De kinderkazerne van Regout. :, Het; • door Baart.? op % hét kongres voor den » wettelijken tienurendag over de vrij heidsbeneming' aande glasblazersleerlingen der fabriek „DeSphinx", ; , te \Maastricht meegedeelde,:;heeft in het gansche• v land een enormeri indruk1 gemaakt: ;".;,■*.,;,; iji%£ rr~- Vooral toen door \ hem werd meegedeeld, dat het gaan en komen van de fabriek geschiedde door; I een tunnel, met het doel de kinderen geheel van: de buitenwereld af te zonderen. '.. ~..;-'» : V/ Zelfe •' een blad; als; het; 2/ieuwsbl; voor KederL, ■, dat zich in den regel aan slechte arbeidstoestanden weinig:laat gelegen liggen,'vroeg verontrust in - welk land wij leefden; eu personen uit de arbeiders- • 'beweging,- in - den regel nogal op de hoogte van de verschillende manieren waarop de groot-industrie zich werkkrachten verschaft, werden - door de woorden van Baart diep geroerd.; - .--*.:•'• Ook onze redaktie was het fijne van de zaak onbekend. Daarom.is een onzer.naar de stad aan" de doode Maas ■ getogen om den arbeiders in het land door hun orgaan uitvoerig te kunnen inlichten. Wel vermeldde de in *de jaren '99-1900 inde | eerste ï inspektie geplaatste inspekteur van den arbeid; Dr.; H. F.'Kuyper, in zijn verslag van dat jaar, een en ander. over. het jongenskosthuis van de .Sphrax", waaruit: was; op te maken dat be| handeling " der jongens \in % dat. huis). weinig .te .-: wenschen ':■ liet," 1 doch over; hét thema der groote .vrijheidsbeperking dier jeugdige "werkkrachten . werd met geen enkel woord In het verslag gerept. ' Dat - kon ook - niet, omdat de jongens destijds minder in hun gaan en staan-waren gebonden, dan heden. Wy zetten voorop dat -de door Baart tegen de : machtige direktie van jde „Sphinx" uitgebrachte aanklacht .alleen die vrijheidsbeperking gold en over de behandeling der jongens in het osthuis door, hem op bet kongres, nóch ten goede, , noch ten kwade, één enkel woord is gerept. Tot goed § begrip ■- van • wat hier Volgen zal, achten we noodzakelijk daarop de aandacht te vestigen. ~ We,, zullen der ,Sphinx"-direktie de volle maat :' geven: het • goede - wat we : opmerkten - niel ver_ awtfgen, om ten slotte aan de lezers mee te deelen ' welken indruk én de bedoelde inrichting, door de . glasblazers -1 spottend• genoemd: - ;bet , katholiek pensionaat: tot opleiding * van glasblazers", èn de v maatregelen door de direktie voor het h ouden der jongens 'genomen, op ons heeft gemaakt. ; ' • --- Wat glasblazers ervan zeiden. v < Glasblazers, die met de jongens uit. het kosthuis r werkten, vertelden dat er nu ruim honderd knapen j§! in het kosthuis waren, doordat een katholieke in- richting uit Frankrijk zich ervoor gespannen had, 'r "', de fabriek leerlingen", te bezorgen, m■•■. s&j ïR :;-> mw( Bet«eten, werd * gezegd, zal niet Biecht zfln om- i 9 dat de' direktie haar best moet doen.het den jongens naar den zin te maken. Voor zoover de glasblazers onder het werk iets uit de knapen kunnen krijgen, wat heel moeilijk is. wyl door den geestelijke die het ■ beheer over de inrichting heeft, sterk op het. gemoed'der jongens gewerkt • wordt. om te verzwijgen wat in het voorvalt, klagen zg ook niet over. het elen. -jjlë'■: \■_}.-■; %;" ".-'■: De behandeling In het huis is voor velen beter, dan. «e die' thuis hébben. Doch /de weinige afwisseling In de spijzen, het slechts zelden ontvangen van versnaperingen, maar bovenal de v r tj h e 1 d sbeperking Is het onderwerp hunner klachten. 'Wanneer. «y , een', enkelen - keer. loskomen, wat meestal gebeurt als zij'in het huls voor den een of anderen jongensstreek zijn bestraft, vragen de meer ■ in het vak gevorderden aan den glasblazer waarbij zij werken; of ze niet by hem in j den kost kunnen - komen. Dan zijn ze ten minste na den arbeid vrij, terwijl ze nu als in een gevangenis zitten opgesloten, 'r- Sa ;/;';'. ■:_/'■• '.'.{'"..-..-- -"^.'-.:'-;>;; ■>:>;..r : _ De vjr y h-e I d misjien die jeugdige levens, een gemis wat, zelfs - door" de beste behandeling 'niet kan worden goedgemaakt..-'-We'willen aannemen: dat de direktie dit niet-voelden, werkelijk meent, voor zoover het belang der jongens niet in strijd komt met dat der Industrie, met die vrijheidsbeneming het: belang der jongens te bevorderen. : De knapen'.:■ ondervinden echter, dit afsnijden van de maatschappij aan den lijve en zijn erover het algemeen genomen, slecht over te spreken. ~: Er werden ons enkele staaltjes verteld als bewijs '•; hoever dat isn'eeren der knapen wordt doorgevoerd. ' Zondag 17 Februari j.l. wilde een schippersknecht die met zijn schip te Maastricht was aangekomen, zijn in het jongenskosthnis gevestigd broertje spreken. ~ . • Hij' schelde aan; doch- bet werd hem niet toe-' gestaan, zelfs niet op herhaald aandringen, ; , De kinderen gaan Zondagsmorgens onder geleide twee aan twee naar de kerk. In den winter gaan se 's middags, eveneens onder geleide, naar de koncertzaal van de .Sphinx", die.ook in de Boschslraat is gelegen'.,;."; ° .". ';..i-. .-,' ■'" ■ f De jongens moeten:een eind gaan in de boschstraat 4 omdat ze niet door den tunnel in het feestlokaal kunnen komen, ■ I'.!-*' ' De scbippersknecht, daarmee op de hoogtegesteld, wachtte Btfn broertje bty bet onder geleide naar het - feestlokaal gaan op. De knaap, zyn'" broer ziende, liep nit de ry naar hem toe, doch.oogenblikkelük was de geestelijke er bij die den knaap een paar opstappers toediende. '"":Y;. J«!^gö •'. Er ontstond een oploopje yan burgers, omdat de aehippersknecht zijn broertje niet wilde laten afromen;' de geestelijke '.droop' af en* de varensgezel nam zijn broertje mee dat niet meer in hèt huis terug kwam.-'•''-■:';:*1-;■':■'"'*/'■' $**K2Be?*El)M* Achter het kosthuis ligt een groote open ruimte met houten palen.van het rangeerterrein vanden spoorweg afgescheiden. ; " * '-, Nu en dan klimmen jongens die het leven in het kosthuis moe zijn, over die afscheiding, om het haz'enpad te kiezen. Vooral in den zomer gebeurt dat .veel, omdat de jongens dan op het land kunnen gaan werken. •,-. . *-K Eenige weken geleden zijn, naar men ons meedeelde, enkele jongens over het rasterwerk geklommen, om aan den politie-kommissaris te gaan zeggen, dat ze in het kosthuis werden mishandeld. De kommissaris soa hen toen geraden hebben, terug te gaan en hem, als bet weer gebeurde, daarvan in kennis te stellen. Het verloop der jongens moet zeer groot zyn. ' ; Reeds tien jaren bestaat de inrichting en in dien tijd zijn er slechts zes jongens carreur en slechts twee souffleurs of glasblazers geworden, dat wil zeggeb,'zij doen als zoodanig dienst, doch zijn niet in staat iets anders te maken dan biérarlazan. Dat er zoo weinig vakmannen worden geleverd door de jongensinrichting, zit in bet sterke verloop. De laatste maanden zijn er slechts weinigen gedeserteerd, doch in de voorafgaande jaren deserteerden de knapen bij troepen. Wanneer er wegloopen bij het Zondagsmorgens naar de kerk gaan, laat men ben loopen om opschndding te vermijden. Gedurende de laatste maanden is het toezicht verscherpt, de vrijheidsbeperking strenger aangehaald door de komst van een Franschen priester, wien thans het gansene beheer «ver de inrichting en de voeding der kinderen is toevertrouwd. , Vroeger, is tot vóór St. Nikolaas 1906, werd de middagkost bereid door jnffrouw Jaspers, wonende aan het Kanaal. Z\j kreeg daarvoor 22 cents per hoofd en per middag en op Zondag, wanneer het eten iets beter was, werd er dertig cent voor betaald. Glasblazers beweren dat bij de komst van den inspekteur van.den arbeid een boodschap aan de vrouw werd gestuurd met de melding, Zondagskost te verstrekken. Onzerzijds gevraagd of men op de„Sphinx"dan wist wanneer de arbeidsinspekteur kwam, verklaarden de menschen. dat de „Ceramique", de . porseleinfabriek aan den reebter-Maasoever, onmiddellijk telefoneerde wanneer daar de arbeidsinspekteur op bezoek kwam En zelfs bij het bezoeken der fabrieken zonder waarschuwing van de solidaire direkteujen der andere inrichtingen was bet toch wel mogelijk de arbeidsinspektie eenigszins op te houden. Maar toch, of den knapen Zondagsvoedsel werd gegeven of niet, da mannen moesten bekennen dat de voeding weinig te wenschen liet, ofschoon van eenlge. versnapering aan de kinderen geschonken, zelden sprake was. Verhaald werd het gebeurde met een glasblazer die den bij hem werkenden leerling een gewone Bossche koek met Sinterklaas gegeven had. De jonden was daarmee zeer in zijn schik, doch in het kobthnis ontroofden de andere jongens hem die versnapering, verdeelden de brokken. Bijna schreiend vertelde de knaap dit aan zijn souffleur, waarop hem door dezen andermaal een koek werd gegeven. . Het werkvolk beschouwde dit als een bewijs dat den jongens de versnaperingen, die een kind toch' gaarne heeft, worden onthouden.. Voort werd ons als kenmerkend feit meegedeeld dat de glasfabriek .Stella" wél jongens uit Maastricht krijgen kan. Deze fabriek is zoowat even groot als de „Sphinx", ze heeft jongens te veel. Het loon en de behandeling is er beter dan op de fabriek in de Boschstraat. Waar de eene fabriek een jongenskosthuis moet inrichten om de jongens te krijgen van buiten omdat de Maastrichtsche knapen er niet willen werken, krijgt de „Steila" in voldoende aantal jeugdige werkkrachten voor de glasblazerij. Den heer Petrus Regout, door het werkvolk aangeduid als meneer .Pierre", wordt aangewreven, dat hij dwang op de ouders uitoefent om hunne kinderen in de glasblazerij te krijgen. Drie weken geleden werd een glasblazer ziek. Zgne jongens gingen werken op de glasfabriek .Steila". Toen de vader hersteld was, kon htf alleen weer in de .Sphinx" gaan werken, als hij er voor zorgde, dat zijne drie kinderen ook op de .Sphinx" terugkwamen. De glasblazers waren niet in staat méér bijzonderheden mee te deelen. '~ De jongens spraken slechts een enkele maai over de behandeling in het kosthuis. De vrees voor den geestelijke, voor de aan hem ondergeschikte oppassers en voor den patroon zit er te diep in dan dat se nit het hnis dnrven klappen. SPEELPLAATS EN ACHTERGEVEL VAN.HET JONGENSKOSTHUIS. EETZAAL VOOB DE JONGENS. --- FEUILLETON. „ARBEIDERS” VAN ALEXANDER L. KIELLAND. Vertaling uit het Duitsch DOOR H.M.-S. ; „Begin jij-nou ook al met dat gezanik? Beteekent dat dat 't me in m'n hoofd mankeert en dat ik net zoo'a prul ben als hij zelf? maar ik zal 'm —" De groothandelaar zweeg'en keek zijn vrouw aan, want die barstte! in 'n schaterlach uit en riep: „Wat ben jij. toch 'n verstandige man I wat zou er | toch van ie terecht komen als je mij niet had? Wat is 't?** Ze greep weer naar de) linkerlapel van z'n jas; „wat dragen groote mannen hier altjjd? en wat ontbreekt jou hier nog? nu?" - Falck-Olaen tuimelde drie stappen; achteruit en J bleef | voor." den spiegel staan;;; beurielings staarde ■ hij in ■ den spiegel en: naar zijn; linkerlapel, terwijl hij aarzelend aan- zijn knoopsgat plukte.-„Geloof je-heusch dat hij dat heeft gemeend?? ,' y '„Natuurlijk Imaar.dan moet je ook partij kiezen en dat-wil je'immers niet?" „Ach, dat moét. j$ zoo: beslist niet zeggen I" riep., baar •:, man en _ draaide iop - zij a rond; '„de! eene' dienst' is den 'anderen rwaard, als. hg,niets;meer.verlaagt:.daa dat —^ • „Maar beste'man, je had directeur ook kunnen ■" worden, ais je maar eerst had willen toegeven —"/ • „Ach, dat prullige directeursbaantje I denk je, dat ik daar wat om geeft. Maar zóó iets, zie je,'■-dat is heel wat anders; dat ,is watl Als ik maar wist, dat ik daaraan komen kon!" „Gisteren heb je nog zoo gespot met 't „gele corps"; ik zag wel, dat dat den minister niet beviel." ï ■ ~_r „Bravo, Leent je I ik zal den ■■ minister. vragen of hij "me in 't „gele corps" wil laten opnemen. Nu, Leentje, heeft Salomo geen gelijk als hij zegt: wie een goede huisvrouw heeft gevondem of, iets „dergelij ka ?"*_ „Ik zou niet graag willen,.dat jij je Solomo tot voorbeeld nam", antwoordde mevrouw Falck- Olsen, terwijl iq zich goedmoedig door hem liet omhelzen. . - : Toen Hilda Bermechen, die ook met de stoomboot was meegekomen, de kamer binnentrad, dekte het dienstmeisje juist de tafel; een afzonderlijke eetkamer was er niet. ;-■•'■ • < „Zoo,: bén je daar eindelijk I Natuurlijk doornat; God mag weten wat jij bij zoo'n weer in de stad had te doen; maar zoo is 't 'altijdmet jou", zuchtte , mevrouw Bermechen. >' „Ja maar mama, vanmorgen zag 't erheusch zoo mooi uit —"„•■:'-'■.'<-::■'■?■ ■ ....y,...--,■}■ ,- . „Onzin! Jij bent na eenmaalr'n ongeluksvogel, dat is de zaak. Daarom doe je ook nooit anders dan domme en rare dingen. Is Alfred niet bij jet" :.?]<-±i\.j'.r!piïM?.%) „Neen,"u "moest de complimenten hebben; hij zou.in 't hotel eten bij een zwager van Hiorth, .-..■ v - ■-„. ■ ■'•■: ~. i„Die afschuwelijke Hiorthl" zuchtte mevrouw Bermechen en keek de stoomboot na, die verder .■• ging. Hilda was dergelijke dingen gewoon. Ze deed haary mantel af en bracht die naar buiten. Toen kwam ze weer binnen en waagde te zeggen: „Die arme Christine, 't gaat lang niet goed met haar.. Ik zou zoo graag willen, dat u dokter Rohde eens over haar sprak —" ■ „Hoor eens, Hilda 1" zei haar moeder, en stond op met een vuurrood hoofd; „'t i» niet de eerste maal dat je me zeurt over dat mensen, maar nu zeg ik je eens en voor altijd: ik wil niet meer hebben dat ie over haar spreekt, met geen woord meer, hoor je? We hebben meer. voor ze gedaan dan de meesten in onze positie gedaan zouden hebben en jij weet zelf, hoe 't in de stad bij ons heeft - uitgezien na de bruiloft. Me dunkt, dat 't nu voldoende is geweest en jij zet geen voet meer bij haar de deur in, begrepen? Nooit anders dan last en herrie heeft men met jou, wat je ook doet." J)e minister kwam ook binnen, maar toen hij zag wat voor weer 't was, ontsnapte hij naar de slaapkamer, waar hij zich bleef wasschen | tot hij aan tafel werd geroepen. Toen ze aanzaten, keek de minister vriendelijk naar Hilda,' want hij zag, dat zij een standje had gehad: „Had je al lang met den kamerheer gewandeld toen ik je zag?" „Den kamerheer?" stoof mevrouw Bennechen op; „heb je hem weer lastig gevallen. Je maakt je gewoon bespottelijk met dat naloopen, Hilda, - en wat nog erger is, je maakt hem óók belachelijk." v „Neen maar, Adelaide 1" . dorst de' minister heel voorzichtig zeegen. :.' ,/ \ kaatöca-zefi welbégiijpenV Daniel, dat t voor zoo'n knappen, gezochten cavalier ah Delphin niet anders dan hinderlijk kan zijn als hij altijd.wordt gezien met een dame, die erop zijn zachtst gezegd — zoo weinig gedistingeerd uitziet als onze Hilda. Dat is toch zonneklaar." Hilda stond plotseling van tafel op ea holde naar boven. Ze sloot zich op in haar klein zolderkamertje en snikte in haar hoofdkussen. Dat was toch wel 't allerergste! Zou ze zoo leelijk zijn, dat een man zich bespottelijk maakte wanneer hij zich met haar vertoonde! Zou Delphin nu de gek met haar steken? En zij stelde zoo'n vertrouwen in hem. Mevrouw Eermechen schreide ook. „'t Is allemaal jou schuld, Daniel! Als jij goed was gebleven met de Falck-Olsens, dan zou alle* best zijn; maar nu —" „Kalm maar, kalm maar! lieve Adelaidelde verzoening is nabij —" „Och, zeur toch niet met je: kalm Adelaide" jammerde zij, terwijl zij het deksel van de schaal nam; ze aten kalfsragorit. Maar op_ dit oogenblik hoorde men «Uippen op de kleine veranda; ze had nauwelijk* tijd gehad den schotel weer dicht te dekken, loea groothandelaar- Falck-Olsen in de dein ocond „Aha! dat treft goed!" riep hij stralend; „de familie is nog niet met 't diner oogou. nen. Ik kom speciaal u uitnoodigon, mevrouw in opdracht van mijn'vrouw; o moet voorai komen, om ook de kuikens eens, te proeven, waar ze zoo trotsch op is. En onze waard* minister zal mij 'a beetje gezelscnap houdet bij j,'n glaasje witte port, nietwaar?" voogd* hij erbij, texwgl hjj hem de hand toe*Uk, „we kunnen vandaag allebei 'n beetje extra verpleging gebruiken." De' minister ' nam zijn hand en drukte die met warmte; zijn vrouw echter zat al» verbijsterd tot haar. man haar toefluisterde: „Heb ik niet gezegd dat de verzoening nabij is 7" Zij staarde hem bijna eerbiedig aan en liet zich gewillig door den groothandelaar meenemen, terwijl de minister tot Hilda naar boven riep,, dat ze, zoo gauw ze kon,-moest nakomen. Het herstel van de goede verstandhouding tusschen beide families werd met een reeks feestelijkheden gevierd, 't Waren echter niet meer „de groote voeder-partijen", zooals Delphin ''t. noemde, maar klein* heerendiners, waarbij men lang aan tafel zat en veel praatte. Delphin rook spoedig lont en amuseerde zich op zijn manier. Hij vervolgde den redacteur Jïortensen, die nu een bestendige gast werd, met de meest gezochte beleefdheden, waardoor de ander geheel van zijn stuk werd gebracht; of hij verbitterde de nette „mevrouw Olsen" het leven, door haar te verzekeren, dat deze of gene van de nieuwe gasten nihilist was en met een revolver. In zijn jaszak rondliep. De groothandelaar zelf echter had een geheel nieuwe houding aangenomen ;<—- strak en gereserveerd. Hij zette niets meer op touw zonder eerst den minister geraadpleegd te hebben fin. op zijn avondjes werd nooit meer iemand uitgenoodigd, voor de minister er verlof of WVel toe had gegeven. De groote „danspret in_ de Olsezaal", die elk jaar in den herfst plaats had, .werd dit jaar een deftig* „thé dansant" en de groothandelaar gaf zij» dochter een wenk, dat ze referendaris Eiorth goed. m.oejgs behandelen,3 . * Sof ie werd daar echter'wrevelig over, vooral omdat haar vader ook niet» meer wist dan zij. Over 't geheel was ze niet in haar schik; met den kamerheer schoot het maar niet op en de keus tusschen Bermechen en Hiortn scheen haar een schrale triomf. Deze twee vrienden hadden overigens een inspannenden zomer; afgezien van bureau-diensten, hadden zij! nog de opdracht een zwager van Hiorth te amuseeren, een zekeren groothandelaar Garman; en dat hadden zij zoo nauwgezet gedaan,: dat hun voor hun liefdes-aangelegehheden geen tijd waa overgebleven, m _•; _ Toen daarop het winterseizoen begon, moesten zij die zaak weer eens ernstig ter hand nemen. Vooral was het Alfred'a plan alles in 't werk te stellen om de jonge'vrouw uit de portierswoning voor zich te winnen. Maar op een dag nam mevrouw Bermechen haar zoon Alfred eens onder handen en vertrouwde hem in haar slaapkamer iets toe, waarvan het' gevolg was, dat hij Christine met rust liet. 't Was overigens opmerkelijk hoe zij afviel. Haar glanzig rood haar werd dor en droog en den heelen winter waa zij' kwakkelig en leed vaak aan pijn in den hal» en in de gewrichten. Haar mjan sloop nog meer glimlachend > en nog geriiischloozer rond dan ooit. Ze had een heftigen afkeer van hem behouden vanaf den bru.iloftsdisch, — maar haar leven verliep stil en eentonig en hij behandelde haar goed. Met commandant Seehus wisselde Mó verscheidene brieven, en nu ■ en 'dan ontving hij ook aangeteekendé brieven uit Eet Westland. Maar op een dag, kort voor, KttBÜBUJ flfttying hfl het volgende, sjdjrjiyfia:-.•;• ;•«■•.<--.•• .--■ -~:•.?.*.".. "„Geachte Heer Mo! .'■'• " ■'■"'■':'. .:';\.;' •/„Nu gaat 't zoo niet langer meer, want hij heeft mets meer, alleen schulden, 'r-i weshalve ik schrijf uit mijn eigen naam. Njadel weet er niets van, want ik kan niet gelooven, dat het gaat 200819 't behoort met al dat geld, 'dat nu al tezamen 950. kronen is. Als het de menschen van den koning zijn, die dit geld verteren, zijn wij er hier niet beter aan toe dan de Russen, in Rusland en Petersburg, en ik zal het in de krant schrijven, want de man ja straatarm geworden S en ziek van ergernis over dat rietland, en do sloot is bijna weer Sdichtgewaaid en' ziet er jammerlijk! uit, reden : waarom ik aan u, zijn broeder, schrijf, dat gij uit barmhartigheid zult trachten een einde te maken aan deze' zaak, die al voor een kleine twee jaar biji den koning is ingediend, zonder eenig antwoord, alleen maar kosten. „En ook heefti hij groot verlangen naar een brief van J zijn. dochter Christiné, die thans uwe huisvrouw is, en hij verwondert zich zeer, dat zij thans1 niets te schrijven heeft, alhoewel} gij ons toch dikwijls hebt geschreven, dat haar eenige wensch' is, uwe vrouw: te worden, maar dat zij' zich schaamde wegens uw leeftijd, waarom wij haar ook geschreven hebben om haar te overreden, zooals gij ons hadt verzocht; maar nu, achteraf geloof ik niets van 'dit alles.'. .'..'. :..'.. ■ ilet de meeste Hoogachting, , liAURITZ BÖLREMANN SEEHUS.'' Oom Anders» las dézen brief in zijn klein wachtkamertje vóór het. bureau van den mimater, Hö vouwde-dsn bii*iwjßfix en «n*tcaie hem ia de kachel, terwijl hij zijn hoofd schudde en stil voor zich heen glimlachte.'V De minister opende de deur: „Heb je niets gehoord, Mo? ik heb tweemaal gescheld." Andera Men stond op en keek den minister met hetzelfde niets-zeggend glimlachje aan. „Maar Mol" riep. de Ininister;, „ik geloof waarachtig' dat je? oud begint te worden." : -,; r'<:'" % ■'■■^•'v-;-■ *v- '-.V; '-■;': :.:^S':-: Dokter Johann Bermeohen' bleef een heel jaar in Weenen. De eeaige thuis met wie hij correspondeerde was Hilda. Door haar Tcwam hij dien zomer ook té weten, dat Christine met haar oom was getrowd. Vanaf dit oogenblik schreef hij niet meer naar huis en langen tijd was 't zijn vast besluit in .Weenen te blij ven of naar Amerika te gaan. ■■'■>'■',• > , Doch toen hiji dien heelen winter met zijngroot verdriet, had "rondgeloopen, kreeg tój zoo'n heftig verlangen haar nog eenmaal weer te zienv en misschien eenige opheldering te krijgen, dat hij in 't midden van Maart naar huis ging. .■ -'••'.....-" •,:■■■'': ■:.-• j Gedachten en twijfelingen van verschillenden aard streden in hem, naarmate hij dichter bij zijn woonplaats kwam. Alfred was 't dus niet' op wien zij verliefd was geweest; maar waarom had zij dan toch dien ouden man genomen? " Hoewel hij haar brieven, niet meer beantwoordde, was Hilda hem toch blijven schrijven en dus wist hij ook, dat Christine den heelen - winter had gesukkeld. Toen hij de deur van het onderhuis binnenging, keek hij niet door de - keLderveosters naar Deneden, doch: ging dade* ~ lijk naar boven om zijn ouders te begroeten. , '".'"r'jt*,■---""-*"-,*>{Wordt vtrvolad). t --- Onderhoud met Pierre Regoot. Ik had aan de fabriek in de Boscbstraat te Maastricht mijn kaartje afgegeven, waarop niet was vermeld, dat de verslaggever van Het Volk den heer Pierre Regout wenscbte te spreken. Dat was geen opzer, ik bezit geen andere. ■ Na even te hebben gewacht kwam bij mij een lange heer met blonden knevel die op mu'n seknre vraag verzekerde te zijn, de heer Pierre Regouf. directeur der naamlooze vennootschap „De Sphinx". h Ik zei dadelijk tot de redaktie van Het Volk te bebooren, maakte hem opmerkzaam dat het alsnog in zijne'beleefdheid stond, mij al of niet te woord te staan. ■" - — Wal is de bedoeling van uw komst? — Hei door Baart op het Zaterdag in Arasterdam gehouüen kongres voorden wettelijken tiennrendag omtrent de glasblazersjongen op uwe fabriek meegedeelde. De kindereu zonden door gestelgken uit verschillende kleine plaatsen naar uwe fabriek gedreven; daarna binnen de muren worden gehouden en door een tonnei, vanaf huu kosthuis naar de "fabriek en daarna weer van de'fabriek naar het kosthuis worden teruggevoerd. Deze mededeeling heeft niet alleen op de georganiseerde arbeiders in Holland, maar ook in 4a kringen der burgerij grooten indruk gemaakt. Verschillende bladen vragen of te uwent werkelijk zulke toestanden bestaan en het is van het allergrootste belang mee te deelen, hoe werkelijk met die kinderen wordt gehandeld. Ofschoon ik behoor tot de redaktie van ■ een orgaan dat beslist aan de zijde der arbeiders staat •n er op uit is ten bate der werklieden zooveel mogelijk op de ondernemersklasse te bevechten, kan 't toch niet anders dan in uw eigen belang zijn te verklaren, hoe het met een en ander is gesteld. Bent u daartoe niet bereid, dan rest mij slechts mijne excuus aan te bieden voor het u veroorzaakt oponthoud. • v — Ik ben volkomen bereid u alle mogelijke inlichtingen te verstrekken, zei de heer Begout. Ik beschouw uw blad en allen die er aan verbonden atjn als myn felle tegenstanders, maar inlichtingen Wil ik u in deze niet onthouden. Ook ik heb in de Nieuwe Rotterd. Courant het door Baart over de kinderen gesprokene gelezen. Dadelijk moet ik u zeggen dat Baart, die hier vroeger jaren lang als bordenmaker heeft gewerkt, elk* gelegenheid aangrijpt om mij onaangenaam te zijn. Hij tracht de werklieden ontevreden te maken en stuurt nu en dan pamfletten in zee, waarin ik voor al wat leeiyk is wordt uitgemaakt Dit iaat mij onverschillig, doch als er sulke Jrove onwaarheden worden verteld als nu over ie kinderen, wil ik het niet onweersproken laten. Die beruchte tunnel meneer, wilt u haar zien? — Graagl ':--._ .'•/.". ■■■};■':':" '.•-;-' — Nu; die tunnel is-niet gemaakt speciaal voor de kinderen. Ik zal u straks aantoonen dat ik haar ▼oor mijne fabrieken noodig heb als verbinding tUßSchen het nieuwe en oude gedeelte, tusschen den ouden en den nieuwen bouw, zooals wy hier zeggen. Direkt moet ik erop wijzen, dat ik bijvoorbeeld in Frankrijk geen enkele glasblazerij ken die er géén jongenskosthuis op nahoudt. In Stolberg in Duitschland, in de groote meerderheid der glasblazerijen van België en Duitschland worden óók jongenskosthuizen gehouden. — Is dat noQdig ? — Ja, daar zoowel als hier. Voor de glasblazerijen in den regel weinig jongens te krijgen. Hier in Maastricht willen ze wel in de andere afdeelingen onzer fabriek werken en in andere industrieën, maar voor de glasfabriek krijgen we ze niet Toen ben ik, tien jaren geleden, na mij van dergelijke inrichtingen in Frankrijk, Duitschland'en België, doch vooral in Frankrijk op de hoogte te hebben gesteld, ook mét een jongenskosthuis begonnen, omdat' jongens uit. Maastricht niet in voldoende mate waren te krijgen. Nu hebben we jongens uit Hasselt, St Truijen, Hoboken, Antwerpen, Brussel, Gent, Lokeren, Leuven, Lanaeken en zelfs uit de Walenprovincies een tweetal, waarvan één géén Vlaamsen kent. Die kinderen worden mij door da ouders toevertrouwd. Er is beloofd dat goed voor hen zal. worden gezorgd en' dat gebeurt. We hebben ze hier onder behoorlijk toezicht en ik verzeker u dat het hen aan niets ontbreekt'. Het kosthuis is speciaal als zoodanig.ingericht, «zult het dadelijk zien mét de bewuste tunnel. De kinderen hebban goede ligging,* beter dan menigeen thuis, ze krijgen vijf malen per dag eten en kunnen zooveel eten als ze willen. "5 ••.•■;'" i 's Morgens om 6 uur krijgen ze brood met koffie an melk, half zeven gaan ze naar de fabriek.... -.'■■— Dóór de tunnel! —;■:.-■ De heer Begout kwam na enkele minuten terug en bracht mi] door verschillende afdeelingen der reusachtige fabriek, 'k Gaf m'n oogen goed den kost, doch vroeg niet, alle fabriekslokalen te mogen zien, daar ik al mijn aandacht wijden wou aan het jongenskosthuis en de nu landelijke bekendheid verkregen hebbende tunnel.7 ;.;;-; ;5 -;■ We gingen door de pakkerij waar meisjes en mannen bezig waren het glaswerk In groote manden te verpakken; de werkgever riep den opzichter Bov e n s uit de pakkerij en gelastte* hem verschillende deuren die wij in zouden moeten, te openen. Het gedienstige • manneke voorkwam in alles de wenschen van den patroon en vertrok nu en dan, om ons den doortocht vrij te maken. Er schenen in gewone tijden een ontzaglijk groot aantal deuren gesloten te zijn op de fabriekspaden die van den ouden naar den nieuwen bouw leiden en van de nieuwe gebouwen weer naar het kost» huis der glasblazersjongens. Om den opzichter Bovens tijd tot openen te geven, bracht de heer Begout mij in de groote monsterkamer, waar de kristallen voorwerpen op lange tafels waren uitgestald. Tegen den voormuur van dit zeer net ingerichte lokaal stond het ten voeten uitgehouwen beeld van den stichter der Begoutsche industrie, van Petrus Dominicus Begout, grootvader van den grootindustrieel die nu den man van Hef Volk zijn jongensinstituut zou laten zien. ■";:.'-'.•■.: ~.-;■.:/■•'■-, ••.; ..^-.: \ .■.•:. ■-'---:■'■'■':[ We gingen verder. Een breede steenen trap bracht ons een eind verder onder den beganen grond en de breede gang," waarin wij kwamen, werd elektrisch verlicht, terwijl de wanden'van witglazuren tegeltjes-waren voorzien, waardoor de gang geleek op die van de tunnels in de nieuwe spoorstations. ;• ■.:,•'.'.•".■•••.■'■ ;*iVirï >ft -f-,i ... De breede steenen trap afkomende sloegen we rechts af en liepen rechtuit. We kwamen daarop aan een korte, donkere gang, het was de tunnel. We gingen haar door, kwamen, als mijn geheugen mij niet bedriegt, andermaal aan een steenen trap van enkele treden; na die te zijn opgegaan in het eerste gedeelte van de nieuwe fabrieken waren we door de tunnel onder de Boschstraat doorgéloopen. ■ .?'■■[■■:■:.■ '■> ■'■■■[.-.f-***::;*i-:.-*~'.,p*f*%'s -'.' De heer Begout wendde zich' tot mij met de woorden: ,Nu zjjn we door de tunnel'geweest, is dia nu.zóó verschrikkelijk? ? " 5; v , Ik'erkende dadelijk dat het loopén door die half donkere gang van énkele tientalleni meters niets - vreeselijks bad, als ■ men dien \ tocht niet maakte onder het bewustzijn datdaardoor een fli n k. deelvan de petEoonlijke vrijheid werd ingeboet. ' . De > heer Begout wees er toen op, dat men zich vooral geen scheéve voorstelling maken moest van het slag van jongens wat in het tehuis was opgenomen. * ■'-'■••*. .-v :;:■■'■■':',■. \ï'&-X .V-"; ,v.': IttSf*. Sri — Er waren heele goeie jongens onder, er was een deel wat moeilijk uit het ouderlijk huis wennen kon; weer een gedeelte, wat in hetglasblazersbedrijf, bij nadere kennismaking, geen idee bad; eèn ander deel door de ouders hier geplaatst omdat die menschen zelven met de jongens geen raad wisten, niet wisten wat er mee aan te vangen en ook nog een deel wat men zou kunnen noemen: kinderen van gedegenereerden, die slechts met de'grootste moeite aan orde en tucht wennen. Het staan onder gestadig toezicht, het beperken hunner vrije.beweging was in het belang van de jongens.'De heer Regout verklaarde van zijn stelsel reeds bij menigen knaap de goede gevolgen te hebben waargenomen, ?J ; -i: Evenals onder de volwassen menschea, sprak hij verder, heeft men er onder de jongens waarmee niets te.beginnen is. Dit bemerken wij eerst als ze een poosje in het kosthuis zijn. Hét ligt niet ip de bedoeling om de jongeDS er tegen hun zin te houden. Wij zeggen hun dat de deur wijd voor hen wordt geopend, zoodra zij bet kosthuis en de glasblazerij willen verlaten. ,*: ---