Inbraak. In een koek- en beschuitwinkel in de Gilles van Ledenberchstraat is vannacht ingebroken, evenwel zonder financieel succes. De inbrekers zijn via een open terrein door het overklimmen van een schutting in den winkel gekomen en door het verbreken van een ruit van het loket zijn zij tot in het kantoor binnengedrongen, waar de brandkast stond. Zij hebben deze echter niet kunnen open krijgen. Het slot was zoodanig geforceerd, dat het vanmorgen niet op normale wijze met een sleutel geopend kon worden. Er werd verder ook niets vermist. Van de daders heeft men nog geen spoor kunnen bekennen. --- Kunst in de hoofdstad LETTERKUNDE. Frederik van Eeden-Museum in de Universiteitsbibliotheek. Naar men "weet zal' Zondag 3; Mefa.s. de tentoonstelling worden geopend van door van Eeden nagelaten en verder door het Fred. van Eedsn-genootschap verzamelde documenten en afbeeldingen. Het middelpunt van deze tentoonstelling, die zal worden gehouden van 3 tot 16 Mei, vormen de handschriften van van Eeden's voornaamste werken: „De Kleine Johannes, Ellen. De Broeders, Lioba enz., waarbij men o.a. meermalen naast elkander de opeenvolgende stadia van een gedicht zal kunnen vergelijken. Daaromheen zijn vitrines geschikt, die in chronologische volgorde het leven van den dichter illustreeren. --- BINNENLAND De staking in den Wieringermeer. Het lid der Tweede Kamer, L. H. H. de Visscher, heeft den minister van sociale zaken naar aanleiding van de staking in den Wieringermeer schriftelijk verzocht, aan de verlangens der arbeiders te voldoen en de werkgelegenheid voor de werkloozen aldaar te verruimen door afschaffing van het rouleerstelsel, ook al ware dit slechts voor de zomermaanden. Tevens verzoekt de heer De Visser intrekking der genomen maatregelen, welke o.a. inhouden het terugbrengen van de ondersteuning tot een „sobere hulp in natura". --- ROTTERDAM Het Rotterdamsche begrootingsdebat. De belangen van de haven. Onze Rotterdamsche correspondent schrijft: Bij de voortgezette algemeene beschouwingen over de gemeentebegrooting in den Rotterdamschen raad zijn gisteren door verscheidene leden de belangen van de haven ter sprake gebracht. De heer Vismans (R. K.), die uit hoofde van zijn beroep een deskundige op dit gebied genoemd kan worden, evenals de heer Backx (V. B.), die directeur van Thomsen's Havenbedrijf is, hebben beiden gewezen op het onverantwoordelijke talmen, dat men waarneemt als het er op aankomt de Rotterdamsche haven daadwerkelijk te steunen. Zooals men weet, zijn reeds sedert geruimen tijd de drie maatregelen geformuleerd en aan de Regeering ter kennis gebracht, die tot gevolg moeten hebben, dat Rotterdam weer op normale wijze met Antwerpen kan concurreeren. Die maatregelen zijn verlaging van de loodsgelden tot het peil waarop de Belgische staan, invoering van Rijnvaartpremies en verleening van valuta dispensatie met betrekking tot de plaatskosten. Van die maatregelen is tot nu toe slechts die betreffende de loodsgelden tot uitvoering gekomen en de heer Vismans noemde dat wel een zeer mager beestje. Inderdaad is nu wel gebleken, dat die verlaging de afvloeiing van verkeer naar Antwerpen niet kan tegenhouden. Meer verwachting te dien aanzien heeft men van de invoering van Rijnvaartpremies, die naar het oordeel van den heer Backx niet slechts voor enkele goederen moeten worden ingevoerd, maar over de geheele lijn, zooals ze ook in België gelden. Die Rijnvaartpremies zijn in een sfeer van internationale politiek belandt en de heer Vismans betreurt dit en het wekt zijn verbazing, dat de Belgen, die toch met dit systeem zijn begonnen, zich daar zoo druk over maken. De heer Backx begrijpt wel, dat men in Den Haag aarzelt voor de politieke gevolgen. Maar men aarzelt nu al een jaar en het wordt tijd, dat men die aarzeling overwint, wil men voorkomen, dat aan de Rotterdamsche haven onherstelbaar verlies is toegebracht. Men moet toch begrijpen, dat het Rotterdam niet te doen is om de premies. Het is slechts een middel om met Antwerpen tot overleg te komen en de Belgen tot overleg bereid te maken. Men kan immers niet aannemen, dat in een voor België zoo gunstige positie de bereidheid om met Rotterdam te overleggen, ten einde de concurrentiemiddelen tot de normale terug te brengen, groot zal zijn. Tenslotte zijn er de plaatskosten, die door de Belgische devaluatie voor Rotterdam buiten verhouding hoog geworden zijn. Ook omtrent dezen maatregel moet nu eindelijk eens met spoed beslist worden. Volgens den heer Backx zijn we er zelfs met deze drie maatregelen nog niet, want het arbeidsloon is in Rotterdam tweemaal zoo hoog als in Antwerpen. Deze spreker begrijpt wel, dat het gemeentebestuur hieraan niet veel kan veranderen, want dit is een kwestie van de Regeering, die zich daarbij zou kunnen laten voortrekken door de werkgevers en de werknemers. Over dit laatste heeft de heer Kievit (S. D .A. P.) den heer Backx dadelijk è faire genomen. Dit lid had er ernstig bezwaar tegen, dat gepoogd zou worden om de overheid te mengen in de kwestie der arbeidsvoorwaarden in de haven, welke een zaak is, die uitsluitend de organisatie van werkgevers en werknemers aangaat, evenals de kwestie der bed rijf starieven hier buiten moet blijven. Indien men i,poed wil maken met de zaak, dan moet men volgens den heer Kievit deze punten buiten de zaak laten. De rij van sprekers in den eersten termijn is thans afgesloten. Vandaag komt het college aan het woord. --- NIEUWE UITGAVEN. „Dat gebeurt hier niet", roman van Sinclair Lewis. Uitg. Holkema & Warendorf N.V., Amsterdam. De eenige maanden geleden in onze rubriek „Boeken uit het buitenland" uitvoerig aangekondigde roman „It can 't happen here" van den Amerikaanschen Nobelprijswinnaar Sinclair Lewis, is thans ook in een Nederlandsche vertaling verschenen. Lewis beschrijft hier een gefantaseerde fascistische omwenteling in de Vereenigde Staten, het harde régime van een felle dictatuur. Wij wezen reeds op de bijzondere, vooral actueele waarde van dit werk, dat men meer leest als een vurige sociale aanklacht dan als een weloverwogen, evenwichtig opgebouwen roman. Lewis' snelle, spotzieke geest heeft hier zijn hoogste troeven uitgespeeld. De over het algemeen zeer goede, vlot lezende vertaling is van J. H. Pauls. --- Burgemeesters uit West Brabant en Zeeland bezichtigden deze week het werkkamp voor jeugdige werkloozen te Ossendrecht. De burgemeester van Roosendaal geeft les in het harken. --- HET BEZOEK DER BELGISCHE SCHOLIEREN AAN DE BOLLENVELDEN. — Een der groepen op een bloembollenveld bij Hillegom. --- DE GEVECHTSWAARDE VAN ONZEN NIEUWEN KRUISER Een bezoek aan Hr. Ms. „De Ruyter" Op den 16en November 1933 werd in een dok de kiel gelegd van den nieuwe kruiser „De Ruyter", volgens de plannen van het Ingenieurskantoor voor scheepsbouw te Den Haag (Inkavos), waar noodig aangevuld met die van het Departement van Defensie. Wat ook maar eenigszins door de vaderlandsche industrie geleverd kon worden, stroomde de werf binnen; de naamplaatjes van Wilton, de Schelde, Croon, Hazemeyer en Stork op groote en kleine onderdeelen vervangen overal die van buitenlandsche firma's, aan welke in den ouden tijd op Hollandsche oorlogsschepen wel een zeer groote plaats moest worden ingeruimd, doch die nu zijn teruggebracht tot opvallend weinige. De oud-luitenant ter Zee J. C. Mollema geeft hier een technische beschrijving van den nieuwen kruiser. Reeds den 11 en Mei 1935 kon de nieuwe „De Ruyter" te water gelaten worden. Daar hij niet op een helling is gebouwd en dus niet in zijn element gleed, maar kalm drijven ging, toen water in het bouwdok binnengelaten werd, is afgezien van den 'plechtigen doop op dat tijdstip; deze is uitgesteld tot de indienststelling, tot het öogenblik dus, waneer de Oorlogswimpel wordt geheschen. Aan die indienstelling gaan de proeftochten vooraf, welke gisteren zijn aangevangen. Bij den aanbouw van een oorlogsschip zijn steeds marinemannen gedetacheerd, niet alleen om grondig op de hoogte te komen van het aan 'hun zorg toe te vertrouwenn schip, maar ook om mee te bouwen in letterlijken en overdrachtelijken zin, beide. Aan hun hoofd staat de a.s. commandant van den kruiser, de kapitein-luitenant binnenkort de kapitein ter zee, A. C. van der Sande Lacoste, officier sinds 1909, zoon van den in de Marine nog lang niet vergeten Kolonel, die toezicht hield op den bouw van het pantserschip „De Ruyter", dat in 1900 werd gebouwd. Bij de proeftochten zullen 162 marinemannen en 60 technici van de werf en van de diverse leveranciers het schip bemannen. --- Zwaar gepantserd schip. De bouwers hebben den vijand echter niet onderschat en ons schip in een stevig pantserpakje gestoken. De pantsertechniek is een uiterst gecompliceerde; diep zullen we er niet op ingaan, maar de lezer zal het wel merkwaardig 'vinden, dat men spreekt van zeer harde, | harde en zachte pantsering. Dat begrip [„zacht" geniete de lezer overigens met een korreltje zout; het is even relatief als het begrip „klein" in de sterrekunde voor een afstand van een paar lichtjaren. Waar en hoe de verschillende bovengenoemde pantsersoorten worden gebruikt, hangt af van de omstandigheden, waaronder eventueele treffers op de verschillende plaatsen verwacht kunnen worden. Maar al zit het zeer harde en het harde en het zachte pantser in voldoende dikte op de goede plaatsen, dat wil niet zeggen, dat er nooit een treffer binnendringen zal; integendeel, het schip is er geheel op ingericht, om de gevolgen darvan het hoofd te kunnen bieden. --- Andere veiligheidsmaatregelen. De ernstigste gevolgen van treffers, projectielen, mijnen en torpedo's zijn de lekken, welke zij veroorzaken. Een gat onder de waterlijn behoeft niet groot te zijn om een schip tot den ondergang te brengen, al zijn de 2 lenspompinstallaties in staat elk 400 M 3 per uur uit het schip te werken. Het streven is dan ook elk lek te begrenzen door een waterdichte omgeving, wat bereikt wordt door de verdeeling van het schip onder de waterlijn in waterdichte compartimenten. Heelemaal onder in het schip vormt de dubbele bodem een raat van waterdichte cellen; onder het pantserdek is het schip door waterdichte schotten in 24 compartimenten verdeeld. Meubels, kasten, beschietingen zijn van staal of van het in de mctaaltcchniek meer en meer veldwinnend duraluminium, dat aan sterkte groote lichtheid paart. De laatste factor is van enorm belang op een oorlogsschip, waar gewichtsbesparing de hoeveelheid mee te nemen munitie en brandstof ten goede komt. Men heeft op dit schip, waar mogelijk, klinkwerk vervangen door autogeen lasschen; alleen op de waterdichte schotten reeds is daarmede 15 pCt. gewichtsbesparing verkregen. --- De commandotoren. De mast is hier een wonderlijk ding en zal wel zoo heeten omdat hij 25 M. boven het schip uitsteekt. De mast is een zeven verdiepingen hooge éénkamers-étagewoning, van alle moderne gemakken voorzien, ten bate van het gevecht, wel te verstaan. Hij is de voelhoorn van dit nijdige insect, één bonk fijne zenuwen, hij bevat het oog, het oor en de hersens van den kruiser. De commandant, zit „in den mast" tijdens het gevecht, maar daar zijn ook de talrijke instrumenten, die van hier uit bediend worden en die zijn orders distribueeren naar alle afdeelingen van het schip, de kanonnen doen afvuren, het schip den juisten koers geven. Een dergelijke voelhoorn is voor den vijand natuurlijk wel het meest gewenschte doelwit, maar op een 10, 12 K.M. afstand is hij toch slechts een streep voor den vuurleider van den tegenstander en daarom de veiligste bergplaats voor de leiding van het schip. De bovenste twee verdiepingen vormen den commandotoren, een pantserkoepel, welke op een pantserkoker rust, die tot op het pantserdek doorloopt, en toegang geeft tot de seincentrale onder in het schip. De zolderkamer bevat den afstandmeter en de z.g. vuurleiding. Wat is de vuurleiding eigenlijk? Dat is de kunst, om in den kortst mogelijken tijd zijn projectielen in het doel te schieten en bij voortduring daarin te houden. Dit is moeilijk, want talrijke factoren hebben er invloed op. Het eigen schip beweegt zich vooruit, slingert en stampt. De vijand beweegt met andere vaart in een richting, welke kan afwijken van de onze, de luchtdichtheid, de wind, de temperatuur leveren deviaties en tenslotte is het eigenlijke afstandmeten een werk op zichzelf. Verder moet men rekening houden met het feit, dat een granaat, die b.v. 10, 12 K.M. afleggen moet, daar 11 seconden voor noodig heeft, in welken tijd het doel zich wel een paar honderd meters verplaatst heeft. Dat alles is secundenwerk; in minuten kan een kruiserstrijd zijn beslecht en als iets geldt van zulk een kamp is het, dat de eerste klap een daalder waard is. Men beseft zulks volkomen, als men ziet, hoe het schip is volgepropt met instrumenten, waarvan de meeste onmisbaar zijn voor den strijd, en al zijn ze in duplo of meervoud aanwezig, toch zoovele kwetsbare punten beteekenen, dat men zich afvraagt, wat de kruiser nog waard is, zoodra ook maar één granaat zijn verwoestend werk binnen de pantserdoos heeft kunnen doen. Denkt eens aan de 299 electromotoren, welke het schip rijk is, en aan de 70 K.M. electrische kabel, die kwetsbare zenuwen van den kruiser. De marineman zal, eer de rook uit den schoorsteen van den vijand boven de kim komt, geen physieke ontbering kennen, niet vervuilen en uitgeput raken in den modder van loopgraven of op lange marschen met gedesorganiseerde verpleging. Maar als het alarmsignaal klinkt, staat hij voor een werk, dat de grootste psychische inspanning eischt. Hij is dan geen gewoon nummer in een regiment, maar een schalm van de ketting, die de verdediging van zijn schip symboliseert. Wee dan den seiner of monteur, die een fouten handgreep doet en wee dan zijn schip! Sterke zenuwen zijn noodig voor hen, die het gebulder van het geschut hooren, de fonteinen der in het water springende granaten zien naderen en het dek onder een regen van scherven aan flarden zien gaan; maar ook voor hen, die in den buik van het schip niets zien dan de wijzerplaten hunner instrumenten en uit de seinen en commando's den zin niet vatten kunnen en ten hoogste door de rillingen, welke door het schip varen, begrijpen, dat een treffer maats heeft weggemaaid. In een volgend artikel zullen wij een en ander mededeelen over de indeeling van het schip en over de bemanning. --- Eerst naar LINKS, AFj&w" dan naar RECHTS uitkijken vóór u oversteekt, en.... even uw beurt af- W&lik wachten. (Neem liever een latere tram dan., de auto van twhinVmi den „Eerste Hulp- . dienst".) — --- NIEUWS UIT AMSTERDAM PRIJZENSWAARDIG INITIATIEF VAN AMSTELODAMUM. Men wil de jeugd vertrouwd maken met Amsterdam's verleden en heden. Het bestuur van het genootschap Amstelodamum heeft, naar aanleiding van het feit, dat herhaaldelijk klachten ontvangen werden over onbekendheid van de jeugd met Amsterdam's verleden en heden, een commissie in het leven geroepen, waarin menschen zijn bijeengebracht, die het L. O. en het M. O. dienen. Deze commissie heeft verscheidene malen vergaderd en daarbij gezocht naar middelen om het aangegeven euvel te verhelpen. Men werd daarbij — naar de secretaris, Jhr. Dr. P. J. van Winter, in een gistermiddag gehouden persconferentie mededeelde — door o.m. de volgende overwegingen gedreven: Het oude Amsterdam is een kostelijk pand, dat het voorgeslacht ons heeft nagelaten, een voorbeeld van stedebouw in grooten stijl, machtig als geheel en harmonisch in onderdeden, bovendien rijk aan historische herinneringen. De moderne Amsterdammer kent die oude stad in hoofdzaak alleen als kantoor- en winkelcentrum. De jeugd groeit op buiten contact met de binnenstad, zoodat het staat te vreezen, dat hij later, volwassen geworden, niet zal beseffen welk een schat aan haar ter bewoning wordt overgedragen. Toch is het noodig, dat zij dit wel begrijpt. Het verband met het verleden verliest men niet straffeloos. De jeugd dient de wording en den groei van de stad te kennen en moet de factoren die haar karakter bepalen, leeren begrijpen, opdat zij later bij de uitdrukking van haar eigen geest daarmee rekening kan houden. Het gaat er om liefde en belangstelling te wekken, opdat de kinderen later als burgers van Amsterdam hun stad met bewuste oogen zullen zien. Niet de methode geeft daarbij den doorslag, maar de geest van het onderwijs. Aan den anderen kant: elk onderwijs heeft hulpmiddelen noodig en zoo kon het de taak van de commissie zijn zoodanige hulpmiddelen te verschaffen, dat daarmee op de scholen iedere leerkracht iets zou kunnen beginnen naar eigen aard en Inzicht en in aansluiting bij het peil en het bevattingsvermogen van zijn leerlingen. Zoo is het de bedoeling, dat een keer ot zeven per cursus een opstel over Amsterdam zal verschijnen volgens een jaarlijks door de commissie te ontwerpen plan en dat in aansluiting daarbij elk jaar een vel plaatjes en eenige kaartjes worden beschikbaar gesteld. Het eerste jaar, beginnende October 1936, zal gewijd zijn aan den Dam en omgeving. De plannen van de commissie mochten de volle instemming verwerven van het bestuur van Amstelodamum, zoomede van het gemeentebestuur en de onderwijsinspecties. Het ligt In de bedoeling van de commissie, Vrijdag 8 Mei e.k., des avonds te 8 uur in de Militiezaal een samenkomst te houden met leeraren, onderwijzers en andere belangstellenden, opdat alles nog eens besproken worde en de commissie door veelzijdig contact mogelijk nadere richtlijnen leert zien. Naar Jhr. Van Winter ons meedeelde bestaat er ook buiten Amsterdam voor dit initiatief veel belangstelling. --- Arm gebroken. Op den Zeeburgerdijk is gistermiddag een jongen door een fietser aangereden. De jongen .brak zijn arm. Na in het 0.L.V.- gasthuis te zijn verbonden, kon hij weer huiswaarts keeren. --- De verjaardag van H. K. H. Prinses Juliana. Ondanks de financieele moeilijkheden, waarmede de Vereeniging tot veredeling van het volksvermaak te kampen heeft, meende zij toch op den verjaardag van onze Prinses eenige feestelijkheden te moeten organlseeren, zij het ook op bescheiden wijze. 's Morgens wordt koraalmuziek gegeven op den Dam en op het peristylium van den Stadsschouwburg en wel van 8 tot 9»/« uur. Verder zijn er op den Dam concerten van 12—2'/i uur, van 4'/«—s'/* uur en van 7—9, terwijl 's avonds van 9.10—10 uur het carillon van het Koninklijk Paleis bespeeld zal worden door den heer J. Vincent met medewerking van het muziekgezelschap Soli Deo Gloria. Verschillende muziekcorpsen, gezeten op een transportauto, welwillend ter beschikking gesteld door de directie der Hollandsche draad- en kabelfabrieken, zullen muziekuitvoeringen geven op de volgende plaatsen: 's Morgens tusschen 10'/2 en 1 uur op Leidscheplein, Emmaplein, Valeriusplein, Hygeaplein, Olympiaplein, Minervaplein en Roelof Hartplein. 's Middags tusschen 2J4 en 5 uur op Beursplein, J. D. Meyerplein, Mauritskade voor Koloniaal Instituut en in het Frederik Hendrikplantsoen en van s'/i tot 6 uur op het Rembrandtplein. --- Jubileum Kamer van Koophandel. Ter gelegenheid van de herdenking van het 125-jarig bestaan der Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam, zullen de katoren van het secretariaat, van het handelsregister en van de afdeeling contingenteering dier Kamer op Vrijdag 1 Mei den geheelen dag gesloten zijn. --- De in dienst gehouden militairen. De minister van defensie heeft bepaald, dat de maatregel van het langer in werkelijken dienst houden niet zal worden toegepast op de dienstplichtigen van de hieronder vermelde groepen of onderdeelen der weermacht, voor wie de eerste oefening op 1 of 2 Mei 1936 eindigt: 1. zeemacht; 2. onderofficieren-administrateur, uitgezonderd degenen, die zijn ingedeeld bij de bij sommige regimenten gevormde sde compagnie en zijn aangewezen, om voorloopig bij het regiment aanwezig te blijven; 3. ziekenverplegers; 4. cavallerie, oppassers en verzorgers. Deze dienstplichtigen zullen op den in de indeelingsbeschikking bepaalden datum in het genot van groot verlof worden gesteld, voor zóóver zij niet om een andere bijzondere reden in werkelijken dienst moeten blijven. Gelegenheid om krachtens art. 35 der dienstplichtwet vrijwillig in werkelijken dienst te blijven, bestaat voor hen niet anders dan voor zooveel dit hun naar de gewone regelen of bij afzonderlijke ministerieele beschikking mocht zijn toegestaan. --- Libellen-serie. Uitg. Bosch & Keuning, Baarn. Wij ontvingen wederom vijf deeltjes van de bekende Libellen-serie: prettige, frisch verzorgde boekjes. De dichter Jan H. Eekhout vertaalde „Dertig sonnetten van Michel Angelo" in over het algemeen sterk plastisch Nederlandsch. Al lijkt de bewerking soms wat al te vrij, deze kleine verzameling geeft toch een aangrijpend beeld van den zwaren strijd van Michel Angelo's génie. Dr. M. A. Schwartz gaf een kleine bloemlezing met een biografische inleiding uit de verzen en novellen van den Nederlandschen schrijver Maarten Maartens, die vooral door zijn in het Engelsch geschreven verhalen bekendheid verwierf. Van Johanna van Broekhuizen is er een gevoelige Zuid-Afrikaansche schets. „Ewig Gister", met fraaie jandschapsfoto's geïllustreerd. „Nunerkes" is een bundeltje aardige gedichtjes in Groningsch dialect van Jan Boer, welke de schilder Jan Altink met sterke schetsen verluchtte. Tenslotte is er nog een eenigszins omvangrijker verzenbundel van den dichter A. J. D. van Oosten „De dag beweegt"* Het talent van dezen dichter heeft zich na zijn vroegere, stroevere poëzie, aanmerkelijk muzikaler ontwikkeld, terwijl de scherpe werkelijkheidszin behouden bleef. Zoo werd „De dag beweegt" een reeks van vaak zeer fraaie, heldere natuurgedichten, frisch en zonnig. --- Snelheid, een voornaam wapen. De kruiser loopt ruim 32 zeemijlen per uur, meet 66000 P.K. en heeft 6580 ton waterverplaatsing. Met een vaartje van 22 K.M. per uur, dus de vaart van een wielrijder met harden wind in den rug, kan de „De Ruyter" 5000 mijlen (9000 K.M.) afleggen op een plas olie van 1200 ton. De groote vaart, welke met forceeren een redelijk aantal uren vol te houden is, is een van zijn beste wapens. Hij duikt daardoor plotseling op, waar de vijand hem het minst verwacht; de kruiser, die uiteraard niet op kan tegen het slagschip, kan zich snel uit de voeten maken, als hij zulke knapen verkend en hun aanwezigheid aan het oppercommando gemeld heeft; hij geeft torpedojagers in snelheid weinig toe en is hun op de wapenen glad de baas; het smalle, rappe schip is niet gemakkelijk te treffen en wanneer hij samenwerkt met 5, 6 broertjes, wordt dat een zwerm van bliksemsnel verplaatsbaar geschut, dat een regen van staal kan storten op indringers in onze wateren. Het tweede wapen van den kruiser is dan ook zijn geschut. Vinnig kijken zijn zeven kanonnen van 15 c.M. kaliber en 7.5 M. lengte boven het dek uit. Zij zijn paarsgewijs in pantsertorens opgesteld, alle in de midscheeps, twee toren achter, één voor; het 7e kanon in een z.g. pantserschild is op het dekhuis vóór de bzrug geplaatst en vuurt over den voortoren heen. Onze kruiser heeft geen torpedolanceerinrichtingen of zeemijnen. De snelheid was van primair belang. Had men zich tevreden gesteld met een vaart van 28 mijl, dan zoude aan machine- en ketelgewicht wel 500 ton te besparen zijn geweest en men had enkele kanonnen meer, of mijnen- en torpedo-installaties kunnen plaatsen. Edoch, dan had men wel een kruiser-torpedoboot-mijnenlegger verkregen, maar een echten kruiser en geen echten torpedojager en geen echten mijnenlegger, en een schaap met 5 pooten heeft zeker niets van een oorlogsschip. Tegen vliegtuigen verdedjgt de „De Ruyter" zich met mitrailleurs: met 10 zware van 40 m.M. kaliber, paarsgewijs op affuiten opgesteld en 8 lichte van 12.7 m.M. De eerste braken in ontzaglijke massa springgranaatjes uit; een vliegtuig moet dus door een regen van scherven heen, wil het zijn bommen op het schip strooien kunnen. Tegen het mijnengevaar beschikt de kruiser over mijnkabelsnijders, z.g. paravanen, het best te defineeren als vliegers-onderwater-met-messen, die voor en opzijde van den voorsteven de mijnkabels stuksnijden. Het verkenningswerk, wel een der belangrijkste taken van een kruiser, eischt natuurlijk ook des nachts een scherp oog. De kruiser heeft er vier, namelijk vier sterke zoeklichten met spiegels van meer dan een meter doorsnede. Op den kruiser beschikt men verder nog over twee watervliegtuigen. Zij dienen om het rayon der verkenning belangrijk te vergrooten, want zij stijgen hoog en kunnen hun neus steken in gebied, dat het schip niet bereiken kan. Met een „catapult" kunnen de vliegtuigen het luchtruim ingeslingerd worden. --- ONS DAGELIJKSCH KINDERVERHAAL NEKKIE RAF 273. „Maar," zegt -koning Edel schors. „Wat ik eigenlijk kwam doen, dat zal ik u zeggen, kapitein Driljas. Wat zegt u ervan, als ik eens met u mee ga op reis en koning Nobel een .bezoek ga brengen?" Nu. Driljas vindt dat uitstekend. „En," vervolgt koning Edelschors, „ik zal u twintig bekwame matrozen geven om uw schip te bedienen. Bovendien zal ik voor een kok zorgen. Eén die voor ons een goed maal kan koken. Voor voedsel en drinkwater wordt gezorgd." Bij al die woorden kikkerde kapitein Driljas lieelemaal op. 274. Den anderen dag vaart het schip de haven uit. Aan boord is. behalve natuurlijk kapitein Driljas, ook koning Edelschors. Bovendien zijn er twintig kwieke snelvoetertjes aan boord. Koning Edelschors heeft gezorgd voor een kok. die heerlijke kostjes kookt. Het is maar een heel klein ventje, maar net zoo dik als hij groot is. Daarom noemen ze hem Erwt. Het schip loopt als gesmeerd. Kapitein Driljas staat met een luchtig en vroolijk hart aan het stuur. Terwijl koning Edelschors. op een watervat gezeten, haerlijk geniet van het mooie weer. ---