PAARDENFOKKERIJ DE PREMIEKEURINGEN VAN HET STAMBOEK NEDERLANDSCH TREKPAARD De keuring te Vlagtwedde. (Van onzen deskundigen medewerker). De laatste keuringsplaats van de premiekeuringen was Vlagtwedde, meer bedoeld als een centrum van Westerwolde op het gebied der trekpaardenfokkerjj. Aangezien de trekpaardenfokkerij in deze streken minder intens wordt beoefend dan op de kleistreken, was de concurrentie wat ongelijk verdeeld en daarom besloot het stamboek voor deze keuringsplaats, behalve Provinciale premies, ook locale premies te geven teneinde hierdoor ook steun aan de trekpaardenfokkerij in Westerwolde te geven. De keuring te Vlagtwedde, is niet tegengevallen. Hieruit moet men nu niet opmaken, dat men al heel wat bereikt heeft want dat is niet juist men heeft nog maar een heel klein begin dat echter uitgebreid kan worden. Maar dat de kwaliteit niet tegen viel blijkt uit het feit, dat verschillende provinciale premies werden gegeven. Deze dieren werden dus geplaatst in het totaal klassement. Zoo werd een merrie- en een hengstveulen provinciaal geprimeerd, eveneens een entermerrie en twee oudere merries, ieder van de groote en kleine maat. De veulens vielen te Vlagtwedde niet tegen. Eerste werd Beatrix van Rhederveld V. Titan de Lombisoeuil, die ook een provinciale premie ontving. Het is een oud veulen met geweldige afmetingen. Deze afmetingen beinvloeden een gunstig oordeel. Toch gelooven wij, dat dit veulen niet zoo best is als men haar plaatste, haar type is wat eenvoudig en de pijpbeenen zijn te smal. Haar plaatsing op de vierde plaats in het totaal-klassement is dan ook veel en veel te hoog. Daarvoor is de moeder ook niet «foed genoeg. Het tweede geplaatste veulen Hilda V. Koert zien wij liever, is grover en heeft ook meer type. Het derde geplaatste veulen Annie V. Koert is ook een heel goed veulen doch momenteel even groot. Van de hengstveulens kwam aan de kop Karel V. Koert. Dit is een grof typisch veulen, die echter de neiging heeft de sterke afwijkingen van de moeder in de voorbeenen over te nemen. In het primeeren van dergelijk veulen zit weinig waarde omdat de moeder niet goed genoeg is als hengstenmoeder. Het tweede veulen is ook van Koert, een goed veulen, dat lijdende is aan beenderen ziekte. De entermerriers waren goed, vooral de eerst geplaatste, die ook een provinciale premie ontving n.l. Martha, een dochter van Quibes van Absdale. Zeer goed soort met voldoende zware beenen. De beide overige enters voldeden maar matig, de tweede is een jonge Koert van goed type, maar is een dochter van de merrie waarvan ook het geprimeerde hengstveulen is en ook zij heeft in beginsel deze afwijking. Het derde enter is te onsoortig, lang middenstuk, veel te zware voorhand en te matig in het been. Van de aangeboden twenters werd slechts één geprimeerd, n.l. Koertje, V. Koert eig. T. Koetse te Vriescheloo. Zij is in October geboren, was dus laat, maar als geheel is zij goed en ook voldoende zwaar. Een ander twenter werd aangeboden met te sterke afwijking in het-achterbeen. Van de oudere merries kwam aan den kop der groote maat Ella V. Prits de Fair eig. T. Koets te Vriescheloo. Een zwsre merrie met droge, zware beenen. In bovenbouw is zij machtig maar toch iets dun. De tweede is Marijs V. Tamboer de Fair eig. Gebr. Aerents te Rheederveld. Is goed van bovenbouw maar niet zwaar en correct in het beenwerk. Ella verkreeg een provinciale premie. De kleine maat vonden wij beter. 1. Flora V. Herseur II de Cognebeau eig. R. Dijkhuizen te Veele. Zeer typische en diepe merrie met een afwijking in het achterbeen, 2. Minerve de Busbrug V. Bloc de Six Sinces eig. Gebr. Hulzinga te Vriescheloo. Zeer best type. die in het voorbeen wat weinig uitdrukking heeft. Kan met Flora wedijveren en zij had ook aan den kop kunnen staan. Overigens twee passende merries voor deze streken. 3. Joke V. Mouton eig. Joh. Kuiper te Vriescheloo, 4. Nellie V. Koos eig. J. Buirs te Vlagtwedde, twee goede merries die echter nogal beneden de beide eersten staan. Flora kreeg de provinciale premie. Na afloop der keuringen werden de beide hengsten Koert en Clairon beide van den heer L. J. Veldhuis te Vlagtwedde voorgebracht. Beide hengsten lieten zich uitstekend zien en Koert liet ook op deze keuring zijn deugden als fokhengst op kenmerkende wijze uitkomen. Claron, de vier jarige, heeft zich best gehouden en is zeer grof geworden. --- De totale uitslag In totaal werden 80 paarden geprimeerd, een belangrijk aantal, terwijl aan premies werd toegekend een bedrag van f 1525. De vraag of deze keuringen als centrale premiekeuring hebben voldaan kan men eendeels met ja en anderdeels met neen beantwoorden. Het valt niet te ontkennen, dat de belangstelling vergroot wordt door de keuringen op verschillende plaatsen te houden hetgeen de deelneming ook bevordert. Er komt meer contact tusschen de leden en het stamboek en moet men dit ook als een gunstige factor beschouwen. Dit zijn inderdaad geen onbelangrijke voordeelen. Maar toch wegen deze niet op tegen de nadeelen, die een gedecentraliseerde keuring meebrengt. Het maken van een totaal-uitslag van alle keuringen is een te zware taak voor de jury ook. Met de gedachte, dat op centrale keuringen ook fouten in de beslissingen vallen is deze zaak niet opgelost. Hoewel wij voor het werk der jury veel bewondering hebben en haar beslissingen in sommige rubrieken moeilijk te verbeteren zijn, zijn er toch ook rubrieken waarin zij niet is geslaagd. Vooral de jongere rubrieken zijn minder goed uitgekomen. Aangezien wij reeds beschouwingen hebben gegeven van de keuringsplaatsen, zullen wij ons niet laten verleiden de totaal-uitslagen nogmaals aan een beschouwing te onderwerpen. Maar toch willen wij een paar voorbeelden aanhalen, die onze bewering bevestigen. Van de veulens b.v. zien wij op de achtste plaats staan Mies van den heer D. K. Kremer te Finsterwolde. Dit is een der allerbeste veulens zoo niet de beste van de gansche rubriek. Zoo zien wij pas op de tiende plaats Cultura van den heer T. K. Glas te Leermens, die wij zeker hadden bij de vier eersten. Bij de hengstveulens heeft men het veulen van den heer M. Zijlker te Noordbroek, die tweede stond te Midwolda en toch beter is dan een der geprimeerden, niet geprimeerd. Bij de enters zien wij op de tiende plaats Astrld van Hefswal, terwijl boven haar staan Apolonia, Anneke en Albine, die het haar lang niet kunen houden waneer zij naast elkaar worden opgesteld. Wij laten onze opmerkingen in het verslag Zijldijk dan nog buiten beschouwing. Bij de driejarige merries zien wij Mitsy op de allerlaatste plaats, nJ. op de elfde. Op de zesde plaats zien wij Boulotte staan, die wel zwaarder is, maar overigens lang niet tegen Mitsy op kan. Wanneer men alle merries op één keuringsplaats heeft, kan men veel beter vergelijkingen maken en worden ook gecentraliseerd fouten gemaakt, zal men moeten toestemmen, dat aan de jury onder deze omstandigheden een moeilijke taak was opgedragen. En van deze taak heeft zij zich — de omstandigheden in aanmerking genomen — zeer goed gekweten. Toch zal zij nog meer consequent moeten zijn ten opzichte van beenafwijkingen. Bij enkele merries laat zij dit zwaarder gelden dan bij andere merries. Zoo primeerde zij niet Nellie van den heer Noordhoff, een extra type doch met een afwijking in het voorbeen en wel Astrid van den heer Wolthuis, welke laatste merrie veel sterkere afwijkingen heeft dan Nellie. Ook tegen de terugstaande voorbeenen moet men zich scherper stellen want dit gebrek is veel ernstiger dan een wat weeke of toontredende stand. --- Egypte dicht bij huis In het uitgebreide „Aardi'ijkskundig Woordenboek der Nederlanden", samengesteld door A. J. van der Aa en uitgegeven omstreeks 1845, leest men: „Egypte, ook wel Egipten gespeld, op sommige kaarten als een Heerenhuis of buiten, in Hunsingo, prov. Groningen, % uur Z.W. van Zandeweer, gem. Kantens, voorkomende; thans niets meer dan een dagloonerswoning met 17 v. r. 50 v. ell. gronds". „Egypte, gehucht in het Oldambt, prov Groningen, arr., kant. en 2 uur N.N.O. van Winschoten, gem. en % ,uur N.O. van Finsterwolde". „Egypterdijk, dijk in het Oldambt, prov. Groningen. Het is eigenlijk dat gedeelte van den Dollartsdijk, hetwelk zich van Bellingwolderzijl naar den opdijk van den Stadspolder uitstrekt". Volledigheidshalve voegen wij hier bij: Egypte is de bijnaam voor het aardig dorp Woltersum, terwijl de bewoners — evenals die van Feerwerd — Egypten worden genoemd. In het noordelijk deel van de gemeente Veendam heeft men de buurt Egypten-ende. Aan de Visscherstraat, in de stad Groningen, trof men vroeger een gang, algemeen bekend als Egyptengang. De gang is thans verdwenen: opgenomen in een werkplaats. De gang ontving dezen naam hoogstwaarschijnlijk naar een herberg in de nabijheid, die als zoovele herbergen oudtijds „De Vleeschpotten van Egypte" of kortweg „Egypte" zal geheeten hebben. Eigenaardig intusschen, dat enkele streken in ons gewest den naam Egypte dragen. Men heeft dien naam in verband gebracht met de Zigeuners — ook wel heidens en Egypten genaamd — welk zwervend volkje hier en in Drenthe reeds in de 15e eeuw, omstreeks 1420, voorkwam. Piccard zegt in z'n bekende „Chronijck der Lantschap Drenthe": „In deze tijdt — om en bij 1420 — heeft men de eerste heijdens gezien in deze lantschap. Zij gaven voor, datse quamen uijt Egijptenlandt: dat hare voorouderen van het Christen geloof waren afgevallen; dat haar tot een penitentie ware opgeleijdt, datse eenige jaren moesten door de werelt swerven, gebeedelt broodt eten, op geen bedden slapen, altijdt voortwandelen, verachtelijck gekleedt sijn, etc. 't Is niet te seggen, hoe dit volckxken gekoestert werd, als 't hier eerste te lande kwam. Doch daer de eist in den sack is, daer wilse uijt. Sij hebben betoont, dat se waren een hoopen boeven, wickers en waerseggers, nergens beter in geoeffent als in behendiglijck te stelen." Reeds spoedig bleek, dat ze waren van bedorven zeden, dat rooverijen hun niet vreemd waren. In de 15e eeuw werden dan ook wetten en verordeningen in 't leven geroepen, hun verdrijving ten doel hebbende. Hun oudste bezigheden waren waarzeggen, potsen maken, goochelen, dansen. De mannen waren heel vaak ketellappers, scharenslijpers, handelaars in paarden en ezels. Vader Cats legt ze deze woorden in den mond: Wij spitten nimmermeer, wij kennenn geenen plough, En desalniettemin wij vinden broots genough, Wij preesen noyt een rnensch, die naar den rijkdom snelde, Wij leven van den dou als bloemen op den velde. Ons ziel is niet beducht om geld of machtigh goet, Wij rapen onsen kost geliJck een vogel doet. Wij plucken sonder géit de vruchten van de boomen, Wij trecke'n sonder kost de vissen uyt de stroomen, Wij krijgen wilts gen