Tom Poes is op vacantie tot 2 november. In de wolken --- Paulus, de Boskabouter X-23 Paulus, die de woorden van de twee wijze .vogels heel goed verstaan had, stak haastig zijn hoofd uit het kelderluik en riep: „Maar Oehoeboeroe, jij hebt toch niet...." „Neenee," verweerde Oehoeboeroe zich, ~ik ben niet aan die hoed geweest. Heiendal niet." „Hij stond er alleen maar naar te kijken," zei Salomo dubbelzinnig. Paulus keek van de een naar de ander, maar toen allebei de vogels verschrikkelijk onschuldige gezichten zetten, zei hij opgelucht: „Dan is het goed. Je kan met zo'n toverhoed niet voorzichtig genoeg zijn." ~Zo is het," beaamde Oehoeboeroe schijnheilig. „Maar we gaan hem wel vieren, die hoed." --- Ferd' nand --- PANDA en de Overmeestering 23 — 135 - neP m gedachten voort. ..Hoc kan ik ooit Pam terugvinden?" vroeg hij zich af. „Dit is een grote stad... Misschien is het beter als ik hem aan zijn eigen lot overlaat. Tenslotte heeft hij mijn logeerkamer en mijn auto vernield — en misschien heeft hij een slechte invloed op me; net zoals die agent zei..." Hij was zo aan het dubben dat hij niet uitkeek waar hij liep. En even verderop was iemand anders, die ook niet erg goed oplette. Dat was professor Kalker, die op de grond iets aan het zoeken was. Zo kwam het dat ze tegen elkaar botsten voor ze het wisten. ..Als dat Pinka niet is!" riep de geleerde, die zich het eerst van de schok herstelde. „Ja, ja -1- ik herinner me je nog wel. Mijn geheugen is in orde! Alleen is het jammer dat ik even vergeten ben waar ik de aantekeningen heb gelaten waarin staat waar ik m'n aantekeningen heb gelaten." ~Eh... o, ja?" zei Panda, die er niets van begreep. ~Zo, z0... eh... tjonge!" --- kijkboek Bloempjes der Vreugd In ~Bloempjes der vreugd" heeft Leonard de Vries ruim tweehonderd verhalen en versjes uit de beginperiode van de kinderliteratuur verzameld. Al bestond kinderliteratuur al vanaf het begin van de zestiende eeuw (meestal leerboeken en bewerkingen van volksverhalen), de grote doorbraak van het genre kwam met Hieronymus van Alphen, de grondlegger van de kinderliteratuur in eigenlijke zin. Hij vond dat kinderen, immers geen volwassenen, behoefte aan eigen lectuur hadden. Tot aan het eind van de middeleeuwen moesten kinderen maar dezelfde boeken lezen als volwassenen, waarna er in de zestiende eeuw speciale boeken voor de jeugd verschenen. Populair in Van Alphens tijd waren de schrijfsters Petronella Moens en Francijntje de Boer (een dienstbode uit. Sneek) en de schrijvers J. Goeverneur én Pieter 't Hoen. Gezien de betrekkelijke nieuwheid van het genre is het te begrijpen dat er in die tijd een enorme markt voor was: het eerste bundeltje van Hieronymus van Alphen „Proeve van kleine gedigten voor kinderen" was na drie jaar al aan zijn elfde druk toe. De onderwerpen die behandeld werden, waren meestal bedoeld om de jeugd te onderrichten: in rekenen, taal (geïllustreerde alfabetten), godsdienst, deugdzaamheid enz. De meeste verhalen hadden een moraliserende strekking. In ~Het onderscheid tusschen luije en vlijtige kinderen", ~De brave Maria", ..Eerlijke armoede", „Mijn brave ouders" en andere verhalen zijn kinderen een voorbeeld van goede opvoeding, tenminste naar de opvattingen van die tijd. Maar we weten dat kinderen nu eenmaal niet zo braaf en vlijtig zijn, zodat de vertellingen bij mensen van onze tijd erg zoetig overkomen. Avonturenver halen, waaraan de jeugd van tegenwoordig zoveel plezier beleett, hoeven we in ~Bloempjes der Vreugd" dan ook niet te verwachten. En hiermee komen we aan het publiek waarvoor de verzamelbundel van De Vries bedoeld is, namelijk niet voor onze jongsten maar eerder voor degenen die waardering op kunnen brengen voor het tijdsbeeld dat De Vries met zijn werk oproept. Nu spreken we hier alleen maar over de verhalen. De grote hoeveelheid authentieke illustraties die de auteur bijeengebracht heeft, moet voor iedereen te genieten zijn, ongeacht de leeftijd van de lezer. De meeste van deze illustraties zijn kopergravures, die, eenmaal gedrukt, met de hand ingekleurd werden, vaak door kinderen uit arme gezinnen, die zo iets probeerden te verdienen. Veel tijd en aandacht werd aan het uiterlijk van boeken besteed en de beste graveurs werden hiervoor aangetrokken. Onder de honderden uiterst fraaie prenten zijn afbeeldingen van huiselijke taferalen, het leven in de stad en op het platteland en een schitterende geïllustreerd alfabet. Leonard de Vries, Bloempjes der Vreugd, Unieboek-Bussum, f 19,50, na 1 januari 1977 f 27,50. Mpp. Tr AMSTERDAM, />// i o 11 ? g; i: y K e >r S Twee van de vele 19e eeuwse illustraties uit De Vries' "Bloempjes". --- De wreede knaap Jan Hobbes was van aard zoo wreed, Dat hij vermaak vond, elk te plagen; Hij schepte een wezenlijk behagen In dat, wat andren moeite deed. Geen goed van vreemden was hem heilig, Daar hij elks huis of boomgaard schond; Geen dier was voor zijn moedwil veilig. Wijl hij in sarren wellust vond. Doch 't kruikje gaat, gelijk men spreekt, Zoo lang te water, tot het breekt. Jan durfde 't onlangs roekloos wagen. Den stier van Krelisbuur te plagen, En dien met zijne zweep te slaan: Maar, ach! dat kwam hem duur te staan! De stier werd woedend door dit tergen, En wierp, eer hij zich kon verbergen, Den knaap, misvormd door wond bij wond, Geheel te pletter op den grond. --- Vooral tijdelijk Van der Ark noemt de gang van zaken in dit tehuis „geïndividualiseerde hulpverlening": elke moeder met kind heeft een vaste begeleider of begeleidster. In die hulpverlening worden de bewoners benaderd als twee verschillende groepen „cliënten". De ongehuwde moeders onder hen hebben behoefte aan een ander begeleidingsproces. De nog heel jonge moeders gaan vaak van school als ze zwanger zijn. Een aantal van hen neemt naderhand de draad weer op en gaat bijvoorbeeld avond-mavo volgen. Ook bij hen staat de tijdelijkheid van het verblijf, het zo spoedig mogelijk overstappen op een zelfstandig bestaan, voorop. "De ongehuwde moeders zijn vaak erg jong, van 15 jaar soms tot 21 jaar. Dan krijg je de spanningen tussen het jong willen zijn enerzijds, de zorg en de verantwoordelijkheid voor het kind anderzijds", zegt Leo van der Ark. ~In groepsgesprekken proberen we de mensen zicht te leren krijgen op hun eigen situatie, op het feit dat het alleenstaand ouderschap straks lang geen gemakkelijke taak zal zijn. Het inrichten van zo'n leven eist veel organisatie, en je moet het helemaal alleen doen. Geluk kig is het al lang niet meer zo dat voor de ongehuwde moeder geen nieuwe relatie meer mogelijk is" --- Opvang en hulp voor ongetrouwde moeders in crisissituatie ZIJ-LIJN Redaktie: Greetje van der Veen Woonprojecten helpen alleenstaande moeders naar zelfstandigheid „Voor de buitenwereld blijft de alleenstaande moeder met haar kind voorlopig nog een buitenbeentje. Ze heeft het moeilijk, gewoon omdat het haar in een aantal opzichten moeilijker wordt gemaakt zonder dat je nou meteen het zware woord discriminatie hoeft te gebruiken. De realiteit is dat iedere alleenstaande ouder er lang niet gemakkelijk voor staat. Dat wordt hier dan ook beslist niet verheeld", zegt Leo van der Ark. Hij is directeur (zelf omschrijft hij zijn functie liever als die van coördinator) van een in het centrum van Rotterdam gelegen tehuis voor ongehuwde moeders, dat tevens opvangcentrum is voor „vrouwen met kind in een crisissituatie". Het is een van de tehuizen en opvangcentra in Nederland die ressorteren onder de FIOM, de Nederlandse vereniging van organisaties voor hulpverlening bij zwangerschap en alleenstaand ouderschap. Het begrip „ongehuwde moeder" is in de (lange) naam van deze vereniging niet meer te vinden. Hulpverleners op dit terrein hanteren tegenwoordig bij voorkeur de term alleenstaande moeder. Voor hen maakt de niet-gehuwde moeder deel uit van een snel groeiende groep alleenstaande ouders. (Het aantal echtscheidingen bijvoorbeeld is in de afgelopen vijf jaar bijna verdubbeld). Het zijn zowel vrouwen als mannen, die in de praktijk van het alleenstaand ouderschap voor een groot aantal gelijksoortige problemen kunnen komen te staan: opvoedingsproblemen, huisvestingsnarigheid, financiële moeilijkheden, en vaak een onvermijdelijk stuk vereenzaming. Het tehuis en opvangcentrum in de Maasstad is een van de voorbeelden van nieuwe vormen van hulpverlening in dit werk, zoals ze de laatste jaren zijn gegroeid. Leo van der Ark noemt het „een huis voor ouder-kind-situaties", dat een tijdelijk onderdak biedt aan twee groepen alleenstaande moeders met verschillende achtergrond: niet-gehuwde moeders, en moeders die met een kind zijn gevlucht uit een crisissituatie in hun huwelijk. „Je zou kunnen zeggen dat de ene groep in een moeilijke situatie zit, de andere in een crisissituatie", merkt Van der Ark op. „Dit huis is voor beide groepen een tijdelijk onderkomen, en dan wel met een aantal spelregels. Het uitgangspunt is dat alle bewoners zelf een zo groot mogelijk stuk zelfstandigheid houden, zich verantwoordelijk blijven voelen voor hun eigen situatie". In de praktijk betekent dat onder meer dat vrouwen die in zo'n crisissituatie met een kind het opvangcentrum binnenkomen, hier in eerste instantie tot zichzelf kunnen komen. Alle huishoudelijk aspecten zijn verzorgd, kinderen worden opgevangen, er is een eigen kamer met douche, voor maaltijden wordt gezorgd. Na die eerste bezinningsperiode probeert het opvangcentrum via een aantal gespreksfasen deze vrouwen weer op weg te helpen: in eerste instantie naar een definitieve keuze voor de toekomst. In veel gevallen betekent dat een „nieuw leven" als alleenstaande ouder met een aantal onvermijdelijke hindernissen: juridische en maatschappelijke rompslomp, de aanpassing aan het leven van alleenstaande ouder, de taak om verder alleen een kind op te voeden. Het opvangcentrum helpt hen de weg te vinden naar de deskundige hulpverlening die in deze situatie voor hen beschikbaar is. %De alleenstaande moeder moet overal zelf voor zorgen Hulp is dan vaak welkom --- Eigen leven Specifieke tehuizen voor ongehuwde moeders bestaan eigenlijk niet meer. De sfeer rondom de tehuizen is doorbroken. Het zo spoedig mogelijk terugkeren naar een eigen leefsituatie staat tegenwoordig voorop in de hulpverlening". Dit zegt drs. E. J. H. van Kordelaar, een van de beide directeuren van de FIOM. Vier letters die tot vorig jaar de afkorting vormden van de naam „Nederlandse federatie van instellingen voor de ongehuwde moeder en haar kind". Na een fusie met de COM (de centrale vereniging van organisaties voor hulpverlening aan niet-gehuwde moeders) en de HPS (Hendrik Pierson Stichting) gaat de FIOM verder als „Nederlandse vereniging van organisaties voor hulpverlening bij zwangerschap en alleenstaand ouderschap" Verspreid over het land heeft FIOM een netwerk van bureau- en spreekuuradressen, informatiecentra, tehuizen en opvangcentra. Het totaal aantal geboorten en het aantal buitenechtelijke geboorten is in Nederland tussen 1970 en 1974 abrupt gedaald, onder meer ten gevolge van het groeiend gebruik van voorbehoedmiddelen en de zich verruimende mogelijkheden tot abortus. Het „afstand doen" van baby's is teruggelopen tot ongeveer een derde van het aantal gevallen dat vroeger werd geregistreerd. Maar sinds begin 1975 is er in Neder land in het aantal buitenechtelijke ge boorten weer een duidelijke stijging, die steeds sneller lijkt te gaan Vermoede lijke oorzaken: de groeiende belangstel ling voor andere samenlevingsvormen dan alleen het huwelijk en de geleide lijke acceptatie van de ongehuwde moeder met haar kind of kinderen als één-ouder gezin. Daarnaast vechten belangenorganisaties en aktiegroepen voor betere voorzieningen voor het één-ouder gezin in het algemeen: ongehuwde moeders, gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars met kinderen. Intussen is, mede ten gevolge van de veranderende situatie tussen 1970 en 1974, het aantal tehuizen voor ongehuwde moeders in Nederland in de laatste vijf jaar gedaald: in 1970 waren er nog 22, nu zijn er nog 14. Die tehuizen willen steeds meer gaan functioneren als tijdelijk opvangcentrum en „open huis", en als contactpunten voor zelfstandig wonende alleenstaande moeders. Daarnaast is een nieuwe ontwikkeling op gang gekomen, zoals de zogenaamde „woonprojecten" in een aantal steden: de panden worden gehuurd door de hulpverlenende instellingen, die op hun beurt de kamers voor een bepaalde tijd verhuren aan alleenstaande jonge moeders, die vanaf deze basis naar definitieve huisvesting kunnen zoeken. Daarnaast zijn er „flatprojecten", waarbij de instellingen rechtstreeks van woningbouwverenigingen flats huren die vervolgens aan alleenstaande ouders worden onderverhuurd. Nog een andere ontwikkeling is het ..halfwav-proiect", bestemd voor alleenstaanden die het nog niet zelfstandig kunnen redden en hier met hun kinderen wonen, „bege leid" en toch met een zekere zelfstan digheid In een zogenaamd „woonproject" in een rustige straat aan de rand van Den Haag praten drie jonge ongehuwde moe ders die hier tijdelijk wonen, over hun situatie en over de problemen van alleenstaand ouderschap in deze tijd. Het ongetrouwd zijn en toch een kind heb ben ervaren ze niet meer zozeer als een „apartheidssituatie" in deze tijd van sterk veranderende leefpatronen en nor men. Hun specifieke problemen lijken voorlopig sterk op die van iedere alleen staande vrouw die, om welke redenen dan ook, op eigen krachten een kind moet grootbrengen: huisvestingsmoeilijkheden, en gebrek aan goede opvangmogelijkheden voor de kinderen als ze weer werk zouden kunnen vinden (een van hen is gediplomeerd verpleegster, de beide anderen hebben respectievelijk als ponstypiste en in een administratieve baan gewerkt). De vraag of ze werken dan wel weer willen gaan werken, is in feite zinloos, want voor de alleenstaande jonge moeder met een baby wegen de praktische problemen van iedere werkende moeder dubbel zwaar Binnenshuis wordt het babyzitten, als dat nodig is, in dit woon project zo goed mogelijk onderling opge lost, maar part-time of hele dagen wer ken lijkt voorlopig volslagen onmoge lijk Ze staan als woningzoekend in geschreven, maar in de praktijk blijkt ook het vinden van geschikte woon ruimte in deze regio een moeizame en vaak langdurige aangelegenheid --- Eigen huishoudinkje In dit woonproject, gevestigd in een groot ouderwets huis met ruime kamers die onderverdeeld zijn m zitslaapka mers en babykamers, kunnen per etage twee volwassenen met hun baby's wo nen Elke etage heeft een eigen goed geoutilleerde keuken, doucheruimte en toilet De bewoonsters beheren hun ei gen financiën, zorgen zelf voor meubi lair, inkopen en de verzorging van hun kinderen, kortom: hebben hun eigen huishoudinkje Geen „tehuis" dus, maar een tijdelijk verblijf op basis van een zo groot mogelijke zelfstandigheid. „Als je er niet van uit kon gaan dat het voor tijdelijk is, zou dit samenwonen op den duur waarschijnlijk knap benauwend worden", zegt een van de meisjes nuchter. Hoe zien ze de toekomst voor zichzelf en hun kind? Ze zijn alle drie van mening dat het, ondanks een aantal grote onzekerheden, „toch wel erg fijn is om een kind te hebben" en geloven wel dat ze het aan zullen kunnen. Een van hen formuleert het als volgt: „Ik zie nu minder tegen de toekomst op dan vóór de geboorte van de baby. Op het ogenblik ben ik erg blij dat ik voor het kind heb gekozen. Het aan later denken is wel eens benauwend. Je zult het kind op zeker ogenblik moeten uitleggen waarom er geen vader in huis is, zoals bij andere kinderen. Misschien zal het kind het hierdoor later op school moeilijker krijgen. Dat weet je allemaal nog niet, maar je denkt er wel vaak over na. Gelukkig kun je er hier over praten anderen A\o in HO7OIMO «jitnatio 7itten" ---