Advertentie SCHRIJF IN. voor (111 Ift Sl€s Si bij t.J.DEJOXG Nieuwendijk 120, Amsterdam Aanvang der lessen vanaf 24 Januari a.s. --- Advertcntf Winterhanden ? --- DE ZEVENDE DAG Op de Amstelveenseweg stond een rijtje bomen al die bomen waaiden weg op de Amstelveenseweg ie-wic-waai-weg, zongen de kinderen, experimenteel dichtend en iedere maal als ze het gezongen hadden kreeg een van de Kinderen een por in de maagstreek en dan deinsde het slachtoffer achteruit. Het was een toepasselijk vers want de wirid gierde door de straten en uit de lanse straat, die uitkomt op het opgespoten terrein, waarop Amsterdam naar buiten voortwoekert kwamen grote vlagen wit zand als woonden wij aan de rand van een woestijngebied. „De dijken", jammerde mijn buurman, „als ze het maar houden." „Ze houden het" zei ik vastbesloten als wist ik er alles van. Hij ijlde naar boven, de trap cp om vanuit het dakkamerraam over de vlakte uit te zien. Aan de overkant sloeg een mevTouw haar ontbijtlaken uit. Het fladderde als een vlag van een oceaauschip in de orkaan, bolde tweemaal helemaal uit, sloeg haar toen uit de vingers en begon een tocht langs de gevel. Zenuwachtig lachend kwam de vrouw het laken na snellen en zoals men een stout Kll'd achter zich aantrekt, rukte ze het laken weer naar huis. Even later keerde mijn buurman terug van zijn tocht naar het dakkamerraam. „Er is er zeker weer een dcod, zei nij somber. „Wat?" vroeg ik verbaasd. „Een van de oude mannen uit het tehuis. ginds" en hij wees achter naar de balkonnetjes van het andere blok. „Je legt toch geen beddegoea buiten mei dit weer als er niets bijzonders is en z= leggen altijd het beddegoed te Inenten als er een dooa is." Ik staarde hem dom aan. „Kom, ik ga eens * :i koffie drinken b'J moeder de vrouw", besloot hij opße] wekt en verdween naar binnen. We zijn maar wat - i gaan wandelen met z'n allen en zijn ten! slotte een cafétje binnengevlucht om wanne mei* ve arinicen, maar z-1 \..juen üsumonauj. '±oea aai op wa». kiegen ze weer ae balaaaigncia van j ae siotm te pan... J ken en begonnen v t lu~kccls te zingen: „Op de Amsielv«.w.ise weg". maa.iue tot Voen heLben ze voor een gulden vul lig aan glaswerk ' i stukgcstoien, waarop ik een klap gaf. je kunt je niet altijd beheer&en. Een van de meisjes trek helemaal t.leek weg. „Dat komt van die koude plas in je maag", zei ik nijdig, „had dan warme melk genomen." ; Ze keek me liji dend aan, met ie blik van een neogothisclie heilige en kroop daarna achter de hoge kachel. --- Gezant v.d. Vlugt ten grave gedragen Veel belangstelling en talloze bloemstukken (Van onze correspondent) Zeer velen hebben Zaterdagmiddag wijlen de heer A. J. Th. van der Vlugt. Nederlands gezant in Finland, die 8 Januari op 59-jarige leeftijd in Helsinki overleed, vergezeld op zijn laatste tocht op de kleine familiebegraafplaats van het uitgestrekte landgoed ..De Korrenberg" te Tongeren, gemeente Epe. Drie kransen werden voor de baar uitgedragen, n.l. van Koningin Juliana en Prins Bernhard, van de beide ministers van Buitenlandse Zaken en van de rinse regering. Onder de autoriteiten, die de bcgrafenirplechtigheid bijwoonden, merkten we voorts op de minister zonder portefeuille, mr. J. Luns. ir. H. Houton, secretarisgeneraal van het ministerie van wederopbouw. de pl.v. directeur-generaal van de buitenlandse betrekkingen van Economische Zaken. dr. W. P. H. van Oorjchot. de Finse consul in Amsterdam, fle lieer G. Keij en de tijdelijk zaakgelastigde van de Finse regering, de heer Martti Lindulahtu. Nadat de naaste familieleden van de overledene als laatste afscheid bloemen hadden gestrooid op de kist in de geopende groeve, sprak mr. J. Luns, mede namens zijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken, mr. J. W. Beijen. Verscheidene personen voerden nog het woord. De internationale Jury voor het muziekfeest van de International Society for Con temporary Music — dat deze zomer in Haïfa. Israël. wordt gehouden — heeft oa wn van de ingezonden Nederlandse wer ken Rekozen, n.l. het sextet „Le tombeau de Ravel" van Rudolf Escher. --- Marie Koenen woont weer in Limburg Zij viert haar 75ste verjaardag in „Huize Vroenhof" in Houthem Kalme, werkzame levensavond Dinsdag 19 Januari viert de oudste Limburgse auteur, Marie Koenen. te Houthem-St. Gerlach haar 75ste verjaardag. Eens was Frans Erens , de nestor in Limburg en door een merkwaardig toeval brengt Marie Kosnen de jaren van haar ouderdom door in tie onmiddellijke nabijheid van het landelijke huis waarin Ercns zijn leven besloot met het schrijven zijner „Vervlogen jaren". Zij woont immers in „Huize Vroenhof', vlak bij Erens' „Sint Maartcnshof" aan de schilderachtige ( weg van Meerssen naar Valkenburg. | Ofschoon niet vrij van lichamelijk i ongemak en niet bijster gesteld op 1 het toenemend motorgeronk, beleeft 1 zij hier een kalme, werkzame levens- 1 avond. Zij heeft haar vreugde aan de | natuurweelde rondom. De lente lijkt | haar aan de Geul levenskrachtiger dan elders. De gele koolzaadakkers op de ] heuvels evenaren voor haar de bloem- ' bollenvelden. Uit haar ruime vertrek- 1 ken. temidden van vele boeken, sfeer- < volle schilderijen en dierbare souve- ! nirs, heeft zij uitzicht op dit land van < haar hart. dat zij in haar jeugd lief- i kreeg, dat zij in den vreemde miste en < waarvan zij nu iedere schending be- i treurt. ' Marie Koemn is teruggekeerd in Lim- ! turg en wil er blijven. Hier klinkt het vertrouwde muzikale dialect, hier schemeren of blinken lichte gevels met barokke krullen en geien met bemoste poorten, gele mergelmuren en ouderwets tuingeboomte het dorp een eigen cachet. De voorvaderlijke vroomheid is er nog «iet gestorven. Het romantische verleden herleeft voor haar fantasie. Werden de Noormannen niet verslagen aan de Geul? Zü heeft er onlangs in „Sint Olav" over geschreven. Heeft in een holle eik niet de heremiet Gerlachus gewoond, nög rie vereerde vri'nd der boeren, een kluizenaar zoals zij er deed leven in haar verhalen? Hier weten oude en nieuwe vrienden haar te vinden. Zij stimuleert er jonge, ren, moedigt het nieuwe maandblad „De Bronk" aan en helpt soms de Meerssinse Jeugdleiders. Hier schrijft zij en bereidt uitgaven voor. De herfst van een vruchtbaar leven, ] dat nog onvoltooid is. i Van geboorte Brabantse, dochter van' di> bekende woordenboekauteur, kwam zij zeer jong in Maastricht. De L.0.-acte, die ze behaalde, werd niet benut. Zij bleef thuis, hielp drukproeven verbe-, teren en begon vroeg te schrijven. Aan-, vankelijk gedichten en schetsen, allengs langere verhalen. Veel had zij aan de vacantiebezoeken , van haar neef Jan Bogaerts, de schilder. Zij ontdekten het kasteel van Neercanne, hun „Witte Burcht", later zo inspirerend voor Jongeren. (Engelman. Jonast. Groter was de invloed van Maria Viola, die haar liet medewerken aan „Katholieke Illustratie" en „Van onzen Tijd", haar een roeping voorhield: een katholieke letterkunde helpen grondvesten in schoonheid en karakteradel. Tamelijk alleenstaand, door vele onzekerheden heen, heeft de jonge Maria Koenen zich gevormd tot neo-romantische schrijfster in het stille herenhuis aan de Sint-Hubcrtuslaan. Haar Moeder stierf, de vrome, aan wie zij dacht, toen zij in 1916 op verzoek van Gcrard Brom voor de „Beiaard" „De Moeder" schreef, een boek dat naar eigen getuigenis menig Limburger uit het hart gegrepen is. dat de een levensmoed schonk en waarin de ander zich herkende. Daarna volgden andere werken, als „De Wilde Jager". Nadien heeft zij te Geulle gewoond, boven het Maasdal. Persim heeft hierover geschreven. Haar verbeelding ging toen naar Merovingers en Karolingers en geloofsverkondigers. In vele oorden heeft Marie Koeren vervolgens getoefd: Epe, Lugano, Colmar, Brugge. Zij heeft o.a. Bretagne en Italië bereisd. Overal vond zi| kostbaar materiaal en de rij van werken groeide. Ver van Limburg, In een ander natuurparadijs, schiep zij het milde boek over het grote gezin „De Korrel in oe voor", voltooid door „Wassend Graan". Terug tn Nederland onderging zij het oorlogsgeweld op de H. Lanri-stichtina, beleefde de uitgave van de eerste reeks der „Volledifie Werken". Maar Limburg trok. Zij ging naar kasteel Vocrendaal, tenslotte naar Houthem. Uiterlijke eer werd haar deel: een uitgcversprijs. een doctorstitel, een huldiging. interviews en artikelen. Wars van te veel publiciteit verlangt Marie als steeds echter naar rustig werk. Zo pas nog kwam ter gelegenheid van het Mariajaar van de persen een bundel legenden en verzen: ..Dc stralende Kroon". 1) uit het materiaal dat in dc zeven prachtbanden geen plaats vond. Men zou ook een herdruk wensen van „Parcival" en van zo menig kleiner verhaal. Enige jaren geleden nog wees Anton van Duinkerken in dit blad op ae waarde, die ae vele kortere vertellingen voor onze volksopvoeding hebben Moge aan Marie Koenen nog vele laren de gelegenheid tot scheppen en werken worden geschonken temidden van het dankbare volk. dat door haar verbeeldingrijk ideal'sme is gevoed. ■ H. VAN BOMMEL 1) Uitgave van Joh. Rooseboom te Heerlen (1954). 112 pag. --- Ceest en Leven Op 25 November van het rorig jaar i werd pater dr. J. van Mierlo uit i Antu-erpen 75 jaar. Hoe jong nog! i denkt de lezer die zich niet ollccn rie ! eerbiedwaardige reeks publicaties her- I innert, welke deze geleerde op zijn • naam heeft staan, maar die vooral te- , rugdenkt aan de lange reeks jaren, waarover deze publicaties zich uitstrekken Door deze publicaties is Van Mierlo, zoals Anton van Duinkerken in dit blad op zijn verjaardag schreef, de gezagrijkste kenner van de Middelnederlandse letterkunde. Men heeft de Vlaamse geleerde rijn genegenheid willen betuigen door een boekuitgave, die de titel draagt, „Prof. dr. J. van Mierlo S.J. en de proloog van de Reinaert." Het werk is uitgegeven bij W. E. J. Tjeenk Willink te Zwolle op initiatief van de redactie van de Zwolse Drukken en Herdrukken en wel door deze redactie, die zich voor deze uitgaaf de medewerking van nog vier andere Nederlandse hoogleraren verzekerde. Het is in zekere zin een merkwaardig boek. Om het eenvoudig te zeggen: hel . opent met een opstel van Van Mierlo '. over de proloog van onze Middelneder- ! landse Reinaert, waarin de schrijver be• ! toogt dat iets „zwart" is. Dit opstel dateert van 1927. Het sluit met een betoog van dezelfde Van Mierlo van 1942. u-aarin naar aanleiding van dezelfde zaak betoogd wordt dat zij „wit" is.' En daar tussenin staan de verschillende artikelen over het zelfde onderwerp, waarin men de ontwikkeling van Van Mierlo'!: denkbeelden zich ziet voltrekken. Wie huldigt men door zulk een uitgaaf? De man die op bJadrüde J'B schrijft: „De vraag is niet: Buitenrust Hettema. of J. W. Muller of Leon Witlems: de vraag is alleen: waar is de waarheid?" Deze waarheid zoekende, is Van Mierlo gaarne bereid een vroeger standpunt los te laten én op te geven, zelfs zo markant als dit gebeurd is ten aanzien van de proloog ran de Reinaert. Deze bereidheid betekent intussen allerminst dat Van Mierlo lichtvaardig een standpunt gaat innemen en dit weer even vlot laat schieten. Veeleer het tegengestelde is het geval. Wanneer Van Mierlo er toe overgaat een bepaalde — raak in den aanvang gewaagd klinkende — stelling te verdedigen, komt hü daarbij te voorschijn met een indrukwekkend apparaat van ter zake dienende argumenten. En dan is het niet meer eenvoudig hem uit zijn stellingen te verdrijven.' Als een fox terrier — om tiaar een ander beeld over te schakelen — bijt hij zich vast, totdat men met klem van argumenten aantoont dat wat hij voor ossenhaas versleet patrijs was. Dit eenmaal aangetoond zijnde, huldigt Van Mierlo de patrijs. — Hoe heb ik mij zó kunnen vergissen.' roept hij uit, bedenkende overigens dat op het terrein der letterkundige wetenschap in het overgroot aantal der gevallen een exacte bewijsvoering niet mogelijk is, zodat men hier al tastende en mistastende voortgaat. Het enige waarover men zich bij Van Mierlo dan wel eens verwondert, is het enthousiasme en de vurigheid waarwee hij dan het nieuw-verworven inzicht als het enig-juiste verdedigt. Voor Van Mierlo staan thans met betrekking tot de proloog van de Reinaert bepaalde zaken als een paal boven water (indien men daaraan de voorkeur geeft: zij liggen als een patrijs in de braadpan). Men zou uit de evolutie der denkbeelden met betrekking tot dit onaerwerp, waarbij in 1927 „zwart" „vastbond , en in 1942 „tuit", de neiging krugen te concluderen dat een zeer gro- !e .T?ate van behoedzaamheid gewenst :Ji * oldus Van Mierlo! Als een kruisridder verdedigt hij het heilige land van zijn nieuwe stellingen, «i jC^n enthousiasrne, dat men geneigd is heilig te noemen.' Maar dat 'ï . ~dan oolc zün oorzaak in het feit, «at Van Mierlo pas 75 jaar is.' Zijn onverwoestbare jeugd behoude nog lang *\jn activiteit.' C. K. --- Prijzen van Kunstenaarsverzet Uitgereikt aan Ap Sok en R. Blijstra „De onverzoenlijken" l)e graficus Ap Sok en de novellist R BlUstra hebben Zaterdagmiddag in het Stedelijk Musïum te Amsterdam ieder I 1000 ontvangen als prüzcn respectievelijk voor beeldende kunst en voor letterkunde, toegekend door de stirhting Kunstenaarsverzet 1942-194 a. De stichting vierde daarmede naar lustrum, want het was voor de vijfde achtereenvolgende maal, dat zij - zoals in haar statuten is vastgelegd - deze prijzen uitreikte. Dit geschiedde in aanwezigheid van de ministers van O.K. en W., mr. J. M L. Th Cals, de secretaris-generaal van dit departement, mr. H. J. Rcinink, de burgemeester van Amsterdam, mr. Arn. J. d'Ailly. de wethouder van kunstzaken, mr. A. de Roos, de voorzitter van de voorlichtingsraad van de kunst, mr. dr. P. J. Witteman en talloze kunstenaars. , ~ ... „ . De voorzitter van de stichting, ae heer L. P. J. Braat, opende met een korte rede. . . . . „Sok heeft een eigen visie en techniek"', zeide daarna de voorzitter van de commissie van advies. ..Hij heeft een eigen werkmethode gevonden en de mogelijkheden van de ets beproefd. Door spaarzaam gebruik van zwarte lijnen op wit papier weet hij die soberheid en directheid van uitdrukking te bereiken, die algemeen wordt nagestreefd. Hij is een begaafd en veelbelovend kunstenaar". . Over de andere prijswinnaar, de szjarige journalist R. Blijstra. zeide de heer J. Engelman namens de commissie van advies: ..Hij is een van de zeldzame Nederlandse schrijvers, die in Spanje en Griekenland hebben gewoond. Zijn brede culturele achtergrond heeft niet verhinderd, dat hij in zijn hart en zuiver litterair werk een Nederlander gebleven en in zijn nieren een Fries". Spr. vertelde, dat de commissie tot taak had een novellfst te bekronen. Dit impliceerde, dat behalve de kwaliteit van de novelle ook rie hoeveelheid van novellen een factor was, waarop gelet is. Victor E. van Vriesland hiel' daarna een rede met als onderwerp- De „onverzoenlijken". „Het is harde noodzaak", zeide hij 0.m., „wanneer men vroegere collaborateurs in ceen geval meer op culturele sleutelposities wil terug zien, u-aar zij hun cellenbouw en ander ondermijnend werk kunnen voortzetten" En de „onverzoenlijken", vooral de kunstenaars onder hen, zich verantwoordelijk voelen jegens de gemeenschap, verzetten er zich met kracht tegen, dat de genoemde groepen weer infiltreren op die plaatsen in het openbare geestesleven, waar zij als publicist of op andere wijze kunnen bijdragen tot de opinie-vorming van ons volk, of tot de opvoeding en het onderwijs van onze jeugd. En de „verzoenlijken", die dit juist bevorderen, zij, die zo edelmoedig en zo grootmoedig heten, zij, maken zich ten aanzien van deze delinquenten en van de voorbereiders van nieuwe nationaal-socialistische omwentelingen, oorlogen en misdaden zonder de minste twijfel schuldig aan medeplichtigheid. De uraficus Ap Sok en de novellist Rein Blijstra hebben Zaterdagmiaaag tn nei Stedeiiik Museum te Amsterdam ieder ƒ 1000.— ontvangen als pr\jze,i. respecflrA voor Beeldende Kunst en Letterkunde, toegekend door de SUchrng Kunstenaarsverzet 1942-1945". Namens de jur,/ reikte Janfnjelman (midden) aan Ap Sok (links) en R. Blijstra (rechts) de pryzen wit. --- Max Vredenburg 50 jaar Zijn belangrijkste werken op de band vastgelegd (Van onze muziekverslaggever) Temidden van vele vrienden cn collega s vierde Max Vredenburg. componist m muzieUjournalist. — tevens directeur van de Jeunesse Musicale — Zaterdag A f " dam zijn vijftigste verjaardag. Wij we en dat Vredenburg door zijn langdurig verblijf in Parijs zith sterk heeft kunnen orienteren ou de Franse muziek en literatuur. Z\in werk draagt daarvan het kenmerk, doortrokken als het is van een typisch Frans idioom. Op initiatief van zijn vrouw Nelly Vredenburg is er in samenwerking met een groot aantal kunstenaars — wij noemen hier Theo Olof Carel Willink, Annie Delone. Bettv van de Bosch. Sini van den Brom. T'ac en Jelle Troelstra, Nelly Vredenburg. het Collegium Musicum Amstelodamrnse en Bert Haanstra — een muziekievensschets op geluidsband vastgelegd, bevattende de belangrijkste werken, die de Jubilaris gecomponeerd heeft. G. Sluizer, programmachef van 6e wereldomroep, die zich met de uitvoering van het idee belast had, zorgde voor een kernachtige verbindende tekst. De componist, die van alles onkundig was gelaten, was niet weinig ontroerd en verrast. toen de geluidsband in de avond dit stukje muziekhistorie onthulde. Nog lang bleef mrn bijeen in ongedwongen sfeei waarvan het Franse eachet door Franse liederen van Annie Delorie. Tjac Troelstra en Nelly Vredenburg, met Sini van den Brom aan de vleugel nog aantrekkelijk werd verlevendigd --- Internationale bidweek _ 19 Januari: Terugkeer van de Oosterse afgescheidenen tot de eenheid De scheiding tussen de Oosterse en Westerse Kerk is dit jaar negen eeuwen oud. (1054—1954). Reeds in de 5e eeuw hebben velen de eenheid verbroken tengevolge van de christologische dwaalleringen, zoals de christcnen van Libanon, Syrië, Jordanië, Armenië, Iran, Irak, Voor-Indië, Egypte en Aethiopic. De Griekse en Slavische volkeren verlieten het centrum van de eenheid bij de grote Oosterse scheuring van 1054, de „grootste ramp, die ooit de Katholieke Kerk getroffen heeft", zoals Paus Pius XI zich uitdrukte. Van de Slavische volken bevindt zich op het ogenblik het grootste deel achter het IJzeren Gordijn. Voor hen kunnen wij niets anders doen dan bidden en de toekomst voorbereiden door dc opleiding van priesters en een intellectuele elite, die straks de plaats kunnen innemen van degenen, die om hun geloof zijn doodgemarteld. Tot nu toe behoren ongeveer 8 millioen Oosterse christenen tot de Katholieke Kerk: 180 millioen echter hebben de weg naar de eenheid nog niet teruggevonden en verkeren in grote geestelijke nood. Alleen de Oosterse afgescheidenen van het Nabije en Midden-Oosten, n.l. in Syrië, Libanon, Jordanië. Palestina, Egypte en Acthiopië zijn momenteel bereikbaar voor directe herenigingsactie. Het is zelfs zó, dat men tegenwoordig van een bijzonder gunstige tijd daartoe mag spreken, vooral in de eerste vier landen. Zij staan los van het wereldlijk gezag, terwijl de orthodoxe kerken in de Slavische landen en Griekenland daarentegen zeer sterk de invloed van de Staat ondergaan. De Grieks-orthodoxen onder de christcnen van het Nabije en Midden-Oosten hebber zich de laatste tijd al meer en meer gedistancieerd van dc patriarch van Constantinopel, die vroeger hun bisschoppen benoemde en bij voorkeur candidatcn van Griekse afkomst koos. waarmee de bevolking weinig sympathiseerde. Men voelt blijkbaar meer voor de Katholieke Arabische bisschoppen. De regeringen steunen zelfs de culturele activiteit van de Katholieke Kerk. In die streken leeft onder het volk beslist een verlangen tot terugkeer naar Rome. Verreweg'het grootste deel van de Oosterse Orthodoxen echter is nog weinig geneigd tot de hereniging. Hun historische belasting is te groot, de vooroordelen tegen het Westen te talrijk om een spoedige terugkeer te verwachten. Bovendien heeft het gemis van een uniform leergezag reeds herhaaldelijk de zuiverheid van de leer in het gedrang gebracht. De deelname van sommig' orthodoxe kerken aan de protestantse oecumenische beweging is in dit verband hoo?st bedenkelijk. " Toch mogen wij niet vergeten, dat het christelijk geloof In het Oosten geboren is. Van daaruit heeft het zich verbreid over de wereld. Er was een tijd, dat de Oosterse Kerken voorop gingen in het tot klaarheid brengen van bestreden geloofswaarheden en de verkondiging van het Evangelie. Ook nu staan zij nog het dichtst bij de oude Moederkerk door het bezit van een echt priesterschap en de H. Eucharistie. Daarom houden de Pausen niet op aan te sporen tot hereniging. Slechts door Gods genade kan zij tot stand komen. Daartoe is echter ons aller vurig gebed onontbeerlijk. Moge het begrip hiervoor, tijdens deze bidweek gewonnen, deze belangrijke intentie een vaste plaats schenken In ons dagelijks gebed. --- Het gevaar van witte pokken-epidemie Meer ziekenhuizen in Den Haag geïsoleerd Enkele klinieken van ziekenhuis Zuidwal weer geopend (Van onze Haagse|redactie) Enkele klinieken van het ziekenhui* aan de Zuidwal zijn mei ingang van vandaag weer geopend voor de patiénten. Het betreft hier de poliklinieken voor psychiatrie, gynaecologie, dermatologie, en interne geneeskunde. Deze poliklinieken zijn tiam«lük gevestigd in gebouwen welke bezifden het eigenlijke ziekenhuis liggen. De overige welke zich binnen het ziekenhuis bevinden blijven voorlopig nog gesloten. De lijst van gesloten ziekenhuizen is inmiddels uitgebreid met het militair hospitaal, de JVebo. ile Ramaerkliniek, het sanatorium Loos. duinen, de stichting Oud-Rozenburg en De Volharding. De inentingscentra hebben in de afgelopen dagen zeer veel werk verzet. Op de eerste dag lieten zich zevenduizend personen revaccineren. De inspectie van de Volksgezondheid toont zich hierover zeer tevreden. Het ziekteverloop is gedurende het weekeinde rustig geweest. Men oordeelde het niet noodzakelijk sportgebeurtenissen en'dergelijke af te gelasten. Ook bestaat er momenteel geen reden om openbare gelegenheden, als schouwburgen, bioscopen, e.d., te sluiten. Het aantal patiënten bedraagt op het ogenblik 27. terwijl er nog 11 in observatie zijn. Hierbij zijn niet gerekend de quarantainegevallcn in Den Haag. Voorburg en Rijswijk. Als voorzorgsmaatregel heeft men evenwel een schoolgebouw aan de Korte Lombardstraat ontruimd en als reserve verblijf ingericht voor de alastrimpatiënten. Ook de jeugdherberg Ockenburg is als zodanig ingericht. Hierin wil men voornamelijk het personeel van het ziekenhuis Zuidwal. dat met de alastrimpatiënten in aanraking is geweest, in observatie nemen. De ziekenfondsen blijken overigens niet van plan te zijn de kosten te betalen van het langere verblijf in de ziekenhuizen van patiënten die genezen zijn, maar wegens eventueel besmettingsgevaar niet naar huis mogen. Men is van.mening dat deze kosten gedragen zullen moeten worden door het Rijk en de gemeente. Eenzelfde standpunt wordt ingenomen door de particuliere ziekenfondsen. Het is echter in geen geval de bedoeling de patiënten zelf deze kosten te laten betalen. Aan personen, afkomstig uit Den Haag, Scheveningen, Loosduinen. Kijkduin, Wassenaar, Rijswijk en Voorburg, niet in het bezit van een internationaal bewijs van inenting, uitgereikt na 1 Januari 1951. is niet toegestaan, patiënten te bezoeken, opgenomen in een van de militaire ziekeninrichtingen in Nederland. . In gevallen van ernstige ziekte of levensgevaar kan op deze regel, in overleg met de chef van de betrokken inrichting, een uitzondering worden gemaakt. In het Rotterdams zeehospitium te Katwijk zullen tot nader order geen bezoekers uit de gemeenten 's Gravenhagc. Rijswijk, Voorburg, Voorschoten en Wassenaar worden toegelaten. Op vragen van het Haagse CPNraadslid Metscher hebben B. en W. o.a. geantwoord, dat in nauwe samenwerking en voortdurend overleg met het staatstoezicht op de volksgezondheid en de gemeentelijke geneeskundige en gezondheidsdienst alle voor een daadwerkelijke bestrijding noodzakelijk geacht» maatregelen worden gene men. In d» geconstateerde gevallen zijn zorgvuldig alle contacten opgespoord en de contactpersonen gerevaccincerd of, zo dit niet mogelijk was, afgezonderd dan wel onder toezicht gesteld. Enkele verdachte gevallen zijn aanleiding geweest tot het besluit voor de bevolking de gelegenheid tot revaccinatie open t« stellen Hiertce wordt op voorlopig 21 plaatsen in de stad in de morgen-, middag-, en/of avonduren de mogelijkheid gegeven, aldus B. en W. van Den Haag. Het verbod van militairen, cie niet ingeënt waren of heringeënt waron tegen de pokken en daarom Den Haag niet mochten verlaten of er met verlof naar toekomen, is streng gehandhaafd. Aan de stations controleerde de Kon. Maréchaussee de pokkenbriefjes van de militairen. Bezat men er geen, dan volgde onherroepelijk terugsturing naar de kazerne. In de kazernes bestond gelegenheid tot revaccinati# en hiervnn hebben velen gebruik gemaakt. Zij werden dan direct m het bezit gesteld van een pokkenbriefje, waardoor zij dan toch nog met verlof konden gaan. Er zijn niet veel militairen ge\v?est die zich aan deze maatregel hebben willen onttrekken. --- Joodse Nederlanders danken mr. dr. K. J. Frederiks Krachtige protesten tegen deportatie Enkele honderden Joodse Nederlanders, die zich tijdens de oorlog dank zij de toenmalige secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, mr, dr. K. J. Frederiks, vrijwillig konden laten Interneren in Barneveld en er na hun deportatie naar Theresienstadt het leven afbrachten, hebben Zondagmiddag in een reünie in hotel „De Witt» Brug" mr. Frederiks gehuldigd. Hem werd met zijn echtgenote een reis naar Israël aangeboden en zijn toenmalige niecfe.werker mr. S. Kloosterman, thans administrateur aan het departement van Binnenlandse Zaken, een radiotoestel. Namens de „Barnevelders" heeft professor mr. D. simons gesproken over het vele leed. dat de teruggekeerden uit de kampen te verwerken hadden gekregen. Het duurde lang, voordat men zijn normaal evenwicht had hervonden. Thans acht men het tijdstip gekomen, om gezamenlijk te getuigen van dankbaarheid tegenover de man, die zoveel heeft bijgedragen, om een zo talrijk mogelijk aantal zielen te redden. Andere Nederlanders hielpen Joodse medeburgers onderbuiken. Mr. Frederiks had de moed in het openbaar voor hen op te komen, al dwong practisch beleid hem tot het aanvaarden van minder dan de redding van alle vervolgden. Mr. Frederiks onthulde, dat toen de „Barnevelders" naar Westerbork gebracht waren en vandaar gedeporteerd zouden worden naar Theresienstadt Rauter de instemming vroeg van hem en van de Nederlandse Hervormde Synode, welke laatste uitstel vroeg voor nader beraad. Het motto van de Duitsers was. dat cfe Joodse Nederlanders die op bijzondere lijsten stonden, ginds veiliger zouden zijn wegens het ..gevaar" van een invasie der geallieerden. Mr. Frederiks heett zijn instemming met deze deportatie geweigerd. doch zij is, nadat hij zelf heeft moeten onderduiken, toch geschied. De regering van 1945. zo merkte mr. Frederiks op. «as het met ziji\ beleid niet eens: hij zelf echter blüft overtuigd, dat elke andere lijn dan door hem gevolgd nameloos leed zou hebben gebracht over land en volk en in het bijzonder ook over het Joodse volksdeel. --- Prof. dr. W. H. Keesom 50 jaar doctor Moigen is het vijftig jaar geleden dat de befaamde natuurkundige prof. dr. VV. H. Keesom aan de Universiteit van Amsterdam is gepromoveerd op de dissertatie ..Isothermen van mengsels van zuurstof en koolzuur". Hij is de voortzetter van het werk van Kamerlingh Onnes, die in het cryogeen laboratorium te Leiden in 1908 het helium vloeibaar had weten te maken. In 1926, drie jaar nadat hij de Leidse leerstoel had bezet, bracht Keesom het helium onder druk in vaste toestand. Een Jaar later vond hij met Wolfke, dat er twee soorten vloeibaar helium bestaan. Zijn verdere werk heeft zijn naam in binnen- en buitenland evenzeer hoog gehouden en tal van onderscheidingen zijn hem ten deel gevallen. --- Boerderij verbrand In Warmenliuizen elf personen dakloos Zaterdag heeft een felle brand In Warmenhuizen een grote boerderij van de landbouwer A. Vergaai alsmede een op enkele meters daarvan gelegen woonhuis in de as gelegd, waardoor drie gezinnen, bestaande uit elf personen, dakloos zijn geworden. Van de boerderij gingen de inventaris en de gehele hooioogst verloren. Het vee kon bijtijds gered worden. De schade, die door de verzekering wordt gedekt, beloopt in de duizenden guldens. De oorzaak is tot dusver nog niet bekend. In de nacht van Zaterdag op Zondag is in de houtbewerkingsfabriek van da firma Bossers en Mounthaan te Kaatsheuvel brand uitgebroken. Een grote hoeveelheid hout ging in de vlammen op Het kleine Limburgse plaatsje Grevenblcht zal ook dit Jaar een internationaal congres voor vrijgezellen organiseren Het zal 18, 19 en 20 September worden gehouden. De gemeentesecretaris van Grevenbicht. de heer G. Greijn, zal ook dit congres voorbereiden. --- Lekenmissicbewegingcn bijeen in Würzburg • Vooral gehuwde leken nodig in de missiegebieden ERVARINGEN VAN LEKENMISSIONARISSEN Vijf artsen leggen de gelofte af zich voor tien jaar aan het missiewerk te wijden (Van een bijzondere medewerker) Waar de lekenmissiebewegingen van alle landen der wereld v®n 2-9 Januari te Würzburg voor '.ie l eerst te samen kwamen, was het begrijpelijk dat zij zich vooral zouden beginnen op de taak van de leek in de missionnering van de Kerk en op de vorming welke hij daarvoor benoelt. De meeste voordrachten hielden zich dan ook bezig met deze onderwerpen. De aalmoezenier van de Auxiliaires Féminincs Internationales, abbé Bruis toonde in zijn inleiding aan, hoe binnen de algemene doelstelling van do missioniare activiteit - welke is het doen ontstaan en ontwikkelen van een autochthone Kerk -, de lekenmissionaris als specifieke taak is gesteld het verwezenlijken van een katholieke autochthone elite, welke voor een volledige uitgroei van een inheemse Kerk wezensnoodzakelijk is. Abbé Brétaudeau van de Franse lekenmissiebeweging Ad Lucem betoogde dat, gezien de eigen plaats en taak van de lekenmissionaris in de kerk, voor deze een speciale vorming vereist is. Bovendien is de noodzaak hiervan ook in de praktijk gebleken, zoals tle heer G. Arnaud met vele voorbeelden uit zijn eigen ervaringen in Kameroen illustreerde. De vorming zal vooral gericht moeten zijn op het aankweken van een persoonlijk diep godsdienstig leven en op het scheppen van een spiritualiteit welke aangepast is aan de speciale levensomstandigheden ven de lekenmissionaris. Het geestelijk leven van de lekenmissionaris was het thema dat door P. E. Prucker, directeur van het Missions. iirtzliches Institut te Würzburg, aan de orde werd gesteld. Dit geestelijk leven zal, vooral steunend op de sacramenten cn de beleving van de liturgie. apostolisch gericht moeten zijn. Sprekend over de hulp aan de leken die in de missiegebieden werkzaam zijn. behandelde de landelijke aalmoezenier van de Alma, kapelaan Vendrik. welke steun de lekenmissionaris gegeven moet worden bii het onderhoud van zijn geestelijk leven en bij zijn moeilijkheden t.a.v. familie, en beroepsleven. Van zeer groot belang zal hier zijn een sterke band van de lekenmissionaris met zijn beweging. Uitgaande van de bovengenoemde doelstellingen van het lekenmissionarisschap, werd door abbé Frisque uit Leuven uiteengezet hoe de promotie van een inheems lekendom slechts op de familie gegrond kan zijn. Daarom zijn er 'n de missiegebieden primair gehuwde leken nodig. Waar echter ae problemen de inheemse vrouw betreffende van allergrootste importantie zijn. zijn ook ongehuwde auxiliatres onmisbaar. In aansluitig hierop schetste spreker die problemen welke in verband met het lekenmissiowerk meer in het bijzonder van betekenis schijnen: het sociale probleem, het rassenvraagstuk, de behoefte aan ex perts op welhaast elk terrein, de hulp aan onderontwikkelde gebieden en deelname aan het werk van internationale organisaties. De grote behoefte aan en noodzakelijkheid van leken in de missionnering kwam treffend tot uiting toen vertegenwoordigers uit de missiegebieden zelf aan het woord kwamen. Zo vertelde Michoko Inukai uit Japan hoe ia dit land met zijn gering aantal katholieken, vooral ender de hogere kringen een grote „intellectual curissity" bestaat, getuige zijn 462 universiteiten waar vele bekeringen plaats vinden. Het zullen juist de leken zijn die bekeringen onder deze elite zullen kunnen en moeten bevorderen. Welk een apostolische waarde een goed christelijk familieleven in de missiegebieden vertegenwoordigt, bleek duidelijk uit de voordracht van Ye Wel Fong uit Sjanghai waarin h(j vermeldde dat het katholicisme qua leer hem reeds lang aangetrokken had maar hoe h|j deze leer niet had kunnen aanvaarden vooraleer hU ze in praktijk beleefd zag. Kerst zijn contact met de Ad Luceur groep In Grenoble gaf hem hiertoe de gelegenheid en was de directe aanleiding tot zUn overgang naar het katholicisme. Om deze reden, alsook omdat het Verre Oosten voor leken uit Europa wellicht niet gemakkelijk meer toegankelijk zal zijn, vroeg hU dringend alle aandacht te willen schenken aan de studenten van overzee die In Europa studeren en die straks de leidende functies In hun land zullen gaan beletten, In de werkvergadering van het 8.1.L.M. (Secretariaat International du Laicat Missionaire) dat alle lekenmissiebewegingen ter wereld omvat, werd het prachtig verzorgde jaarboek over 1953 uitgereikt. Tijdens deze vergadering werd ook de groep Ricci uit Canada officieel tot het S.I.L.M. toegelaten. Een der hoogtepunten van deze dagen was ongetwijfeld het Hoogfeest van Driekoningen toen onder de pontificale H. Mis, welke door de bisschop van Würzburg Mgr. Dr. J. Döpfner \yerd opgedragen, 5 leden van het Missionsartzliches Institut de belofte deden zich voor 10 jaar als arts aan het missiewerk te gaan wijden. Ook mag tenslotte niet onvermeld blijven dat aan het welslagen van deze dagen ten zeerste meewcricte de heerlijke ontspanning welke WUrzburg na de zware inleidingen en discussies iedere avond weer wist te bieden. Want in de gastvrije „Stuben" wachtte dan in de originele „Bocksbentel" de edelste wijn uit Frankenland of een glas schuimend Würzburger bier. ---