Examens NIJMEGEN. Doctoraal rechten: C. O. M. Birniiconi (Hengelo) en J. U. Drlessen (Horst). --- De Taal is gans een volk Een impresario U ons komen vertellen, dat de Amerikaanse pianiste, mejuffrouw X, tot een van de begaafdste kunstenaressen wordt beschouwd. Nu, wij beschouwen het Nederlands van die impressie tot helemaal fout. --- Richtlijnen van H. Vader voor de Kerkmuziek Eredoctoraten van Pauselijke Hoge Muziekschool uitgereikt Lof voor pater Jos. Smits van Waesberghe De Pauselijke Academie voor de Kerkmuziek heeft Zondag ter gelegenheid van de plechtige herdenking van de uitvaardiging voor vijftig jaren van het Motu Proprio over de kerkmuziek vier ere-doctoraten verleend. Onder de ere-doctores bevindt zich de Nederlandse muzicoloog dr. Jos Smits van Waesberghe SJ. Kardinaal G. Pizzardo, prefect van de Congregatie der Universiteiten en Studiën, reikte de doctorsbullen uit aan dr. Jos Smits van Waesberghe en de andere ere-doctoren. Marcel Dupré, organist van de Notre Dame te Parijs, Auguste le Guennant, muziekpaedagoog te Parijs, en de componist Joseph Haas uit Miinchen. De plechtigheid werd bijgewoond door kardinaal Innitzer uit Wenen en jhr. mr. M. van Weede, Nederlands gezant bij de H. Stoel, alsmede de Franse gezant bij het Vaticaan. Kardinaal Pizzardo heeft een brief van mgr. Montini voorgelezen, waarin de H. Vader richtlijnen geeft ten aanzien van het onderricht in de kerkmuziek. Volgens deze richtlijnen zullen de bedoelingen welke Pius X in het Motu Proprio heeft weergegeven verder verwezenlijkt kunnen worden. De brief stelt vast dat eerstens speciale leergangen in de gewijde muziek zullen worden gegeven aan de seminaries. tweedens dat elke Zondag een H. Mis zal worden gezongen door de seminaristen in de kathedraal of in het seminarie, ten derde vraagt de Paus dat muzikale priesterstudenten naar Rome zullen worden gezonden om zich daar verder in de kerkmuziek te bekwamen, ten vierde moeten zoveel mogelijk overal jongenskoren worden gevormd en ten vijfde dient te worden bevorderd dat nationale muziekscholen voor gewijde muziek worden opgericht, die verwant en verbonden zijn met de Hoge School te Rome. Bij het overreiken van de bul prees de Kardinaal pater Smits van Waesberghe om zijn voortreffelijk werk voor de kerkmuziek en noemde in het bijzonder zijn Muziekgeschiedenis der Middeleeuwen, welke in 1936 is verschenen en zijn Monografie over Guido van Arezzo, welke in 1950 het licht zag. In zijn in het Frans gesproken dankwoord heeft pater Smits van Waesberghe erop gewezen dat het onmogelijk geweest zou zijn- en nog is de doeleinden van het Motu Proprio van Pius X te verwezenlijken indien de musicologen niet hun zo noodzakelijke naspeuringen deden en hun krachten wijdden aan de verspreiding der juiste beginselen en practijken. --- „De Vuurproef” EEN SOMBER DRAMA VAN ARTHUR MILLER Hartstochtelijke voorstelling van deNed. Comedie T/ art acht uur tot middernacht heeft Zaterdagavond een volle zaal i» de t/ Amsterdamse Stadsschouwburg geboeid geluisterd en gekeken naar de r eerste voorstelling door de Nederlandse Comedie van Arthur Millers „The crucible", door Alfred Pleiter alt „De vuurproef" vertaald. Het stuk is pas dit jaar verschenen in Amerika en Canada en zal binnenkort door de toneeluitgeverij Maestro in het Nederlands worden uitgegeven. Wie Miller's „Dood van een handelsreiziger" heeft gezien, zal van „De vuurproef" niet verwachten, dat het een opgewekt stuk zal zijn. Dat is het dan ook allerminst. Het haalt een stuk geschiedenis op, dat de auteur zelf een van de vreemdste en afschuwelijkste hoofdstukken uit de geschiedenis der mensheid noemt en dat hij daarom uit de duisternis heeft opgediept. Hü herinnert er in alle geval aan, dat hysterie en fanatisme als vernielende duivel* in het menselijk brein kunnen werken. De verschrikkelijke handeling speelt zich af in het dorp Salem in de staat Massachusetts, voorjaar 1692, in de tijd dus dat de Amerikaanse pioniers hun nederzettingen tct min of meer geordende samenlevingen hebben gevormd, waarvan een streng geloofsleven de grondslag is. In de verbeelding van sommigen leven nog de herinneringen aan de heksenjachten. Die sommigen zijn talrijk genoeg en hun verbeelding is sterk genoeg om de herinnering tot een nieuwe en tastbare gebeurtenis te kunnen maken. Dat gebeurt dan in Salem.* Een trcepje jonge meisjes heeft 's nachts gedanst in het bos. De dans is ontaard in een soort' duivelsaanroeping, waarbij namen genoemd zijn van fatsoenlijke normale vrouwen, die zich met satan zenden hebben ingelaten. Dominee Parris, die zijn dochtertje Betty en zijn nichtje Abigail Williams is gaan zoeken, heeft de meisje» ontdekt en een van het trcepje zelfs ontkleed de vlucht zien nemen. Betty is er erg aan toe. Met stomheid geslagen, ligt zij voor dood op bed. Abigail liegt er omheen. De dominee, een ranatiek en angstig man, voorziet een catastrophe en heeft zijn collega, dominee Hale, uit een naburig dorp te hulp geroepen om het meisje te redden, want het is Parris wel „duidelijk", dat niet de dokter maar de geestelijke uitkomst zal moeten brengen. Reeds deen gruwelijke verhalen de ronde onder het volk. Het woord „duivels" is gevallen en er zijn dus heksen. Abigail, voortgedreven door hysterie cn vlet geloof vindend bij het bijgeloof, ontdekt haar kans op redding en verering en zet haar leugens voort. In minder dan geen tijd zijn tientallen vrouwen beschuldigd van hekserij. Zij worden gearresteerd en opgehangen cp bevel van een gestreng Hof, dat naar Salem is gekomen om recht te doen in naam van het geloof. Onder de beschuldigden is de vrouw van boer Proctor, bij wie Abigail als dienstmaagd heeft gewerkt. Na een korte verhouding met de jonge boer is zij weggestuurd en nu zij moet ervaren, dat Proctor zijn misstap betreurt en niets meer van haar weten wil, zal de vrouw moeten boeten. Een worsteling tussen Proctor en de dominees begint. De boer, die niet gelooft aan de leugens van de kinderen, noch aan hekserij, komt op voor het gezond verstand, maar werkt daarmee de ondergang van zijn vrouw in de hand. HU wordt zelf eveneens gearresteerd en veroordeeld, bekent zijn zonde, bekent ook om zich te redden dat hy een verbond met de duivel heeft gehad, maar herroept zijn bekentenis. Dan gaat hij de dood tegemoet. Proctor's strijd tegen de dominees en het Hof is eigenlijk de strijd tegen de waanzin van hysterie en bijgeloof. Als hij op het punt staat te triomferen, is een hysterisch gefantaseerd „visioen" van Abigail voldoende om de andere meisjes in trance en de partij van de dominee» aan het wankelen te brengen. Vooral Parris is ongeneeslijk in tegenstelling tot Hale, die langzaam overzwenkt naar het gezonde verstand en de vrijheidsliefde van de strijdbare jonge boer. Maar ook Hale moet wanhopig toezien bij de voltrekking van het afschuwelijk drama. < Dat is dan in het kort het verhaal van de heksenjacht in Salem in het voorjaar van 1692, waarbij meer dan honderd slachtoffers zijn gevallen. Precies twintig jaar later zijn alle vonnissen herroepen en heeft het gouvernement van Massachusetts aan de gezinnen der slachtoffers een zgn. schadeloosstelling toegekend. MUler heeft van het drama een zeer sterk stuk gemaakt, waarvan men zich echter nu en dan het historisch karakter in herinnering moet roepen om de indruk van een melodrama te kunnen ontgaan. Hetgeen niet alleen zijn oorzaak vindt in het besef van het bijgeloof. maar vermoedelijk ook in het feit rfat Miller én het historisch verhaal veel jongere kinderen op het oog hebben (met uitzondering van Abigailt dan de Nederlandse Comedie op de been, kan brengen. De waanzinnige getuigenissen van vijftienjarigen zijn minder aantastbaar :idn de exclamaties van meerderjarigen. omdat men bii kinderen sluw overleg en veinzerij gemakkelijk uitsluit. Het verzet tegen de leugen van de onschuld is ook wanhopiger voor de itrlj' der met een gezond verstand. Deze moeilijkheid heeft de regie van Albert van Dalsum uiteraard niet hele. maal kunnen overwinnen, zodat er in het optreden van de meisjes een element van sensatie ontstond, dat overigens de hele voorstelling enigszins kenmerkte. Men moet hierbij echter de overweging maken dat de gebeurtenissen op zichzelf zo schokkend zijn dat sensatie niet te vermijden lijkt. In alle geval mag men Van Dalsum's regie nageven dat zii een zeer hartstoch spel te voorschijn heeft geroepen in een somber en suggestief decor, voorbeschikt als het ware om onheilen te omsluiten, door noodlottige passie en dwaling veroorzaakt. Han Bentz van den Berg als de jonge boer John Proctor. die zich tegen de waanzin verzet, heeft een bijzonder mooie en overtuigende rol gespeeld. D« dankbaarste rol van het stuk weliswaar, maar een party die hoge eisen stelt en pas bij een superieure vertolking haar kansen krijgt. Ank van der Moer als vrouw Proctor wist haar stugge achterdocht voelbaar vorm te geven, doch kon niet voorkomen dat wij in haar stem nu en dan herinnerd werden aan vroegere rollen uit klassieke drama's. Ton Lutz heeft de figuur van de oprechte, weifelende en wanhopige dominee Hale zeer intensief gespeeld als de man die zijn vertwijfeling niet verwerken kan. Henk Rigters heeft dominee Parris gecreëerd els de onverzoenlijke, kortzichtige en niet helemaal betrouwbare fanaticus, die hij zijn moest. De rechter van Albert van Dalsum was een monumentale figuur met nuances vertolkt, als de man die recht zoekt, maar geen schijn van menselijkheid toelaat. Naast deze figuur kreeg de rechter Hathorne van Paul Huf geen kans, hetgeen men zeker de acteur niet mag aanrekenen. Lous Hensen als Abigail Williams kon men geloofwaardig noemen. Het overleg, waarmee Abigail te werk gaat, kwam in. de vertolking goed tot uiting. Kleinere rollen waren toebedeeld aan Hedda van der Linde, Clara Vischer, Joke Schnabel, Mimi Boesnach, Louis van Gasteren, Rini van Slingelandt, Marion Gobau (een moeilijk rolletje), mevrouw Royaards (zeer treffend!), John Góbau en anderen. Zij allen hebben onder Van Dalsum's leiding op hevige wijze een hevig drama gespeeld, dat een avond krachtig toneel garandeert. Er zullen vermoedelijk nog vele reprises volgen. Het succes bü de première was buitengewoon groot. De spelers zijn langdurig en geestdriftig toegejuicht. Dbg. De behekste Hedda van der Linde wil vliegen, hetgeen Lous Hensen probeert te beletten. Een scène uit «De Vuurproef". --- Rechtszitting in gelagkamer Anderhalf jaar geëist voor steekpartij (Van onze correspondent) De Leeuwarder rechtbank heeft Zaterdagochtend zitting gehouden in de gelagkamer van café Beerstra te Drogehpm, zulks onder presidium van mr. H. J. van Maanen. Er werd tijdens deze zitting veelvuldig met stoelen en tafeltjes geschoven, die steeds weer anders werden gegroepeerd opdat de rechtbank een zuiver beeld zou krijgen van wat er precies gebeurd is op de derde October van dit jaar toen 't avonds Cornelis Veenstra met een mes in z'n rug werd gestoken, waarbij ook z'n maag werd geraakt, een daad waarvan de 54-jarige grondwerker F. A. uit Harkema-Opeinde werd beschuldigd, doch waarvan men tijdens de Woensdag in het paleis van justitie te Leeuwarden gehouden zitting geen Juist beeld had kunnen krijgen. Verdachte had namelijk ontkend en beweerd niet gestoken te kunnen hebben omdat er tussen hem en z'n half- broer nog anderen aan het tafeltje zaten, terwijl een getuige, de 18-jarige H. v. d. Veen, eveneens uit Harkema-Opeinde, daarentegen met grote stelligheid had gezegd te hebben gezien hoe A., nadat de heren nogal wat drank hadden gebruikt en er ook al eerder op de avond een ruzie was uitgevochten, z'n halfbroer had gestoken. Aan het slot van de zitting in café Boerstra, die uiteraard een deel van de bevolking van Drogeham op« de been bracht, zei verdachte opnieuw niet te weten of hij had gestoken of niet en dat hij, indien hii gestoken had, dit ln dronkenschap gedaan had. De officier, mr. J. van IJssendoorn achtte het bewijs geleverd. Hij vroeg anderhalf jaar met aftrek. De verdediger, mr. Reinalda, achtte het bewijs niet geleverd. Hy vroeg vrijspraak en onmiddellijke Invrijheidstelling. doch voor dit laatste achtte de rechtbank na hierover te hebben beraadslaagd geen termen aanwezig. --- DE ZEVENDE DAG De centrale verwarming heeft in het begin wel enige moeilijkheden gegeven. Tenslotte ie niet ali-,n de romantiek er af. maar ook de iitionele argumentatie valt weg. Zwarpj t kan nu eenmaal wel door de ïhoorsteen. maar niet door de buizen * de radiatoren, dat ziet zelfs een Inmonrig kind ln- "Dan maar Been schoen zetten", hadden ze berustend en moedeloos geopperd, tot ze op het idee tan de vensterbank waren gekomen, ngn zetten we het raam op een kier in dan ziet ie het toch wel" en als •lot van de conversatie werd tenslotte ffü geniale oplossing gevonden, waarbij toch nog een concessie aan de traditie werd gedaan: schoenen onder de verwarming en het raam erboven op een kier. Het is een paar keer goed gegaan en '* avonds verdwenen er steeds grotere hompen brood voor het paard van Sinterklaas. Vandaag echter hadden ze zo de beest uitgehangen, dat we Sinterklaas tenslotte maar weer als paedagogisch element inschakelden bij een pogine om de kotery tot rust te brengen, maar niets hielp. Als uiterste redmiddel tenslotte: „ik zeg het tegen Zwarte Piet" en toen ook dat geen indruk maakte en ik me als een getergde beer voelde: .Nou, best hij heeft het allang gehoord, er komt niets in de schoenen." Maar zelfverzekerd gingen ze brood uit de keuken halen en legden dat ■ triomfanteliik onder de radiator en trokken zwijgend af i ' naar bed op kousevoeten. Men moet toch iets doen aan het gezag en men kan toch niet alles over zijn kant laten gaan als rechtgeaard ouder. Dus kwam er niets in de schoen en Zwarte »Piet kwam het brood niet halen en het droogde onder de radiator tot een harde brok narigheid. Deze Zondagmorgen waren ze vroeger dan ooit beneden om de schoen te inspecteren. Het bleef indrukwekkend stil in de huiskamer. Toen ik ging kijken stonden ze met verwijtende blikken h«d brood op te knagen. --- Speciaal gebed voor het Mariaal jaar ln een apecaai voor het Mariaal Jaar opgesteld gebed, roept Pani Flna XII de bescherming van Maria ln voor de Katholieke Kerk en vraagt, dat allo men» ■en mogen erkennen, dat *U broeden en rusten i(|n en dat de volkeren leden >Un van één familie. Het gebed, waarvan de te kit Zaterdag werd bekend gemaak, zal voor het eer*t op de middag van de aehtste December door de Fan* telf en de kinderen van Bome |n de basiliek van Santa Maria Maggiore worden gezegd, nadat de Pana het Mariaal jaar ul hebben geopend. --- R.K. Vrouwendispuut belicht vele problemen rond het gezin Vertechniserende wereld de schuld van het generatie-conflict (Van onze verslaggeefster) Het afgelopen weekeinde hield het R.K. Vrouwendispuut, zoals gewoonlijk op d" Pietersberg te Oosterbeek, zijn herfst bijeenkomst, gewijd aan de gezinsproblemen. Dat voor dit vijftiende weekend de opkomst, van meer dan honderd belangstellenden, groter was dan ooit, bewijst, hoezeer dit instituut, wel eens de braintrust der katholieke vrouwen genoemd, een eigen plaats inneemt. Uit het Vrouwendispuut zijn ook de twee katholieke vrouwen voortgekomen, die thans de hoogste functies, ooit door een vrouw waargenomen, aan de ministeries bekleden, dr. Anna de Waal, de staatssecretaris van 0., K. en IV., en mej. W. Hillen, pas benoemd op de hoge post als raadsadviseur van de minister van Maatschappelijk Werk. Mej. de Waal, voorzitster van het Dispuut, leidde de bijeenkomst Zaterdagavond en herdacht in haar openingswoord zuster Christiana, de rectrix van het Meisjeslyceum te Amsterdam, een trouwe en graag geziene deelneemster aan deze bijeenkomsten, die ons zo onverwacht ontvallen is. Als inleider voor de theoretische kant van het vraagstuk trad op prof. dr. A. Oldendorff, - hoogleraar ■in de Sociologie te Nijmegen t-en< directeur tan het Kath. Sociaal Kerkelijk Instituut te Den Haag. Uit zijn geladen betoog bleek weer eens, hoe onmisbaar de wetenschap is om van zoiets gewoons als het daagse gezinsleven de problematiek uit de doeken te doen. Het is onzin, aldus spr., om te zeggen, gezond gezin, gezonde maatschappij, want zeer veel moeilijkheden, waarmee het gezin te kampen heeft, komen voort uit de disharmonie tussen pezin en maatschappy. En allerlei feilen van de maatschappij worden maar voorbarig aan de verzwakking van het gezin toegeschreven. --- Uit de practijk van een arts De eerste kennismaking van de mens met de wereld geschiedt in het gezin, maar groeiend naar zijn volwassenheid vindt hij de gezinsverhoudingen niet terug in zijn werkkring, zoals dat in de tijd van de gilden het geval was. Het gezinsleven is niet meer de natuurlijke voorbereiding op de maatschappij die hoge eisen stelt. Óók daarmee hangt het tegenwoordige functieverlies van het gezin samen. Wat de procreatieve functie van het gezin betreft, merkte spr. op dat de discussies over de teruggang van liet geboortecijfer uitsluitend op het niveau van de moraal worden gevoerd. Het grote gezin, dat veel meer kans heeft dan vroeger, toen de kindersterfte het kindertal docimeerde, is in een cultureel gezin een psychclogisch zware belasting, vooral voor de moeder. De noodzakelijke beperking van het kindertal om economische redenen, gebrek aan woonruimte of welke eigentijdse omstandigheid ook, is een zéér groot probleem dat de meest wanhopige conflicten, ook gewetensconflicten schept. In West- Duitslarid is het de grootste oorzaak van de afval. Wy hebben de plicht dit probleem te stellen en niet het t« bedekken, aldus spr. Ta.v. de economische functie van het gezm bracht prof. Oldendorff naar vo'en, hce door de technische evolutie «eeds meer huishoudelijke taken woraen afgestoten, en er een verzwakking « ontstaan van de samenwerkingsband tussen moeder en dochter. Werkwereld 1» .gez.'.nswereld kunnen zeer verschillend zijn, men denke bijv. aan de vaoer-werkman wiens zoon studeert en im 1-,, chter op kantoor is. Om de »it . nde denkwerelden in één get' . 'Pt elkaar te brengen, is het toe e juichen dat sommige bedrijven af en °e de vrouw in de gelegenheid stellen e werkwereld van de man te leren ennen. De vertechniseerde wereld is ?• schuld van het tegenwoordige •««atle-ccmniet. De zcon die door zijn ~l, 's™e opleiding de vader overvleuder. niet meer naar hem, als ouïn...9P-De kinderen streven de ouders de tijd van de jeugd. Niet baarH de volwassenheid (lange broek, i. ° e" horloge) oriënteringspunt. Indraao» ' grootvader wil jong doen en selnn ,een korte broek. Die verschijn- Waari„ in ®lleen mogelijk in een tijd n de jeugd iets te zeggen heeft. H« e,rulotte de tocio-culturele functie. nï!1,!!?' Oezin betreft, is niet alleen nu™. ,ng aan het gezin onttrokken, kerk 00 de opvoeding die school en De,l *°l'eel mogelijk in handen nemen. „i-,; "utantiei vertrouwen het gezin o„i-uer toe- want het falen van het c«ompuÏChoutoen eenvoudig als fait zeer inhoudrijke betoog dat van blitzlichten richtte op de ïi« ®pi!«erde vervlochtenheid van ged( dl "altschaPP«. kwam ln de boeien- v»n de ,"!e de evoluërende gezinstaak ■■ .«.vvi , " Grote lof zwaaide prof. van der Grinten toe aan prof Meyers, wiens zeer bekwaam Inzicht, grote ervaring cn uitgebreide kennis van de maatschappelijke behoeften een garantie bieden dat de nieuwe codificatie een wetboek zal .opleveren, dat bij onze maatschappelijke verhoudingen past ---