De sfeer aan boord. T)ie herwaren, ze waren talloos. De twisten onder de leiders zijn verbijsterend. Corneits de Houtman, de oppercommies, voer thuis onder verdenking den schipper Jan Meulenaer vergiftigd te hebben, en werd zoodoende tijdelijk •in.de ijzers geslagen; de brouwerszoon, commies der „Hollandia", Gcrrit van Beuningen. Houtman'» doodsvijand, schijnt het plan gekoesterd te> hebben er op eigen gelegenheid met het schip vandoor te gaan: ook hij heeft de reis ten deeie als gevangene gemaakt, eu werd na thuiskomst te Amsterdam in de sta daboei opgesloten. Indien de bevelvoering uit. zulk hout gesneden was, kan men zich voorstellen van welken aard het volk was. Op de uitreis kon men nauwelijks muiterij voorkomen, toen het een Portugeesche •vloot te lijf wilde, die ettelijke malen sterker was aan geschut en manschappen; maar zelfs op de thuisreis was de veertig man van de „Hollandia", verzwakt en half ziok, met moeit» af te brengen van het plan om zulk een Portugeesche kraak met een zeshonderd man aan hoord, te lijf te gaan. Het stuk was eer vertoond..,. Wat navigatie en verzorging betreft: een paar honderd mijl naast het bestek is op dezen tocht schering en inslag; men 'bad nog geen flauw begrip van voeding die de scheurbuik kon voorkomen. Hoe de na vele beproevingen zich op Madagascar „ververschende" bemanning daar, zoodra ze weer wat op krachten was, heeft huisgehouden, laten de journalen nauwelijks doorschemeren, hoe men een goede iading peper verspeelde door kruideniersmanieren en pogingen om het onderste uit de kan te hebben, hoe er terecht of ten onrechte gevochten is voor Java, dat tttet bloed de kluisgaten uitliep, hoe de stuurman Jacob Dirksz, wien „de darmen op de schoenen hingen" bij den overval voor Oud-Sedajoe op Sinterklaasdag 159«, een dag o£ wat daarna al weer aan dek met een musket loopt te zwaaien — dat staat hier recht en slecht te boek. en het is, bladzij na bladzij. Holland op zijn smalst en Holland ln rijn-kracht — een niet te breken vitaliteit in zake de scheepvaart en een ongeneeslijke aanleg tot schipperen in zaken. --- Levende portretten. Mollema levert ons, naast zijn verhaal, de levende portretten van reeders en opvarenden, voor, tijdens en na de „Eerste Schipvaart", en daarmee een merkwaardigen en onopgesmukten kijk op de zestiend'eeuwsche grondleggers en veroveraars van ons koloniaal bezit; hij doet ons terdege gevoelen hoe onvoorzien en teisterend de moeilijkheden van den tocht waren; hoe koortsachtig en aan den rand van muiterij de toestand op de vloot soms was; hoe zorgeloos er soms gevaren is. hoe weinig een leven telde, en hoe toch hetzelfde volk, dat een dooderi kameraad schijnbaar gevoelloos overboord zette, de Hollandsche furie krijgt als bij een overval de tienjarige Jaapje Jacobsz, „de rousyn van schipper Schelling", overhoop wordt gestoken. Ten slotte heeft deze eerste tocht weinig meer verricht dan dat men den weg baande en dure ervaring opdeed — maar dat weinige werd in de hand van bekwame leiders zeer veel. Misschien hebben de vérziende reeders der eerste schipvaart niet meer, of zelfs minder verwacht dan deze verkenning en opening van een handelsweg, waarlangs Nederland later fantastische kapitalen verdiend heeft. Het spreekt ook vanzelf dat de meest geruchtmakende figuren op deze vloot niet altijd die zijn, van wie men in later jaren het meeste hoort: er schuilen later vermaarde admiralen onder deze adelborsten, die zoo eens met de sloep aan wal werden gestuurd, er steken onder de hoogwaardigheidsbekleeders kinderlijk kwaadaardige karakters, die men nauwelijks een sloepscommando zou durven toevertrouwen, in deze latere, gepacificeerde wereld. Maar de helft van onze tegenwoordige wereld vlei toentertijd nog te veroveren, en de lust tot veroveren en avonturieren zat dit volk in het bloed, wat er verder ook in gezeten mag hebben. Beesten van kerels, met hier en daar ten rustig en bekwaam zeeman, onder harde, onderling scherp twistende gezagvoerders, die op t&un beurt weer hevig overhoop lagen met hun handelscommiezen — dat is het beeld van deze „eerste schipvaart". Het is een mirakel, dat ze zoo verloopen is — liever gezegd, het is geen mirakel — zooveel hard. levenskrachtig en onversaagd leven is niet kapot te krijgen. En dit boek van een der authentieke Hollandsche mirakelen zou daarom eigenlijk ingevoerd moeten worden, of ten minste voorgelezen, op iedere school: bet zegt zoo oneindig veel meer over de elementen van onzen volksaard dan alle jaartallen van het Hollandsche Huis en de Iloeksche en Kabeljauwsche twisten en wat dies al meer zij.... •) J. C. Mollema: „De eerste Schipvaart der Hollanders naar Oost-Indië." Uitg. M. Nijhoff, 13"Sfi (ƒ 4.50), --- Landschap met vogels, III. uit „Geschiedenis der tapijtweverijen". --- BIBLIOTHEEK DER BEELDENDE KUNST. Dr. G. F. van Ysselsteyn „Geschiedenis der tapijtweverijen in de Noordelijke Nederlanden”. Uitg. Leidsche U.M. ■pvK geleerde schrijver van deze „bijdrsge **f tot de -geschiedenis der kunstnijverheid" was zich, toen hij zich zette tot de bestudeering der tapijtweverijen ln dc Noordelijke Nederlanden, blijkbaar wel bewust bezig te zijn met een eind-, een verralperiode: ~liet bloeitijdperk van het bedrijf en van het product van kunstnijverheid, dat zoon rol speelde In het leven vooral dor "Bourgondische vorsten en groote heeren, ligt in de 15de en 16de eeuw". liet is 's schrijvers schuld niet, dat de bloei der tapijtkunst, niet ln de Hollandsche 15de en 16de eeuw lag. Zn met bewonderenswaardig geduld, met krasse nauwkeurigheid samengestelde bijdrage, is niettemin een boek in twee deelen geworden, ■waarover men bijna niet heen kan springen. In het derde hoofdstuk vindt men een korte beschrijving van de merkwaardige ontwikkeling der tapijtnijverheid tot grootindustrie, waarbij zij zich loswrong uit de banden, waarin het mlddeleeuwsrhe economische leven was gekneld geraakt. Schrijver acht de economische zijde van deze bedrijven van ten minste even groot belang als de kunsthistorische. Hij deed dan ook een poging het handwerk' tot zijn eigenlijke proporties terug te brengen: ..Tapijtweven is een kunsthandwerk, ongetwijfeld, maar toch een hand wer k, waarmee geld werd verdiend en hij welks organisatie groote bedragen waren gemoeid". De poging om de Nederlandsehe tapijten te leeren onderkennen en langs arehivalischen weg iets meer van de meesters le weten te komen, was volgens het woord vooraf, de oorspronkelijke opzet van deze studie. „Maar het product zelf dreef in een andere richting". Schrijver leerde de eigenaardigheden en mogelijkheden van techniek en materiaal blijkbaar goed kennen bij het eigenhandig bedienen van een weefgetouw. Hij weigerde, evenals Flaubert, terecht te schrijven over een kunst, waarvan hij de techniek niet verstond. Hij bestudeerde ook de mogelijkheden en het gebruik van het patroon nader. Het resultaat hiervan was, dat de conclusies zijner studio afwijken van het meeste, wat er tot nog toe in handhoeken over is gepubliceerd. Er was tot nog toe niet aan Gouda als werkelijk centrum van tapijtnijverheid gedacht, al waren er aanwijzingen, dat er zich tapijtwevers gevestigd hadden. Schrijver onderzocht grondig het archief te Gouda. Het tapitsiersrrgister In het tweede deel getuigt van het werkelijk overstelpend aantal gegevens, dat hierbij aan het licht gekomen is. „Het resultaat van dit onderzoek ls een beeld, zij het slechts een min of meer vaag beeld, van een besloten wereldje van vreemdelingen onder elkaar, (de Vlaamsche tapijtwerkers), die zich zoo goed mogelijk schikten in de nieuwe omgeving, mar ook zoo veel mogelijk vasthielden aan de tradities van het oude land, de oude gebruiken, de oude vormen van bedrijf en nering, .luist, dit ronserveerend karakter van de industrie in ballingschap bepaalt haar waarde voor de geschiedenis van het bedrijf in het algemeen". Het boeiend geschreven boek Is het eerste over dit onderwerp in het Nederlandsch. Het richt zich niet uitsluitend tot hen. die van de tapijtweverij een studie hebben gemaakt of willen maken, noch alleen tot hen. die tapisserieën bezitten. He bijna duizend gepubliceerde archivalia bieden bijv. rijkelijk stof aan verdere onderzoekers, met name genealogen en juristen. De belangrijke meester Karei van Mander de Jonge, von wiens werkzaamheid tot nog toe zoo gqed als niets bekend was, treedt voor het voetlicht. Te voorschijn gekomen merkteekenlngen van Hendrlck Cornellsz. Vroom zijn gereproduceerd. Het vermeende aandeel van allerlei schilders kon tot de ware proporties worden teruggebracht. Het wel verzorgde boek bevat meer dan 200 — letwat kleine — afbeeldingen en 140 weergaven van merken. --- De „Hollandia” en de „Mauritius”. III. uit „De Eerste Schipvaart”. --- De Italiaansche Riviera? Neen. een landschap aan de kust van Devon. 111. nit Seas and Shores of Endand. --- ONTVANGEN BOEKEN. Arnold Martens; Vragenboekje over Alg. Muziekleer. — Dekker & v. d. Vegt, Nijmegen. Egon Jacobsohn en Leo Hïrsch: Judische Mütter. — Vortrupp-Verlag, Berlin. Bij S. Fischer Verlag. Herlijn, is thans in het Duitsch. onder den titel: ..Spannung". verschenen de Engelsche roman „Suspense" van Joseph Conrad. --- TRYGVE GULBRANSSEN BEKROOND. Naar wij vernemen is de Noorsche auteur Trygve Gulbranssen Juist na het beëindigen van zijn trilogie bekroond geworden. Van zijn eerste boek „En eeuwig zingen de bosschan". verscheen juist een derde druk bij de Z.-Hollandsche t'itgeversmij., waar ook „Winden waaien + de rotsen" en „De weg tot elkander" het licht zullen zien. --- ENGELANDS ZEEËN EN KUSTEN. E. Vale „The Seas and Shores of England”. Uitg. B. T. Batsford Ltd. "IV/AT de zee betreft en haar kusten, is er een groot verschil, zegt de schrijver zoo ongeveer, tusschen den landrot en den zeeman. He man van het vaste land beschouwt de zee en de kust als iets dat bij het land hoort en min of meer als een stuk natuurschoon met pensions aan haar oevers, dat verder badgelegenheid oplevert; de zeeman vindt het land vaak een lastige en gevaarlijke sta-in-den-weg en de kust is voor hem een deel van de zee. Het beste schijnt hem deze twee partijdige opinies maar te verzoenen eu I,ij slaagt, daar in dit rijk geïllustreerde boekje (116 foto's), dat ver van alle offieieele reisgidsen afwijkt, voortreffelijk in. De verscheidenheid van Engelsche kustlandschappen uit zee gezien, is verrassend groot, krijtrotsen, glooiende heuvels, klippen en bossehen. en duinen en het is een waar woord dat hij zegt: met: moet om zijn land te kénnen, de kusten en de steden-aan-zee vanuit zee gezien hebben, eer men er eenigen indruk van heeft. Zij, die van Engeland houden, zullen hier een uitstekenden relsvriend vinden — Vale heeft Engelands kust. mijl na mijl te voet afgewandeld — die over land en historie, kustbedrljf en scheepvaart, natuurschoon en folklore op smakelijke wijze schrijft, en met zijn afbeeldingen verlokt tot vacantieplannen.... en nieuwe onhartelijke gedachten over de reisbelasting. --- BOEKENNIEUWS. Van; George Bernanos, den schrijver van „Sous Ie Soleil de Satan", . verscheen bij Pion: „Journal dun curë de campagne". Bij de N. Revue Francaise zagen het licht Dostojewsky's „Carnets de Crime et Chatiment". Van Kdgar Lajtha's „Japan, gestern, heute und morgen" zal een Nederlandsehe vertaling verschijnen door J. W. Schotman, bij Sijthoff's L'itg. Mij. De bij Querido Verlag te Amsterdam verschenen -roman van Arnold Zwelg, „Erzichung vor Verdun" verschijnt binnenkort in Amerikaansche, Engelsche, Poolsche, CechischC, Fransche, Deensehe, Russische en Spaansche uitgaven. In Amerika werd dit boek door de Ilook of the Month Club verworven. Bij Denoël et Steele verschijnt van Céline, den schrijver van „Voyage au bout de Ia nuit" een nieuw boek ..Mort a Crédit". Van Francois Carco za! half Mei bij Albin Mtdel verschijnen: ...Montmartre a vingt aus". Claude Farrère en Pierre Benoit hebben samen een rnman geschreven ..L'Homme qui était trop grand". Hij Is ter perse bij de Editions de France. Een hoek over Francois Mattriac door Fillon verscheen in de Editions Malfère. Bij Em. Querido's Uitgevers Mij. zullen in de Salamander-serie binnenkort vier nieuwe deelen verschijnen, t.w,: „De Herberg met het Hoefijzer*' door A. den Doolaard. ..Vincent Haman" door TV. A. Paap, ingeleid door dr. Menno ter Rraak, „Flierefluiters Oponthoud" door A. M. de Jong. „Het Dagboek van Malte Laurids Brigge" door Rainer Maria Rilke. vertaald door I). A. M. Binnendijk en N. Brunt. --- Overval van prauwen op „Het Duyfken"'. III. uil „Do Rrr«tr Schipvaart --- OP HET GEBIED VAN RECHT EN WET. Omzetbelasting. Zoolang Nederland niet bevrijd Is van de omzetbelasting zuilen ook steeds de nieuwe commentaren blijven verschijnen en de bestaande worden herzien en herdrukt. Terdege herzien is nu het werkje van W, H. van den Berge en U. de Vries (uitg. Samson, Alphön a, d. Rijn), dat aanvankelijk zich beperkte tot de gemeenten en 'i de gemeentebedrijven, er) thans van algemeene «trekking blijkt 'e zijn geworden. Het geeft een systematisch'- uiteenzetting van de wettelijke bepalingen de uilvoprlngsvoorschrlften en de jurisprudentie alsmede de toepassing in de practijk Gestreefd is tiaar liet aanwijzen van de grondgedachten en de hoofdlijnen — zonder, toch altijd willekeurige, casuïstiek —- zoodat het boek ook voor niet voorziene gevallen veelal van nut, zal kunnen zijn. --- Familierecht. Wijlen Ci Asser'a Handleiding tot de beoefening; van net Nederlandsen Burgerlijk Recht dijt steeds meer uit. Het eerste deel. Personenrecht door prof. mr, Paul Scholten i Z«\>! 1?. Tjeenk Willink) is titans gesplitst. In Tden druk Is verschenen het eerste stuk, het Familierecht behandelend, liet tweede Stuk zal dan het Recht der Rechtspersonen behandelen. Waar noodig blijkt de stof geheel opnieuw te zijn bewerkt. Wanneer men deze en dergelijke verjongingen ook in andere deelen van dit standaardwerk ziet. dringt zich de vraag (.]): wanneer zal prof. Van Goudoever gelegenheid vinden, het verbintenissende» Ite voltooien? --- Fransche Historische Romans. „La Vie de Louis XIII” van Louis Vaunois en Stein: „I'Ennemi de Napoléon” van Constantin de Grunwald. (Uitgegeven bij Ediwald. Gresset-Parijs). Lodewijk de Dertiende kan in de annalen der historie op weinig gunstige oordcelen bogen. Madame de ('hevreuse heeft van hem gezegd: ..Cet idiot" en de meening van het nageslacht is wel is waar minder onwelwillend, maar daarom niet minder weinig vleiend. Behalve het feit. dat hij de vader van Lodewljk de Veertiende is geweest en zoo verstandig was het beheer van 's lands zaken aan den rooden kardinaal over te laten, wordt van hem weinig goeds verteld. De historicus Louis Vaunois heeft In een bij Grasset verschenen boek: ~Vje de Louis XIII" een poging ondernomen dezen miskenden koning in een juister daglicht te plaatsen. Aan de hand van het dagboek van den lijfarts van den koning Héroard, later aan de hand van 's konings correspondentie met Richelieu, heeft, hij een, beeld geschapen van dezen door kwalen geplaagden koning, dat aanmerkelijk verschilt met pde documenten betreffende den arbeid der in 1 sj?l Ingestelde commissie van redactie. De broederschap van cindldaat-notarissen in Nederland en zijne koloniën hoeft het. patronaat van deze belangrijke uitgave op zich genomen. --- Rechtskundige Encyclopaedie. Van de handige Rechtskundige Eneyoiopaedie voor ledereen (Zeist. „De Torentrans*) is het tweede deel verschenen, waarin gehandeld wordt over Belastingen (F. M. Kggermonti en Accijnzen en Invoerrechten, over de Sociale Verzekering (