Te Amsterdam zijn gisteravond ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der biljartclub „Rembrandt" de derde klasse kampioenschappen van Nederland groot biljart aangevangen. De arbiter, kijkt of de ballen „vast" liggen. --- NIEUWE UITGAVEN. De Wilde Schuit, door Salvador Hertog. N.V. Em. Querido's Uitgevers Mij. Amsterdam. Het avontuurlijke leven van den zeeman aan boord van een kleinen koopvaarder in de wilde vaart wordt in dezen roman in levendige kleuren geschilderd. Het eentonige leven op het eindelooze water is weliswaar verre van avontuurlijk, maar aan den wal in de groote havensteden van de Oude en de Nieuwe Wereld lokt het rosse leven. Daarop teren de ruwe zeebonken de lange dagen en de korte nachten, die zij op de zeeën doorbrengen in de bekrompen ruimte, die hun „thuis" is. Hun „thuis" dat hun toch vertrouwd wordt, dat een stukje vaderlandsche bodem is in de vreemde havens. In felle korte zinnen teekent Salvador Hertog het leven dezer kleine menschengemeenschap, zoo heterogeen van samenstelling en toch een eenheid in het buitenland, waar niemand hun taal verstaat. Maar vijandigheid is er toch ook onderling, een hevige jalouzie, die soms kan uitbarsten in wilde vechtpartijen. De schrijver geeft blijk goed bekend te zijn met de mentaliteit en de gebruiken van dit eigenaardige ras, ruw en bijna onmaatschappelijk. Men krijgt onder het lezen den indruk, dat dit alles beleefde werkelijkheid is, wat dezen goed geschreven roman van het harde zeemansleven een heel eigen kleur geeft. --- „Vreemdelingen” woordenboek door prof. dr. P. Fijn van Draat. Uitg. W. J. Thieme & Cie. Zutphen, 1936. Dit nieuwe woordenboek, bewerkt door prof. dr. P. Fijn van Draat, oud-hoogleeraar aan de Utrechtsche universiteit, bevat een verzameling van ruim zesduizend vreemde woorden, welke bij beschaafde Nederlanders in gebruik zijn, met hunne Engelsche equivalenten. Het boek is niet alleen van belang voor hen, die studeeren, maar voor allen die speciale Engelsche termen willen kennen. De bij ons gebruikelijke vreemde woorden heeft het Engelsch niet; de daarvoor passende vertaling te vinden is dus vaak zeer moeilijk. Dit woordenboek voorziet in deze moeilijkheid op uitstekende wijze. --- OPVOEDING EN ONDERWIJS Uitslag Kweekschool-eindexamens 1936. Dezen zomer werd aan 105 kweekscholen eindexamen afgenomen. Van de 28 rijkskweekscholen slaagden voor de onderwijzersakte 557 leerlingen; van de 5 gemeentelijke k.s. 165 leerlingen; van de 22 protestantsche k.s. 632 leerlingen; van de 4G katholieke k.s. 922 leerlingen en van 4 andere k.s. 82 leerlingen, totaal 2358 leerlingen. In 1935 slaagden 2563 candidaten en in 1934 2651. De stroom zakt dus wat. --- (Ingezonden mededeellng). I ®r l duurdereP«cao, ler is geen bet üHpfflffl --- ONS DAGELIJKSCH KINDERVERHAAL HET GROENE OOG VAN BA-AL 21. Pat Robinson slaagde erin, een stel bijzonder boosaardige negers om te koopen. Het was een soort, bekend om zijn wreedheid. Maar gelukkig deed Tonny tijdig een belangrijke ontdekking. Hij was op het dak van den witten toren geklommen en zag, dat het gebouw door negers omsingeld was. 22. Jet had niet heelemaal mee naar boven durven gaan. Maar zij keek uit een raam aan den anderen kant en deed dezelfde ontdekking. „Tonny", riep ze uit, „kom gauw naar beneden, het heele gebouw is omsingeld Ga vader roepen 1" --- NIEUWS UIT AMSTERDAM De begrooting in den Raad Een politiek testament en een scheldpartij De communisten vernietigd Onze Amsterdamsche correspondent schrijft ons: De behandeling van de begrooting heeft ons het eenigszins plechtige afscheid gebracht van den vertegenwoordiger van de Revolutionnair Socialistische Arbeiders Partij, den heer Schmidt, die zooals men zich herinneren zal tot de ronclusie gekomen is, dat elke dictatuur, ook de dictatuur van het proletariaat, uit den booze is, weshalve hij met zijn partijbestuur in conflict is gekomen, waaruit hij de gevolgtrekking heeft gemaakt, dat hij zijn mandaten in de Provinciale Staten en den Raad moet neerleggen. Wij hebben de actie, die de heer Schmidt In den Raad voerde, steeds met aandacht gevolgd, want de heer Schmidt is een van de verstandigste en helderste menschen, die in dit gezelschap te vinden zijn en hij zou in menig ander gezelschap tot de uitblinkers behooren. Hij is trouwens niet alleen verstandig, hij is ook bijzonder eerlijk en hij heeft den niet geringen moed consequent te leven volgens den weg, dien zijn gezond verstand hem wijst. De hee» Schmidt heeft een groote deceptie beleefd in zijn geloof in de dictatuur van het proletariaat en de naaste aanleiding daartoe vormde het Zinowjeff-proces te Moskou. Toen hij zijn partij niet kon winnen voor zijn inzichten is hij opgestapt en hij heeft van den burgemeester, die menschen van zijn kaliber weet te waardeeren, gelegenheid gekregen om een redevoering te houden, die wel niets met de begrooting te maken had, maar die de strekking kreeg van een politiek testament, dat zich met groote felheid en een logica, waaraan niet viel te ontkomen, richtte tegen de dictatuur en in het bijzonder tegen de dictatuur van het proletariaat. Fel en zonder iets of iemand te sparen, doch zonder eenige behoefte te voelen aan het gebruik van krachttermen, insinuaties of scheldwoorden, heeft de heer Schmidt de communisten gehekeld en den sociaal-democraten nogmaals op het hart gebonden nooit een bondgenootschap aan te gaan met de communisten, omdat bondgenooten van die soort gevaarlijker zijn dan de gevaarlijkste vijand. De communistische politiek immers wordt gedicteerd door de belangen van een vreemde mogendheid en deze houdt met de menschelijke vrijheid geen rekening. De heer Schmidt is niet zoo dwaas om de demo» cratie door dik en dun en in al haar verschijningsvormen en verwordingen vaak te verdedigen. Maar zelfs de democratie in haar slechtste vorm is altijd nog beter dan de beste dictatuur. Want de slechtste democratie waarborgt toch altijd nog een beetje vrijheid, wat de dictatuur niet toelaten kah:"~ r " • Het is trouwens niet alleen op dit punt, dat Schmidt tegen de dictatuur van het proletariaat in opstand gekomen is. Zijn verontwaardiging heeft evenzeer een zedelijke oorzaak, de valschheid van het proces, dat tegen Zinowjeff c.s. gevoerd is, de vergiftiging van kinderzielen. Men heeft immers kinderen misbruikt om de glorie van de doodvonnissen in dit proces te bezingen! Het is een redevoering geweest zooals er weinig in den Raad zijn afgestoken. Niet alleen om haar inhoud, ook om haar vorm, die van een welsprekendheid was, die vele redenaars niet kunnen evenaren. Kloek, mannelijk, vurig, maar zonder rethorisch pathos, zoo zeide Schmidt wat hij te zeggen had en daarmede heeft hij de communisten volslagen vernietigd. Dat bleek, toen de heer Beuzemaker aan het woord kwam om namens de communistische fractie Schmidt te lijf te gaan. Het werd een scheldpartij, waar alle kleur en geur aan ontbrak en die natuurlijk niets kon weerleggen van de woorden, die Schmidt gesproken had. De communisten hebben een nederlaag geleden, die hun lang heugen zal en zij zijn zelfs niet in staat gebleken, hun nederlaag ook maar eenigszins te verbloemen. Maar als de communisten eens ooit iets te vertellen zouden krijgen, dan behoeft men zich niet lang af te vragen, wie het eerste aan een boom hangt. De heer Beuzemaker was trouwens zoo openhartig om dat zelf al duidelijk genoeg te kennen te geven. Het teekent het peil, waarop de repliek van dezen heer stond. 1 Dit incident vormde verreweg het belangrijkste bestanddeel van het middagdebat. Prof. Woltjer heeft den heer Matthijsen een gerechtvaardigde afstraffing gegeven voor zijn onverantwoordelijk gepraat over de regeering en mr. van Wijck heeft namens de katholieke fractie nog eens betoogd, dat het befaamde werkplan van B. en VV. meer lijkt dan het is, want er staan veel werken op, waarvan de uitvoering binnen afzienbaren tijd allerminst zeker is te noemen. Zoo kan men zich noch over het plan noch over zijn onderdeelen een oordeel vormen. Reeds tegen het einde van de middagvergadering kwam het college aan het woord en wel het eerst de wethouder voor de financiën, de heer Rustige. Van belang is, dat hij zeide, geen enkele uitspraak te kunnen doen aangaande de maatregelen, die B. en W. denken te nemen, wanneer de regeering niet betaalt, waarop Amsterdam rechtens aanspraak maakt. B. en \V. denken daar ook nog niet over; het vertrouwen van den wethouder in de regeering is nog wel zoo groot, dat hij er niet aan twijfelt of de regeering zal na alles en alles nog eens overwogen te hebben, de redelijkheid en de rechtvaardigheid van de Amsterdamsche aanspraken erkennen. De avondzitting bracht nog verschillende wethouders aan het praten. Wethouder Rustige breidde zijn betoog over Amsterdam's aanspraken op regeeringssteun nog wat uit en wees erop, dat de stad die sinds .1931 195 millioen ten gevolge van de crisis betaalde en dit bedrag op aandrang van de regeering uit gewone middelen dekte, een beter lot heeft verdiend. Wethouder de Miranda heeft het plan tot werkverruiming verdedigd door erop te wijzen, dat B. en W. wel verplicht zijn een plan voor den langen afstand te maken. Zij moeten toch ook tijd hebben de objecten behoorlijk voor te bereiden. Ter illustratie gaf de wethouder indrukwekkende cijfers betrekking hebbende op werken, die zijn uitgevoerd, in uitvoering zijn, voorbereid zijn en tenslotte nog werken, waarvan de uitvoering verzekerd is. Het komt er maar op aan, op welke manier men deze categorieën en cijfers moet interpreteeren. Omtrent de tunnelplannen deelde de wethouder nog mede, dat B. en W. aan een particulier plan hun steun moesten onthouden, omdat het de gemeente slechts veel geld zou hebben gekost, maar den ondernemers winst zou hebben opgeleverd. Nadat wethouder van Meurs nog aan het woord was geweest, was het tijd om aan de replieken te beginnen, maar eerst vond de burgemeester het tijd om te gaan slapen. --- Ambtsjubileum Mr. A.H.J. van den Biesen. Mr. A. H. J. v. d. Biesen herdacht gisteren onder groote belangstelling zijn veertig-jarig ambtsjubileum. Namens den raad van toezicht, vertegenwoordigd door Mrs. Voute, Zadoks en Muller Massis, heeft de waarnemend deken, Mr. Voute, het woord gevoerd 'om den jubilaris geluk te wenschen met dezen dag. Vele confrères, bestuursleden van corporaties en vrienden hebben Mr. v. d. Biesen te zijnen huize aan de Leidschegracht hun gelukwenschen aangeboden. --- RECHTSZAKEN Inbreker veroordeeld. De rechtbank veroordeelde een 22-jarigen werklooze, die op het dak van een perceel aan de Nassaukade werd gearresteerd. nadat hij in dat perceel had ingebroken, tot acht maanden gevangenisstraf met aftrek van twee maanden voorarrest. De man, die volledig bekende, zeide uit armoede te hebben gehandeld. --- Valsche obligaties uitgegeven. De rechtbank veroordeelde gisteren een 47-jarigen koopman, die een aantal obligaties van een R.-K. kerkbestuur had laten nadrukken en verkocht tot een gevangenisstraf van een jaar met aftrek van voorarrest. De officier had een jaar en vier maanden gevorderd met aftrek van de preventieve hechtenis. De verdachte had de valsche obligaties verkocht aan effectenmakelaars. Hij heeft deze malversaties eenige jaren voortgezet en op deze wijze bracht hij voor een bedrag van 40 & 50 duizend gulden aan vervalschte obligaties in omloop. ..Verdachte bekende volledig. --- De inzameling van handteekeningen en bijdragen voor het huwelijksgeschenk der Amsterdamsche vrouwen aan H. K. H, Prinses Juliana en Prins Bernhard is begonnen. --- KUNST EN LETTEREN MUZIEK. Jeugdconcert — Hilversumsche Kunstkring „Voor Allen”. George van Renesse en Felix de Nobel (piano). Eigenlijk had ik gistermiddag willen spijbelen. Want nu George van Renesse en Felix de Nobel Woensdagavond al op het Kunstkring-concert waren opgetreden, heeft men daarover gisteravond reeds een verslag kunnen lezen — èn — omdat ik altijd weinig belangstelling heb gevoeld en nóg voel voor vierhandig-pianospel. Maar de nieuwsgierigheid bracht me toch naar 'het Jeugdconcert, daar de kans groot was, dat de programma's van Woensdagavond en Donderdagmiddag niet gelijkluidend zouden zijn. En er was ook inderdaad verschil. , Begonnen werd — schrikt niet — met een Treurmarsch ter herdenking van Schubert's sterfdag — 19 November 1828. Wie durft nu nog volhouden, dat onze jongere musici nonchalante menschen zijn? En vervolgens speelden Van Renesse en De Nobel „Lebensstürme" (op. 144), een compositie van Schubert die zeker niet tot zijn beste werken behoort, te lang van duur is voor een jeugdconcert, en waarin de beide pianisten niet hun hoogste troeven uitwierpen, daar het samenspel te weinig homogeen was. Met de keuze van de overige nummers van het programma kan ik mij geheel vereenigen, en de verklanking daarvan was buitengewoon goed. Hier viel eenheid van opvatting, fraai toucher en hoogst loffelijke techniek te bewonderen. Zoowel de Drie Hongaarsche dansen van Brahms als de Twee Slavische dansen van Dvorak boeiden door de voordracht zeer en ontlokten natuurlijk aan de jeugdige toehoorders een warm applaus. Dat ook Ravel's Suite „Ma Mère l'Oye" geestdriftig werd ontvangen, heeft me verheugd. Ik weet wel dat er van de sprookjes van Moeder de Gans nog steeds een groote bekoring uitgaat, maar de muziek die Ravel er bij heeft geschreven, wordt niet door alle ooren even gretig opgenomen. De suite bestaat uit vijf deelen: „Pavane de Ia Belle au bois dormant", „Petit Poucet", „Laideronnette, impératrice des Pagodes", „Les entretiens de la Belle et de la Béte" en „Le jardin féerique". Ze werd subtiel len charmant voorgedragen en de verklan[ king werd met blijkbare belangstelling gevolgd. Dat Van Renesse's prachtig glissando in den toovertuin bewondering wekte, was volkomen verklaarbaar. Deze suite is inderdaad voor piano-A--quatre-mains geschreven, maar orkestraal voldoet ze mij nog .meer. Want Ravel heeft voor deze sprookjes instrumentale effecten gevonden, die werkelijk frappant zijn. Misschien zullen velen zich de merkwaardige tonen van de contra-fagot herinneren in „Les entretiens de la Belle et de la Béte", waarmede de onbeholpen bewegingen en de taal van het beest tegen de schoone prinses worden gekarakteriseerd. Met Bizet's „Jeux d' Enfants" —bekoor- muziek bij „Les quatre coins", „Trompette et Tambour", „La poupée" en „Le Bal" — welke heel geestig door de beide pianisten werd verklankt, is het programma besloten. Een enthousiast applaus was voor de uitvoerenden het „loon naar verdienste", en de vreugde steeg ten top toen nog een toegift volgde, waarvoor Schubert's „Marche militaire" werd gekozen. En misschien was het wel tot een tweede „extra" gekomen — maar ook kunstenaars zijn aan tijd gebonden, en vijf minuten nadat de militaire muziek in het Casino had gezwegen — zat Felix de Nobel al in den trein naar Meppel, waar hij gisteravond met Harry van Os (die zich ook onder de toehoorders bevond) is opgetreden. Voor de vlotte en pretige manier waarop de verschillende nummers voor het jeugdig auditorium in 't kort werden toegelicht, verdient Felix de Nobel een afzonderlijk woord van hulde. Ook thans stond onder den voorkant van het programma niet z.o.z. Maar ditmaal was dit ook onnoodig. Want op den achterkant van het programma stond... niets! H. F. K. --- TOONEEL. „Baron Tip”, blijspel van Cecil Holm. Gezelschap Jan Musch. — Abonnementsvoorstelling, Casino, Hilversum. Jan Musch Is een uitmuntend kluchtspeler . Hij heeft wellicht hoogere ambities, maar er is toch nagenoeg geen enkel genre, waarin hij zulke voortreffelijke dingen doet. Zelfs in een stuk, waarin de humor op zoo losse schroeven staat als in het gisteravond opgevoerde blijspel „Baron Tip", weet hij uit de algemeene middelmatigheid een creatie te redden, welke in haar soort van zeer goed gehalte is. Zij was niet zoo goed als in „Elias weet het beter" — met welk blijspel „Baron Tip'.' werd vergeleken — doch daartoe bood het stuk hem ook niet de gelegenheid. Deze klucht van Cecil Holm heeft, vooral naar het slot toe, vele aardige momenten, maar de geheele opzet is van een niet te miskennen onaannemelijkheid. Een onnoozel, vriendelijk burgermannetje. dat per dag vele ulevel-rijmpjes moet leveren en deze taak vervult met hondentrouw, heeft één zeldzaam talent: hij weet altijd tevoren welke paarden bij de races zullen winnen. Na een heftige scène thuis loopt hij een kroegje in, waar een stelletje beroeps-wedders bij elkaar zit. Deze nemen hem ongeveer gevangen en maken van zijn wonderbaarlijk instinct een rijk gebruik. Onder dit alles blijft het mannetje zijn onnoozelheid behouden, veel te erg, maar het levert komische scènes op. Op het laatst komt alles natuurlijk weer goed. Toch is het onnoozele dichtertje te midden van zooveel kwade menschen, met een zoo charmante vrouw en een zoo nijdigen zwager, een nogal fantastisch geval. Het stuk zou misschien gered zijn door een uitmuntend ensemble, maar juist dit deel van de vertooning was het minst. Het moest vrijwel uitsluitend van Musch komen, met Mieke Flink-Verstraete in de rol van de jonge vrouw als de beste tegenspeelster. De rest was niet zoo goed als men redelijkerwijs verwachten mocht; zelfs de noodige rolkennis ontbrak. Jaap van der Poll, Jeanne van Rijn, Adolphe Hamburger, Lize van der Poll-Hamakers en Marcel Berckmans waren weinig op dreef; beter waren Valk van Spiegel en Van Staalduynen. Als hij op het tooneel was, haalde Jan Musch het gezelschap overigens over de zwakke plekken heen. Hij speelde onvermoeid, levendig en frisch typeerend, in een zuiver tempo en met vele kostelijke vondsten. Zoo werd de opvoering nog een succes; aan het slot van den avond juichte het zeer talrijke publiek Musch hartelijk toe. G. S. --- Libellen-serie Uitg. Bosch & Keuning, Baarn. Wij ontvingen van de bekende Libellenserie wederom twee nieuwe deeltjes. Het eerste is een boekje van H. de Greeve pr. „Gods kans"; een levendig betoog, waarin deze uiteenzet hoe juist het huidige kritieke wereldbeeld de menschheid moet brengen tot een verdiept geloof. Het tweede is een geschrift van prof. dr. W. J. Aalders „Neutraliteit", waarin wordt betoogd, dat neutraliteit een in het maatschappelijk leven tegenover God en den medemensch ontoereikende houding is. --- „Onze Kleuters” door C. Wilkcshuis. N.V. Uitg. Mij. Kosmos, Amsterdam. De schrijver heeft in dit boekje vooral practische wenken willen geven over de opvoeding van kleuters. De vragen van spel en speelgoed worden uitvoerig behandeld en tal van andere kwesties komen mede tot haar recht. Het boekje is keurig verzorgd. --- PRAATJES UIT DE BLOEMENSTAD Haarlem heeft industrie-terrein, maar er komen geen liefhebbers. - De concurrentie van Amsterdam dreigt de bloemenstad dood te maken. Een comité opgericht Men begint in Haarlem wakker te worden uit den crisisdroom en het werd inderdaad hoog tijd .Eenige dagen geleden werden de cijfers der werkloosheid in de vijf grootste ste- den van Nederland gepubliceerd en daaruit bleek, dat overal de getallen waren teruggeloopen, behalve ,'n Haarlem, waar nog een vermeerdering, zij het een kleine, geconstateerd werd. Men is nu natuurlijk koortsachtig naar de oorzaak aan het zoeken, maar moet ongetwijfeld tot de conclusie komen, dat er in Haarlem niet voldoende industrie is, terwijl tevens een groote vraag is, of met den sterken bevolkingsaanwas niet teveel werkloozen zijn binnen gekomen. De groote bestaande industrieele ondernemingen werken momenteel op een behoorlijke capaciteit. Dit jaar is er weer heel wat personeel aangenomen, zoodat het werkloozencijfer nóg schriller geweest zou zijn, als we daar niet een beetje mee „geboft" hadden. Vraagt men, waarom er niet meer industrie in de Spaarnestad te vinden is, dan is een der vlugste antwoorden: omdat de zakelijke bedrijfsbelasting nieuwe vestigingen tegenhoudt, omdat de electriciteitstarieven niet soepel genoeg zijn en den kostprijs van een artikel te hoog maken. Gelegenheid voor industrie is er voldoende en in een nieuw uitbreidingsplan langs de Spaarne-oevers is heel wat terren voor dit doel geprojecteerd. De wethouder van financiën beweert, dat hij de opbrengst van die bedrijfsbelasting niet missen kan; herhaalde en veeltallige requesten van ondernemers hebben dan ook tot nu toe niet vee! uitgehaald. Tóch ziet men in, dat er wat gebeuren moet en daarom worden de debatten over de gemeente-begrooting 1937 met belangstelling tegemoet gezien. Deze begrooting laat intusschen lang op zich wachten en het stedelijke college heeft verklaard niets geen haast te maken, omdat de algemeene toestand zóó onzeker is, dat er voor Januari nog duizend-en-één veranderingen kunnen komen, waardoor weer vervelende suppletoire begrootingen moeten worden ingediend. Het zal dus wel Januari worden, voor de politieke en andere jasjes door de vroedschap kunnen worden aangetrokken. Men begint in Haarlem wakker te warden. Tot nu toe is het in de bloemenstad over het algemeen een dooie boel en wie b.v.'s avonds na tien uur op straat komt, kan zich rustig suggereeren in een dorp te zijn inplaats van in de hoofdstad van Noord-Holland, de vijfde stad des Rijks! Nu kan men van de gedachte uitgaan, dat hier de huiselijkheid triomfen viert en ieder behoorlijk burger vroeg onder de wol gaat. Maar ik zou ze niet graag den kost «even, die voor 65 cent een retourtje naar Amsterdam nemen en daar gezelligheid zoeken. De laatste treinen zitten altijd stampvol en de spoorwegen hebben niet voor niets extra-treinen ingelegd, die om half één 's nachts uit Mokum naar Haarlem vertrekken. En dat terwijl men om 11.45 en precies middernacht ook nog een electrische kan pakken en er bovendien nog tot zeer laat in den nacht trams van het Spui naar de Amsterdamsche Poort in Haarlem rijden. Vraagt men die nachtelijke reizigers, waarom ze niet in hun eigen stad blijven, dan is het antwoord, dat het er zoo verbazend vervelend is. Er zijn nog andere factoren, die er op wijzen, dat men meer en meer Amsterdam voor de vermakelijkheden kiest. Als enkele jaren geleden Bouwmeester's Revue in onze stad kwam, prijkte avond aan avond voor den ingang van het groote coni ti i t certgebouw 't bordje: Uitverkocht! Maar dat is nu veranderd, heele rijen blijven er open. Is daar misschien de crisis schuldig aan en heeft men niet zooveel geld meer om te verteren? [ Weineen, men gaat liever de nog nieuwe revue in het voorjaar te Amsterdam zien, dan dat men op de afgezaagde moppen, die dan in November in Haarlem verkocht worden, blijft wachten. Bovendien heeft men uitgerekend, dat een behoorlijke plaats plus een spoorkaartje naar de hoofdstad minder kost... Is het een wonder, dat men daardoor meer en meer uit de stad gaat om zich te amuseeren? Iedereen was het daarover eens, maar niemand bond de kat de bel aan. Totdat een der raadsleden, een Brabander, ongeveer een half jaar geleden het initiatief nam tot het in het leven roepen van een vertierscommissie. De voorbereidingen hebben lang geduurd, maar de vorige week is het semi-officieele lichaam, dat onder voorzitterschap van een wethouder staat, tot stand gekomen en de raad heeft voor 1937 een subsidie van ƒ 5000 verleend. In 1938 zal dit bedrag alleen uitgekeerd worden, als de burgerij intusschen het dubbele heeft opgebracht. Het doel van de commissie, die nu officieel heet „Comité Haarlem's Bloei", kan men vanzelf doorgronden. Er staat ook op het verlanglijstje „het bevorderen van de vestiging van industrie"! Jawel, hoe zal dat varkentje straks gewasschen worden? Het ligt in de bedoeling om de Vereeniging vor Vreemdelingenverkeer nu op te heffen en te doen versmelten in het nieuwe comité. De menschen, die vertier in de stad willen brengen, hebben inderdaad een mooie kans, nu het Jamboree-jaar voor de deur staat. In de maand Mei moet er natuurlijk van alles en nog wat te doen zijn en als men den Haarlemmers dan leert, hoe gezellig het wel in onze stad kan zijn, krijgen ze misschien voorgoed den smaak te pakken. De middenstandsorganisaties hebben tenminste ook al groote plannen. Zij zullen een groote winkelweek in elkaar zetten, de stad van voor tot achter in de stengeltulpen zetten en verder alle mogelijke attracties aankondigen. Zoo staat er een smuldag op het programma. Men verwacht, dat alle winkeliers, die lekkernijen verkoopen. van een rollade via een taart tot een heerlijk glas Rijnwijn, extra-korting zujlen geven, waardoor heel Haarlem eens één dag lekker smullen kan. Optochten, muzikale wandelingen en tentoonstellingen zullen niet ontbreken, zoodat er nu eens inderdaad flinke drukte voorspeld kan worden. Maar het is moeilijk cm iemand uit zijn gewone doen te krijgen! „We hebben nog den tijd", zei een zeer vlug mensch, bij het hooren van de plannen, „in Mei bsgint het pas!" Natuurlijk, mijnheer, u hebt den tijd nog. u kunt tot dien tijd nog rustig tien uur per nacht slapen, maar als uw belastingbiljet hooger is, omdat door gebrek aan vertier het geld in Haarlem niet rolt dan is het toch nog maar beter Haarlem's Bloei te steunen dan dat de fiscus u laat bloeien. Nietwaar?! ACHILLES. I Haarlem, 16 November 1936. ---