BELASTINGEN Onder redactie van INSIDER. (Brieven op deze rubriek betrekking hebbende, gelieve men te adresseeren aan de redactie, onder het motto: Belastingen). --- De Inkomstenbelasting. I. Het belastingjaar 1934/35 spoedt ten einde. Nog slechts een paar weken en het nieuwe belastingjaar heeft zijn intrede gedaan. Niet met schetterende fanfares en bazuingeschal, maar met aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting. 1 Mei wordt de dag van den arbeid genoemd. In veie landen is die dag tot een nationalen feestdag gepromoveerd. In het gemoedelijke Holland merkt men buitenshuis weinig van feestelijkheden. Maar de brave Hollanders werken op den lsten Mei als paarden aan de invulling van het zoo juist ontvangen aangiftebiljet. En dat dit niet zonder „zweetdruppels" gepaard gaat, weet ik wel zeker. Dit is me meermalen uit de gestelde vragen gebleken. Ik geef toe, dat het voor vele personen ook een heksentoer is om een dergelijk biljet behoorlijk in te vullen. Nu kan men wel naar de inspectie loopen om inlichtingen, maar dit kost veel tijd. Een morgen of middag is er mee gemoeid. Daarom ben ik besloten om evenals vorige jaren een resumé van de verschillende wettelijke bepalingen te geven. Voor een behoorlijke invulling van het aangiftebiljet is dit voldoende. Aandachtige bestudeering is daarom wel aan te bevelen. Uit de practijk en de gestelde vragen is mij meermalen gebleken, dat zelfs ontwikkelde personen een eigenaardig begrip over de Inkomstenbelasting hebben. Velen denken, dat men meerderjarig moet zijn om in deze belasting te worden aangeslagen. Dit is niet juist. Minder- of meerderjarigheid doet aan de belastingplichtigheid niets af. Alle binnen het Rijk wonende natuurlijke personen zijn belastingplichtig. Of zij belastingschuldig zijn, hangt van het inkomen af, dat zij genieten. Een kind kan dit reeds zijn. Er bestaat tusschen de woorden belastingplicht en -schuld derhalve een groot verschil. Het begrip inkomen wordt vaak onjuist gedefinieerd. De één verstaat daaronder de bruto opbrengst van zijn zaak, de ander hetgeen hij overhoudt. Ware dit laatste het geval, dan zou er weinig van deze belasting terecht komen. Want — vooral in den tegenwoordigen tijd — wordt er weinig overgehouden. Het „potten" is afgeloopen en de „oude kousen'1 zijn schaarscher dan ooit. De belastingadministratie houdt zich aan de wettelijke definitie. De wetgever verstaat onder inkomen de som van hetgeen, in geld of geldswaarde, zuiver genoten wordt als opbrengst van: le. onroerende goederenj 2e. roerend kapitaal; 3e. onderneming en arbeid; 4e. rechten op periodieke uitkeeringen van het leven afhankelijk. Deze gevallen zijn „groepen van bronnen". Elke groep kan meerdere bronnen omvatten. Eenige voorbeelden zullen welkom zijn. Een onroerend goed — huis, land, water — is een bron van inkomen. Zoo ook iedere obligatie. Dus niet de gezamenlijke onroerende goederen of het geheele roerend kapitaal vormen bronnen van inkomen, maar elk stuk afzonderlijk. Het is een eerste vereischte, dit steeds voor oogen te houden, daar de berekening van het inkomen geheel berust op de bronnen-theorie. Bij de bespreking der artikelen 12, 13 en 14 kom ik vanzelf hierop terug. De 4 groepen van bronnen worden onderscheidenlijk in de artikelen 5, 6, 7 en 8 der wet behandeld. Deze artikelen geven antwoord op de vraag wat onder inkomen in engeren zin wordt verstaan. Ik zai trachten in dit en het volgend artikel den zin dezer artikelen zoo duidelijk mogelijk weer te geven. Zoo noodig de tekst met eenige voorbeelden verluchten. Volgens artikel 5 worden als opbrengst van onroerende goederen beschouwd de voordeelen die, anders dan door de uitoefening van een bedrijf of beroep, van gebouwen en gronden worden getrokken, zooals: huur- of pachtsommen en verdere prestatiën van huurders of pachters; vruchten waarvan het genot bij verhuring of verpachting is voorbehouden; de huurwaarde van gebouwen, gedeelten van gebouwen of gronden bij eigen gebruik voor woning of tot huishoudelijke doeleinden; uitkeeringen ter zake van opstal, erfpacht, beklemming of vaste huur; uitkeeringen ter zake van grondrente of andere op onroerend goed gevestigde schuldplichtigheid. In de memorie van toelichting bij dit artikel zegt de minister 0.m., dat art. 5 — evenals elk der volgende drie artikelen — niet een volledige opsomming bevat, doch alleen voorbeelden geeft ten einde de bedoeling te verduidelijken. Volledigheid wordt dus niet ondersteld, zoodat het geen bezwaar kan opleveren wanneer eenige bate, die onder de algemeene omschrijving van het artikel valt, niet met name blijkt te zijn genoemd. Artikel 5 heeft alleen betrekking op bezitters van onroerende goederen. De aandachtige lezer heeft dit natuurlijk reeds opgemerkt. In 't kort verteld is hier alles belast wat eenig voordeel oplevert. A. bezit b.v. een huis en een stuk land. Beide zaken verhuurt hij. A. heeft nu 2 bronnen van inkomen, t.w. het huis en het land. Van de eerste bron ontvangt hij huur, van nummer twee pacht. Verhuurde A. het huis niet, doch bewoonde hij het zelf, dan komt de huurwaarde voor de huur in de plaats. De huurwaarde staat op het biljet der personeele belasting vermeld. In de meeste gevallen wordt dit bedrag voor de inkomstenbelasting genomen. Bij de beantwoording der vragen is me meermalen gebleken, dat er personen zijn, die vergeten het bedrag der huurwaarde bij hun inkomen te tellen, 't Gevolg hiervan is een reclame, die op niets uitloopt. Daarom bij de invulling van het aangiftebiljet hierop speciaal te letten. Voor dezen keer zal ik het hierbij laten. Ik geef iedereen den raad het geschrevene goed te bestudeeren. 't Zal menigeen een juist inzicht geven in deze materie en de invulling van het aangiftebiljet vergemakkelijken. --- RECHTSKUNDIGE ADVIEZEN door Mr. FERD. OLDEWELT. No. 3288. J. B. M. te H. Natuurlijk moet uw dochter, als zij er toe in staat is, evenzeer voor u zorgen als uw zoon. Naar wat u mij schrijft bestaan er m.i. alleszins termen voor u om u tot Maatschappelijk Hulpbetoon te wenden. No. 3289. J. H. v. d. L. te H. Ik vrees, dat daar niet veel aan te doen is. U zult die kosten wel moeten betalen. Zijn ze niet op uw tegenpartij te verhalen? Vraagt u dat eens aan den deurwaarder! No. 3290. M. te H. Ad 1. „Dat een nicht sterft en geen enkel familielid bedacht heeft", komt in de beste families voorl Men mag dat zelfs een levende nicht niet kwalijk nemen, laat staan 'n doode! Het gezegde: „van je familie moet je 't hebben" ziet niet persé op nichten 1 Ad. 2. Neen, dat houdt m.i. nog niet in, dat u zijn erfenis aanvaardt. No. 3291. H. C. S. te K. Ad. 1. Daartoe moet gij u tot de Rijksverzekeringsbank wenden. Ad. 2. Op vergoeding van „kost" heeft uw dochter geen recht. Of zij op 14 dagen loon recht heeft is niet met zekerheid te zeggen. Dat hangt er o.m. van af hoe lang zij reeds in betrekking was en of zij reeds veel verzuimd had. No. 3292. ?? Inderdaad heeft u nog recht, dat bedrag terug te vorderen. Rente op „rente" kunt u niet vorderen. „Rente" kunt u alleen vorderen als rentebetaling bedongen was! Is geen rente bedongen, dan kunt u pas rente vorderen vanaf den dag dat u hem dagvaardt tot terugbetaling! U zult u tot een advocaat moeten wenden. No. 3293. Vrij te H. Zulk een verklaring zou toch steeds „herroepbaar" zijn! Het beste is m.i. dat het geld van het spaarbankboekje wordt gehaald en gezet wordt op naam van uw vrouw, desnoods met bepaling, dat zij er niet over mag beschikken zonder de handteekening van den neef. No. 3294. „Schuld" te H. In het algemeen verjaart een schuld niet na 10 jaar, maar eerst na 30 jaar! Er zijn echter soorten van schuld waarvoor speciale korte verjaringstermijnen van 1, 2 of 5 jaren gelden. U zult mij dus moeten opgeven waar de schuld uit voortspruit! No. 3295. E. M. v. W. U is niet gerechtigd dien stofzuiger onder u te houden tot u uw geld heeft! Hoeveel geld heeft u te vorderen? No. 3296. H. H. te H. Dat hangt er van af of de uitkeering is geschied krachtens een „voorloopige" of wel krachtens „de éénige uitdeelingslijst". U kunt dat informeeren bij uw curator. Neen, daartoe geeft geen rechter u toestemming! No. 3297. J. F. de Hoop te H. Ad. 1. Allereerst zijn de ouders verplicht de kosten van uw opvoeding te betalen. Als die dat niet kunnen zijn de grootouders voor zoover die er toe in staat zijn, daartoe verplicht. Ad. 2. Ja! Ad. 3. In 't algemeen wel. Ad. 4. Als er geen kinderen zijn ja! Als er wel kinderen zijn slechts ten deele. Ad. 5. Neen. No. 3298. O. L. H. te H. Als A. beweert het recht van overgang te hebben zal hij moeten beginnen met op te geven waar hij dat recht op baseert. Het kan alleen bij 'n titel gevestigd zijn. En die titel zal dan nog ingeschreven moeten zijn in de openbare registers. U zult dus moeten beginnen daaromtrent een onderzoek in te stellen. No. 3299. K. K. te H. Inderdaad kan de verhuurder dat! Een recht om te blijven zitten tot Z. Exc. „bij tijd en wijle eens iets naar z'n zin vindt" heeft zelfs die Excellentie niet. De „huur-nood-wetten" zijn reeds vele jaren geleden afgeschaft! Trouwens er is nu eerder „verhuur-nood" dan „huur-nood". No. 3300. O. v. R. te S. Uw meening dat voor contante betaling geen quitantie behoeft te worden afgegeven is natuurlijk onjuist. U heeft onverstandig gedaan door te betalen zonder quitantie, óf door de quitantie niet te bewaren! De vordering is nog niet verjaard! Hoogstens zou men kunnen aannemen, dat ze na 5 jaar verjaart! Heeft u een boekhouding en komt daarin de betaling voor? Anders rest u alleen de mogelijkheid om in de procedure de wederpartij den eed op te dragen: „dat u niet betaald heeft." No. 3301. K. F. te H. „Ja" zeker! Ook uw weduwe en uw kinderen zijn daarvoor aansprakelijk. Zich borg stellen is een van de gevaarlijkste rechtsdaden die men doen kan. Nog véél gevaarlijker dan trouwen! No. 3302. J. S. te E. Dit mag een patroon in het algemeen inderdaad wel doen, tenzij in een contract of in het pensioen-reglement het verboden is. No. 3303. A. Z. te H. Natuurlijk 'moet u op dat schrijven antwoorden. U moet in dat antwoord uw financieelen toestand bloot leggen en nogmaals er op aandringen dat zij het orgei weghalen, omdat het anders nog voor huurschuld zou kunnen worden verkocht. No. 3304. „Automaat" te H. Neen, de leverancier behoeft de automaat niet terug te nemen. Hij kan inderdaad uw faillissement aanvragen. Op een afschrift van het contract heeft u m.i. wel recht. No. 3305. C. C. H. te H. Ad. 1. Dat hangt er van af of u de huur heeft „overgenomen" of heeft „ondergehuurd". In 't eerste geval moet u 't „den eigenaar" betalen, in 't tweede geval aan „uw verhuurder". Als u ƒ 75 schade zou hebben doet u 't beste de ƒ 20 te betalen, en den huisheer te verzoeken den ouden huurder óók voor dat bedrag te dagvaardenl No. 3306. „Kapper". Een „kapper" zonder personeel werkende, behoeft onafhankelijk van zijn inkomen inderdaad niet in 't Handelsregister te zijn ingeschreven. Dit staat uitdrukkelijk vermeld In het K. B. d.d. 29 September 1920 S. 764, waar onder de „ambachtslieden" die gedurende ten minste 6 maanden per jaar niet meer dan 1 of 2 personen boven 18 jaar in hun dienst hebben en uit dien hoofde niet in het Handelsregister behoefden te zijn ingeschreven, ook „kappers" worden genoemd! Wanneer echter die persoon niet alleen „kapper" maar ook „koopman" was (doordat hij ook artikelen verkocht) werd hij daardoor óók als „koopman" beschouwd en moest hij als zóódanig natuurlijk wèl zijn ingeschreven volgens de voor elk ander „koopman" geldende regels. Ik vermoed dat u die onderscheiding niet voldoende in 't oog heeft gehoudenl --- Hoe koud het gisteren was op de Paaschveetentoonstelling te Eist. --- NIEUWE UITGAVEN „Piloot Tex”, door Arnold Hagenbach. Uitg. Bigot & van Rossum, Amsterdam. De Zwitser Arnold Hagenbach, in Amerika eerst als journalist en later tevens als verkeersvlieger werkzaam, verhaalt in dit boek zijn vele avonturen. Het is een ander genre luchtvaart-lectuur dan in ons land door vlieger-schrijvers als Viruly en Veenendaal wordt geschreven; het is zakelijker, koeler, tegelijkertijd sensationeeler. Het is daarom nog geen goedkoope sensatie lectuur, integendeel. Dit boek is geschreven in een bijkans idealen reportagestijl, recht op het doel af. Het leven der Amerikaansche verkeersvliegers is ook anders dan het bestaan, dat men uit Europeesche boeken kent, maar toch treft ook hier wederom een heldere, sterke eenvoud. „Piloot Tex" is een bizonder boeiend en goed boek; zonder eenigen twijfel een verrijking voor het groote aantal boeken, dat aan de moderne verovering der lucht is gewijd. --- Libellen-serie. Uitg. Bosch & Keuning, Baarn. In de aardige, smaakvol verzorgde Libellenserie zijn wederom enkele nieuwe deeltjes verschenen, welke de serie zeker verrijken Wij ontvingen daarvan in de eerste plaats een interessant en documentair belangwekkend boekje over de religieuze beweging, welke in Möttlingen begon. Het werd geschreven door ds. W. A. Plug te Bredevoort. Dr. J. H. Bavinck te Djokjakarta verzorgde een deeltje over „Zielszorg aan eigen ziel". De schrijver, gereformeerd theoloogpsycholoog, wijst er op dat niet alleen ons lichaam, maar meer nog onze ziel yoortdurende controle noodig heeft. Dr. Bavinck heeft dit onderwerp op fraaie wijze behandeld. Het derde deeltje heet „De Zoon des Menschen" en is geschreven door prof. dr. A. M. Brouwer. Het bedoelt een bijbelstudie voor iedereen te zijn en is daar zonder eenigen twijfel in geslaagd. Prof. Brouwer laat goede bloemlezingen uit de vier evangeliën voorafgaan door korte, zeer interessante inleidingen over de schrijvers. Het is een belangrijke publicatie, populair in den besten zin van het woord. --- Schiller’s „Wilhelm Teil”, bewerkt door C.J. Kelk. Uitg. Bigot & van Rossum, Amsterdam. C. J. Kelk publiceert hier een „bewerking" voor marionetten-theater van Schiller's drama over den Zwitserschen vrijheidsheld. Het is wel een aardig stukje geworden, maar heeft nagenoeg niets meer met het oorspronkelijke drama te maken. Het laat zich overigens amusant lezen. --- Sport en Wedstrijden HOCKEY NEDERLAND—ENGELAND. Voor dé Nederlandsche hockeywereld staat morgen een der grootste gebeurtenissen voor de deur n.l. een landenwedstrljd tegen Engeland, de bakermat van hockeyspel. Het Nederlandsch elftal heeft feitelijk reeds driemaal tegen de Engelschen gespeeld, maar twee wedstrijden daarvan gingen tegen een team van de Hockey Association hetgeen door de Engelschen niet als een landenteam beschouwd werd. Deze beschouwen alleen de laatste match als zoodanig waarbij zij ons elftal met een 7—l nederlaag huiswaarts zonden. De beide andere door ons als officieel aangemerkte wedstrijden eindigden In een 3—l overwinning voor ons, resp. een gelijk spel (1—1). Dit is wel een rare geschiedenis, die daaruit ontstaan is, dat voor ons een Engelsch team, samengesteld door den Engelschen bond als national team beschouwd wordt. De Engelschen daarentegen kozen voor die eerste ontmoetingen niet hun sterkste elftal en voor de laatste wel, een zoogenaamd All-England team. Ook voor morgen hebben de Engelschen wederom zoo'n sterk team vastgesteld misschien wel het beste dat momenteel op de been gebracht kan worden. De voorbereidingen tot het huidige team zijn zeer intens geweest en niet minder dan drie voorname wedstrijden tegen Wales, Schotland en lerland zijn in een kort tijdsbestek achtereenvolgens met 6—2, 3—l en 4—O gewonnen. Het spreekt vanzelf dat onze nationale ploeg zich tegen deze Engeische combinatie ten volle zal moeten geven, om een behoorlijk resultaat te boeken. Misschien dat het voordeel van eigen terrein — er wordt gespeeld Zaterdagmiddag 3.30 in het Olympisch Stadion — een reden voor onze jongens is, Albion zoo goed mogelijk te weerstaan. De opstelling der ploegen Is: Nederland. j. de Looper. (Hilversum) R. de Waal. A. Tresling. • ' ~-»7r