OVER BOEKEN VOYAGE NAAR DEN LANDE VAN BELOFTE. Vijftiend' eeuwsche reisbeschrijving. Nieuwe zakelijkheid van vele eeuwen geleden. PLANTEN, DIEREN, MENSCHEN EN ZEDEN VAN HET OOSTEN. WAN waar moet men liefst mummies bc* trekken? ~De mummie uit Arabia Fe- Hx is veel beter dan de mummie uit Ethiopië of Egypte, want in Arabia Felix vindt men de kruiden, balsems en dc myrrhe veel meer en beter dan in eenige andere streek der wereld". Dat en veel andere dingen meer leert ons Ambrosius Zeebout, priester en kapelaan, volgens de rekeningen der stad Hulst: Jan van Quisthout ..prochiepaep van Sint Pauwelspolder" in de Voy a g e naar den lande van Belofte*), waarin hij de reis te boek stelde van Mher Joos van Ghistele. Riddere. Heere van Axele. van Maelstede ende van den Moere. naar het Oosten. Riddere van Ghistele deed met eenige vrienden die voyage naar den lande van belofte, van 14 November 14S1 tot 23 Juni 148 S en liet ze onder zijn correctie beschrijven. Twee opeenvolgende drukken verschenen, in 1537 en lüi">3, bij den Gentschen drukker Van der Keere. Door ze in hedendaagsch Nederlandsch over te schrijven, met hier en daar nog die geur en kleur van het oude relaas, heeft A. Demaeckere. waaronder ik een pseudoniem van den onlangs overleden dichter August van Houtte meen te herkennen, de voyage aan de snuffelaars onttrokken en voor het groote publiek toegankelijk gemaakt. De transcriptie van oude geschriften in de gebruikelijke taal van den dag wordt naar mijn gevoel te weinig beoefend- Ik ontveins bet mij niet, dat een roekeloos moderniseering van oude kunstwerken veel euvelen insluiten kan en dat ook de patirte. in msnig geval, als ren onafscheidelijk hulsel met de kcrn'der vrucht is vergroeid. Maar de philologische afgodendienst voor oorspronkelijke teksten handhaaft tusschen den leek en vee! kunstwerken, die een beter lot zouden verdienen, vaak zoo veel sluiers der specialisatie, dat wat minder angstvallig respect voor de letter en wat warmhartiger liefde voor den geest een levendicer verkeer ' met 'onife teruggevonden literatuur zouden bevorderen. Er is de laatste jaren in Vlaanderen voortreffelijk en veel gearbeid, om nit de mijnen van den tijd (opgravingen t» doen. Niet het minst Hadewijeh en Ruusbroec hebben tot noest werken aanleiding gegeven. Sinds jaar en dag maakt de Sikkel te Antwerpen zich verdienstelijk. Deze uitgeverij bracht ons de taaitaai-uitgave van de verzamelde werken van Michiel de' Swaen en de vaak zoo leuke geschriften van de Seven Sin.ioren. met steeds uitnemend doorwrochte Inleidingen van vorschers ais dr. Van Eeghen. dr. V. Jacobs, prof. dr. M. Sabbe. - „Dé Hooveordigbeyt van Guil'.iam Ogier". ..Dorgers in den Eslaminé" of ..Jellen en Mietje" van den laat-lSe-eeuwschen Gentenaar Karei Broeckaert. het „Stichtelijk 'nogal weinig, moet ik bekennen) ende vermakelyck proces tusschen dry edellieden, den eersten eenen dronckaert. den tweeden renen hoereerder, ende den derden eenen speelder". dat grappig boekje uit het midden der lTe-eeuw, zooveel andere uitgaven zijn meer en heter dan philologische curiosa .oor kabinetsgeleerden. Is bet nog te vroeg om te wenschen, dat een stoute hand de academische studiemensehen zou verdringen, om uit hun werk de bloemlezing samen te stellen, die de verjongingskuur der transcriptie in hedendaagsche taal waard is? --- Kleurige kaleidoscoop. 'TOEN A. Demaeckere dc „Voyage naar den Lande van Belofte" overschreef, had hij de gelukkige gedachte bloemen te lezen en af en toe eenige langdradige en al te nauwgezette dctail!eering<,n van het oorspronkelijke boek ter zijde te laten. Er is niets nieuws onder de zon: de reisreportage is het zeker niet. Deze reportage heeft op onze moderne reportages dit voor: zij duurde den tijd om doorwerkt te zijn, 4% jaar en biedt dan ook een kleurigen kaleidoscoop van het 15de-eeuwsche Oosten. De edele reporter, Riddere Joos van Ghistele. is zeker geen groote lyrische natuur geweest, die aan al wat hij hoorde en zag een eigen rijkdom leende. Al evenmin beschouwde hij landen en volkeren met strenge methode of een scherpen zin voor een hiërarchie in het waargenomene. Hij reisde echter met een fraaie kalmte, die niets weghad van een avonturiersgeestdrift. Zijn nieuwsgierigheid en belangstelling gingen naar alle zijden uit, planten en dieren, menschen en zeden, gebouwen en beschaving, historie en fabels. Zakelijk en practisch toetste hij steeds zijn indrukken aan normen nit het eigen land. Zijn bevindingen zijn met veel gelijkmoedigheid en preciesheid gedetailleerd. De inleider noemt het verhaal geen gewoon reisverslag, maar een kunstwerk, het boek van een sterk-gemarkeorde persoonlijkheid, met een fijnen, beheerschten humor. Ik ben niet geneigd, het als kunstwerk buiten maat op te schroeven. Veeleer zou ik het om zijn natuurlijkheid prijzen en zijn echt rapporteerenden toon. als een reportage waarin de ..nieuwe zakelijkheid", een vijfhonderd jaar geleden, met een oneindig veelvuldige belangstelling samenging. En wat den beheerschten humor betreft, hij schijnt mij minder het gevolg van een geestigen aanleg te zijn, dan wel van de groote nauwgezetheid in het rapporteeren van het vreemde en het ongewone. Humor en argeloosheid gaan uiteraard moeilijk samen. En zeker is er vaak een bekoorlijke argeloosheid in de beschrijving van nieuw ontdekte landen, volken, planten en dieren. Dat neemt niet weg, dat sommige aanteekeningen ons thans bijzonder amuseeren. Ik lees met genoegen dat de olifanten ..den neus zoo lang hebben, dat zij er hun adem mee oprapen en hun eten snuiven eu drinken", en ook ..dat zij korte staarten hebben, geveld, zonder haar en groote ronde platte voeten, zooals men nu de pantoffels draasrt". Kn moet men Supervielle zijn om van de fijne teekening te profiteeren. die van de giraffe wordt gemaakt? ..Hun werden ook getoond twee giraffen, die zeer schoone vreemde dieren zijn. Langs voor hoog van hals en van beenen, wel twee manslengten, maar langs achteren zijn ze nauw en zoo hoog als een klein paardeken, hebben een klein rond staartje, het hoofd en de voeten bijna als de herten, met twee kleine horentjes, omtrent een vierendeel lang en niet vertakt. Deze dieren zijn wat ruigachtig en van kleur als leeuwen. Zij hebben groote ronde plekken als een gepommeleerd paard". Wie van plaatjeskijken houdt, kan, al bladerend in deze „Voyage naar den Lande van Belofte", telkens weer zulke zuiver afgelijnde teekeningen omslaan. Ik zeg al bladerend Bij een doorloopende lectuur raakt men licht vermoeid van het rapport, dat wemelt van wetenswaardigheden, maar dat den avontuurlijken impuls mist van een vierjarige reis, die nochtans vaak een groot avontuur moet zijn geweest. M. ROELANTS. *) Wereldbiblotheek. Amsterdam en de Boekengilde Die Poone, Antwerpen. --- A. Cortot. --- „DE TOOVERTUIN DER ALPEN". Als No. 19:5 der libellenserie, uitg. Bosch en Keuning te Baarn, verscheen „De Toovertuln der Alpen", door mr. Barendrecht—Hoen. Een buitengewoon aardig boekske van 2S bladzijden druks, verlucht door zeer fraaie foto's en aardige teekeningetjes. De hoofdstukken zijn ..Wij klimmen", ..Lente op de Alpenwei". „Zomer op de Alpenwei" „Gentianen in Bloei", „Boomen, struiken en struikjes". „Tusschen steenen en puin", „Itotspianten" en ten slotte „Onze Buit". En daarbij wordt gezegd „Tusschen de flagstones en in het stapelmuurtje zullen de meegebrachte planten langen tijd onzen tuin versieren; zelfs zullen zij uitgroeien en zaad geven, zoodat wij er ook vrienden een plezier mee kunnen doen." Ook reeds met dit aardige verhaal van een p'antenzoektocbt den Alp op, zal men menigeen een plezier kunnen doen. --- Oude Egyptische muurschildering. Uit Hana: ..De schoonheid in de schilder» kunst"'. --- Van Lalaing tot Mejico. Het elfde deel van Winkler Prins verschenen. ]\rtET specialisatie alleen komen wij er ■*■ niet. leder dtient naast zijn speciale vakkennis een overzicht van het geheel te hebben. En dat geheel, dat ontzaglijk uitgebreid terrein van menschelijk kennen en kimmen moet deskundig geordend, verdeeld ern ondergebracht zijn in een goede, moderne encyclopaedie. Het zoojuist veiKchenen elfde deel van de nieuwe WinkJer sterkt ons in onze door de vorige deelen gevestigde overtuiging, dat de Winkler Prins, zooals die thans onder leiding van prof. dr. J. de Vries wordt samengesteld, volkomen aan alle eischen voldoet, die aan zoon handboek der synthese gesteld mogen worden. Welk een ontzaglijke arbeid is er noodig om de gegevens van alle gebieden van wetenschap en kunst to rangschikken, tot de gewenschte afmeting terug te brengen, niet te uitvoerig en niet te beknopt weer te geven en door vermelding van een up-todate litteratuurlijst den weg te wijzen tot verdere kennis. He voortreffelijke kaarten en illustraties zijn zóó uitmuntend als wij nog nimmer tn een Nederlandsehe encyclopaedie aantroffen. Deel 11 van Lalaing tot Mejico geeft weer een schat aan platenmateriaal, waarvan de gekleurde platen Marmer en Lichtgevende Organismen bijzonder fraai zijn. Eveneens zeer vermeldenswaard zijn de platen bij Lamaïsme, Landbouw, Lawntennis, Lucas van Leyden, Locomotief, Londen, Maan en Maastricht. De fraaie illustraties van Madrid zijn actueel; zal de stad er over eenige maanden nog zoo uitzien? Ken extra vermelding verdient de aardige kaart Luchtverkeer, waarbij de routes der voornaamste luchtvaartmaatschappijen der wereld zijn aangegeven. Van de belangrijkste artikelen noemen wij dat over Latijnnohe Taal en Letterkunde van prof. d>r. F. Muller, Lau-Tse van prof. dr. H. Hack man, over Leder door ir. H. v. d. Waerden, La w-n tennis door G. J. Scheurleer, levensverzekering door mr. dr. F. Sleutelaar, Liberalisme door prof. dr. H. T. CV.enbrandcr, Logica door prof. dr. Ph. Kohnstamm. Luchtdoclartilleric en Luchtoorlog door M. Irimh Stephenson, Magie door prof. dr. G. van der Leeuw, Mandsjoekwo door prof. W. E. Boerman on dr. C. C. Krieger en Marxisme d<>or prof. mr. dir. H. W. C. Borderwij k. Lit Winkler Prin-: doorkijkje in de Rajaila de Cuchi Horos (weg der smeden l te Madrid. --- BIBLIOTHEEK DER BEELDENDE KUNST. Herman Hana: „De schoonheid in de schilderkunst.” Uitg- Bosch & Keuning. Baarn. T |KT is niet alles nonsens wat in dit boekje — een lachnummer uit de libellen-serie — staat, maar toch net veel te vee! voor zóó luttel — 34 — bladzijden Het blijft eeuwig waar, dat niets ter wereld meer onzin te hooren krijgt dan een schilderij in een museum. Kn dat heet een inleiding tot het zien van schilderijen! Ten dienste van een blindeninstituut ongetwijfeld. Zij vervulde den schrijver zelf echter blijkbaar met voldoening, waar hij besluit aldus: ~Tv"ij hebben enkele werken, uit enkele tijden voorzichtig (Sic!) met elkaar vergeleken en dat heeft onzen blik verruimd." Verruimen wij onzen blik en hooren wij vroolijk toe bij de volgende „karakteriseeringen". De Stier van Potter heet naast de voorhistorische holenteekening van een stervenden bison onbelangrijk en zelfs vervelend. Bij de Oude Egyptische muurschilderingen kunnen wij niet van kunst spreken, het zijn projecties, nog onpersoonlijker dan fotografieën. Een muurschildering uit Herculanum, een copio naar een werk van den Atheenschen schilder Alexandros, heet ontoereikend en leeg. In een mozaïekwerk uit Ravenna is dc bijeenschikking der gegevens onbeholpen en zijn de vormen mismaakt. De „Schoone hovenierster" van Rafaël is te zoet. te glad. te gekunsteld gaaf; aan de figuren ontbreekt de levensadem, de driehoekformatie is schijn-grootsch Rafaël is in de manier waarop hij ons het kind geteekend heeft wel verre overtroffen door Jan Sluyters, zooals Fra Angeüco in monumentaliteit door B. v. d. Leek. eet. Men bespeurt: deze voorzichtige amokmaker is beleefd voor zn tijdgenooten. Deze eigenwijze schrijver over kunst, die dieper daalt dan zelfs een neger-feuilletonist gaat de grenzen van het gewone komische te buiten 1 Uarius Richters door Jos. de Gruyter. In dezelfde serie verscheen een nummer door Jos. de Gruyter, waarin hij in een inleiding en vijftien reproducties een heeld geeft van het werk van den schilder Marius Richters. Hij begint dit werk met een enkel woord te kenschetsen, hij omschrijft het als een naar het visionnairc geneigd realisme. Richters mag in merg en been een Rotterdammer heeten: hij werd geboren in de havenstad en woont en werkt nog steeds in een der buitenwijken. Zijn kunst staat midden in het leven, in het woelig en daadlustig Rotterdamsch leven. Deze harde werker, die zoo heel zelden ten toon stelt en volgens De Gruyter lang niet de erkenning oogst, die hem feitelijk toekomt, bepaalt zich niet enkel tot het terrein van de zoogenaamde vrije kunst: groote reüiieuze composities, eenvoudige figuurstukken, portretten, landschap- en stadsbeelden, bescheiden stillevens. Ook de gebrandschilderde ramen moeten wij tot zijn werk rekenen. Beter dan in dit met warmte geschreven boekje zal deze schilder, die tegen de zestig loopt, zelden gewaardeerd zijn! --- HERDRUKKEN. Bij de Uitgevers Mij. Andries Blitz, Amsterdam, is de zesde druk verschenen van „De Kleine Parade" door Henriëtte van Eyk. Bij N.V. Van Holkema & Warendorf is de derde druk verschenen van „Blank en Bruin", door Pamela Wynne. uit het Engelsch vertaald door Chr. Moresco—Brants; alsmede de tweededruk van „Kitty", door Warwfck Deeping. uit het Kngelsch vertaald door C. C. Bender: zij publiceert tevens ..Onze heer Wrenn". van Sinclair Lewis. uit het Amerikaanse h vertaald door AHce Schrijver. --- ONTVANGEN BOEKEN. De Arbeiderspers publiceert: „Tot elke prijs" van Kdouard Pelsson, uit het Fransch vertaald door Johanna Kuiper; „De Kumiaks" van H. Marchwitza. vertaling van P. Voogd. Rij de Uitgevers Mij. „Dc Tijdstroom" te Lochem beeft het licht gezien ..Haar avontuur", een oorspronkelijke roman van G. P. Rakker, en „Diamanten" door ir. J. P. Valkema BlOttw, met tcckeningen van Hugo Polderman. --- Nieuwe muziekuitgaven. COMPOSITIE VOOR FLUIT EN: HARP. De muziek-productie wijdt, na een langdurige periode van stilstand, wederom haar aandacht aan de z.g. „incourante" instrumenten. ■"TEN tweeden male wordt door de Parijsche Éditions Maurice Senart de aandacht gevraagd voor werk van Marguerite Roesgen—Champion. Suite francal se pour flutc et harpe is dc titel van een driedeelig stuk. dat niet alleen een heel prettige, in wezen prctentielooze muziek bevat, maar bovendien de combinatie fluit—harp aan een speelbaar stuk helpt. Als solisten zijn de bespelers van blaasinstrumenten feitelijk uit de concertzaal verdwenen, een hoogst enkelen keer verschijnen zij voor het forum van de belangstellenden, die het op prijs weten te stellen, dat een concert op „ongewone" instrumenten wordt gegeven. Deze instrumentalisten verschijnen in den regel eerst dan op het podium van de kleine zaal, wanneer zij deel uitmaken van een kamermuziek-ensemble. Wat jammer is. omdat daardoor een min of meer eenzijdige muzikale voorlichting van bet publiek in de hand wordt gewerkt. Ook de harp hoort men te sporadisch als solo-Instrument. Men kan dit betreuren, omdat daardoor een deel van de literatuur steeds meer van het concertpubliek wordt vervreemd. Men moet het toejuichen, dat hedendaagsrhe componisten de aandacht besteden aan z.g. incourant? combinaties. En de Suite francaise overtuigt op haar beurt van de vele mogelijkheden, welke in,dit opzicht gerealiseerd kunnen worden. Met een juist inzicht betreffende de plaats van de harp in voormelde combinatie, heeft Marguerite Roesgen—Champion een klankrijke partij gegeven, die vooral in de C o m p 1 a i n t e, het tweede deel. en in het Rond eau, de finale, een begeleidende functie beeft. --- „Constante sympathie". EORG KASTXER. de Bit den Elzas afkom- stige musieoloog-toondiohter, dip gedurende de eerste helft van de negontienje eeuween grooten invloed te Parijs uitoefende (hij componeerde tevens opera's en is een der allereer3ten geweest, die een saxofoonschool publiceerden i schreef eens in de Parijsche Revue et Gazette musicale (in het nummer van 22 September 1544) een alleraardigste inleiding tot zijn critiek betreffende de Méthode complete pour la harpe van Labarre: Sans remonter n la Bible qui fait mention de la harpe dans maint rt maint endroit. <;e qui (tablit d'une manière irré.fragable. Vaneicnneté de crt instrument; sant passer en rcvut les peuples du yord. chez qui la harpe se, retroure sous mille formes cliftérentes, et parait avoir eristë de temps Imme'- mortal, il est permis de citer la constante, sympathie qu' a toujours eicitfe eet instrument parmi les nations de l'Europe moderne, eomwe iine p reit re coneluante de la puissance et du charme, qui réuident en lui. De „constante sympathie" moge gebleven zijn, men merkt van deze waardeering in de concertzaal niet zooveel. En mede daarom neemt men gaarne kennis van deze compositie, waarvan men hopen mag, dat men deze binnen niet al te langen tijd hier hooren moge. Met een effectvol récit wordt het eerste deel. dat den veelbelovenden titel Sonnet draagt, ingeleid. In compositorisch opzicht gebeuren allermin--t wonderen in dit deel. noch boeit het melodisch element door een opzienbarende oorspronkelijkheid. Men vindt hierin de lyriek van den Massenet der liederen, de lyriek van de Fransche postromanüsche school, die de influentie van de moderne meesters weerstond om zich op haar eigen, kleine gebied te handhaven. De Complainte bezit een bijzonderen inval. Op de vierde achtste van elke. in 4/8 gehouden maat, klinkt een harp-glissando. Het daardoor onstane effect is in al zijn monotonie, of misschien juist daardoor, van een sterke werking. Het Rondeau bezit de landelijke sfeer, waarin b.v. de composities van een De Sévérac gehuld zijn. Nergens gaat deze muziek hoog, noch doet zij een poging buiten haar natuurlijk kader te treden. Maar ook omdat de combinatie van beide, solistisch niet vaak op den voorgrond tredende instrumenten zich zelden voordoet, heeft deze Suite francaise op haar wijze het repertoire uitgebreid en kan men in zeker opzicht deze uitbreiding als een verrijking beschouwen. --- Korte viool-slukken. DE practijk van de muziekbeoefening bteft de compositie van korte voordrachtsstukken beïnvloed. In het genre van het uit weinige maten bestaande stuk, dat geen andere bedoeling heeft dan te bekoren door een vluchtige muzikale gedachte, is bijvoorbeeld Drd'a een meester geweest. Het schijnt toch wel moeilijk te zijn om een eenvoudige, oorspronkelijke, llcht-aansprekende melodie te schrijven, die in staat Ia vijf werelddeelen te veroveren... Als een slechts zeer ten deele gelukte, in deze richting ondernomen poging, dienen de Deux petites Danses Espagnolles beschouwd, welke Fédérica Longas voor de Editions Maurice Senart componeerde. La Malaguefia is de titel van den eersten dans, Loneas heeft deze zeer eenvoudige melodie sober en smaakvol verwerkt. Effectvoller, daarom geschikter voor het doel. is de Se villana waaraan een goed geschreven melodie, die karakter en stijl bezit, ten grondslag ligt. Geslaagd is een korte mlddensatz. die de reprise van den inzet voorbereidt. En al moge geen van beide stukken tot het standaard-repertoire gaan behooren. de componist heeft met een juist inzicht, in de eisrhen. welke heden aan dit genre gesteld worden, zijn kleurrijke, pittige muziek geschreven. Tot de ondT invloed van de post-romantische. nv>dern«;enuanceerde Russen staat de ln ons land vrijwel geheel en al onbekende Akimenko. die, hoewel leerling van Balaklrew en Rimsky Korsakoff, zich het sterkst tot Scriabine"s fantastische wereld voelde aangetrokken. Van zijn Récits du n e ame rèveuse en zijn Pages de Poésie fantasque kent men hier niets. Akimenko behoort nu eenmaal tot de klasse Russische componisten, die in de schaduw van de groote figuren leeft. Bij Senart verschenen Deux Berceuses de Noël pour violon et piano, korte composities, waarin een teere melodie tegen een ijlen achtergond van een simpel gehouden eu toch interessante harmonie zingt. Muziek, die geen opzien zal verwekken, maar niettemin karakter en sfeer heeft. --- NIEUWS UIT DE TIJDSCHRIFTEN. Slauerhoff herdacht. M. Nyhoff over de moeilijkheden van het Nederlandsche epos. PAE „Gids" opent met een der laatste gedichten, die Slauerhoff schreef: een ..In memorlam patris". dat in zijn beschrijving van het karakter van den gestorven vader op uiterst merkwaardige wijze tevens veel van het karakter van den dichter zelf beschrijft: Je ico.» als tic meeste noordlijken: Schuw vtor getoond gevoel. Je haatte 't uitbundig uoordlijke. lileef liever gesloten en loei. Vaak krenkend, zelf gauw gekrenkt. Wel populair en toch eenzaam, .11 icas je met velen gemeenzaam Door je baan, — je was zóó bekend Dat een wandeling door de stad Met jou een beproeving was. Voor mijn hoogmoed een doornig pari: J!ocd af haast bij iedere pas. De dichter wordt in deze aflevering herdacht door A. van Duinkerken: ..Hij was de meest verrassende dichter, en in een hoogeren zin van het woord, ook de meest grillige van zijn generatie. Gedurig vond hij onverwachte wendingen, schielijke overgangen van den eenen gemoedstoestand in den anderen, oorspronkelijke rijmwoorden, en rhythmischo effecten, waardoor de versbeweging genuanceerd werd naar een ander tompo en een andere richting dan de aanhef deed vermoeden, maar het verrassende van zijn poëzie schuilde niet in den groei, zooals vaak bij H. Marsman, wiens volgende bundel telkens een anderen toon voert dan de vorige. In het oudste gebundelde gedicht van Slauerhoff iR eigenlijk alles gezegd, wat al de andere verzen herhalen, aanvullen, verhelderen of met nieuwen nadruk zeggen. leder dichter leeft bij genade van een beperkte reeks onuitputtelijke motieven, doch bij Slauerhoff was deze beperking strenger, ascetischer zou men kunnen zeggen, en hierdoor meer opvallend. Zijn verschijning in de Nederlandsehe litteratuur, op het oogenblik, waarop hij verscheen, en de houding, welke hij van jongsaf aannam tegenover de gevestigde traditie, blijven niet slechts teekenend voor de eenzelvige personaliteit, dte de grondtrekken der Nederlandsehe romatniek sedert Bilderdijk. verfijnd door talrijke buitenlandsche invloeden, tot een uiterste, soms in al haar ruwheid bijna broze helderheid verscherpte, maar teekenen ook de geestelijke en maatschappelijke structuur van dit tijdperk, waarvan wij, als deelgenooten zijner eigenschappen, zeker niet de meest geschikte beoordeelaars zijn, maar waarin toch ook de tijdgenoot duidelijk de tegenstrijdige en felle strevingen onderscheiden kon." Na verzen van A. Boland Holst. J. J. van Geuns, en J. C. Bloem volgt een artikel over devaluatie van Th. Ligt hart en een studie over „Cultureele problemen in het moderne Turkije" door dr. J. H. Kramers. M. Nyhoff herdenkt Itevius. en maakt in zijn bijdrage de volgende aanteekeninji: „Bestaat het scheppen van een „epos" niet in de eerste plaats uit het scheppen van de vorm daarvoor? Kn dit is in Nederland, mede om redenen welke Herman Gorter in zijn „cri de coeur" over Vondel in zijn machtig boek „De groote dichters" aangeeft, nimmer gelukt. Zelfs Der Mouw heeft bij zijn de wereldstructuur beschouwende gedichten de sonnettencyclus gebezigd, en de enige gedichten die ja onze taal waarlijk een epische inslag hebben, de Itemaard, de Mei, de Joodse Liederen van Jacob Israël de Haan, kenmerken zich door een losse bouw, door vrije accenten, door een ritme dat meer steunt op de syntaxis dan (,p elementen van verstechniek. In Revlug' tijj was de wanorde, die onze taal doorlopend bedreigt, sedert wij weigerden ons te. romanist, ren, als het Engels, of te systematiseren, als het Duits, misschien nog erger dan thans. [>e deliatten die aan de Bijbelvertaling VooraTgiii. gen geven daar een levendig beeld van. Gui. „vrijheid van smetten" hebben wij al te duur betaald, door woorden uit het Oosten en vc: men, zoals versvormen, uit het Zuiden te ontlenen. Het ging niet. Als men iets heel helcers te zeggen had. als Spinoza, als De Groot, un. danks zijn theorie, gebruikte men maar liever het Latijn. En zo deed ook Itevius in bijna ai zijn prozageschriften. Vindt hier verontschui- digingen voor, het blijft een verschijnsel. Van itevius een epos te vergen, staat gelijk met hem een Vebermensch te noemen. De Nederlandse taal had geen voldoende apartheid, getn isolement, ais de Scandinavische talen, om te kunnen kristaliseren. Telkens woeien, van drie zijden tegelijk, noviteiten binnen." Het tijdschrift bevat verder een opstel ever „Dostojewsky en zijn bronnen" door dr. N. van Wijk eu een korte bijdrage over „Willem van Swaanenburg. ecu zonderling uit de lSe eeuw' door Ed. E. Serrarens. J. Slauerhoff. --- Cortot commentarieert Chopin. VEEL is de pianisten-wererid Alfred Cortot verschuldigd. Xiet alleen omdat de kracht van zijn voorbeeld inspireert, maar ook omdat de groote pianist zijn weten en de analyse van zijn kunnen in methodische werken heeft vastgelegd. De concertbezoeker kent Cortot's Chopin en al wat de groote vertolker ten opzichte van dit oeuvre heeft vergaard, al wat hij door verrijking van eigen ervaring won. heeft hij vastgelegd in de Kdition de Travail des oeuvres de Chopin. een buitengewoon interessante uitgave van de Editlons Maurice Senart. Terecht vermeldt het titelblad een woord van den Franschen .meester: Traiaillrr non seulcment le passage diffirilc, mais la difflcultê ellc-mfme. en lui rrstituant son caractère élémentaire. Deze Ire Série van de Edition Nationale behelst de Fantasie op. 49, Barcarolle op. 60, Berc e u s e op. 57, Taran t e 11 e op. 43, Allegro de Concert op. ■)>;. Cortot heeft deze publicatie een rijkdom aan details geschonken. Details, die hun waarde ontleenden aan het feit, dat zij van historischen, plano-tec*Snlschên, Instructieven en analytischen aard zijn. Het zijn de voor den tijdgenoot en bet nageslacht vastgelegde lessen van Alfred Cortot, di» de schier unieke belangrijkheid van deze „Êdition nationale" bepalen. Waarlijk: deze uitgave is onmisbaar: men voelt zich op elke bladzijde immers niet alleen in contact met Chopin, maar bovendien met liet baanbrekende inzicht van Alfred Cortot. En niet alleen is hierin de groote vertolker, maar bovenal de auteur van de Principes rationnels de la lechniriue pianist iq u e aan bet woord. En er !s immers geen pianist van beteekenis nie niet weet hoe groot de leidende kracht van den paedagoog Cortot is. --- DE SOCIALE FUNCTIE VAN DEN SCHRIJVER. Duhamel's rede op het P.E.N. congres. TN de „Mereure de France" publiceert Georges Duhamel zijn korte rede over. „La fonction sociale de récrivainl'. geh. u den voor het P.E.N.-congres te Buenos Ayres. Wij schrijven het beg'n over: Onder de'functies die een mensch kan verrollen, noem ik sociale functie, die, waardoor hij voorziet in een behoefte der samenlevui; De meeste leden dier samenleving, in he-;?.; genomen door hun beslommeringen en den arbeid in hun eigen functie, hebben noch zin. noch tijd om de wereld te kennen in den wijsgeerigen en dichterlijken zin van het wcoid, eu in een vindingrijke taal de kern van hun ontdekkingen uit te drukken. Een schrijver vervult dus, raar mijn meening, zijn sociale functie wanneer hij ons helpt den mensch en> de wereld beter te begrijp» n. wanneer hij er zich, volgens de formuleering van Paul Claudol op toelegt om „het onbekende te transformeeren in het bekende", wanneer hij inderdaad een ontdekker, een vinder, een er;- huiler is. en wanneer hij deze gaven rechtstreeks toepast, op de menschen, de gebeurtenissen, de verschijnselen, of, indirect, op de gedachten en het werk van een mensch, een volk, een beschaving." ..leder woord dat lang in gebruik is. krijst nieuwe heteekenissen, min of meer afwijkend van de oorspronkelijke. Men moet deze beteekenis vaststellen en opnieuw definieeren, alvorens men een verhandeling of een dchat begint. De sociale functie, zooals ik ze definieer, kan moeilijk tot groote oneenigbeden leiden, . Het wordt or.tetwtjteld andefs wanneer ik het woord ..sociaal" zijn moderne klank geef. Men moet scherp onderscheiden tusschen de sociale functie van den schrijver en zijn eventuecle functie in de sociale politiek " --- DUITSCHE LITERATUUR. Henry Williams „Salar der Lachs”. S. Fischer Verlag. TIET boek heet eigenlijk „Salar, the Sal* mon" en het is een van die uitstekende levensbeschrijvingen van een dier, waarin sedert Seton Thompson, de Engelsche en Amerikaansche literatuur uitmunt. Maar stel dat het Engelsch u minder goed ligt dan het Dultsch, dan zult ge dankbaar zijn voor dez e vertaling. Williamson kent den levensloop van een zalm beter dan de zalm zelf. Rivier, zee en rivier, strijd met parasieten, visschers, water en ouderdom, een volledige levenstragedie, doorvoeld, begrepen en beschreven met groote toewijding en kennis en zonder een zweem van dierenbeschermers-semimentaiiteit. Natuur en natuurlijk leven in alle pracht en wreedheid, met die groote gave vat; den waren natuurkenner en dierenbeschrijver om onder water te kunnen zien, en als met het verstand van zijn mede-creatuur te fconnes denken en leven. Een opmerkelijk boek in zijn genre, een boek. dat vele goede vrienden heeft, en er meer zal vinden. --- Kurt Kluge „Die gefälschte Göttin". I. Engelhorn Verlas Nachf. Het verhaal speelt tn Griekenland en behandelt de geschiedenis van een Duitschen museumdirecteur, dr. Stellach. die op zoek is naar oude beelden. Na allerlei avonturen komt hij toevallig een beeld van Aphrodite op het spoor, maar raakt dan in verschillende moeilijkheden met een concurrent en ten slotte brengt hij slechts een namaak mee.... Het boek is vlot geschreven; wij kunnen echter niet zeggen, dat het overmatig boeiend is. Kluse maakt wel aardige opmerkingen, weel soms ook humoristische scènes op de juiste wijze uit te beelden, maar vrijwel geen enkele figuur in dit boek is sterk getypeerd en daardoor blijft het geheel vrij vlak. Dat neemt niet weg. dat men in een verloren oogen Wik dit werkje toch met genoegen zal doorlezen. Wilhelm Ilcgclcr: ~Der Innere i>f" fchl.'' Univcrsitas I). V. .1. Tegen het bevel van den koning van Pruisen en alle traditie van het leger in. maakte generaal Vork zich en zijn troepen in ISI2 vrij van de Kransche armee en deed daarmede een hesüssenden stap in de Duitsche geschiedenis, ha zeer barden innerlijken strijd. Het is vooral deze strijd, dien Hegeier teekent. Zijn roman heeft een groote stof, maar de figuur van Vork en het uiterlijk gebeuren van den veelbewogen tijd zijn niet zeer plastisch geworden. Het is een van die historische romans, die meer over he onderwerp geschreven zijn. dan dat zij het levend maken. \ Bij de uitgeverij R. A. Hoger te Weenen en Leipzig is een roman verschenen van een jon? Duitse)) schrijver. Carl Johann Leuchtenber" Deze roman ..Wolkenstein" geheeten. behandelt het avontuurlijke leven van een doienden ridder uit de 14de eeuw. Heer Oswalten von Wolkenstein. Voor een eersteling ls het werï niet ongeslaagd, al had de uitgever er verstandig aan gedaan de filS bladzijden wat wet het blauwe potlood te bewerken. --- Boekennieuws. Van C. F. Ramuz verschijnt bij Grasset eea nieuw boek „Question3". ---