fiÊémmmsF' W& EXCLUSIEVE MODE IN SCHOENEN / FranpoisdE... progressieve mode en tóch...'betaalbare' en 'draagbare' mode in schoenen. Héél aparte, gracieuze en pikante creaties. Elk schoentje gesneden uit duurzaam,, edel leer en zorgzaam afgewerkt. s Dit zijn de materialen en kleuren: kiddy calfs in beige, mocca, rose, bleu, blauw en 'zwart; baladin-suède in beige, camel, curry, mocca, rose, bleu en zwart; lak in zwart, wit, blauw, rood en groen. FRANCO IS dÈ Coco: f 36.75 l Gigi: f 39.75 yJ j § Nana: f 42.75 | / j| m Tlr*l 3 fd schoenen gecreëerd voor r Nana UW élégance... --- De OnDERGAnG van EEn POLITIEMAN De straten zijn nauw, druk en banaal, maar de flamboyante fagade van felle flikkerende neonlichten en steels lonkende meisjes in geheimzinnig duistere portalen geeft het Sohodistrict in Londen een fascinerend waas van zonde en ontucht. Speelhuizen, bordelen, pornografische boekwinkels en discotheken dingen om het hardst naar de gunsten van de horden bezoekers, die hier avond aan avond op zoek zijn naar avontuur. Meisjes met uitdagende boezems en een machinale glimlach leunen in deuropeningen, die meestal voorzien zijn van de welbekende rode lamp, en wenken naar de mannelijke passanten. Tussen de krioelende menigte op de drukke trottoirs mengen zich nieuwsgierig rondkijkende vreemdelingen met Grieken en Italianen, Pakistani en Cyprioten, en boven het lawaai uit klinkt steeds het sappige accent van de Cockney. Talloze striptease theaters - Nuderama, Striptoramya, Colorama en Sunset Strip - pronken met kleurige aanplakbiljetten van naakten met weelderige vormen en welvingen. Maar zelfs Jack the Ripper zou zich ontmoedigd hebben afgedraaid bij de aanblik van die vermoeide, grauwbleke meisjes, die op de muziek van een versleten grammofoon hun kleren uittrekken. De meeste buitenstaanders beschouwen Soho als een ondeugende, doch onschuldige buurt. Maar onder het Runyoneske uiterlijk schuilt nog een ander Soho, een vrijplaats voor bendes en misdadigers, die hun onderlinge vetes hier beslechten. Hoewel de nachtelijke steekpartijen en aframmelingen gewoonlijk achter gesloten deuren plaats hebben, barst de strijd ook wel eens op straat los. Het is de taak van de 'C' divisie van de Londense politiemacht om te zorgen dat de orde in de straten van Soho wordt gehandhaafd. Divisie 'C' ligt in West Londen, is drie vierkante kilometer groot en omvat behalve Soho ook een aantal deftige herenhuizen in Mayfair, het Londense Hilton Hotel, een stuk of wat juwelierszaken en het statige Claridge hotel. Slechts de heel stoere politiemensen worden uitgekozen voor de dienst in Soho. Het is een ondankbaar bestaan met fnuikend lange werktijden, die voor een deel worden doorgebracht in de waardige omgeving van de gerechtsgebouwen en verder in het zeer onwaardige milieu van misdaad en straatschenderij. Een van deze stoere mannen was inspecteur Harold Godron Challenor, 43 jaar, zwaargebouwd en 1.80 m lang, met een indrukwekkende staat van dienst tijdens de oorlog. Als soldaat eerste klas bij de luchtmacht was hij met een parachute neergesprongen achter de Duitse linies in Italië, had drie treinen laten ontsporen, was twee keer gevangen genomen en twee keer ontsnapt. Zijn carrière bij de politie evenaarde zijn militaire loopbaan - tot het schandaal losbarstte, dat na de officiële publicatie heel Engeland in opschudding bracht. In 1951 trad hij in dienst bij de politie en vijf jaar later werd hij van de geüniformeerde tak overgeplaatst naar een afdeling van de C.I.D. (Criminal Investigation Department), de zgn. „stille" rechercheurs. Hij werd bevorderd tot inspecteur en aangesteld bij de 'C' divisie. Er werd hem veel lof toegezwaaid voor zijn werk, getuige de uitspraak: 'Een zeer intelligente en sluwe politieman, energiek en recht op zijn doel afgaand/ In zijn werk was Challenor bruusk en kortaf; hij sprak luid en had de neiging zijn woorden met begaren te onderstrepen. Maar voor zijn vrouw en zoontje was hij altijd vriendelijk en voorkomend. Harry Challenor ontpopte zich als de meest felle bestrijder van de midsaad die Soho ooit had gekend. Hij wierp zich op als verdediger van het recht, met een fanatisme dat door sommige collega's als een obsessie werd gezien; de ene na de andere bende werd door Chalr lenor opgerold. Al spoedig werd hij door elke misdadiger, souteneur, gokker en bordeelhouder gevreesd. Hijzelf vreesde niemand, wantrouwde iedereen en hield er volkomen onorthodoxe methoden op na. Challenor ziet er geen been in om zonder reden iemand af te rossen', beweerde Dario Oliva, een beroepsgokker uit Soho. In de eerste zeven maanden van Challenors heerschappij verminderde het aantal misdaden in Soho en steeg het percentage opgeloste misdaden in de politie-archieven. Zoals de C.1.D.-chef, hoofdinspecteur Ronald Townsend, zegt: 'Challenor was niet geschikt voor het routinewerk in Mayfair, maar in Soho was hij in zijn element. Hij was een fantastische dievenvanger'. De ordelievende burgers van Soho hadden respect voor Harry Challenor. Een nachtclubeigenaar beweerde: 'Alle boeven verbleekten en struikelden bijna over elkaar in hun haast om weg te komen als ik ze vertelde dat Harry er was. Als hij in de buurt was, was het in Soho even rustig als in een villadorp in Sussex'. De misdadigersbendes in Soho reageerden fel op Challenors regime. Volgens de C.I.D. waren 'wanhopige mannen bereid tot wanhopige maartegelen' om hem kwijt te raken. Challenor moest in de val worden gelokt en een misdadigerssyndicaat loofde tienduizend gulden uit aan een ieder die een blanco strafregister had en een bezwarend getuigenis tegen hem wilde afleggen. De klachten regenden binnen. Toen Challenor een keer een auto aanhield en op de achterbank een doos slaghoedjes van bommen ontdekte, beschuldigden de twee inzittenden hem ervan ze daar zelf te hebben neergelegd. Gedurende de eerste zeven maanden van 1963 kwamen er nog twaalf klachten binnen tegen Challenor - waarvan sommige natuurlijk een gevolg waren van de campagne die tegen hem werd gevoerd. Onder normale omstandigheden zouden ze zonder meer terzijde zijn gelegd. Maar men bespeurde een verandering in het optreden van de inspecteur. Hij werd prikkelbaar en opvliegend, zag er vermoeid uit en klaagde over doofheid van één oor. Hij werd meer en meer bezeten van zijn persoonlijke, onverzoenlijke rancune tegen de onderwereld. In de zomer van 1963 maakte hij vijf weken achter elkaar diensturen van respectievelijk 76, 88, 80, 91 en 102 - zelfs voor een inspecteur in een misdadige buurt als Soho nogal buitensporig. Op de avond van de 11de juli werd Challenor betrokken bij een incident dat uiteindelijk tot zijn ondergang zou leiden. Die avond logeerden koningin Frederika van Griekenland in het Claridge hotel. Buiten had zich een grote menigte linkse demonstranten verzameld, die protesteerden tegen de opsluiting van Griekse politieke gevangenen. Challenor, een vurig royalist, bevond zich temidden van de politiemannen die hei Claridge hotel bewaakten. Een van de demonstranten, Donald Rooum, een langbaardige cartoonist en overtuigd anarchist, verklaart: 'Om een uur of negen werd ik gegrepen door een grote stevige vent met een platte neus en een korte gedrongen rug'. Challenor pakte het spandoek dat Rooum in de hand hield en zei, 'Kijk,schoonheid. Je hebt een wapen op zak; daar kun je twee jaar voor krijgen.' Maar Rooum was geen domme jongen. Hij was slim genoeg om te beseffen dat als Challenor zou getuigen dat er een steen in zijn zak was gevonden, hij een wetenschappelijk bewijs van het tegendeel zou kunnen leveren. Wonderlijk genoeg vergat de gewoonlijk zo doortastende Challenor zijn valse beschuldiging kracht bij te zetten door de steen in Rooums zak te verbergen. Rooum produceerde een verklaring van een expert dat een test op steengruis in zijn zakken negatief was uitgevallen. Hij werd vrijgelaten. Begin augustus 1963 werd een medisch onderzoek van Challenor gelast. Niemand zei de controlerende arts dat het om Challenors geestelijke gezondheid ging en hij werd geschikt voor de dienst' bevonden. Maar inmiddels waren de klachten tegen Challenor in handen gekomen van een van zijn superieuren. Bij een verhoor dat hij Challenor afnam, wond deze zich verschrikkelijk op, beefde als een riet en diste verwarde verhalen op over hetgeen Soho probeerde hem aan te doen. Er was nog iemand die de verandering in Challenor opmerkte: zijn vrouw Doris. Ontsteld hoorde ze toe hoe haar man klaagde over pesterijen, hypnose en hersenspoelingen. Overal zag hij spionnen die op hem loerden. Ze schrok als ze hem 's morgens vroeg thuis zag komen, drijfnat en met bloedende voeten, omdat hij in de regen naar huis was gelopen. Hij vertelde haar dat hij dat deed om in conditie te blijven. Na een hernieuwd medisch onderzoek vatte de arts Challenors toestand in één woord samen: Vervolgingswaanzin'. Op 27 oktober 1963 werd Challenor naar een psychiatrische inrichting overgebracht. In juni 1964 werd hij met drie collega's door de openbare aanklager in staat van beschuldiging gesteld in verband met de Rooum-zaak. Was Challenor al krankzinnig voor hij in Soho terecht kwam? Een van de artsen die hem hebben onderzocht, heeft gezegd: 'Er is geen enkele aanwijzing dat de paranoïde schizofrenie vóór mei 1963 is ingetreden.' Degenen die Soho kennen aarzelen niet de onderwereld de schuld te geven van Challenors instorting. Een akelig voorval versterkt hun overtuiging. Zelfs toen hun vervolger uit de weg was geruimd en geestelijk was gebroken, lieten de misdadigers van Soho hem nog niet met rust. De medische staf van de psychiatrische inrichting onderschepte een boek dat geadresseerd was aan inspecteur Challenor. Het was getiteld: Broadmoor: Geschiedenis van de misdadige krankzinnigheid en haar problemen. En het was voorzien van de volgende opdracht: 'Van de jongens. Veel liefs, idioot'. Boven een tekening van een graf stonden de woorden: 'Voor jou gereserveerd'. dc Hp*9* ---