NETELIG CONTRACT The Indonesian-American Corporation Het is lange tijd een pijnlijk en publiek geheim geweest, waarover men maar liever niet sprak. Maar nu heeft onlangs mr. D. Stikker, terugkerende uit Indië, er openlik op een vergadering in Dordrecht het woord over gevoeld en hjj heeft er enige dagen later in 't Handelsblad nadere bijzonderheden over wereldkundig gemaakt, over de Indonesian- American Corporation, van welks bestaan de laatste tijd in de berichtgeving reeds gewag werd gemaakt, en over het Fox-contract, dat de basis voor deze handelsonderneming met een kapitaal van ruim 10 millioen dollar vormt en waarover men van verlegenheid hoogstens fluisterde. In het kort gezegd komt de zaak hierop neer, dat de Republiek Indonesia met de heer Fox en nog een aantal vertegenwoordigers van grote Amerikaanse handelsondernemingen op verschillend gebied een contract heeft afgesloten, als gevolg waarvan Djocja de Indonesian-American Corporation erkent als haar uitsluitende vertegenwoordigster gedurende tien jaar voor de verkoop van alle producten van de Indonesische regering en de aankoop van goederen in de Verenigde Staten. Het contract is voorbereid door dr. Gani, de republikeinse rftinister van Economische Zaken, tijdens de in de afgelopen winter te Havana gehouden internationale economische conferentie, en in de Verenigde Staten verder uitgewerkt door de algemene vertegenwoordiger voor financiële en handelsaangelegenheden der republiek te New York, dr. Soemitro. Te oordelen naar de gegevens, die thans bekend zijn, ziet het er naar uit, dat het contract tot doel heeft een monopolie-positie te scheppen voor de bovengenoemde Amerikaanse onderneming. Men heeft in dit verband Bijwei horen beweren, dat de CorporJfcon een moderne vorm is, waarin de aloude Oost-Indische compagnie terugkeert, zij het dan dat de zaken niet door Nederland maar door Amerika gedreven worden, waarbij natuurlijk zeer te vrezen valt voor eenzijdige. bevoordeling van Amerikaanse ondernemers ten detrimente van dé Indénesische bevolking en niet minder van de Indonesische zelfstandigheid. Ook wanneer het hier alleen maar om een commissionnairsaangelegenheid zou gaan, is de zaak al misselijk genoeg, doch men moet met mr. Stikker vrezen, dat de overeenkomst een veel wydere strekking heeft, als men verneemt, dat blijkens de voornaamste bepalingen van het contract het hier gaat om het verkrijgen van hulp voor economische stabiliteit en commerciële expansie, voor rehabilitatie en uitbreiding, voor ontwikkeling van minerale en agrarische hulpbronnen, voor stimulering van de industrialisatie omvattende productie, transportwezen, verbindingen, scheepvaart, waterleidingen, electrificatie, bankwezen, handel enz. Dit zijn de voornaamste feiten. De eerste vraag, waartoe zij aanleiding geven, is: mag de Republiek Indonesia, door Nederland erkend als de facto gezagdragend — en ook niets meer — oter zekere gebieden dergelijke ingrijpende handelscontracten afsluiten? Men kan op deze vraag categorisch „neen" antwoorden, in aansluiting daaraan nog maar eens wijzen op het gebrek aan goede trouw van de Republiek en zeer in het bijzonder ook op haar kortzichtigheid. Doch dit alles is bekend, en als men deze beschouwingen heeft gehouden, dan heeft men nog altijd geen tittel of jota aan het contract verwrikt. Het contract bestaat en de heer Fox en consorten zijn geen blode jongste bedienden in de wereld van handel en bedrijf, die men met een barse afstraffing in hun schulp doet kruipen. Interessanter is het daarom te weten, waarom de Republiek zo happig is geweest op het afsluiten van dit contract. Om handel te drijven? — Ongetwijfeld, maar misschien nog veel meer met een ander oogmerk. De Republiek gebruikt haar economische politiek als een belangrijk vapen in de strijd tegen Nederland. Door zich met behulp van Amerikaans kapitaal sterk te maken meent zij de Nederlandse politiek te kunnen doorkruisen en haar onafhankelijkheid te kunnen redden, in laatste instantie nog altijd haar pretentie op dominering van geheel Indonesië te kunnen realiseren. Om dit te bereiken zijn de onbeheerste staatslieden, die Djocja regeren, tot alles in staat. Zij zijn in staat hun kostbaarste J>elangen te verkopen aan Amerikaanse zakenlieden, en dat zij dit doen is tot op zekere hoogte nog te begrijpen ook, wanneer men slechts bedenkt hoe hoog de Republiek het water aan de lippen staat. Doch er is een sentiment, dat alle andere overheerst: het wantrouwen tegen Nederland, gevoed bovendien door het persoonlijke belang, dat een aantal lieden heeft bij het bewaren van de eigen machtsposities. Dit amalgama van troebele sentimenten als overspannen nationalisme, machtswellust, imperialistische begeerte, wraakzucht, teleurstelling en een naief soort koopmansinstinct, wordt nog gecompliceerder tengevolge van het feit, dat men op veel meer leidende republikeinse posten dan men gemeenlijk denkt in zijn hart weet, dat men toch altijd beter.zaken kan doen met' de Nederlanders dan met welk ander volk dan ook, omdat men de Nederlanders kent en weet dat zij meer verantwoordelijkheidsgevoel jegens Indië moeten opbrengen dan enig ander land. Gelet op deze omstandigheden wordt het duidelijk, dat de oplossing van deze economische knoop niet gezocht moet worden op het gebied van het handelsrecht, maar veeleer in het domein der politiek. En dit klemt nog meer, wanneer men let op de Amerikaanse' zijde van ' dit " économisch partnerschap. Men heeft enige weken geleden, na het bekend worden van het onbehoorlijke voorstel, dat de heren Critchley en Dubois ter tafel hebben menen te brengen, doch dat in stede daarvan nog altijd niet verder is dan de prullemand van dr. Van Mook, bij het State Department te Washington een onduidelijke houding opgemerkt. Men was daar weinig gesticht over de abrupte afbreking door Nederland — op instigatie van jhr. Van Vredenburch — van de onderhandelingen via de C.G.D., en Nederland heeft toen op een vrij korte termijn formeel toegestemd in een hervatting der onderhandelingen, zij het dat het niet verder gekomen is dan deze formaliteit: Van een werkelijke hervatting der onderhandelingen zijn we zeker nog ettelijke weken verwijderd. Daartegenover staat, dat de heer Dubois zijn bajonet heeft afgeslagen, zoals de soldaten zeggen, en ziek en overspannen naar Amerika terugkeert. Overspannen is hij werkelijk, maar het • opmerkelijke is, dat Washington hem niet bewogen heeft zijn genezing in de buurt van Batavia af te wachten, hetgeen evenwel beslist niet wil betekenen, dat Washington hem heeft teruggeroepen. De heer Stikker heeft nu gesuggereerd, dat het State Department de transactie van de heer Fox ondersteunt en dus geneigd zou zijn Nederland politiek onder druk te zetten teneinde Amerikaanse handelstransacties te bevorderen. Hij vindt voor deze argwaan steun in uitlatingen in een rapport van bovengenoemde dr. Soemitro aan de regering te Djocja, doch een rapport van een uitslovenge vertegenwoordiger aan zijn bazen lijkt ons niet een bijster betrouwbaar document. . t Vooralsnog geloven wij met, dat het State Department,. dat evengoed als de Nederlandse regering weet hoe de kaart in Indonesië ligt, hand- en spandiensten zou willen verlenen aan een economische tactiek van Amerikaanse handelsondernemingen. Hjt State Department heeft zich reeds ten tijde van het avontuur met de „Martin Behrman" daarvan gèdi?tancieerd; het is ook thans niet bereid een nieuw avontuur op handelspolitiek gebied buiten de Nederlandse autoriteiten om steun te verlenen. Ofschoon het contract nu al ongeveer een half jaar bestaat, heeft men er dan ook nog geen uitvoering aan gegeven, terwijl het bekend is, dat de heet Fox dezer dagen naar Nederland komt om te doen wat hij van meet af aan had behoren te doen: zich met de bevoegde Nederlandse instanties in verbinding stellen. . . . .. ~ Dit neemt niet weg, dat de situatie delicaat is. Amerika zit nog steeds voor de presidentsverkiezingen en de publieke opinie laat zich op het stuk van „kolonialisme" thans* gemakkelijker misleiden dan ooit. De heer Fox heeft de contróle over een groot Amerikaans publiciteitsapparaat.... Van alle kanten bezien kan de conclusie geen andere zijn dan dat ae affaire met het Fox-contract geen Gordiaanse knoop is, die men doorhakt. Het Is een netelige complicatie méér in een proces, dat van complicaties overloopt. Men moet eerst andere kwesties oplossen en zU zijn alle van politieke aard. Nederland en het federale Indonesië moeten hun politieke positie zo sterk, onaantastbaar en ondubbelzinnig duidelijk maken, dat aan de republiek ook niet meer de schijn van een chicaneus argument overblijft. Dit is mogelijk, wanneer Nederland snel zijn plannen uitwerkt, maar dan oqk op korte termijn en zonder enig verder compromis. Niet naar republikoinse zijde, maar bovenal ook niet hier in Nederland. Er moet in de allernaaste toekomst enorm veel werk verzet worden. De tijd voor definitieve beslissingen is niet ver af. --- Geest en Leven Het oudste meer uitvoerige commentaar op de tekst van het Onze Vader, in West-Europa bekend, is dat van Tertullianus, geschreven omstreeks het jaar 200—204 onzer jaartelling en deel uitmakend van een verhandeling over het gebed in het algemeen. Deze verhandeling is opnieuw uitgegeven in kritische vorm met Nederlandse vertaling, uitvoerige inleiding en veelomvattend commentaar, waarin niet alleen de philologische, doch ook de exegetische en liturgische vraagstukken, door het werk aan de orde gesteld, breedvoerig worden belicht. De tekstverzorger is dr. G. F. Diercks, die het vorige jaar te Amsterdam op deze uitgave cum Idude promoveerde tot doctor in de letteren. De uitgever is Paul Brand te Hilversum. Het jongste commentaar op de teicst van het Onze Vader zal tot dusver wel „Das Gebet unsres Herrn" van Romano Guardini zijn, door Maria Heemskerk in het Nederlands overgebracht en uitgegeven bij Het Spectrum te Utrecht. Het is boeiènd, beide verklaringen met elkaar te vergelijken. In het werk van Tertullianus komt heel wat ter sprake, dat uit anderen hoofde belangwekkend is. Heel het tweede deel van zijn vertoog gaat over het bidden in het algemeen en bespreekt de gesteldheid, waarin wij bidden moeten, terwijl het zich kant tegen enkele historische opvattingen, die soms toch nog een actuele bijsmaak hebben. De vraag of men bi) het bidden zijn opperkleed moet afleggen, zal ouderen onder ons herinneren aan de vraag, of het geoorloofd is, tot de Tafel des Heten te naderen met een overjas aan. Tertullianus behandelt de tweede bede na de derde. Overtuigend toont dr. Diercks aan, dat dit geschiedt om exegetisch didactische motleven, daar de schrijver door deze volgorde gemakkelijker de betrokkenheid van het gevraagde op ons allen kon doen uitkomen. Tertullianus noemt het Gebed des Heren „de korte samenvatting van heel het Evangelie". Voor „korte samenvatting" gebruikt hij het woord „breviarium" en de commentator toont aan, dat Seneca (Ep. 39,1) dit woord. Waarvan ons „brevier" werd afgeleid, reeds kende. Een goede vondst van de vertaler is, dat hij tegenover „God de Vader' spreekt van „Moeder de Kerk , waarbij hij bovendien een interessante uitweiding geeft over het begrip van het moederschap der Kerk, dat zulk een bijzondere betekenis krijgt bi) Sint Cvvrianus. Merkwaardig is de figuurlijke verklaring van „op aarde als in de hemel . Voor Tertullianus betekent dit, behalve de gemeenschap der heiligen in letterliike zin, ook nog onze samenstelling uit siet en Uchaam. Eindelijk is opmerkelijk, dat de auteur op bladz. 82 de 'oorsprong onderzoekt van het „savctus, sanctus, sanctus". Het betoog kan iedere moderne lezer stichten en de uitleg .van dr. Diercks is voortreffelijk. Het boekje van Guardini houdt met de verhandeling van Tertullianus geen enkel aanwijsbaar verband. Het is een indringende moderne meditatie, waarbij verrassende opmerklnnen de aandacht levendig houden. In zeker opricht vutt het de brede schildering van persoon en teren van Jezus Christus, pegeven in ~De Heer", pakkend aan. Of de verklaring van „het .dagelijks brood" als „het brood van de volgende dag" de meest aannemelijke is, lijkt eerder aan twijfel onderhevig dan net eommentaar, op „vergeef ont, onze schuld", waarbij de schrilver gelegenheid vindt de persoonlijke verhouding van de mens en God gevoelig te belichten. Een mooi boekje, dat iedere christen tal lezen met «tientiner. --- JEUGDHUIS IN GROESBEEK Actie verloopt vlot (Van onze correspondent) De door Henri de Greeve aangekondigde actie ten bate van het Jeugdhuis in Groesbeek verloopt vlot. Dagelijks torst de Groesbeekse post pakken inzendingen naar de Kloosterstraat 2, waar nijvere handen de oplossingen-van