Fred THOMAS in het zilver Het geheim der eeuwige jeugd Gocd Spakenburgs en behoorlijk Fries, maar mondjesmaat Latijn...., geen seminarie, maar een stuk van de marineschool, dit bracht de bolle, blonde jongen van Thomas mee naar De Tijd, een kwarteeuw geleden, en hier liep hij de heer J. F. Kenens mee voor de voeten, die morsmouwen aan had, om na zijn buitenlands overzicht een fraai Latijns chronogram voor een feestvierende pastoor te schrijven. Het was beslist niet gebruikelijk onder redacteuren, zich te veronledigcn in de dode stadjes rond de Zuiderzee. De speeltoren van de heer J. F. Kenens stond niet in Edam, maar heette Juvenalis. • Fred Thomas gedroeg zich jolig als een vreemde eend in de bijt. De directeur van toen, Ferdinand Wierdels, ontbood ons naar beneden, als wij over een ..leerzaam" boek geschreven hadden, want een knaap kon leerzaam zijn, bijvoorbeeld mijnheer Thomas, maar een boek was leerrijk. Wij mochten geen. schrijver gezagvol noemen, zelfs de H. Augustinus niet, want geen mens was er ooit vol van. Je kon gezaghebbend zijn, of gezagrijk, dan was het welletjes Succesvolle ondernemingen werden niet erkend. Altijd ondervonden ondernemingen wel tegenvallers. Meer speciaal was dit in die dagen van het nieuwe ochtenblad ons eigen geval. De onderneming zag er blijmoedig uit, maar ze kon elk ogenbtik haar betalingen staken. De jonge mijnhee. Thomas liep onderwijl door de stad aan ae arm van een blond meisje. Hij werd het zwaard van Damocles niet gewaar, dat tegen de draad schuurde, waar ziin salariszakje aan bengelde. Hij spaarde geld voor de aankoop van huishoudelijke artikelen in Oud-Hollandse stijl, een hartjesklok en een koffiemolen met koper, een kerkstoof met test, vergulde guirlanden, landkaarten van Blaeu voor tegen de muur en scheepjes in flessen. H{j liep als iedere jongmaat op de stadsredactie kleine brandjes achterna, kreeg tips van iemand bij de politie, maar Kon geen tien minuten vrij zijn, of hij zat te zorgen, dat de Zuiderzee niet zou worden gedempt, als ware mijnheer Let-j staatsvijand numero een geweest Ik herinner mij nog. dat hij zijn eerste lezing zou houden. De Violier bloeide toen onder voorzitterschap van Eduard Brom, met Phemia Molkenboer als ecretaresse. ledere maand werden notabel» katholieken met hun vrouwen en aankomende dochters op een culturele toespraak onthaald in Maison Couturier of een andere deftige gelegenheid, waar men er wat opgeprikt uitzag en elkaar met ongetemperde belangstelling in het oog hield. Fred Thomas zou de schoonheid van de Zuiderzeekust openbaar bejubelen. Hiervoor moesten afspraken worden gemaakt met de secretaresse van de Violier, in de Bodega op het Damrak, om vijf uur na kantoortijd. Fred kreeg van Phemia een oude klare aangeboden. Dit is de eerste borrel van zijn leven geweest, want hij miste de onbeleefdheid, nodig om het vriendelijk aanbod van een dame te weigeren. Philosophisch keek hij in het glaasje, dat hij moeilijker leeg kreeg dan die anderen de Zuiderzee Hij sprak. Een frisse, blozende verschijning. op het oog beoordeeld veel te jong voor zijn gehoor van aanzienlijken. Moeizaam volgeschreven bladen weerhielden in de aanvang zijn geestdrift, die letterlijk lossloeg, toen bladzijde vier niet op bladzijde drie bleek aan te sluiten en hij uit zenuwachtigheid alvast begon door te praten over hetgeen in de volgende bladzijden aangetekend stond. Het vlotte. Weldra stroomde het. Zijn taal schiep de vertrouwelijkheid van het karakteristiek Hollandse der zeekuststadjes. Hij voer met de Jol van de Lemmer naar Harderwijk. Een dartele bries omving ons. Schuimkoppen rolden door onze verbeelding, als wij zijn bedreigde eenzaamheid op de golven deelden. Wij geraakten in angstige spanning, wanneer hij, gebarend tijdens zijn .voordracht, snel in de touwen greep met de hachelijke kans van mis te tasten en ons met zijn allen te laten vergaan, waar wij zaten. Een andere keer was het een Sinterklaasfeest van de Hollands-Vlaamse Vereniging „Guido Gezelle," waar dichter René de Clercq voor de Heilige Nicclaas speelde. In een Capucijner pij. die hij bij zijn natuurlijke baard voldoende tabbaard achtte voor een Vlaamse Sint. Hij ging er nogal woest toe met de geschenken. Wij aten taaimannen, zogen slemp en zongen, dat wij Germanen, geen Latijnen waren, waarbij Fred op geen enkele wijze ontveinsde, de waarheid te zingen, want het.was lang voor de Duitse bedreiging en het lied der Noorderzonen was in zijn mond nog een levendig protest tegen alles wat Wals en vals is. Wij kregen „De Noodhoorn' ten geschenke, waaruit wij bij Ursi in de Spuistraat gedichten voorla-zen met onze lippen nog vet van de bal gehakt, die ttoen voor vijftien centen het avondmaal van nachtredacteuren uitmaakte Het onderscheidde Fred Thomas van zijn collega's, dat hij in het Romaanskleurige milieu van Tijd-redacteuren geen weg wist in de buurt van de Boulevard Raspail en de Boulevard Montparnasse, waar toentertijd het culturele leven groezelde, gelijk na de tweede wereldoorlog bij de St. Germain des Prés, maar dat hij zijn vacantie sleet in Staveren of Vollenhoven met uitstapjes naar Staphorst, en stille weemoed om Den Helder. Hij beklom op Terschelling de Brandaris, die zijn naam nodankt aan de Heilige Brandanus van de wonderlijke scheepvaart. Hier schreel hij dan artikelen over, waar wij, weinig gewend elkander te bewonderen, direct naar grepen, als de krantenjongen de bureaux langs kwam. Zijn schrijflust kreeg de teugels vrij op hele pagina's, die hij voor het Zaterdagavondblad vulde met beschrijvingen van de steden aan de stervende binnenzee, helder verlucht door goede foto's. Hij documenteerde zich zorgvuldig, niet alleen uit allerlei boeken en uit eindeloze gesprekken, doch vooral uit scherpe waarneming. Van allen, die in De Tijd schreven, was Fred Thomas de meest visueel ingelichte. Hij keek scherp. Hij merkte kleine bijzonderheden op en wist die pakkend thuis te brengen in zijn artikel. Hij schiep sfeer. Jarenlang heeft hij 's Lands Kroniek onderhouden in kleine, pittige bijdragen, die bijna altijd berustten op persoonlijke waarneming. Eigenlijk zou ik moeten zeggen: inleving, als dit een voldoende toelaatbaar woord is. Breng Fred Thomas een uur naar Wanroy of Norg en hij is ei inwoner geweest gedurende die korte tijd. Hij bezit het vermogen, een postkantoor binnen te lopen om te weten, hoe de mensen zijn in Katscheveer en waardoor zij zich onderscheiden van dc mensen in Nuth. In Volendam, waar hij nooit gewoond heeft, was hij gedurende geruime tijd de meest populaire ingezetene. Hij sleepte er ons naar toe met de oude Mari Brusse van de Nieuwe Rotterdamsche Courant aan het hoofd en bood ons, met de kapelaan aan tafel, op Vrijdag een geweldige vismaaltijd aan om het pleit te voeren voor de aanschaffing van ijzeren schepen, waarmee de Volendammers voortaan op de Noordzee zouden vissen. Zelfs een missiepater, die op de nominatie heette te staan om bisschop te werden, moest in een auto mee naar Volendam, om zich te overtuigen, hoe nodig het was, dat zulke ijzeien schepen er kwamen. Avontuurlust, gehuwd aan en onvermoeibare drang naar werkdadigheid, maakte het leven van onze collega prikkelend van opgewektheid. Zelden zagen wij hem ook maar door lichte droefheid overwolkt. Toen kwam op een Indische reis de grote beproeving van zijn leven. Vol geestdrift per schip naar Djakarta vertrokken, kreeg hij daar de eerste avond na zijn aankomst een telegram, dat hem de ernstige .ziekte van een van zijn kinderen berichtte. Per vliegtuig keerde hij terug, hoewel hij zich niet heel lekker gevoelde. Hij meende iets te hebben gegeten, dat hem geen goed deed. Aan het ziekbed van zijn stervend kindje had hij enkele nachten gewaakt zonder te beseffen, dat hij zelf bezocht was door een trage kwaal. Wij zagen hem na die verschrikkelijki week terug als een heel ander mens, maar hoe verdrietig alles ook geworden mocht zijn, zijn levensmoed bleek ongebroken. Die wij als „Frederik de sterke" hadden geplaagd, dwong nu als „Frederik de vrome" onze diepe eerbied af. Redacteuren van een katholiek dagblad bezitten over het algemeen niet de gewoonte elkander met woorden te stichten. Zij kennen de Roomse gebouwen van binnen. Hun is de preektoon zelden aangenaam. Van collega's die zich in dit opzicht gaarne kenmerken, kan men in de meeste gevallen vaststellen, dat ze bij de krant niet op hun plaats zijn. Maar het komt voor, dat journalisten elkander door daden van grote collegialiteit of door persoonlijke moed op een ongezochte manier bewijzen, dat hun vak beantwoordt aan een roeping. Toen Fred Thomas naar Lourdes ging in diep vertrouwen er beterschap te zullen vinden van zijn ziekte, vreesden wij, dat dit een laatste illusie zou wezen. Hij kwam gesterkt en opgewekt terug. Hierna deed hij zijn dagelijkse arbeid met verdubbelde ijver, steeds betogend, dat het leven nooit zo heerlijk is als wanneer het bedreigd wordt Deze ongebrokenheid in zijn optimisme geeft hem het buitengewone merkteken mee win de peboren vechter* om hoger goed. Altijd is hij een harde werker geweest, doch dit zijn vele journalisten. Werklust is b(j dat vak een onmisbare voorwaarde. In zijn grote trouw, die hem als vriend niet minder siert dan als vakman (hij is altijd bij dezelfde krant werkzaam gebleven, hoe haar lot ook wisselde), ontplooide Fred Thomas, tegen de vermoeienis van zijn gestel in, een schier bovenmenselijke werkkracht. Uit zijn krantenstukken maakte hij boeken als „Stervende Binnenzee", „Het leven van praeses Von Nispen", „De geschiedenis van Amstel's oudste parochie", een karakterschets van „Twaalf Amsterdamse burgemeesters", alleraardigste romans als „Een liefde in Staphorst" of .Amourette op Pampus", een treffend verslag „Pelgrimage vaar Lourdes", „Een familie-idylle", „Gezin oan de gracht", en een hele reeks boeken over de stad van zijn hart, Amsterdam, waarvan hij iedere hoek kent met de kennis der liefde. Fred Thomas zoekt van het leven spontaan de zonzijde, doch hij is juist hierom niet iemand, die gemakkelijk in het zonnetje kan worden gezet. De functie van jubilaris past niet helemaal bij de dagelijksheid van zijn levensvreugde. lets in hem jubelt altijd. Aan het andere kent hij niet veel betekenis toe. Toch zijn er weinig mensen, Jie ik ken, bij wie het zoveel reden heeft hun op hun feest geluk te wensen. Efn man met een gelukkige aard, met een gelukkig gezin is hij. Een man, die geluk om zich heenspreidt en die geluk weet te schatten. Hij kan zich verzekerd houden, dat cL> genegenheid van zijn oude collega's niet enkel op veel gedeelde ervaringen steunt, maar op een waarachtige bewondering voor zijn karakter en voor zijn werk. XNTON VAN DUINKERKEN Het feest van Fred Thomas zal op de eerste plaats in intieme kring gevierd worden. Bovendien evenwel is er, om de vele vrienden, die hij zich verworven heeft, gelegenheid te peveu hem geluk te wensen, op 27 Februari a.s. om vier uur een receptie in Die Port van Cleve op de N.Z. Voorburgwal te Amsterdam. --- Twee solisten bij Residentieorkest Beethoven en Glazounow Twee leden van het Residentie Orkest traden tijdens het Woensdagavondconcert in het Gebouw voor K. en W. te Den Haag om beurt als solist op, de pianiste Corry Vierdag en de violist Rudi Silberman. Zij hebben het zich met werken van Beethoven en Glazounow niet gemakkelijk gemaakt en allerminst naar een gemakkelijk succes gestreefd. Beethoven's Tweede Pianoconcert is een intiem musiceeretuk, dat de solist weinig kansen tot schitteren biedt. Buitendien is deze compositie niet onverdeel 1 boeiend. Om bijvoorbeeld het Adagio spannend te kunnen houden moet de interpretatie wel uitermate expressief zijn en kleurrijk. De pianiste Corry Vierdag, talentvol en uitnemend onderlegd, heeft de solopartij vloeiend en gevoelig gespeeld. Hoewel tfe uitvoering iets forser en gedecideerder had mogen zijn — het musiceren werd meer in Mozart- dan in Beethovenstijl gehouden — kon men toch niet ongevoelig blijven voor dit gave, eenvoudige, intens muzikale klavierspel De violist Rudi Silberman was minder fortuinlijk. Het Vioolconcert van Glazounow, de Russische veelschrijver, is noch als compositie noch als speelstuk een dankbaar object. De themata zijn slap, treden vaak op in ongunstige lage ligging en worden met weinig fantasie omspeeld en uitgewerkt, kortom een vervelend stuk. En waar de solist blijkbaar niet zijn goede vorm kon vinden en ook nog met een ontstemde snaar te kampen had, kon men een en tnder maar zeer matig appreciëren. Laten wij hopen deze ongetwijfeld knappe violist nog eens onder gunstiger omstandigheden te mogen horen. Willem van Otterloo heeft de avond geopend met een prachtige verklanking van Brahms' Haydn-variaties, een orkestwerk dat altijd weer frappeert door bijzondere harmonische en rhythmische vondsten en door interessante contrapuntische manipulaties. Niet minder door de scherpe tegenstelling van scherts en ernst door Van Otterloo deze keer heel fijn belicht. Het orkest heeft hiermede een indrukwekkende prestatie geleverd. Tot besluit een herhaling van , Les Préludes" van Liszt. J. V. --- Herleving van de volkszang in Utrecht (Van onze Utrechtse correspondent) De stichting „Stadsontspanning", die reeds eerder goed geslaagde pogingen heeft ondernomen tot verheffing van het cultureel peil der Utrechtse burgerij, gaat thans trachten de in de laatste jaren getaande belangstelling voor de volkszang opnieuw op te wekken. Onder auspiciën van de stichting zal Maandag 23 Februari a.s. een grote volkszangavond worden gehouden onder leiding van de heer Johan dan Daas en met medewerking vai. de Utrechtse christelijke muziekvereniging De Bazuin. Op deze avond zullen vele bekende volksliederen worden gezongen en gezien het goede resultaat van de Kerstzangavond verwacht men dat vele Utrechtenaren evenals vroeger belangstelling voor de volkszang zullen tonen. Bij voldoende deelname wil de heer --- Register van Nederl. toonkunstenaars Niet minder dan 216 S muziekpaedagogen hebben zich in 1953 aangemeld voor Inschrijving ln het register van Nederlandse toonkunstenaars, zo blijkt uit een mededeling van het secretariaat van de Nederlandse Toonkunstenaarsraad. Er konden er echter slechts 1669 van toegelaten worden. Ook blijkt hoevelen zich geroepen voelen als componist. Er meldden zich ln 1953 250 personen als zodanig aan, doch de meesten werden afgewezen en slechts 90 werden toegelaten. Voor inschrijving als dirigent kwamen 801 aanvragen binnen (ons korenrijke land!), waarvan er iets meer dan de helft. n.l. 449. werden aanvaard. Verschillende personen plegen zich tegelijkertijd voor meer dan één groep op te geven, zodat de ballotagecommissies voor de verschillende groepen 5171 aanvragen kregen te behandelen, waarvan zij ln totaal 3703 accepteerden. Het aantal personen. dat zich in het voorbije Jaar aanmeldde. bedroeg 3124 en het aantal Ingeschrevenen oï) 1 Januari 1954 2763. Op 1 Januari 1953 waren reeds ingeschreven 2450 personen. --- Winterse duivels verjaagd Japan viert het einde van de winter met een traditioneel feest, de „Setsubun*\ waarbij de priesters de „duivels verjagen. --- Mgr. J. J. Henneman Archivaris van bisdom Haarlem In de afgelopen nacht is mgr. J. J. Henneman, archivaris van het bisdom Haarlem, te Dekkerswald overleden. Hij was 57 jaar. Mgr. Henneman was 11 November 1897 te Alkmaar geboren. 21 Mei 1921 is hij priester gewijd. In de zielzorg is hij als kapelaan te Overschie en in Den Haag tot 1924 werkzaam geweest. Daarna werd hij leraar aan het kleinseminarie Hagevcld en in 1930 hoogleraar in de kerkelijke geschiedenis aan het groot-seminarie te Warmond. Van 1942 tot 1947 is hij rector geweest van het St. Elisabethsgesticht te Amsterdam. Na zijn benoeming tot archivaris van het bisdom Haarlem nam hij zijn intrek in de Jansstraat te Haarlem, waar het Bisschoppelijk Museum ls gevestigd, dat door zijn benoeming onder zijn beheer kwam. Bij het organiseren van de Ned. deelneming aan de tentoonstelling ter gelegenheid van het H. Jaar te Rome heeft hij zich vele verdiensten verworven. In Augustus 1947 is mgr. Henneman benoemd tot buitengewoon Kamerheer van Z. H. de Paus. Tussen mgr. Henneman en „De Tijd" hebben bijzondere banden bestaan, omdat hij vele jaren bij unze bladen fle functie van censor vervulde. Het vorig jaar Augustus had mgr. Henneman op Dekkerswald een longoperatie ondergaan. Sindsdien is hij daar onder de zorgen van zijn broer, de geneesheer-directeur van het sanatorium, gebleven. Den Daas een kern vormen waarmede eens per jaar zal worden gerepeteerd ten einde door bevordering de zangliefhebbers te stimuleren zich bij een bestaand koor of vereniging aan te sluiten. --- Ignace Neumark voor het U.S.O. Eduardo del Pueyo solist Het begint onderhand in Utrecht traditie te worden dat de dirigent Ignace Neumark tijdens het winterseizoen te cast komt. Neumark is nog echt een dirigent van de oude stempel, die zijn auditorium niet in twijfel laat over zijn intenties met de partituur. Hij heeft een jeuïge wijze van dirigeren en weet in het orkest een spontane musiceervreugde los te slaan. De Ouverture „Euryanthe" van Weber was er het zeer welklinkende bewijs van. De Spaanse pianist Eduardo del Pueyo zette zich vervolgens aan een slecht gestemde vleugel om Mozart's „Krönungskonzert" te gaan vertolken. Del Pueyo kennend als e?r. fiks pianist, die graag de fortissimo's over de piano laat donderen, hebben wij ons deels nieuwsgierig, deels angstig tot luisteren gezet, ons afvragend hoe Mozart er af zou komen. Na enkele maten was het duidelijk dat deze pianist ook andere pijlen op zijn boog heeft dan die hij gewoonlijk pleegt af te schieten. Zijn spel was licht cn vloeiend, brillant, maar van een zekere terughoudendheid. Alleen met het Larghetto wist hij niet goed raad. Het steeds weerkerende thema stierf allengs een langzame dood onder zijn vingers. Voor dit soort simpele poëzie is een Clara Haskil nodig om haar tot leven te wekken. Na de pauze speelde del Pueyo al zijn • troeven uit in De Falla'a „Nachten In de | tuinen van Spanje". Hier was hij in zijn element. Vooral tijdens de laatste impressie (in de tuinen van het gebergte te Cordova) wist hij binnen het raam van een dwingend rhythme een prachtig natuurlijk rubato te brengen. Neumark, die alle begrip heeft voor dergelijke muziek, heeft met het U.S.O. op kleurrijke wijze mee gestalte gegeven aan De Falla's fantasieën over de Spaanse nachten. De Tweede Symphonie van de Russische componist Borodin [ vormde voor het orkest het pièce de ré> sistance. Borodin, epn van de 19deeeuwse voorstanders in Rusland van zuiver nationaal getinte muziek, belijdt in dit werk zijn afkomst op meeslepende, begeesterende wijze. Het was een waar festijn deze muziek weer rens te horen, waar men beurtelings gegrepen wordt door warme melancholische melodieën, sterke rhythmische spanningen en uiterst verrassende instrumentaties. Het publiek reageerde merkwaardigerwijze vrij lauw op deze Slavische manifestatie, alhoewel men toch zou veronderstellen dat zij iedere muziekliefhebber uit het hart gegrepen zou zijn. Ph. S. --- Onderbroken taxi-rit De taxi-chauffeur, die mU met grote soepelheid door het krioelende verkeer naar het gestelde doel reed, begon ineens verschrikkelijk te vloeken. Vervolgens zette hij de wagen stil en liet mij zo maar onbeheerd op de openbare weg staan. Ix zag hem vuistschuddend op een achter ons rijdende vrachtauto toestappen en het volgend moment was hli in een pittig discours gewikkeld met de bestuurder van dat ongewoon volumineuze vehikel. Daar vielen van weerszijden verschillende zware woorden en in een minimum van tijd waren beide boze manen omringd door een kleine menigte, die met stilzwijgende belangstelling de ruzie tot een climax opstuwde. Met gevoelens van loyale kameraadschap in het hart liet ik mijn chauffeur enige tijd zijn gang gaan Maar per slot van rekening bleef die taxi-meter maar draaien en ook had ik met mijzelf afgesproken dat ik die trein zou halen. Op een gegeven moment verliet ik dus de wagen, drong mij door het mensen-muurtje heen, tikte mijn chauffeur op de schouder en zei; „Zeg....'' Verstoord draaide de man zich om. „Wou je soms zeggen, dat ik sneed", beet hii mij toe; in zijn blinde woede herkende hij mij niet meer. „Nee", antwoordde ik „maar...." „Bemoei jé er dan niet mee, druiloor", zei hü. „Maar ik moet".... probeerde lk aarzelend. „Jii moet opdonderen, vader", zei nu de bestuurder van de vrachtauto, een forse man in pilo. dreigend op mij toestappend. En ook enkele omstanders begonnen krijgszuchtig naar mij op te dringen om mü duidelijk te maken dat ik mij er buiten moest houden. Toen ben ik verder maar gaan lopen. Maar die taxi-chauffeur had tenminste een strop van 11-80. --- Gesprek tussen Hervormden en Gereformeerden (Door een protestantse medewerker) De N.C.R.V. is enige weken geleden begonnen met een niet-gelimiteerde serie studio-gesprekken tussen de gereformeerde ds. Th. Delleman en de hervormde ds. M. A. Krop, beiden studenten-predikant te Groningen. Het onderwerp is: hervormd-gereformeerd. Dit is een nieuwe manifestatie van het hervormd-gereformeerd gesprek. Men kan, ondanks verschillende pogingen, nog niet zeggen, dat zulk een openbaar gesprek vruchtdragend begon, nen is. Enkele vorige pogingen zijn mislukt. Wij willen er twee noemen. De Haagse hervormde predikant dr. A. J. Bronkhorst is eens in de hervormde Haagse Kerkbode zo'n gesprek begonnen met dr. J. Hoek, gereformeerd predikant in het Kerkblad voor de Gereformeerde Kerken te s-Gravenhage. Na zijn tweede • artikel heeft dr. Bronkhorst dat gesprek afgebroken. Om twee redenen. Eerstens kon dr. Hoek zijn visie op de dialectische theologie niet delen en die zelfs niet als eerlijk en zuiver aannemen. Tweedens was de reactie onder de gereformeerden op de nieuwe hervormde kerkorde zo teleurstellend, dat dr. Bronkhorst het beter oordeelde elkander voorlopig maar met rust te laten. Een tweede mislukte poging ondernam de zo juist genoemde ds. M. A. Krop in een serie artikelen in het weekblad de Hervormde Kerk. Zij zijn gebundeld onder de titel: „Brieven aan mijn gereformeerde vriend". Zijn min of meer onwillige, want sceptische gesprekpartner was prof. dr. H. N. Ridderbos in het Gereformeerde Weekblad. Hij begon zijn antwoord aldus: „Laat mij u aanstonds mogen opbiechten, dat ik wel enigszins geaarzeld heb hoe ik dat (antwoorden) moest doen en of ik het zou doen. Ik wil graag de bedoeling van uw initiatief ten volle respecteren, maar dan moet het mij van 't hart, dat ik niet goed versta, hoe wij op de wijze, waarop u de zaak aansnijdt, werkelijk tot een vruchtbare discussie kunnen geraken. Ongetwijfeld, op de toon, waarin uw brieven zijn gesteld, kan ik geen enkele aanmerking maken. Maar al keuvelende velt u zulke vernietigende vonnissen over datgene, waarin het leven van onze kerken klopt of althans behoort te kloppen, dat ik mij enigszins verbijsterd heb afgevraagd: heeft het veel zin hierop in te gaan? En sommige van mijn gereformeerde vrienden mij hebben gevraagd: wat begin je toch? Klaarblijkelijk hierdoor geleerd heeft ds. Krop het bij zijn radio-discussie met ds. Delleman anders aangepakt. Hij is begonnen met aan de laatste te vragen: wat zijn jouw bezwaren tegen de Hervormde Kerk? (de heren tutoyeren elkaar n.1.). Zo kon hij het verwijt voorkomen, dat hij begon met vernietigende vonnissen te vellen. Nu kon ds. Delleman dat doen. Hij bracht meteen zwaar geschut in actie: het dulden op de hervormde kansels van dwaalleren en van de verkondiging van een verdraaid evangelie. Dit slaat, als bekend, op de vrijzinnigen. Vele gereformeerden hebben klaarblijkelijk verwacht, dat de Hervormde Kerk, toen zij zich een nieuwe kerkorde gaf, begonnen zou zijn met de vrijzinnigen uit die kerk te bannen. Of intussen de rechtzinnigen van diverse schakeringen, de zuivere, aan de gereformeerden behaaglijke rechte leer en het onvervalste evangelie brengen, staat te bezien. Ds. Delleman stelde, dat men van tal van hervormde kansels preken kon beluisteren, waarmee gereformeerden van harte konden instemmen, maar de predikanten van deze preken definieerde hij niet nader. Wij moeten echter betwijfelen of hiermee de preken bedoeld zijn van de in naam aan de gereformeerden zeer na staande gereformeerde bonds-predikantcn, wier bevindelijkheid (we zogen het in onze artikelen over de Oude Schrijvers) aan de rechtgeaarde gereformeerden een doorn in het oog is. Het is de rechtlijnige gereformeerden niet duidelijk te maken, dat de Nederlands Hervormde Kerk de vrijzinnigen niet vierkant de kerk uit wil en mag zetten. Zodra een gereformeerde het woord „vrijzinnig" hoort, wordt de deur met een klap In het slot gegooid. Vrijzinnig is vrijzinnig en vervloekt. Wij hebben dit inderdaad een hervormd predikant in een preek over Galaten I: 8 en 9-horen verkondigen! „Dat de grens tussen rechtzinnig en vrijzinnig in de Hervormde. Kerk tegenwoordig anders ligt dan ongeveer dertig jaar geleden, wie zou het willen ontkennen? Maar het zou verstandiger zijn om allereerst vast te stellen, dat de vrijzinnige theologie zelf in de laatste dertig jaren ingrijpend veranderd is. Namen als Roessingh, De Graaf, Heering, De Vos spreken in dit verband boekdelen". Aldus dr. Bronkhorst in zijn eerste artikel, met de gereformeerde dr. Hoek gewisseld. Maar dit is voor gereformeerden te conciliant. Zij begrijpen het niet, vinden dit te weekhartig. Zij vallen het tafelkleed radicaal meteen doorgesneden zien. Opgeruimd staat netjes. „Ook in de verhouding tot de gereformeerden hebben we met een stukje mislukte doorbraak te doen. In de oorlog leerden we de grote dingen groot en de kleine dingen klein zien. En ook waar we elkaar nog niet begrepen, daar wilden we elkaar graag begrijpen. Maar das war einmal! We zijn al lang weer in onze stellingen teruggekropen. Wie op het punt: gereformeerden nog iets verwacht is al net zo'n dromer als wie de Nederlandse politieke partijen of Oost en West tot elkaar wil brengen. Toch hebben we bij deze restauratiegeest geen best geweten. Een goed hervormde weet ergens nog wel, dat hij zich bij deze feiten niet mag neerleggen, ook als hij zich onmachtig weet om er voorshands veel aan te veranderen. Het is echter merkwaardig, dat het wel goed hervormd is om op allerlei andere gebieden met een slecht geweten rond te lopen, maar dat we tegelijk zonder veel wroeging weer in de oude anti-gereformeerde houding terugvallen precies zoals vele gereformeerden weer tot hun anti-hervormde leuzen terugkeren". Aldus het oordeel van dr. H. Berkhof in een artikel over Gereformeerden en Hervormden. (In de Waagschaal, 13 Juni *52). (Vervolg op pag. 9, eerste kolom). --- Oude Ned. muziek op micro-film De „Stichting voor oude Nederlandse Muziek" heeft enige tijd geleden opdracht gegeven om ongeveer ISO werken van Nederlandse componisten uit de 17e en lte eeuw op micro-films op te nemen. Al deze muziek heeft men gevonden ln verschillende buitenlandse bibliotheken en een gedeelte eiVan is inmiddels ln partituur gebracht. Via verscheidene radlo-statlons ln binnen en buitenland werden reeds enkele muziekwerken uitgezonden. --- Onderscheiden De psychiater dr. H van der Hoeven te De Bilt ls benoemd tot officier ln de orde van Oranje-Nassau. --- Aivtrtentiê • / A w Al"'»"*"" --- Advertentie Wyhand Fockink >- #-*V ?• vM» -M.l >*K« ««»» ï".-W«i --- Advertentie Ëi'T'TTiTiiT^ fi - I b * j B y* ™ v H K-SSfjl *»4 tóüpbfls■ |||HHO I *éjyjm --- Vrijmoedig commentaar DE TUD v et Lichtbaken door Pater Loov TT jn zyn radio-uitzending van lJ jongstleden Zaterdag, gewijd aan de nood van de middenstand, is "ngeslagen. Niet als een donderslag bü heldere hemel, maar als een bliksemflits die even het onheilspellende landschap, waarin blinden door blinden geleid worden, in lichterlaaie zet• Afgronden toont van onrecht, verval tn verbittering, maar tevens ook de Kegen, die de kudde gaan moet om aan de ondergang te ontsnappen, in lcherpe belichting stelt. Zonder twijfel heeft Pater Loop uitdrukking gegeven aan gevoelens van diepgaande bekommering en torg, die de middenstanders drukken Het 'helpt niet te ontkennen, dat vele iui zenden kleine neringdoenden door de fiscale politiek der laatste jaren en wat daarmede gepaard ging, tot de bedelstaf zijn gebracht. Deze verbitterden dragen hun leed, mokkend en wrokkend. Zij gaan niet hun nood klagen bij de bureaux der middenstandsorganisaties, waarin zij vaak (ten onrechte) de exponenten zien der machten, die de middengroepen naar het leven Man. Maatregelen ter bestrijding van cadeauxstelsels, detailwijzigingen ener onveranderd blijvende fiscale staatspolitiek enzovoorts, kunnen niet het onheil keren, waaraan reeds zovelen onherroepelijk te gronde gingen en Kaarmede nog talrijkeren in een haast wanhopige strijd om het bestaan zijn gewikkeld. Dat dezulken bij voorkeur aankloppen bij een lichaam als de „Bond zonder Naam" is niet meer dan vanzelfsprekend. Even vanzelfsprekend als dat de woordvoerder van de „Bond tonder Naam", ontroerd door het tot hem komende leed van zoveel duizenden, in naam der Naastenliefde daaraan uitdrukking geeft en zijn waartchuwende stem verheft tegen een der meest beangstigende ondergangsverichijnselen van onze tijd. De „Bond zonder Naam" is nu eenmaal een propaganda-instituut der naastenliefde onder alle mensen, van welke godsdienstige opvatting ook. Daarbij geldt voor ons bijzonder, dat de Naastenliefde de kern is der christelijke moraliteit. Daarover alléén maar theoretiseren, zou niet voldoende zijn. De levende kracht van de christelijke Naastenliefde eist, dat zij op de actuele tijdproblemen wordt geprojecteerd. Zowel wanneer het gaat om onrecht, individuen aangedaan, als wanneer hele groepen in hun levensbronnen worden aangetast door sociale onrechtvaardigheid, o.m. belichaamd in een fiscale staatspolitiek, die een maar al te markant stempel draagt. Natuurlijk kan men zich de slaapmuts stevig op de oren drukken en menen, dat door wat onbeduidende concessies de gemoederen wel tot bedaren behoren te komen. De vraag ts echter, of in een veelbewogen tijd als de onze, problemen gelijk de onderhavige door ignoreren, resp. door pappen en nat houden, tot oplossing kunnen worden gebracht. Dan geven wij de voorkeur aan eerlijk uitgesproken bewogenheid, als ivaaraan Pater Loop in zijn jongste Lichtbaken uiting gaf. Wie zich daaraan stoot, begrijpt niet de betekenis van vrije meningsver- Kondiging voor onze democratische maatschappij. Of zou het reeds zo ver jn, dat alleen degenen die alles mooi vinden wat in onze „sociale welvaartsstaat" geschiedt, recht van spre- Ken hebben? r\e critiek van de Amerikaanse in- I J tendance op het Haagse abattoir is toch niet helemaal onjuist geileken en B. en W. hebben enige ver- Meringen toegezegd. Het stemt tot najfenjcen, dat niet de controle van overheidswege, maar de kritiek van een irote afnemer, die in de gelegenheid was Z'jn orders ook elders te plaatsen, de aanleiding tot deze verbeteringen is geworden. Toen het Haagse abattoir de.... toncurrentie ondervond van het Rot,' ,se abattoir, kwam er bereidheid 'S>' zelfkritiek. Het is ook voor overeidsbedrijven wel gezond als de klant koning is. T\ Nederlandse regering is met de J J Spaanse overeengekomen de wehn*, derzijdse gezantschappen tot om*amdes te verheffen. "et Parool acht dit ontstellend et W zelf en om het'ogenblik, oarop daaraan ruchtbaarheid wordt ï 9eren. Het Parool heeft bezwaren te" F™nco. Wij hebben daar begrip .*• *Jeejt Het Parool geen bezwaren mJri Sla,}n gehad? Ons land heeft na«roo. ren ambassade in Moskou, ter .11 erland de-rol van zedenmees'Pelen, moet dit consequent getn . " dan met Franco ook Tidonr tou en bederf hun nachtrust baunjfZa/ltschappen in Plaats van omlui üft i onderhouden. Wat zullen die ZJI, l?nd hebben.' Of als Nederland rol i-,Ln j een P°sitie te zijn om de ruil»!zzenmeester met succes te ver'chadp'n f' het dan zVn belan& niet reßenover°Z/en p!a"erijt-'e' dat het durft andere regimes niet aan° enbl'k zou niet opportuun niet i." heeft moeilijkheden f'ankHil d cver Gibraltar en met Vat is J°,veT de Sultan van Marokko. «fen n,Jïr,,Tr?er- maar Ws «iet sterï An °S Beloië- Deze troef Tnol d, f. ■ Tmede kr