Van Agt en van der Klaauw wacht druk China-program (ANP) — Premier Van Agt en minister Van der Klaauw zullen tijdens hur bezoek aan China besprekingen voeren met de hoogste staats- en partijleiders, te weten premier Zhao Ziyang, vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Huang Hua, vice-premier Teng Shiao-Ping en partijleider Hua Kuo Feng. Op de laatste dag van zijn verblijf in Peking zal de premier twee Nederlands- Chinese akkoorden tekenen, over culturele, en over economische en technologische samenwerking. Reeds op de dag van aankomst, dinsdag 28 oktober, zullen premier Van Agt en minister Van der Klaauw besprekingen voeren met Zhao Ziyang en Huang Hua, besprekingen die de volgende middag zullen worden voortgezet. Wanneer de premier woensdagochtend de Chinese muur en de Ming-graven bezoekt, zal minister Van der Klaauw nog een extra gesprek met zijn Chinese collega hebben. Donderdag ontmoeten beide bewindslieden vice-premier Teng Shiao- Ping, en, vóór de ondertekening van de verdragen, partijleider Hua Kuo Feng. Na donderdag staan geen besprekingen meer op het programma. Premier Van Agt en minister Van der Klaauw gaan vrijdagochtend naar Xian. De minister keert zaterdag uit Xian via Peking naar Nederland terug, omdat hij 4 november in Luxemburg een ministersconferentie van de EEG-landen moet bijwonen. De premier gaat zondag 2 november naar Wuxi, maandag naar Sjanghai en dinsdagavond, via Peking, weer naar Nederland. Het bezoek van Van Agt aan China kan worden gezien als een bekroning van de vele en steeds nauwere contacten tussen Nederland en China. De afgelopen jaren hebben de Chinese ministers van buitenlandse zaken, landbouw, de olie-industrie, de lichte industrie, verbindingen, de onderminister van buitenlandse handel en de defensie-top Nederland bezocht, en zijn de Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken, Onderwijs, Landbouw, Verkeer en Waterstaat, en de staatssecretarissen van Economische Zaken en Volkshuisvesting in Peking geweest. Tijdens deze bezoeken hebben verschillende ministers zgn. „memorandums of understanding" gesloten, die worden geïncorporeerd in de twee verdragen die premier Van Agt zal tekenen. • PREMIER VAN AGT • MINISTER VAN DER KLAAUW --- Heer Bommel en het spijtlijden door Morton Toonder 0786: Toen heer Bommel de hall van het stadsmuseum betrad, was daar alleen de buffethouder Sijpel, die bezig was met het inschenken van verversingen. De genodigden verdrongen zich voor de tentoonstellingszaal, want de burgemeester was reeds aan zijn redevoering begonnen, en heer Ollie begreep dat hij iets te laat was. "Jammer." mompelde hij, zich voorwaarts dringend. "Ik had zo graag geweten wat een metisch abstruaal is, om als kunstkenner te zien waar het over gaat." "Sssst," siste de heer, die voor hem stond. Heer Ollie onderdrukte zijn piepende ademhaling, en nu drong de stem van de heer Dickerdack duidelijk tot hem door. ". . .psychisch automatisme," sprak deze. "Dit magistrale werk refereert aan de dynamiek van deze bewogen tijd en is wars van iedere frivole esthetische saus. Het getuigt van een grootse visie, gepaard gaande aan een vruchtbaar eclectisme. Deze meester onderscheidt zich door zijn objectieve kwaliteitsselectie op het neoconstructivisme, en het is dan ook geen wonder, dat deze fundamentele kunst, die de sprituele mentaliteit van onze maatschappij zo treffend gestalte geeft, veel opzien heeft gebaard." "Ik weet het niet," zei heer Bommel bij zichzelf. "Misschien had ik Joost toch niet meteen moeten ontslaan. Hoe maakt men eigenlijk een blikje open?" --- HET ZWARTE CIRCUIT Door prof. F. Hartog, hoogleraar economie aan RU Groningen Nee, ik weet ook niet hoe groot het „zwarte circuit" is. Maar wel dat het erg groot is. Enkele tientallen miljarden, om de gedachten te bepalen. Er zijn wel pogingen geweest om de omvang van het zwarte circuit te ramen. Zo is getracht na te gaan hoeveel geld er zoek is. Men kan een gooi doen naar de hoeveelheid geld die nodig is voor het Financieren van alle aan- en verkopen. Daar tegenover staat de hoeveelheid geld die in circulatie is gebracht. Het verschil tussen beide kan een aanduiding zijn van de omvang van het zwarte circuit. Een andere mogelijkheid is, te berekenen hoeveel inkomstenbelasting er binnen zou moeten komen krachtens de geldende tarieven, in aanmerking nemende de aftrekposten en de vrijstellingen. Daartegenover kan de werkelijke opbrengst worden gesteld. Het verschil tussen beide kan ook een aanwijzing zijn hoeveel er weglekt naar het zwarte circuit. Men kan verder de bedragen voor aankopen van pleziervaartuigen en tweede huizen bij elkaar optellen. Al die dingen komen hoog uit, maar wel sterk verschillend. Ik waag mij daarom niet aan een cijfermatige raming. Ook zonder zulk een raming is het mogelijk iets te zeggen over oorzaken en gevolgen. In de eerste plaats moeten we alle officiële cijfers enigszins wantrouwend bezien. Als die juist zouden zijn zou onze economie eigenlijk helemaal niet meer kunnen draaien. Dat ze wel — zij het sterk knarsend — nog functioneert, zou wel eens kunnen komen door het zwarte circuit. Er zijn zoveel overheidsvoorschriften dat zij niet meer allemaal volledig kunnen worden opgevolgd. Waar dat wel gebeurt, zoals bij model-werken, loopt de zaak in het honderd. Model-werken, dus precies alle overheidsvoorschriften in acht nemen, geldt als een soort sabotage. Alles kan alleen nog maar soepel verlopen door de voorschriften niet strikt toe te passen. Het zwarte circuit ontstaat wanneer en doordat de overheid zwaar op het bedrijfsleven drukt. Het bloed kruipt dan waar het niet gaan kan. Het druist tegen de menselijke natuur in als men geen stap kan verzetten zonder overheidsdwang. Dus wreekt de natuur zich. Bij zeer hoge belastingen komt er ontduiking. Bij straffe loonbeheersing ontstaan er zwarte lonen. Bij rantsoenering ontstaat er een zwarte markt. Dat zijn enerzijds uitwassen, maar anderzijds zijn het gezonde reacties van een economie die wil blijven functioneren en zich niet laat doodregelen. Nu is bij ons het zwarte circuit een verschijnsel dat we nog niet lang in deze omvang kennen. Toen er nog met mate geregeerd werd, golden bij ons wetten als voorschriften die gehoorzaamd moesten worden. In meer zuidelijke landen gelden zij al lang als voorschriften die er zijn om ontdoken te worden. Daarom heeft men in die landen veel meer ervaring hoe het beste om te gaan met het zwarte circuit. Ook de overheid heeft geleerd er mee te leven. Alles wordt er niet zo serieus genomen als bij ons. De soep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend. Nu wij ook met een groot zwart circuit zitten kan het de moeite lonen te leren van de landen waar het een normaal en aanvaard verschijnsel is. Met name zien we in die landen dat in het illegale deel van het economische proces zeker niet alles mag en kan. Het heeft zijn eigen ongeschreven regels. Daardoor werkt het ook niet ontbindend, maar veeleer regelend. Waar de mensen geboren wetsovertreders zijn hebben zij tevens geleerd dat er grenzen zijn aan de wetsovertreding. Waar nooit de wet wordt overtreden bestaat het gevaar dat men, als de druk van de overheid ondraaglijk wordt, in het andere uiterste, dat van de chaos, terecht komt. Ik kwam in een Afrikaans land eens in gesprek met een minister van een pas benoemd kabinet. Hij vertelde dat het vorige kabinet naar huis was gestuurd wegens corruptie. Die uitspraak verwonderde mij. ledereen wist wel dat er corruptie heerste, maar er werd, zeker in de top van het regeringsapparaat, nooit over gesproken. De zaak lag ook anders dan ik aanvankelijk dacht. Het was niet de corruptie van de ministers als zodanig die tot hun val had geleid. De ministersposten waren zodanig verdeeld geweest dat de een veel meer mogelijkheden voor corruptie had dan de ander. U begrijpt, zei mijn zegsman, dat zoiets niet kan. Dat bedoel ik met de ongeschreven regels van de wetsontduiking. Er heerst ook in het zwarte circuit een morele code die maakt dat het allemaal betrekkelijk regelmatig en weinig storend verloopt. Maar in een land van nauwgezette wetsbetrachters, zoals ons land altijd is geweest, hebben we zulk een code niet. Behalve zuidelijke landen kunnen ook oostelijke landen als voorbeeld worden opgeroepen. In Oost-Europa drukt de overheid nog veel zwaarder op het economische proces dan bij ons. Toen alles daar nog redelijk liep sloeg men zich officieel voortdurend op de borst over het goed werkende systeem. Maar bij iets dieper graven, als mensen die het systeem van binnenuit kenden wat meer loslieten dan in de partijpers werd gepubliceerd, bleek dat alles nog betrekkelijk goed ging ondanks het heersende systeem. Alleen door te ritselen, langs sluipwegen, door onderlinge uitwisseling van bevoorrechtingen komt er iets terecht van de produktie. Langs de officiële weg zouden de meeste grondstoffen te laat komen, de wielen wel maar de moeren niet toegezonden worden, de machines al ter plaatse zijn als de fabriekshal nog in de steigers stond. De bureaucratie verstart en verlamt alles. Zij is er om ontgaan en ontdoken te worden. Wij zijn in sterke mate op weg naar de alles regelende staat. Dat werkt bij ons nog slechter dan bij die anderen, want wij hebben geen regels van ~ritselgedrag" om op terug te vallen. Prof. Schouten, bekend van zijn optreden in de Sociaal-Economische Raad, zegt in zijn nieuwste boek: laten is voor de overheid beter dan doen. Er wordt veel te veel gedaan en veel te weinig gelaten. Als bij ons het kabinet met een beleidsnota komt wordt in het parlement dikwijls een vermanende vinger opgestoken: regering, regeer! Daarmee wordt bedoeld: kom met wetsontwerpen, want daarvoor zitten we hier. Alles moet geregeld worden. Dat levert de voedingsbodem waarop het zwarte circuit groeit. Het is een uitlaatklep voor spanningen die zich anders zouden ophopen. Alleen door het bestaan van het zwarte circuit kan de grote druk van de overheid op het economische proces worden verdragen. --- In Duitse Bondsrepubliek Bezoek van paus lokt heftige discussies uit (Van onze correspondent in Bonn, Hans Amesz) Twee eeuwen na het laatste bezoek van een paus aan West-Duitsland, zal volgende maand de hoogste leider van de 700 miljoen rooms-katholieken in de wereld voet op (West-) Duitse bodem zetten. Het bezoek van paus Johannes Paulus II aan de Bondsrepubliek zal in het teken staan van de 700 e sterfdag van de middeleeuwse filosoof Albertus Magnus, wiens graf zich in Keulen bevindt. Over de vijfdaagse 'pelgrimsreis' van de paus (te beginnen op 15 november) zijn in de Bondsrepubliek heftige discussies ontbrand. Zal de paus tijdens zijn korte bezoek aan de hoofdstad bondskanselier Schmidt bezoeken, zoals bij staatsbezoeken de gewoonte is, of gaat de protestantse Schmidt naar de paus toe, als deze bij bondspresident Carstens is. Wie moet opdraaien voor de kosten van dit pauselijk bezoek, voorlopig geschat op 20 miljoen mark. En is de paus er zich van bewust dat hij in het land van Maarten Luther komt, over wie de rooms-katholieke kerk de banvloek uitsprak. Na het plechtige bezoek aan het graf van Albertus Magnus in Keulen, waar naar verwachting een miljoen mensen hun opperherder zullen opwachten en bejubelen, wordt de paus vroeg in de avond in Bonn verwacht. Volgens het programma, uitgewerkt door de Duitse bisschoppen, zal hij daar door bondspresident Carstens worden ontvangen en tal van 'politieke representanten' ontmoeten. Maar omdat de lijst van deze representanten al meer dan 2000 namen telt, is de ambtszetel van de bondspresident, villa Hammerschmidt, voor die gelegenheid te klein. De grote ontvangst zou naar de Beethoven Halle kunnen worden verplaatst. Rest dan nog de vraag of de paus voor de ontvangstceremonie even bij Carstens aanwipt of dat Carstens, zoals alle andere genodigden, direct naar de Beethoven Halle gaat en daar de paus begroet. Schmidt vindt een dergelijke gang van zaken voor Cartens, als president van 60 miljoen Duitsers, niet juist. Doch de „reismaarschalk" van het Vatikaan, de energieke bisschop Paul Marcinkus, staat erop dat alle ontvangstfeestelijkheden op één plaats — Beethoven Halle of een ander geschikt oord — moeten plaatsvinden. Maar ook de Beethoven Halle is geen leegstaand gebouw, waar je zomaar kan binnenkomen. De nacht ervoor namelijk verzamelen zich in deze muziektempel Duitse journalisten voor hun jaarlijks feest. Een feest waar, inclusief de bondspresident, alles wat belangrijk is of zich belangrijk vindt en mee wil tellen, verzamelt en tot de vroege ochtend feest viert. En deze hal staat voor de pauselijke receptie, wegens de nodige technische voorbereidingen, alleen dan ter beschikking wanneer de laatste feestneus 's morgens om vijf uur de hal ook werkelijk heeft verlaten. Protocol en prestige liggen in de clinch en op dit moment weet nog niemand waar de oplossing ligt. Vanuit Bonn gaat de 'pelgrimsreis' van de paus dan verder naar steden als Osnabrück, Mainz (waar veel Polen wonen), Fulda, het Maria-pelgrimsoord Altotting in Beieren en München. De paus wil in die steden veel maatschappelijke groeperingen, zoals wetenschappers, arbeiders, protestanten, joden, jeugdigen en gehandicapten ontmoeten en toespreken. De voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie, de Keulse kardinaal Höffner, zei tijdens een persconferentie dat de kosten van deze spectaculaire reis op 20 miljoen mark worden geschat. Het korte bezoek aan Osnabrück kost de staat naar schatting 535.000 mark. , Zou men, ook al omdat de reia van paus Johannes Paulus II aan de Bondsrepubliek als pelgrimsreis is aangekondigd, niet wat soberder kunnen en het resterende bedrag aan arme landen in de Derde Wereld kunnen worden overgemaakt, vragen velen zich in West- Duitsland af. Of, zoals de katholieke theologe mevrouw Uta Ranke Heinemann, dochter van de voormalige bondspresident, het in een radiouitzending stelde: „Hoe zijn de kostbare reizen van de paus te rijmen met de geest van het christendom, en vooral met het gebod van armoede". • Paus Johannes Paulus 11, die op 15 november begint aan zijn bezoek aan de Duitse Bondsrepubliek. --- Babyvoeding met kalfsvlees uit Westduitse markt (GPD) — De producenten van geconserveerd kalfsvlees in West-Duitsland nemen alle babyvoeding uit de markt waarin deze vleessoort is verwerkt. Dit werd gisteravond aan het ministerie van Volksgezondheid in Bonn meegedeeld door het diëtistische levensmiddelenverbond, waarbij alle producenten van babyvoeding zijn aangesloten. In een mededeling aan het ministerie kondigen zij nieuwe produkten aan, waarin het daarin verwerkte kalfsvlees gegarandeerd vrij van het schadelijke synthetische middel oestrogeen is. Ondanks een streng verbod was dit groeibevorderende middel bij kalveren ingespoten. Dit kwam bij een onderzoek van babyvoeding door de levensmiddelencontrole aan het licht. Het synthetische oestrogeen kan kankerverwekkend werken. Op basis daarvan had de minister van Landbouw in de deelstaat Noordrijnland-Westfalen, Baumer, de strijd tegen oestrogenhoudende babyvoeding aangebonden en zich daarmee de woede van de producenten op de hals gehaald. Gisteren dreigden zij nog met een proces voor schadeloosstelling van in de miljoenen als het verdere onderzoek zou uitwijzen dat oestrogeen geen nadelige gevolgen voor de gezindheid zou hebben. --- Stelling en het A-pacifisme (door Ger Vaders) Voor een veellezer als ik ben is een maatstok voor de helderheid van de denkbeelden van schrijvers in kranten de vraag, of ik zonder gapen door de eerste vier alinea's kom. Dat heeft niets te maken met simpele taal of het vermijden van moeilijke woorden. Mensen als Heldring of Benthem van den Berg doen geen enkele concessie aan de luie lezer, maar hun vraagstelling is altijd prikkelend en dus worstel ik mij geboeid naar het einde, met in het achterhoofd: waar komt de klapper? Wat dat betreft is Meindert J. F. Stelling, publicist in het dagblad Trouw een leeggelopen ballonnetje. Niet alleen brengen de eerste alinea's, die hij produceert mij in een lang aangehouden geeuw, ik haal zelden het einde van zijn verwarde betogen. Hij i 9 tegen kernwapens, tegen plaatsing van kruisraketten op ons grondgebied en tegen nog wat zaken. Daar kan boeiend over te schrijven zijn, maar wat dat betreft liggen zijn bekwaamheden op een ander vlak. Zodat de conclusie overblijft, dat de enige reden voor Trouw om die artikelen te plaatsen schuilt in het feit, dat Meindert J. F. Stelling van beroep kapitein van de Koninklijke Lychtmacht is. Nog. Journalistiek gesproken is dat natuurlijk een stukje gein. Een wapendrager, die zich tegen het gebruik van bepaalde wapens keert, dat prikkelt de belangstelling. Datzelfde effect bereikte indertijd de inspecteur van de Rotterdamse zedenpolitie Bouke Kalma, die pacifist was (is). Die had (anders dan Stelling) bovendien nog wat te zeggen, maar daar ging het niet om: zijn opstelling tegenover het gebruik van geweld, maakte, dat hij op zichzelf al een conflict was en dat is het zout in de journalistieke pap. Stelling heeft de geschriften van het IKV, het Interkerkelijk Vredesberaad, goed gelezen en tracht dat in zijn eigen taal na te vertellen. De standpunten worden er niet helderder om, maar alla. Omdat het verkondigen van deze ideeën kennelijk niet de reactie opriep van „het gezag", die Stelling er van verwachtte, heeft hij nog eens nadrukkelijk gezegd, dat hij in oorlogstijd het zou laten afweten, als er kernwapens zouden worden gebruikt. Dat had resultaat. Niet alleen werd Stelling overgeplaatst en kreeg hij een aantekening in zijn conduitestaat, maar bovendien maakte minister De Geus (Defensie) in een koele, maar in klare taal gestelde brief, zijn standpunt over het atoompacifisme binnen de krijgsmacht bekend. Hij blijft er bij, dat een militair in oorlog algemeen inzetbaar moet zijn, met andere woorden, geen twee soorten soldaten, één die wel en één die niet met atoomwapens wil werken. Wellicht kan er in uitzonderingsgevallen aan individuele bezwaren tegemoet worden gekomen, maar er kan geen recht op vrijstelling van bepaalde functies zijn. Als de gewetensnood zo groot is, dan kunnen dienstplichtigen een beroep doen op de wet erkenning gewetensbezwaren en vrijwillig dienende militairen zullen dan (bij uitzondering) verminderd inzetbaar zijn (en vermoedelijk niet voor de hogere rangen in aanmerking komen) of ontslag uit dienst moeten nemen. Eindelijk eens een herkenbaar beleid, zo is men geneigd om te zeggen. Het leger moet datgene doen, wat het door regering en parlement wordt opgedragen en wie dat niet kan of niet wil, moet daarvan de consequenties dragen. Dat geldt zeker voor mensen, die zeer bewust voor een carrière in de krijgsmacht hebben gekozen, overigens in de wetenschap, dat dat leger ook met kernwapens is uitgerust. Als men dan later van ideeën verandert, is het wat Don Quichotterig om dan gelijk maar het leger om te gaan batterijen en dat wil nu juist Meindert Stelling. In de bijna halve pagina, die Trouw hem ter beschikking heeft gesteld, schiet hij alle kanten uit en dat is niet best voor een militaire scherpschutter. Hij verwijt enerzijds de politieke leiding „onwaardig optreden', anderzijds dat het parlement heeft gefaald, dat de kerken en de Verenigde Naties het gebruik van kernwapens verbieden en dat dat dus in strijd is met het internationale oorlogsrecht (wat zelfs een, overigens applaudisserende ex-minister Stemerink een twijfelachtig argument acht). En uiteraard vindt Stelling, dat de brief van minister De Geus op gespannen voet staat met de Grondwet, dat vanwege de opmerking, dat een militair zich vanwege de loyaliteit enige beperking dient op te leggen, hoewel hij in principe vrijheid van meningsuiting heeft. Natuurlijk valt iedereen, die het leger eigenlijk wil afschaffen, over minister De Geus heen, maar eerlijk gezegd vind ik zijn standpunt volmaakt redelijk. Volmaakte vrijheid van meningsuiting bestaat niet. niet in het leger en nergens anders en a's Meindert Stelling dan zijn pleitrede in Trouw besluit met: „Tekenen zich 'n beide brieven de contouren van de totalitaire staat al af...?" dan concludeer ik er zoveel onzin uit, dat hij in zijn carrière als militair kennelijk is doodgelopen, als journalist is mislukt, maar het als martelaar uitstekend zal doen. ---