84000 Gulden.... Commissieloon! De militaire medewerker van de Nioee Roltcrd. C(. brengt een heel kras staaltje van knoeierij ter nadeele van den staat aan het licht. Blijkens het verslag van de commissie voor de staatsuitgaven had de Algemeene Rekenkamer de aandacht van den minister van koloniën er op gevestigd, dat vrij veelvuldig contracten voor de levering van artilleriemateriëel met particuliere fabrieken werden afgesloten buiten voorkennis van de directie der artillerieinrichtingen. „Bijzonder ergerlijk — aldus de commissie — .wordt de practijk om bij particuliere ondernemingen bestellingen te doen, wanneer bij die ondernemingen hoogere prijzen moeten worden besteed dan aan het Staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen hadden moeten zijn betaald" en de commissie spreekt zelfs van de neiging om met voorbijgaan van die bedrijven bij particulieren bestellingen te doen. Uit mijn eigen ervaring — aldus de medewerker der .V. R. Cl. — moge ik een staaltje bijbrengen, om in het licht te stellen, dat het departement van koloniën bij de tot dusverre geconstateerde „neiging" niet juist altijd koopjes doet. Het was de 'Je Januari 1920, de dag van mijn vertrek uit Londen, waar ik twee en een half jaar als militaire attaché was werkzaam geweest. Ik stond op liet pnnt mijn kamer te verlaten, toen de telefoon ging. De „Controller of the Aircraft disposal department of the ministry of munitions" wilde me dadelijk spreken. Een zeer dringend geval. Ik hoorde toen het volgende schokkende verhaal. De „Board1' had in het jaar 1919 door middel van een bekende Engelsche firma, zeer onlangs wederom, vliegtuigen verkocht aan het departement van koloniën in den Haag. De firma trad hierbij uitsluitend op als tusschenpersoon, want hoewel de leden der Nederlandsche commissie van aankoop nimmer bij den „Controller" waren geweest had niemand anders dan de Britsche „disposal-board" alle bemoeiingen gehad, terwijl al het materieel Britsch rijksmateriëel was. De „Controller" had nu onlangs in ons departement van koloniën inlichtingen doen inwinnen en daaruit was hem gebleken, dat de firma de vliegtuigen door het Engelsen gouvernement voor 700 pond per stuk aan haar overgedaan, had verkocht aan ons departement voor 1400 pond. Dat beduidde dus een commissieloon van 700 pond per stuk en voor de laatste twaalf verkochte toestellen een winstje van 12X7000=84000 gulden. Waar die 84000 gulden gebleven waren? Die vraag obsedeerde den „Controller" en mij niet het minst. Wij hadden dezelfde vermoedens, doch wij tastten in het duister. Wij drukten elkaar de hand tot afscheid, elkander belovende onze wederzijdsche regeeringen zoo cenigszins mogelijk tegen dergelijke „robberies" te beschermen. Ik heb onmiddellijk na mijn terugkeer het incident, dat een ovenveldigenden indruk op me had gemaakt, medegedeeld aan den minister van koloniën en daarbij tevens verteld, dat ik de aankoopcommissie in Mei 1919 had gewaarschuwd, voorzichtig te zijn. De firma had toen de commissie overgehaald, tot een onmiddellij ken aankoop te besluiten —en nog wel tegen het dringend advies van den gouverneur-generaal in — omdat de voorraad anders mocht zijn uitgeput. Ik heb nooit meer iets van het geval vernomen; doch nu ik het verslag van de commissie voor de Staatsuitgaven in handen kreeg, gevoel ik meer dan iemand anders, dat „neiging om met voorbijgaan van die bedrijven (artillerie-inrichtingen) bij particulieren bestellingen te doen" kostbare gevolgen kan hebben. Tot zoover de militaire medewerker van de N. E. Ct. dien men dankbaar kan zijn voor zijn mededeeling. Wat wij echter op onze beurt niet begrijpen is, dat hij bijna zes jaar lang gezwegen heeft over wat hij nu, overigens heel juist, een „robbery" noemt. Ons dunkt, dat de „overweldigende" indruk, dien liet geval op hem maakte, wel heel spoedig vervaagd is. anders zou hij niet berust hebben toen hij na eenigen tijd niets meer van het geval vernam. Maar misschien blijkt het nog mogelijk nu, zes jaar later, deze „berooving" van de koloniale schatkist uit te zoeken. --- Uit Buitenzorg. Onze correspondent schrijft ons: Watersnood-Comité. De plannen van het plaatselijk Comité tot leniging van den nood der slachtoffers van den watersnood in Nederland hebben, naar wij vernemen, vaster vorm aangenomen. Op Zaterdag 6 Februari zal er een fancyfair gehouden worden. A.s. Dinsdag zullen er besprekingen gevoerd worden over hetgeen daartoe verricht zal worden. .... > Dr. Gerritsen, gewestelijk gouvernementsarts, vroeger bekend • oogarts der kliniek te Ngawi, heeft consults voor ooglijders aangeboden tegen gewone tarieven, waarvan de opbrengst zal gestort worden in de kas van het Comité. Voor een loterij met geldprijzen wordt de goedkeuring der Regeering gevraagd. Op 6 en 7 Februari zullen voetbalwedstrijden gehouden worden, met o.a. een veteranen wedstrijd van een,Alg. Secretarieelftal tegen een van het Departement van Landbouw.,,.- ■ .■-.;. -•., Tenslotte staan nog op het program van het Comité: voor het publiek toegankelijke tenniswedstrijden op 24 of 31 Januari en zwemfeesten op 31 of 24 Januari. --- SPROKKELS. Het blijkt — aldus een der Deli-bladen... „Het blijkt, dat de geplunderde koffer van den passagier van de Kupah nog een staartje zal hebben." Ja, ja, in Indië komt dikwijls dé mouw uit den aap! De installatie van den nieuwen regent van Sitoebondo zal 16 dezer plaats vinden en deze „heugelijke"- gebeurtenis zal, volgens den correspondent van een Soerabajaasch blad, „opgeluisterd" worden door stieren-rennen! Dezelfde correspondent vertelt, dat de plaatselijke afdeeling van het I.E.V. een „reuzenfuif" zal geven. Kinderen beneden de 6 voet 5 duim worden op de fuif niet toegelaten. Lengte van de andere gasten navenant. 't Wu moesten eerlijk bekennen — aldus een : der bladen — weinig fedutie te hebben in "' '- de praktische bruikbaarheid" Een ander blad schrijft: „Een andere oplossing inzake de watervoorziening zal gezocht moeten worden in den aanleg (!) van arthctische putten". ~Bedriegen de teekenen niet" — aldus de nieuwe redacteur Tan een bekend peiiodiek na een beroep op medewerkers — „dan is er ten deze wel hoop op eenig verschiet" Indische medewerkers lijken inderdaad wel wat op dwaalsterren! De Soerabajasche politie overviel een troepje Chineesche schoolkinderen, die achter een muurtje in den stadstuin „hazard" speelden. Dat deden ze, volgens een der bladen, met hun enoepcenten. Op een vendutie te Bandoeng kwamen, volgens het A.1.D., achtereenvolgens onder den hamer: 2 clubfauteïïïlles, 1 pfoeff, 1 (kinder) fauteuille, kristallen kompotschalen, têt a têt, matras voor babyboks. Van wege de concurrentie werden op een andere vendutie geveild: groot mooie buffit met fazet ruiten, Gouda-, Chineesche- en porseleinen vazen stoommachine en dinnmo, ijzeren drumps. Wat 'n kansen! En wat 'n koopjes! De bekende zeeslang heeft afgedaan. Uit IWneo komt het bericht, dat men bij een vangst van zeven krokodillen een vrij groot exemplaar vond met twee hoorns. De Borneo Post zegt er uitdrukkelijk bij, dat die hoorns op den kop zaten. En volgens de bevolking beteekent zoo'n hoorndragende kaaiman oentoeng. Als nu de Amerikaansche expeditie naar Nieuw Guinea maar niet met eon behaarden boa constrictor terugkeert, die men bezig vond zich met de pinnen van een stekelvarken den knevel te friseeren --- Studie-Opdracht. De Indische Regeering heeft, naar het Haagsche Aneta-kantoor verneemt, den heer - Pijper, voorheen tijdelijk waarnemend inge- 4 nieur bij de landsgebouwen, thans met verlof ■ in Nederland, opgedragen de bestudeering daar te lande van de volkshuisvesting en van het bouwvereenigingswezen, ook in " verband met de veranderingen die de woningpolitiek heeft ondergaan in de laatste jaren. --- DE PROVINCIALE RAAD. „Welken omvang de taak der l'rovincie in de toekomst zal aannemen, valt niet te voorspellen. Gedeeltelijk zal dat afhangen van de wijze, waarop de Provinciale Raad zijn plichten vervult, maar ook onberekenbare factoren zullen daarop van invloed zijn — factoren, die thans niemand vermag te overzien." Uit de veelszins karakteristieke redevoering van Gouverneur Hillen is dit conventioneele woord bijkans het eenige, dat rechtstreeks tot de leden van de veelbelovende eersteling, den Provincialen Raad van West- Java, werd gericht. Xa de plechtige installatie in het gebouwvan den Volksraad mocht dan hst werk een aanvang nemen in het Stadhuis te Batavia. — monument van Nederlandsch gezag, eeuwen her gevestigd en thans zetel van een der organen, die de letter van artikel Cl der Grondwet tot levende werkelijkheid zal hebben te verheil'en. Er was in de beide redevoeringen, die de inleiding vormden tot de eerste zitting van onzen Provincialen Raad, iets, dat sterker trof dan de inhoud. In 's Landvoogds korte uiteenzetting mocht vooral het vertrouwen in- de kracht van medezeggenschap der burgerij blijken uit de stemverheffing, toon Z. Exe. zich tot den Provincialen Raad richtte, — in die van Gouverneur Hillen klonk de zelfbewusteverzekcrdheidvanden niun die, voor een nieuwe taak geplaatst, zich kan laten leiden door vertrouwen in eigen kracht. Maar deze mie verkreeg dan ook eerst ten volle relief, toen tijdens het debat, dat volgde, de Voorzitter van den Provincialen Raad zich beriep op •de bizondere beteekenis van de land; taak, hem opgelegd, in vergelijking tot de provinciale taak. Pe critiek, op beginselen en stelsel der bestuurshervorming geoefend, heeft niet nagelaten de vrees te accentueeren, dat inplaats van een met duidelijke waarborgen omringd medebestuur de ambtelijke decentralisatie hoofdmoment van deze zoo uiterst veelomvattende en gewichtige daad van bestuursbeleid zou vormen. Maar zeide niet de gouverneur in zijn openingsrede, dat de practijk zal hebben te beslissen, wat en hoe de provincie worden zal ? Indien de beslissing in handen gesteld ware van den Gouverneur alleen,—er zou na deze eerste vergadering reden zijn te gelooven, dat zij inderdaad haar voornaamste lieteekenis zou ontleenen aan de administratieve zijde der reorganisatie. De bijeenkomst werd meteen een eerste trefl'en, een gebeurtenis, door haar karakter van zeer groote beteekenis. Laat ons hopen een, diej den Gouverneur overtuigt van de oeteekeuis van andere elementen dan de 'outer ambtelijke. Ook van dengeen, die (als wij) tegenover de mogelijkheden van medezeggenschap der bevolking, in alle geledingen, zeer sceptisch gestemd if, en zeker het provinciaal verband overbodig acht voor een organisatie, die op zekere zelfstandigheid van ge- Wndsdeelen gericht was, mag, nu de eerste Provinciale Raad bijeenkwam vertrouwen in de toekomst verlangd worden. Zeker mag de provincie haar kans niet missen. Was het alleen onwennigheid van den Voorzitter, die deze eerste vergadering het karakter gaf van een strijd en tusschen twee machten met geheel uitecnloopende belangen en inzichten, inplaats van die van een samenkomst van een college, dat als eén geheel is gedacht. Men mag aannemen, dat de zware eisenen, den Gouverneur gesteld en het eigenaardig karakter van een werkzaamheid zonderden steun van antecedent en ervaring, haar invloed niet hebben gemist. Dit neemt niet weg, dat juist nu deze vergadering een zoo teleurstellend beeld vertoonde, er voor den belangstellenden luisteraar reden is tot commentaar. Dat zij, om het even hoe het oordeel over het stelsel der hestuurshervorming ook luiden moge, slechts tot onaangename conclusies kan leiden, staat wel vast. Tot het eencr vergadering bleek de Voorzitter, geprikkeld, heftig soms zonder cenigen grond, niet gedisponeerd. Van tijd tot tijd was de indruk niet te ontgaan, dat de gouverneur den Provincialen Uaad slechs ziet als een lastpost, die hem bij de uitvoering tier zoo belangrijke en naar zijn oordeel verre overwegende landstaak in den weg kan staan, — niet als een lichaam, dat nieuwe elementen brengt in de bestuursvoering, ja, haar grondig van karakter «loet veranderen. Het cenige punt van beteekenis in deze eerste vergadering betrof de instelling van het College van Gedeputeerden, waarvan de Gouverneur ambtshalve Voorzitter zijn zal en dat de dagelijksche leiding van zaken in du provincie zich ziet opgedragen. De talrijke sprekers over dit onderwerp bleken het slechts op één punt eens: dat de leden van het college zullen moeten worden gekoz.-n uit het midden van den Raad. De Provincie-ordonnantie houdt rekening met de mogelijkheid, dat geen geschikte krachten hun tijd zullen kunnen geven aan dit zoo veel-omvattend werk, dat belangrijk is juist op dezelfde gronden, die het ambt van den gouverneur zoo bizonder zwaar doen zijn. Xiet slechts de heer .Schotman, wiens democratische ader* rijkelijk vloeide, doch ook de heer Roep was overtuigd van het gewicht van dezen pioniersarbeid. Was ook niet de Regeering — de heer Djajadiningrat herinnerde er aan — blijkens de Memorie van Toelichting bij de Provincie-ordonnantie ten volle overtuigd van den ernst van het ambt en de eischen die het stelt? Deze drie leden hebben, gesteund door de Irceren Dessauvagie en Koesoema Soebrata, gepleit voor wat zij noemden: volwaardige gedeputeerden. Zuinigheid — aldus de 1.E.V.- er — moge wenschelijk zijn, maar dauzoeke men haar liever in beperking van het aantal der Gedeputeerden (dat van twee tot zes kan bedragen) dan in een bezoldiging, die velen zal uitsluiten van medewerking. Het ambt van Gedeputeerde toch is — ook dit wijst op de beteekenis ervan — onvereenigbaar niet eenigerlei functie in werkelijken dienst van den lande: • wil men een figuur als Djajadiningrat, als Schotman verkiezen, dan dient dus de waarborg te worden geschapen, dat de benoeming ook inderdaad kan worden aanvaard. Van zelfopoffering, groote liefde tot een schoone taak — de heer Ariodinoto eischt die van den Gedeputeerde en met het volste recht — kan men niet leven. Blijkens de voordracht van den Gouverneur heeft deze een gansch ander inzicht in de verhoudingen, een inzicht, dat alleen rekening houdt met het functioneeren van de ambtelijke machine. Misschien meent deze Gouverneur wel, dat hij het zonder kijk-in-depot uit den Provincialen Raad eigenlijk veel beter zou kunnen verrichten. Maar de I'rovincie-ordonnantie schrijft nu eenmaal de instelling van een dergelijk college voor en daarbij heeft zelfs de Gouverneur zich neer te leggen. Deze Gedeputeerden van den heer Hillen zouden vooral geen politieke figuren moeten zijn. Politiek — aldus nu in de mondelinge verdediging nader — is een ongeluk voor het land. Om het kort te resumeeren: politiek is erger dan overbodig. De openbare werken nemen een belangrijk deel in van de begrooting der provincie. Er moet dus een deskundige op dit tenein in het college. Verder zijn de financiën — eilacyl— ook niet zonder beteekenis. Een financiëe.'e specialiteit dus erbij. Voor inlandsche zaken (waarin men blijkbaar ook al deskundig in dezen zin kan zijn) zou dan een aanvulling door middel van een inheemsch lid. niet heelemaal dwaas zijn. Ziedaar een college gelijk de Gouverneur het zich deukt. Den geheelen mensch eischt het werk zeker niet (volgens den Gouverneur); het toezicht op do Regentschapsraden neemt hij waarschijnlijk zelf wel voor zijn rekening. Dat de Regeering destijds een ander inzicht had, is ook geen bezwaar: zij is gansch en al van idee veranderd, nu de Bestuurshervorming voorloopig op beperkter schaal wordt doorgevoerd dan aanvankelijk in de bedoeling lag. Wat zegt de Volksraad van deze verklaring, die hem nooit heeft bereikt ? Er is geen reden, hier het debat te resumeeren. Er wh» namelijk geen debat. De heer Koesoema Soebrata mocht al in een frisch spcechje verklaren, dat Gedeputeerden vertrouwensmannen van den Raad moeten zijn; de heer Roep mocht wijzen op het praevalent karakter der politieke overtuiging, die immers richtsnoer is voor het standpunt in elk vraagstuk; de heer .Schotman mocht al betoogen, dat geen specialistische deskundigheid, doch gezond verstand in de eerste, tweede en dorde plaats komt, — het mocht niet baten. Tegenover deze argumenten werden met bevreemdende en verontrustende gemakkelijkheid Olympische uitspraken gesteld, werden (|iialificaties en disqualificaties in de zaal geslingerd. De vergadering kreeg eer het karakter van een door den onderwijzer gekapittelde klasse dan van een bijeenkomst onzer provinciale vertegenwoordigers. Naar eigen getuigenis trouwens wensehte de Gouverneur zich niet te vermoeien met een weerlegging van een aantal bezwaren tegen zijn gedaehtengang, door den heer Roep juist en scherp geformuleerd, en daalde heer Hillen het, wederom blijkens zijn verklaring, met den heer Schotman toch ook niet eens wordt, was er blijkbaar ook geen reden met deze welsprekende en gewaardeerde figuur in discussie te treden. Schoon zelve onmiddellijk vlam vattend wanneer een lid van den Raad spreekt van „den Gouverneur'1 inplaats van „den voorzitter," accentueert de heer Hillen rustig zijn ambtelijke verhouding tot de Regenten, leden van het college, door hen bij den titel te noemen. Talrijke argumenten van den heer Schotman heetten insinuaties: wanneer dit lid met bewonderenswaardige zelfbeheersching in tweeden termijn een alleihoffelijkste toelichting geeft aan zijn woorden, klinkt het barsch van den Voorzitterszetel, dat de heer Hillen geen complimenten venscht af te wachten! -•• Dit alles zou men gaarne met den mantel der liefde bedekken, wanneer het niet blijk gaf van een bedenkelijke mentaliteit bij de figuur, die geroepen is 'de eerste Gouverneur van West-Ja va te worden. Zelfs het meest zachtmoedige college zal met een Voorzitter, die aldus optreedt, op den duur niet kunnen samenwerken. De heer Hillen zal zijn houding hebben te herzien op straffe van een persoonlijk échec, waarvan de gevolgen te dragen zouden zijn, maar ook op straffe van een zoodanige belemmering van de ontwikkeling der medezeggenschap, dat het karakter der bestuurshervormiug ernstig wordt geschaad^ Het resultaat van deze discussie, om het nu maar aldus aan te duiden, is geweest dat de Gouverneur er in slaagde een deel van den Raad, met name de Regentengroep — zijn ondergeschikten buiten dé zaal! —te „overtuigen". Schoon het principe van de positie van Gedeputeerden wel best geformuleerd kon worden door de vraag: hoofdof bijambt (de heer Djajadiningrat deed het aldus bij de stemming) wenschte de Voorzitter de beslissing te zien bepaald door stemming over de twee f'ormcele punten: salaris en aantal der Gedeputeerden. Het onverbrekelijk verband tussuhen beide elementen was door den heer Dessauvagie reeds in eersten termijn gelegd. Toen dan ook tenslotte het aantal op vier was bepaald, bleek menig lid, voorstander van een goede bezoldiging, te gaan weifelen met het oog op de financiëele consequenties. Een voorstel-Roep om die bezoldiging te bepalen op f 1.500 (rijkelijk veel!) werd dan ook verworpen, maar niet dan nadat één lid zich verwijderd had: een zuivere stemming achtte hij op deze wijze blijkbaar niet mogelijk. Ken voorstel om de bezoldiging dan op f 12.50 te bepalen •venselite de voorzitter niet in behandeling te nemen. Vervolgens welgemoed constateerende, dat er dus geen tusschenvoorstel was ingediend, werd gestemd over een voorstel-Ariodinoto om de bezoldiging op f 500 te bepalen (waardoor practisch bijna der leden van het lidmaatschap van Gedeputeerden wordt uitgesloten) dat tenslotte met 22—18 stemmen werd aangenomen: nu hadden vier leden de zaal verlaten! Een goed begin is het halve werk. Misschien meent de Gouverneur wei, dat hij goed begonnen is ! Cl vis. --- Overbodige Vragen. De toevallig aan het licht gekomen misstanden bij de Ombilin-mijnen hebben den heer Joekes, lid der Tweede Kamer, aanleiding gegeven een drietal schriftelijke vragen tot den minister van koloniën te richten, waarvan de Laatste luidt: 3. Is du minister bereid mede te deelen, welke, maatregelen zullen worden getroffen om in dezen toestand verbetering te brengen Natuurlijk zal de minister daartoe bereid zijn. Hij zal den heer Joekes mededeelen — wat deze zelf had kunnen en behooren te weten — dat de misstanden van jaren lier dateeren en dat sedert verbeteringen zijn ingevoerd. --- De „Pander” tjes voor Indië. Donderdag 17 Dec. zijn op de Waalhaven te Rotterdam de voor Nedêrlandsch Indië bestemde kleine „Pander" vliegtuigen voorgevlogen. Deze vliegtuigen zijn in afwijking van de bekende 25 P.K. serievliegtuigen, voorzien van den 35 P.K. Anzani motor, omdat met het oog op de mindere luchtdichtheid in Indië meer kracht wordt vereischt dan in Europa. Nadat do Marine-officier Eikerhout met succes de verschillende acrobatie-vluchten daarmede had uitgevoerd, werden de toestellen door Koloniën overgenomen. De vliegtuigen zullen zoo spoedig mogelijk naar Indië worden verscheept. Daarna hebben Lt. Eikerhout op de 35 P.K. Koloniën-Pander en Lt. Everts op de 25 P.K. Marine-Pander vergelijkende vluchten gehouden. --- Tegenstellingen. Onze medewerker te Soerabaja schrijft ons: Mijn weg leidde naar een desa onder de rook onzer groote stad, waar ik om bepaalde redenen een koelie had op te zoeken. Ik trof het gezin in gedrukte stemming, want het driejarig zoontje, een leuk baasje, was ernstig ziek; naar de verschijnselen te oordeelen dysenterie. Op mijn verzoek om inlichtingen mocht ik vernemen, dat men geen geld had om een arts te betalen, daar de inlandsche arts voor een huisbezoek een .rijksdaalder eischte plus de kosten voor een auto; daarom had de vader zich maar tot een doekoen in de buurt gewend. Deze had wel allerlei inlandsche medicijnen gegeven, maar die baatten niet. We zorgden natuurlijk, dat het kind vóór alles versche melk kreeg en de moeder, die pas haar tweede kindje had gekregen, wat versterkende middelen, want ze zag er door het nachtwaken en de zorg ellendig uit. „Ja'', antwoordde mij een inlandsen arts, die ik er over sprak," wij moeten behoorlijk wonen en dat kost geld; we kunnen het ïyet zonder auto en ook dat kost geld. Het is zeker te betreuren, dat er geen middelen aanwezig zijn om mij te betalen, maar ik kan ook niet van den wind bestaan". Een Europeesch arts stelde zich onmiddellijk beschikbaar om het zieke knaapje zonder bijberekening van autokosten, tegen minimum-tarief te behandelen. Het bleek echter niet meer noodig; om drie uur was het kind gestorven en om 7 uur rustte het afgetobd lichaampje reeds onder den grond. Zeker, onze artsen van inland schen landaard hebben óók recht op een mooie woning en op comfort en kunnen de kleine menschen het niet betalen dan is daar immers een stadsverband, waarheen ze kunnen gaan. Men kan van ethica niet bestaan en het is veel, veel voordeeliger in de groote stad particuliere praktijk uit te oefenen, dan voor een paar simpele honderden guldens dienst te doen als gouvernementsarts. Te Soerabaja kan men bijna in iedere straat van beteekenis een groot bord vinden: Raden of Raden Mas, of Mas alleen, soms ook zelfs zonder eenigen titel, Dr. N.N. specialiteit in dit of dat. Het is verblijdend, hoe het aantal artsen van inlandschen landaard» toeneemt en het moet gezegd worden: ze wonen keurig en sommigen houden er zelfs twee auto's op na, één voor dienst en één voor mevrouw. Minder kan het immers niet. En in de desa's onder de rook hunner stad sterven kinderen van koelies, die geen rijksdaalder voor een dokters-bezoek kunnen missen en nog minder de kosten voor een auto. Zit ook hierin niet een brok .... noncoöperalion? --- I.E.V. te Soerabaja. De afdeeling Soerabaja van het.l.E.V.zal in Maart a.s. haar eerste lustrum vieren. --- Code-Telegrammen. Op verzoek van het in onderstaande mededeeling bedoelde studie-comité wordt door het hoofd van den Post-Telegraaf- en Telefoondienst het volgende bekend gemaakt: De Internationale Telegraaf-Conferentie, welke gedurende de maanden September en October 1925 te Parijs is gehouden, heeft in hare zittingen o. m. de reglementaire bepalingen omtrent de overeengekomentaal, welke op zoo ruime schaal voor de samenstelling van internationale telegrammen gebezigd wordt, aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Zij heeft daarbij geconstateerd, dat een groot aantal telegraafcodes, waaraan de woorden der overeengekomen taal ontleend worden, niet aan de gestelde eischen voldoet. De conferentie stelde vast, dat deze staat van zaken aanleiding geeft tot ernstige moeilijkheden, zoowel voor de Telegraafadministraties als voor het publiek en dat het' daarom noodzakelijk is die moeilijkheden zoo spoedig mogelijk uit den weg te ruimen. Zij besloot daartoe een comité in te stellen, dat tot taak heeft van dit onderwerp een speciale studie te maken. Van de verschillende' zich mogelijk voordoende oplossingen van het onderwerpelij ke probleem zullen in het bijzonder die in beschouwing moeten worden genomen, welke ten doel nebben de overeengekomen taal te beperken tot groepen van niet meer dan 5 letters, zonder verdere voorwaarden of beperkingen. Wat de seinkosten der telegrammen betreft, zal de oplossing nochtans niet tot gevolg mogen hebben, dat het telegrafeerend publiek meer zou moeten betalen dan bij toepassing van de op de Internationale Conferentie te Parijs (1925,) vastgestelde tarieven zal worden geheven. Het hoofd van den P.T.T.-dienst teekent hierbij aan, dat laatstbedoelde tarieven alhier nog niet bekend zijn en dat, in afwachting van de door het studie-comité in te dienen voorstellen — waarop door de eerstvolgende telegraaf- of radiotelegraafconferentie zal worden beslist —de bepalingen omtrent de woordentelling van het huidige internationale telegraafreglement gehandhaafd zijn. / --- Nederl.-Indië. De Beteekenis van het I.E.V. De heer Zfentgraaff) heeft kort geleden in het Soa: Üblad, de oprichting bepleit van een Nederlandsche Unie, die een Europeanen-organisatie zou moeten vormen en die in de plaats zou moeten treden van den P.E.B. Deze laatste, aldus de heer Z., heeft afgedaan; hij heeft zijn taak, in dagen van crisis afgekomen, ten volle vervuld ; thans is de tijd gekomen voor een zuivere westersche organisatie. Sociaal Leven en Strece» vreest, dat een Kederlandsche Unie, zooals de heer Z. zich denkt, slechts een onbelangrijke groep zal zijn. Misschien zal men een legertje kunnen vormen, - doch dan, als in Zuid Amerika, wel met officieren doch zonder soldaten. Want — zoo betoogt het Katholiek orgaan — wat de heer Z. wil, bestaat reeds. Kr in n.l. reeds een Europeanen organisatie, wij bedoelen bet I.E.V. En evenals in de eerste periode van onze politieke geschiedenis bet de N.1.V.8. was, die alles voor zich uitstuwde, welke rol in de tweede periode dooiden P.E.B, weid overgenomen,lijkt het thans of bet in de derde periode bet Indo-Europeeseh Verbond zal zijn, dat alles en allen opslokt en als een grootc stroom over de wrakstukken van N.1.V.8. en 1'.E.8. becnstroonit. Voorloopig gaat alles bet verbond voor den wind en bet ziet er niet naar uit, — voor zoover wij als buitenstaander tenminste beooideelen kunnen — dat het l«ereid zal zijn de organisatie, die bet beeft opgebouwd in een ander verband niet gedeeltelijk andere idealen onder te brengen. De kerkelijke partijen zullen wel geen bifoit voor een Ned. Unie leveren. Evenmin zal men haar kunnen opbouwen uit de overblijfselen s-an N.1.V.8. en 1'.E.8. En daarom besluit het kath. weekblad : 's Heeren Z.'s stem zal voorloopig althans' wel blijven die eens roependen in de woestijn. Slechts wanneer eventueel liet I.E.V. den weg der beide grootc voorgangers zou gaan, geven wij beni kans op soldaten, doch van een uiteenspatten van dit verbond hebben wij voor ons nog niet vee! kunnen bespeuren. De beteekenis van het I.E.V. als organisatie in de oogen van niet-1.E.V.-ers is hiermede voldoende geteekend. --- Het Oude Liedje. De Provinciale Raad bestaat nog nauwelijks, en reefis staat inen met verdachtmaking gereed. En merkwaardigerwijze is het de Loc, die zich tot de verspreiding daarvan leent. Van Soendaneesche zijde werd aan dat blad geschreven, dal de hoog gespannen verwachtingen omtrent de verkiezingen niet verwezenlijkt zijn. Wat den schrijver blijkbaar niet verwondert als iemand die „toevallig achter de schermen heeft kunnen zien hoe de verkiezings-compagne door enkele personen werd ingeleid." lets verder heet het, dat de verkiezing van louter regenten en. ambtenaren geen bewijs van vertrouwen is, omdat zij direct of indirect grooten invloed op de verkiezingen konden doen gelden. En ten slotto komt de beschuldiging, dat een niet-ambtelijk candidaat zelfs op onverklaarbare wijze van de lijst is veri dwenen! Zoo begint al dadelijk het spel, dat wij ook bij de gemeenteraden, ja, bij den Volksraad hebben zien spelen en dat ten doel heeft alles wat van net Nederlandsche bestuur uitgaat in discrediet te brengen. --- Millioenen-fantasieên. De Javabode van 13 dezer bevatte een onjuist bericht, dat noodzakelijk rechtzetting behoeft. Volgens dat bericht zouden (wij bepalen ons tot de daadzaken): 10. in December j.1., als gevolg van uitspraken van den raad van beroep, geweldige bedragen aan O. W. en inkomstenbelasting zijn terug betaald; alleen voorde kassen Batavia en Wéltevreden zou het bedrag 10 millioen bedragen; 2e. het groot bedrag aan terugbetalingen zou te wijten zijn van het ophoopen vaneen groot aantal beslissingen tot het einde des jaors door den raad van beroep. 3e. de gemiddelde tijdsduur voor afdoening eener zaak zou op vier jaar te stellen zijn. De eerste bewering kan kortweg een praatje worden genoemd; voor heel Indië hebben de terugbetalingen nog niet het bedrag van 10 inillioen bereikt. 2e het uitstellen van beslissingen tot einde des jaars is evenzoo een praatje om geen sterker woord te gebruiken ; wat voor afdoening gereed is, wordt bij den raad van beroep afgedaan. 30. dat de gemiddelde tijdsduur voor afdoening eener zaak vier jaar zou zijn, is ook weer gelogen. Het kan, bij hooge uitzondering, voorgekomen zijn, dat enkele zaken zoolang onder handen bleven maar dan was er reden voor. Daartegenover staat dat vele zaken binnen enkele maanden zijn afgedaan. Wij [zouden deze rechtzetting in de pen gehouden hebben als de Javabode haar onjuiste mededeeling had herroepen. Maar daartoe bleek zij niet genegen. ---