhief zich, want men wilde slechts van een Luther, en ja, van een Calvijn enz. weten, dat waren hervormers, en zouden wij hst dan ook zijn? \?o weten niet of do man, die deze stelling verkondigde, haar ook toegelicht heeft, maar ieder ontwikkelde is thans wel zoover gekomen dat hij in zich zeiven en in ieder ander een hervormer ziet, al is het nu juist niet een hervormer zoo groot als Luther op godsdienstig gebied. Ook op staatkundig en maatschappelijk gebied bestaan hervormers. Hoe zou men denken over Newton, die de zwaartekracht oijftdekter Welk een heryörmuig bracht hij niet tot stand, hoeveel werd nu niet begrijpelijk wat vroeger in het duister lag. Welke veranderingen onstonden niet na de uitvinding der stoommachines? Wat is de scheepvaart daardoor gewijzigd, hervormd. Denk dan nog aan de telegraaf, de telephoon, aan de toepassing der electriciteit: verspreiding van schitterende verlichting en... haar kracht bij het opheffen van zg. elevators, het beploegen van den grond, het rijden van trams enz. Ook in ons land is thans een electrische spoorweg geopend en wel gisteren te Zandvoort. 't Was de eerste en 't was dan ook groot feest in het dorp! Om twaalf uur kwamen tal van genoodigden in 't stationsgebouw der spoorwegmaatschappij Haarlem—Zandvoort samen en een uurtje later stegen allen in den reeds klaar staanden tramwagen, welke hen naar Kost verloren bracht, een plaatsje midden in de duinen. Na de inrichting en den aanbouw daar te hebben bezichtigd, verzamelden zij zich in het „Grand Café Restaurant", waar de heer C. E. De Bordes zijn hartelijken dank betuigde aan allen, die tot de totstandkoming der zaak medewerkten. Voorts werd een collation aangeboden, waarbjj menige dronk op den voorspoed van Zand- Yoorts tram werd ingesteld. Leden der commissie uit den Gemeenteraad en leden van het bestuur der afd. „Gouda en Omstreken" van de Hollandsehe Maatschappij van Landbouw, hebben zich tot een feestcommissie voor de in de eerste holffc der maand September te Gouda te houden landbouwfeesten vereenigd. Reeds heeft de Gemeenteraad van Gouda een bijdrage nit de gemeentekas toegestaan en de Goudsche aid. der Maatsch. v, L. doet alles wat zij kan, om het welslagen der onderneming te verzekeren; maar er is meer noodig om het feest een schoone plaats te doen innemen in de rij der feesten, die sedert de oprichting der Holl. M. v. L. telken jare bij gelegenheid harer algemeene vergadering werden gevierd. Daarom doet de feestcommissie een beroep op Gouda's ingezetenen, opdat zij in staat zij een feest te organiseeren Gouda waardig. Volgens de plattegrond zullen de terreinen der Internationale Koloniale- en Uitvoerhandeltentoonstelling, in 1883 te Amsterdam te houden, kolossaal en indrukwekkend tevens zijn. Het eigenlijke tentoonstellingsgebouw toch zal eene lengte hebben van niet minder dan 300 M, of ruim twee-en-een halfmaal zoo lang zijn als h6t in aanbouw zijnde Rijksmuseum aan de Stadhouderskade te Amsterdam breed is. Behalve dit gebouw is er nog een nevengebouw, uitsluitend voor de Neder- landsche tentoonstelling bestemd, waarvan de oppervlakte nagenoeg met die van het Rijksmuseum gelijk staat. Verder bevat het ruime terrein, dat deze gebouwen omgeeft, en dat tot een park aangelegd moet worden, gebouwen voor schoone kansten, landbouwkundige en andere werktuigen, materialen enz. Voorts een concertgebouw, panorama, verschillende paviljoenen voor den Koning, de Jury, de tentoonstellingscommissie enz., en eindelijk, behalve een restauratie en koffiehuis en een muziektempel, door electrisch licht verlicht, Hollandsehe, Duitsche, Engelsche en Fransche restauraties en een aquarium. Be'ualvtf deze genoemde inrichtingen zj£i hier en daar nog een aantal gebouwtjes van kleiner afmeting over het terrein verspreid, voor afzonderlijke commissiën, inzenders etc., welke gebouwtjes aan het geheel een zeer behagelijk aanzien geren. Welk verband er is tusschen 't woord en zijne beteekenis, d. i. waarom men, bjj de wording der taal aan dat en dat woord die en die beteekenis heeft gegeven en een boom, boom genoemd, is moeielijk na te gaan. De wording der talen ligt te diep in 't verledene om hierin tot zekerheid te kunnen komen en hare ontwikkeling en aanwas als van stap tot stap te kunnen volgen. Toch kan men een heel eind komen, en werkelijk is de wetenschap reeds ver, zeer ver gevorderd, Zal zij nut stichten, dan moeten hare resultaten bekend worden ook in wijderen kring, d. w. z. bij hen, die zich van de taal bedienen. Door de woordafleiding leert men de beteekenis, de oorspronkelijke kracht van elk woord in betrekking tot het andere beter kennen. Maar voldoende is ook die. kennis nog niet. Er zijn tal van taai-finesses, welke niet door woordafleiding maar alleen door lijn opmerken, door het nagaan van de uitkomsten der praktijk, aan het licht komen. Om één voorbeeld te noemen; door het toenemen van 't internationaal verkeer beweegt onze geest toch zoo menigvuldig op vreemd taalgebied, dat hij wel iets thuisbrengen moét; dat doet hij ook maar al te vaak; o, de puriteinsche geleerden hebben zoo vaak te ageeren tegen gallicismen en germanismen en wat al leelijke ismen meer. In een prettig, populair geschreven, maar niettemin wetenschappelijk boekje, De Livendc Taal, in hoofdzaak ontleend aan Nassau's Taalmijmeringen, tracht de heer A. W. Steil» wagen ons inzicht in 't eigenaardige der taal te verscherpen door een schat van raededeelingen over de beteekenis der woorden naar hunne afleiding en naar 't gebruik, over figuurlijke taal, germanisme en vreemden woorden en door eenige proeven van woordverklaring. Een fraaie passage over de waarde der eigen taal moge hier nog een plaats vinden. „De taal is niet gansch 't volk. Da Zwitsers zijn, sedert eeuwen, één krachtig volk, hoewel ze geene eigene taal hebben, en hier 't Duitsch, ginds 'tFransch of Italiaansch hunne moedertaal is. Moge ook 'tVlaamsch in België voortdurend strijd voeren met het Fransch: in weerwil dier taalverdeeldheid, zijn de Belgen als één volk, als staatseenheid, hoe jong ook van dagteekening, wakker, kloek, vol levenskracht. Maar een volk gelijk 't onze, een klein volk, dat wezenlijk éene taal heeft; een volk, bij 'twelk van de duizend niet één in andere talen, in 'tFransch, 'tooit zoovei heeft kunnen brengen, en 't waarschijnlijk niet brengen zal, dat hij naast den geboren Franschman plaats kan nemen, geen Frans Hemsterhuys, geen Jonas Daniël Meijer of Jacob Yan Lennep; zulk een volk moet, bij 't verwaarloozen of vervalschen van 't karakter zijner eigene taal, gepaard met zijne onmacht in eene vreemde, noodwendig intellectueel versterven, intellectueel ondergaan, te gelijk met de brabbeltaal zijner keuze. Taal- en geestontwikkeling zijn zoo innig verbonden, dat de eene zonder de andere ondenkbaar is. De dood van de eene is de dood van de andere. In en door de taal denken wij; de eerste van 'tlaatste af te scheiden, is niet mogelijk. Hem, die in eigen taal denkt en leeft, is 't eene behoefte, zijne taal tot den heldersten, den zuiversten afdruk te maken, van 't geen hij denkt en oordeelt. Zijne taalstudie en denken zijn één. Anders is 't bij hem, die op uitheemsche woorden jacht maakt. Zijn geheugen treedt in plaats van zijn nadenken; een vreemd woord is voor hem eene eigene gedarhte ; en hoe minder bekend, hos zeldzamer dat woord is, hoe meer 't sohijnt te schitteren en hem zeiven te omstralen. Men schrijft ons Sedert eenige maanden wordt de kerkdienst te Hoornaar des Zondags verricht door een predikant uit andere gemeenten, bij gebrek van een vasten predikant. Thans wordt sedert eenige weken daarenboven tweemalen de kerkdienst 's Zondags vervuld, meestal 's morgens en 's avonds door zoogenaamde evangelisten, die door de lidmaten betaald worden, en ook van elders komen. Het is echter te hopen dat het eeuwig. maar ook vooral het tijdelijk welzijn der ingezetenen er door bevorderd zal worden, hoewel de Gemeente-Secretaris er niet erg op roemen kan met eene jaarwedde van ƒ3OO. Het mooiste daarbij is, dat de veldwachter gelijke jaarwedde voor die gemeente genietj en boyendien ƒSO voor kleedij; terwijl de secretaris A. P. bij verzoek, om verhooging zijner jaarwedde den Gemeenteraad vragende, dit werd afgewezen. In het belang van den handel binnen de gemeente Breda, heeft de Kamer van Koophandel en Fabrieken aldaar zich bij adres tot den Minister van Waterstaat gewend, met dringend verzoek den postpakkettendienst ook in die stad in te voeren. Te Middelburg is binnengekomen en daar in het droge dok gezet het schroefstoomschip Utrecht, gezagv. G. J. Boon, van do firma W. Ruye en Zonen te Rotterdam. De groote wedrennen, welke Donderdag 15 Juni a. s. te Nijmegen zullen gehouden worden, wekken ook in 't buitenland belangstelling. Verscheidene Dcatsche bladen, vooral die uit de Rijnprovincie, hebben een artikel daaraan gewijd, waarin zij hunne lezers tot een bezoek opwekken naar de stad „welke de „Heldengestalt" van Karei den Groote zoo vaak aanschouwde." De gastvrijheid en gulheid der Nijmegenaars schijnt aldaar goed aangeschreven te staan, ten minste een der bladen meent op karakteristiek Duitsche wijze, dat de voorvaderen der tegenwoordige inwoners de beoefening dezer deugden van hunnen „Kaiserlichen Gönner" geleerd hebben. Het water in de Lingeisongekend -•sfcg. Zoo zelfs dat de scheepvaart belemmerd ■wordt, en toch beweert men dat aan Steeïenhoek nog wel iets te doen was, maar ter wille van werkzaamheden die gebaat zijn met .... den Jagen waterstand wordt dit nagelaten. De eerste serie van 20 aandeelen ad. f 1000, van de door het polderbestuur van Walcheren opengestelde vier percents geldleening van f 200,000 is ruim volteekend. Tot den koers van f 1002.60 tot ƒ970 werd f 37,000 aangeboden. De gansche serie zal tot pari kunnen geplaatst worden. Vergadering van hetkiescollegie der Ned. Herv. gemeente te Leerdam op 7 Juni: Drietal de heeren predikanten Voorhoeven te Dedemsvaart, Pirict te Voorthuijzen, Mense te Zwijndrecht. In dezelfde vergadering beroepen de heer Voorhoeven. Beroepen naar Houtrijk enPolanen Dr. H. Was te Kruisland. Afl. 5 van het Letternieuws bevat o. a. een portret met korte biographie door den redacteur, den heer J. F. Van Somereu, van W. J. Van Zeggelen. --- Feuilleton. De dochter van een ambtenaar. Door den schrijver van SERGE BATOURINE. 28) (Vervolg.) Zij werden door eene mooie, jonge vrouw ontvangen, die haar echtgenoot vriendelijk toelachte en de hand reikte aan den vriend, dien h|j medebracht. — Vrouwtje, zeide haar man, hier is iemand, ïdie nog niet tot een huwelijk heeft kunnen jbesluiten; gij moet er hem maar eens toe «verhalen. — Niets kan mij aangenamer zijn, zeide SMirvoline buigend, dan zulk een bekoorlijke advocaat te hooren pleiten. Do jonge vrouw glimlachte en men zette Jsicli bij het vuur neder. Het was een klein en sierlijk salon, vooraan van alle gemakken en weelde, waarmede rijkdom en teederheid een innig geliefd wezen kannon omringen. Aan den wand hingen kostbare schilderijen, lage tafeltjes waren overladen met allerlei voorwerpen van kunst en smaak; in de vazen geurden prachtige bloemen en