DE KOFFFIE, EEN EEUWIG RAADSEL! ONTDEKT DOOR EEN ABESSIJNSE HERDER GEROEMD DOOR DOCTOR BONTEKOE, BEZONGEN DOOR BACH, EN BEGEERD DOOR MILJOENEN: Tekst: Herman Pieter de Boer Foto: Hans Smid . • ' , : * ■ -_ * l . <- M Is er toch geen koffie iHA wasl Als de koffie eens plotseling, on- verwacht óp zou zijn. «L Biwm borgen bijvoorbeeld, voorraad op, aanvoer stop, niets te krijgen, geen enkele boon, en ook geen poederkoffie. ('Ook niets meer onder de toonbank, voor een goeie klant?' 'Het spijt me, mevrouw. Niets. Alles is op/) Wat zou ons dan wachten? Wij schatten: ontreddering. Huisvrouwen wanhopig. Bouwvakkers verkleumd. Verkoopsters opstandig. Cantinejuffrouwen vertwijfeld. Cafés vol boze woorden. Kantoren vol grimmige gezichten. Soldaten, rebels, matrozen, toe aan muiterij. Denkt u ook niet? Laten we het maar-toegeven. Zonder dat geurige, lieve, vertrouwde, intieme, warme, fijne, kleine kopje koffie zijn we nergens. Wij willen dat pittige aroma in onze neuzen, wij willen koffie drinken, nippen, slokken, slurpen, proeven, praten en denken - en wij willen de kick van de coffeïne. Koffie! Met ingehouden hartstocht verlangen we er naar, 's morgens bij het werk. Of na een lange autorit, een mars, spanning, een arbeidsprestatie, verdriet, schrik, uren praten. Koffie is voor èlles. Wekt ons op of geeft ons rust. Geeft nieuwe moed of tijd voor bezinning. En bovendien: het sméékt zo goed! Koffie is een weldaad. Weelde - omdat het genotmiddel heet? Geenszins. Een | geurige noodzaak. Een onmisbaar element in onze samenleving - zózeer onmisbaar, dat men zich in gemoede afvraagt hoe de mensen zich in hemelsnaam voelden toen er nog géén koffie was .... Dat laatste is moeilijk na te gaan. Koffie is namelijk al zo'n vijftien eeuwen bekend. 'Langer!' zullen sommige oudheidvorsers roepen. 'De linzensoep waarvoor Ezau zijn eerstgeboorterecht verkocht was geen linzesoep, maar een aftreksel van koffie. David gaf aan Abigaïl geen geroosterd koren ten geschenke maar gebrande koffie.' Het zij zo. Wat wij kennen is het verhaal van Kaldi, een jonge geitenhoeder - en dat speelt zich ± 500 jaar n. Chr. af, in Abessinië. Kaldi merkte op een goede dag, dat zijn geiten enigszins opgewonden waren. Hij begon extra scherp op te letten, en ontdekte weldra de oorzaak. De bessen van een struik die hem niet eerder was opgevallen. Hoe meer ze daarvan aten hoe darteier de geiten werden. De geitenhoeder proefde de bessen zélf. Bitter, dacht hij. Toch wel verfrissend! dacht hij even later. Verkwikkend zelfs! Wij weten nu dat hij de Coffea Arabica ontdekt had. Niet veel later kwam er een Mohammedaanse priester langs. De herder vertelde van zijn vondst. De priester wilde de 'opwindende bessen' graag eens proberen. Als antislaapmiddel, omdat hij soms in dutte bij zijn 'gebeden. Hij droogde de bessen, kookte ze in water en dronk het brouwsel op. Hij was de eerste mens die een kopje koffie zette. De tweede mens was sjeik Halef Ben Omar, zegt men. Hij doolde, verbannen, door de Oesebwoestijn. En at koffiebessen tegen de honger. En ontdekte dat niet alleen zijn honger, maar ook zijn moeheid verdween. Later roosterde Ben Omar de bonen uit de bessen (er zitten er twee in elke bes), maalde ze en maakte er een aftrekseltje van. 'Dit is', zie hij, 'gahwak'. Wonderdrank, betekent dat. Wel, wie wil er geen wonderdrank? De koffie vond gretig aftrek waar ze 'geïntroduceerd' werd. Vooral bij de Mohammedanen die geen wijn of andere alcoholische dranken mochten drinken. De koffiehuizen schoten als paddestoelen uit de grond. Het werden warempel huizen van vermaak - met liedjes en danseressen I Reden waarom de godsdienstige Kair Bey in 1511 de sluiting gelastte van alle koffiehuizen in Mekka. De Arabieren intussen, zich welbewust van de waarde van hun 'gahwah', probeerden het monopolie te houden op deze toverdrank. Dat lukte lang - maar in 1517 werden er toch bonen gesmokkeld. Naar Turkije, Indië en... Europa! De Turken, ware koffie-slaven, waren de grootste propagandisten. Waar zij kwamen kwam de koffie mee. In Venetië heet de koffie nu nog 'Torco'. Nederland liep een beetje achter. Tot in de zeventiende eeuw was de koffie er eigenlijk alleen bekend bij kruidkundigen en reizigers. Een echte lading werd voor het eerst ingevoerd door de Amsterdamse koopman Pieter ten Broecke, in 1616. Koffie uit Mekka. Zweden was ook niet zo vlot - in 1674 pas deed de nieuwe drank er zijn intrede. De achterstand zal inmiddels wel ingehaald zijn: de Zweden zijn nu Europa's koffie-kampioenen. De gemiddelde Zweed gebruikte in 1960 liefst 184 pond per jaar', de Deen 17 pond, de Belg 13 pond, de Nederlander 11 i pond. De Italiaan, in de zestiende eeuw zo progressief, is nu een hekkensluitertje, mgt nauwelijks 4i pond per jaar, ondanks al die mooie, glimmende espresso-apparaten. In 1696 liet Johan van Hoorn, directeur-generaal van Nederlands-lndië, een koffieboompje uit Arabië naar Java brengen. De aanplant mislukte. Drie jaar later had men meer succes en binnen dertien jaar was de koffiecultuur zóver op Java dat met overplanting naar Suriname kon worden begonnen. De zilversmid Hansbach, deed dat in 1712 — en tot het eind van de achttiende eeuw kende Suriname een bloeiende koffiecultuur. Toen stortte alles ineen. Door de concurrentie van Java en koffielandvan-de-toekomst Brazilië? Ook misschien. Maar vooral door roofbouw. Brazilië zou het gaan winnen. Bodem en klimaat waren perfect voor de Portugese koffieplantages. Arbeidskrachten volop - tot in 1890 kende Brazilië nog slavernij. Niets kon Brazilië weerhouden van dictatuur in de koffiewereld. Niets weerhield het ook: in 1906 leverde het 97% van alle koffie ter wereld! En toen bleek dat de oogste van 1906 - 20.000 miljoen balen - toch wel een beetje te veel van het goede was. 'Dit gaat de wereldmarktprijs tot nul reduceren!' zeiden de deskundigen. De staat bracht redding door de hele oogst, met behulp van internationaal kapitaal op te kopen en een fikse portie op te slaan voor jaren van mindere oogst. De opluchting was van korte duur. De Eerste Wereldoorlog brak uit en legde de export lam. Op de oorlog volgde algemene verarming in de wereld van de jaren twintig. Tot 1931 wist Brazilië zich met veel goochelen op de been te houden. Daarna begon het koffie te vernietigen. Locomotieven werden met koffie gestookt. Wegen werden bestraat met koffie. Gebruiksvoorwerpen werden gemaakt van het nieuwe , plastische materiaal 'cafelite'. En (herinnert u zich nog dat verbazingwekkende plaatje uit uw aardrijkskundeboekje?) de koffie ging met scheepsladingen de oceaan in ... 77 miljoen zakken van 132 pond! Een trieste zaak. Maar misschien heeft het toch wel geholpen. Brazilië is nog altijd het grootste koffieland. Getuige het beroemde lied: 'There is an awful lot of coffee in Brasil I' Er groeien meer dan vijf miljoen koffiestruiken op aarde. Gemiddeld worden ze zeventig jaar oud, deels vijf meter hoog en deels acht tot vijftien meter. Na twee è drie jaar beginnen ze vrucht te dragen, na vijf è zes jaren geven ze een behoorlijke opbrengst. Zeven maanden na de bloei is de vrucht, een. vlezige bes van geelachtige tot donkerrode kleur - de zogenaamde koffiekers - rijp. En nu we toch in de wetenschap duiken: deze vrucht bestaat onder meer uit schil, glucoselaag, hoornschil, zilvervlies en boon. Botanisch heet dat: exocarp, mesocarp, endocarp, testa en endosperm. Endosperm, daar moeten we het van hebben, zult u begrijpen. Liever boon? Akkoord. Die boon bestaat uit chemische verbindingen. Coffelne is de bekendste en verder: onder meer chlorogeenzuur, koffievet, koffiezuur, chinazuur, trigonelline, choline en kalium. Maar dan zitten er nog wel honderd andere verbindingen in! Dus? Niet zo gewoon, die boon. Een geheimzinnig iets. De geleerden van vroeger vermoedden dat al. Ze experimenteerden met koffie - met de wonderlijkste uitkomsten. 'Koffie,' poneerde Doctor Bontekoe', is een geneesmiddel voor scheurbuik, keelgezwellen, koliek, podegra, kwade gal, stinkende adem, rode ogen en andere kwalen.' Dat is nogal wat - en daar gelooft dan ook niemand meer in. Wèl is de koffie nog altijd een interessant studie-object voor wetenschapsmensen. Dr. Alfreda Briedé zegt bij voorbeeld: 'Een kop sterke koffie bevat ongeveer honderd milligram coffeïne. Coffeïne verwijdt de bloedvaten: hersenen en nieren worden na koffiegebruik rijkelijkecmet bloed doorstroomd dan anders. De prestaties van het hart worden door coffeïne vergroot: het bloed gaat sneller stromen, het aantal polsslagen per tijdseenheid rïeemt toe. De spieren van de darm wbrden door deze stof geprikkeld en ook andere spieren ondergaan zulk een toniserende werking. Ten slotte stimuleert coffelne eveneens de afscheiding van maagsap en het verhoogt de prikkelbaarheid van de zenuwcellen. Hierdoor wordt het begrijpelijk waarom na een flinke kop koffie vermoeidheid spoedig plaatsmaakt voor een fris en fit gevoel. Zelfs aan het einde van de dag kost de denkarbeid na koffiegebruik minder moeite. Ook de fantasie is na het drinken van koffie levendiger dan anders.' Een heldere en definitieve uitspraak; nu weten we hoe het allemaal zit met die koffie. We kennen nu de geschiedenis, weten waar de koffie vandaan komt, weten alles van dé koffievrucht, en kennen zelfs de belangrijkste bestanddelen van de boon. Ook de werking van de koffie is verklaard - geen geheimen meer, geen vragen meer. Alleen wij hebben óók nog gelezen, dat men in Brazilië de koffie als slaapmiddel gebruikt... 0 koffie, eeuwig raadsel. cx . . . begeerd door miljoenen . . . ---