Een Koninklijke Commissie gevraagd. „For the future of India depends on the collaboration of East and West, and cach has much to learn front the other Indian Statutory Commtssion Volume 11 pg. 316. door Mr. W.F. de Waal. In mijn artikelen „Om den grond" In dit blad van 3, 4 en 5 Juni j.l. heb ik getracht aan te toonen, waarom naar mijne meening de bij besluit Tan den Gouverneur-Generaal van 15 Juni 1931 No. 13 ingestelde Commissie-Spit in haar werk gefaald heeft. Tevens heb ik gezegd, dat de tijd mij rijp lijkt om het geheele agrarische recht in deze landen opnieuw op pooten te zetten en van den grond af schoon te maken. Uit het stilzwijgen der Regeering valt te concludeeren, dat de geheele zaak in een Impasse is geraakt, waaruit het moeilijk schijnt een uitweg t« vinden. Het komt er thans op aan deze te zoeken. Hoe onbevredigend naar mijn oordeel de voorstellen der commissie- Spit ook mogen zijn, het valt niet te ontkennen, dat de oorzaak ten deele ligt in de foutieve opdracht, die haar werd verstrekt. Daarnaast valt echter, iets anders te constateeren. Dat is het volkomen gebrek aan activiteit, dat de rechtsgeleerde faculteit te Batavia, althans hare Indische specialiteiten, in deze kwestie ten toon hebben gespreid. Behalve een mat — door mij in dit blad van 16 en 17 Maart bestreden — artikel van Prof. Logemann, zweeg men in alle talen. Men beijvert zich daar gaarne om wetenschappelijk zout te strooien op adatrechtelijke slakken — terecht, o Cassuto —, maar vergeet dat men daarmede zich tot geen hooger visie opwerkt dan die van den tuinman van een goed onderhouden heerenhuis, terwijl op het gegied van het grondenrecht, een zoo voor Indië uitnemend beangrijk vraagstuk, de moed van den administrateur-pionier vereischt ls. Doch terwij ik voor het falen der Commissie-Spit op twee gronden clementie kan pleiten, n.l. op grond der verkeerde opdracht en op grond van het feit, dat het onverantwoordelijk is, om zoo'n opdracht te geven als bijwerk „naast het waarnemen der eigen functie belast met enz. en buiten bezwaar van den Lande" heet dat naar ik meen in onze ambtelijke stijl, vervalt dit pleidooi voor de vertegenwoordigers der wetenschap. En met weemoed herdenkt men de strijdbare figuur van Prof. van Vollenhoven en met verbazing vraagt men zich af hoe het mogelijk is dat zijn nagedachtenis zijn epigonen niet wist te ontvlammen. Het is spijtig te moeten constateeren dat de houding van de faculteit der Bataviasche Rechtshoogeschool in de grondenkwestie den nadruk op het woord „school" doet vallen. Ik verwijt de rechtsgeleerde faculteit te Batavia, althans hare Indische specialiteiten Logemann en ter Haar, een gebrek aan visie, het prefereeren van peu\erwerk boven moeilijke en ondankbare pioniersarbeid en daarmede het verloochenen van den geest, die Van Vollenhoven aan de Universiteit der Oranjes predikte. Want aan welke zijde hij, ware het leven hem gespaard, zich ook bevonden zou hebben ln dezen strijd, zeker niet aan die van de zwijgenden en de volgzamen. Zien wij nu eens, hoe Engeland zoo'n groote opgave aanpakt. Op 26 November 1927 verschijnt de „Royal Warrant" waarbij de Indian Statutory Commission wordt ingesteld en op 27 Mei 1930 verschijnt het rapport, twee deelen dik en dichtgedrukt, het le deel meer dan 400, het 2e deel meer dan 300 pagina's bevattend en voorzien van kaarten enz. In het le deel staat op de eerste pagina de volgende eenvoudige mededeeling: „The total cost of the Statutory Commission is estimated to be about £ 146,000, exclusive of the cost of the Auxiliary Committee on Education and of the Indian Central Committee and Provincial Committees. The cost of printing and publishing Volume I of this Report is estimated by H. M. Stationery Office at £ 1,600". Ik weet niet hoe groot de „fee" van Sir John en de zijnen is geweest, maar men kan er van op aan, dat in zulk soort zaken de Engelsche opvatting ruim en vorstelijk is, waardig naar het belang van het te behandelen onderwerp. En wanneer men dit vergelijkt met de Hollandsche opvatting dan vraagt men zich af aan welke zijde van de Noordzee de natie woont, die men wel eens spottend als die der winkeliers hoort betitelen. Wanneer ik er op zal aandringen dat t.a.v. het grondenvraagstuk in Ned. Indië nu eindelijk eens naar een afdoende oplossing worde gestreeld. dan stel ik op den voorgrond, dat zulks geld zal kosten, wil men een resultaat bereiken, waarvan naar waarheid gezegd kan worden, dat het voor jaren Indië en daardoor het geheele koninkrijk ten zegen aal strekken. En zelfs de dreigende vinger van „the gloomy President" van de Turfmarkt, Mr. Trip, die ik in gedachten al opgeheven zie, wanneer men tot het Gouvernement zegt, dat zoo'n uitgave van geen beteekenis is tegenover het belang der kwestie, kan mij niet weerhouden hierop aan te dringen. Rente en hoofdsom van deze uitgave zullen in de toekomst door de verbetering der economische en sociale toestanden ten volle worden betaald. Op bl. XVII van het le deel van het rapport-Simon zegt de commisgig • „We paid two visits to India, the first lasting from 3rd February, 1928, to 31st March. 1928, and the second from llth October, 1928, to 12th April, 1929". De commissie deelt mede hoe zij op haar eerste bezoek 7000 mijl reisde ln Indië; bij haar tweede bezoek 14000 mijl. „Evidence was taken" (men hoort de groote jurist Simon aan het woord) en dan volgt een opsomming, waar dit plaats had. Het geheele werkplan der commissie is overigens blootgelegd in het meesterllj'k schrijven van Sir John aan den Onderkoning, ddo.' 6 Februari 1928 (preface part I pg. XVII). Ik vestig den aandacht op deze werkwijze, omdat ik meen, dat de inzake het grondenrecht in Indië in te stellen commissie er haar voordeel mede zou kunnen doen. Want al betreft het hier een heel ander werk, waar ten deele een belangrijke basis voor is te vinden en een goed uitgangspunt in het rapport-Spit, ik beveel ten sterkste de Engelsche methode van „taking evidence" aan. Men zou b.v. een commissie kunnen vormen uit den Volksraad en andere uit provinciale raden tot toelichting van de belangen van bepaalde gebiedsdeelen. Men zou contact moeten zoeken met de onlangs ingestelde kolonisatie-commissie en eindelijk zou misschien de faculteit te Batavia zich willen verwaardigen haar hulp te verleenen bij de beschouwingen die de commissie zal moeten wijden aan het adatrecht dat ik geenszins verwaarloosd zou willen zien. Bestuursambtenaren en rechterlijke colleges zouden in ruime mate in de gelegenheid moeten worden gesteld om collectieve of afzonderlijke — zoo noodig geheime — adviezen te geven. Jarenlange ervaring heeft mij grooten eerbied bijgebracht voor hetgeen onze ambtenaren kunnen praesteeren en praesteeren, indien zij onder bezielende leiding ergens hun schouders onder zetten. De leden der commissie of althans haar voorzitter stelde men in rang gelijk aan een Commissaris- Generaal, direct staande onder de bevelen van de Minister van Koloniën en men doe de commissie beschikken over een uitnemend, modern uitgerust secretariaat. Belangrijke organisaties van werkgevers en werknemers geve men de gelegenheid vrij eèij k van hun opinie te doen blijken. Ik geef dit plan graag voor beter, maar bedoel hiermede slechts aan te toonen, dat alleen aanvatting in grooten stijl dit waarlijk nationale werk in afzienbaren tijd tot een goed einde kan brengen. leder die gelooft in de tbekomst van ons gezag in deze landen en dus van ons volk zal het over de noodzakelijkheid hiervan met mij eens moeten zijn en het roerend beroep van de afdeeling Soerabaia van het I.E.V. in ■ haar jongste motie op den Nederlandschen Stam moge niet onbeantwoord blijven. Ik zal thans eenige namen noemen van mannen, die naar mijne meening voor dit werk in aanmerking komen, mannen, die uit hoofde van hun kennis daartoe geschikt mogen geacht en die door hun maatschappelijke positie los staan van de Indische samenleving, hetgeen ik een eerste vereischte geloof. Ik noem dan voor de positie van voorzitter de namen van de Professoren Meijers, Kranenburg of Diepenhorst, waarbij de eerste, wiens internationale roep bekend mag worden verondersteld, het voordeel heeft, dat hij deel uitmaakte van de zeer belangrijke Staatscommissie tot herziening van het hypothecair stelsel. Ik noem als leden de namen van Dr. J. W. Meijer Ranneft, Prof. de Savornin Lohman, Prof. Westra, Prof. Nolst Trenité, Prof. J. J. Schrieke, Generaal Bajetto (een militair lid komt gewenscht voor). Ik zou zeker niet aarzelen den naam Weiter te noemen wiens groote werkkracht en staatsmans-inzicht bekend zijn, doch deze schijnt voor een andere functie bestemd, waarin hij overigens zijn gewaardeerden steun zal kunnen geven. Men zoeke verder naar een kadastrale figuur in Holland van de statuur van I. Boer Hzn. Het spreekt van zelf dat deze opsomming van namen enuntiatief is; uit de totaal verschillende politieke richting der genoemden blijkt, dat naar mijn oordeel in de allereerste plaats gezocht moet worden naar bekwaamheid. Een man als prof. van Gelderen, wiens diepgaande economische kennis ook de tegenstander gaarne kan erkennen, zou in zoo'n commissie zeker niet misplaatst zijn, terwijl ook een landbouwkundige van naam een welkome aanwinst kan blijken. Bij de keuze der commissie late men zich uitsluitend leiden door de gedachte dat van uit Nederland aan Indië het bijbelwoord in vervulling ga: „zie, Ik zal U het beste van Egypteland geven". In de zekere overtuiging dat zoolang een Oranje den troon van het koninkrijk der Nederlanden bezet houdt, in deze landen niet alleen rust, maar ook rechtvaardigheid heerschen zaJ, eindig ik dit artikel met de woorden waarmede de commissle-Slmon haar werk besluit: ~all of which we submlt for Your Majesty's graclous consideration". --- Officieele opening Singapore’s Luchthaven. Hierboven nog een fraaie foto, welke de groote drukte goed weergeeft, welke de offlcleele opening van Singapore'» nieuwe luchthaven kenmerkte. --- Het nieuwe gebouw van de Javasche Bank te Batavia. In rustige fraaie stijl opgetrokken. Vele bekende persoonlijkheden bij de opening aanwezig. Feestelijkheid in intiemen kring. Het was op een winderigen wintermorgen te Scheveningen — aldus de heer Fermont Zaterdagmorgen het woord voerende in de hal van het nieuwe frontgedeelte van de Javasche Bank — dat ik met den heer Wichers te spreken kwam over de verbouwing van de Javasche Bank, die tlhans haar beslag heeft genomen. Deze verbouwing heeft den zetel van de Indische circulatiebank, in typische klassieke „Indische stijl" opgetrokken, een geheel ander aspect, frisscher en moderner, gegeven. Niemand zal dit betreuren behalve degenen die, naar de benedenstad rijdende, op de klok in den toren van de Javasche Bank vertrouwden wat betreft het aanvangsuur hunner afspraken. Die tijdwijzer is er namelijk niet meer ... Een. beroep op de klok in het station schijnt hen niet voldoende: de S.S. lijdt van tijd tot tijd nog onder haar oude reputatie van nu Ja. laat ons zeggen: onnauwkeurigheid. Het malle torentje, dat het voorgeslacht misschien bewonderde evenals de typische bouwsels op de vleugels, is thans verdwenen; de middenpartij, die zich onderscheidde door een drietal patrijspoorten, is r.u inderdaad een front geworden. Vóór rijdende onder de nieuwe perystile, beklommen de genoodigden tegen tienen de monumentale trap naar de nieuwe hal, prachtig van afmeting, gesierd door Coen's buste, om daar door de heeren Wichers, Praasterink, Michielsen en Van Waveren mitsgaders de commissarissen en den inspecteur den heer V. Vossen te worden ontvangen. Daar bevonden zich op dat uur, behalve vele andere relaties uit de landsadministratie, het bankwezen en den handel, de directeuren van Econ. Zaken, Financiën en 8.8., de gouverneur van West-Java en de resident van Batavia, de heeren Berendsen en Govaars van de Escompto, Jöbsis van de Handelsbank, Reisenbach van de Factorij — de heer Woutman die naar Singapore vertrok was tevoren even wezen kijken — de heer Van den Bergh, oud-directeur van de Bank, de majoor der Chlneezen en, als gezegd, vele andere figuren uit handel en 'bedrijf. Wij willen den heer Van Dunné nog in het bizonder noemen omdat hij, naar het gerucht wil, een actie terzake van onrechtmatige daad tegen de Javasche Bank heeft overwogen, terzake van het feit, dat met den toren ook de klok uit de gevel verdween. ... Blijkbaar droeg de heer v. Dunné nochtans de directie geen kwaad hart toe ... De plechtige Ingebruikneming droeg inderdaad een zeer informeel karakter. Na een korte inleiding van den heer Fermont, van Fermont-Cuypers. dankte de heer van Buttingha Wlchers de architecten en de aannemers (de Holl. Beton Mij.) voor hun goede zorgen, onder nadrukkelijke vermelding intusschen dat hij zich destijds in Scheveningen niet had gebonden. Men verkeerde ln den barsten crisistijd bovendien was het gesprek gevoerd „van beneden naar boven"... de heer Wichers liep namelijk en de heer Fermont zat; te paard. Een van de overwegingen om de verbouwing toch door te zotten was geweest, dat een van spr.'s collega's, die trouwens nu ook juist aan het bouwen is, hem had gezegd dat een bank toch altijd iets moest toonen en dat men wel een goed gebouw moest hebben ook al had men het eigenlijk nu niet zoo bitter noodlg. Welke opmerking met luid gelach, ingezet door den heer Jöbsis, werd begroet. Tenslotte bracht de heer de Bruyn Kops gelukwenschen over, en hij zeide tevens te hopen, dat de verstandhouding met de Javasche bank altijd zoo zou mogen blijven als zij geweest was, waarop de president nog opmerkte dat zij inderdaad in de acht Jaar dat hij hier vertoeft niets te wenschen heeft overgelaten. Daarna begon de bezichtiging van de nieuwe vleugel, waarvan wij hier een tweetal foto's plaatsen; vermelding verdient nog dat de kamer van den chef der effecten-afdeeling „air-» conditioned" is, zoodat er alle reden is te hopen dat li ij althans het hoofd koel zal houden. , | Het Stationsplein met het nieuwe frontgebouw der Javasche Bank. Zaterdagmorgen is het verbouwde hoofdkantoor van de Javasche Bank officieel geopend. Op onze foto ziet men vooraan he,t 'recipieerende bank' directorium, v. I. n. r. de hecren Mlchielsen, Van Buttingha Wichers en Praasterink. Op de tweede rij v. I. n. r. de nieuw-benoemde directeur Van Waveren, gouverneur Van der Hoek en de directeuren van Financiën en Economische Zaken, de heeren Da Bruyn Kops en Hart. --- Toenemende goederenbeweging in Borneo. Aneta verneemt, dat de goederenbeweging in de havenplaatsen van de Westerafdeeling van Borneo de laatste maanden eveneens zoozeer ls toegenomen, dat speciale maatregelen ten aanzien van de douane noodzakelijk bleken te zijn, teneinde den wassenden stroom het hoofd te bieden. Zelfs van de kleinste buitenposten werden klachten ontvangen omtrent personeelstekort. i Teneinde den toestand te onderzoeken en de noodlge voorzieningen te treffen, vertrok! de hoofdcontroleur van ln- en uitvoerrechten, de heer de Bruyn, begin dezer week met spoed naar Borneo. Hij blijft minstens een maand weg. --- De luchtmail. De „Torenvalk" arriveerde Maandagochtend te TJllllitan. --- De boycot in Cheribon. Gas Mij. verliest nog meer klanten. Onze correspondent te Cheribon meldt, dat er van Chineesche en Inlandsche zijde aldaar nog steeds abonnementsopzeggingen bij de Ned. Ind. Gas MM. binnenkomen, terwijl thans ook! de groote Janansche toko's ziln gevolgd. Totaal zijn reeds meer dan zeshonderd licht-abonnementen opgezegd, waaronder verscheidene grootere van 500 tot 1000 watt. Van al deze opzeggers heeft !er zich tot dusverre nog niet «Pn In verbinding gesteld met de lichtmaatschapplj om zijn grieven voor te brengen of een concreet voorstel te doen tot verlaging der. tarieven of anderszins. Dit kan verklaard worden door het feit. dat er van tevoren door de lichtverbrulkers geen georganiseerd overleg werd gepleegd, aldus verzekert men ons van de zijde derl opposanten. Er zijn geen vergaderingen belegd en comité's van actie ln het leven geroepen, de geheele beweging heeft een spontaan karakter. Van een boycot-actie tegen de N.I. Gasmaatschappij kan in dit geval dus ln den letterlijken zin van het woord niet gesproken worden. Het is een demonstratief optreden van aangeslotenen op het net der gasmaatschappij tegen de naar hun meening te hooge tarieven. De meeste thans afgesloten verbruikers van electrlsch licht hebben zich vrij belangrijke uitgaven getroost voor de aanschaffing van petroleum-onderdruk-lampen, zoodat het niet eenvoudig zal zijn hen te bewegen zich wederom te doen aansluiten op het electrlsch net der N.I. G.M. Wij telden ln een der groote toko's niet mindeij dan tien onderdruk-lampen, waarvoor de aanschafflngskosten een bedrag van ƒ2OO hebben gevergd. Ook in verband hiermede zal het moeilijk zijn voor de N.I.G.M. om het verloren terrein te heroveren. Intusschen is het brandgevaar er niet onbelangrijk door vergroot. --- Cycloon teistert tabaksland. De tabaksonderneming Namoehassi, nabij Bindjei, werd Vrijdagavond Jl. om 8 uur, naar Aneta uit Medan seint, door een hevigen cycloon geteisterd. Het dak van het fermenteergebouw werd afgerukt en aan de tabak werd door de daarop volgende slagregens belangrijke schade toegebracht, welke door verzekering wordt gedekt. Acht groote ficusbcomen stortten cp een kedeh en een garage met postauto's neer, welke werden vernield. Twee Maleische mannen, twee vrouwen en 1 Voor-Indiër, die onder de boomen schutting hadden gezocht. werden zwaar gewond. De laatste ls later overleden. De cycloon trok door over Beimentjirlm, waar een droogschuur werd platgeslagen, om tenslotte ln de richting van Medan te verdwijnen. --- Bijeenkomst P.T.T. personeeel. Naar Aneta uit Bandoeng seint houdt de vereeniging van middelbaar P.T.T.-personeel op 19 en 20 dezer een buitengewone aljemeene vergadering te Bandoeng. ---