(Advertentie) --- DR. KILDARE --- KONING HOLLEWIJN en het gewichtsverlies door Marten Toonder „Hoe voelt de proefpersoon zich?" vroeg professor Kerndrayer. Generaal Hoetentoetcr was niet gewend, naar de gevoelens van zijn ondergeschikte te informeren, maar in het belang van de proefneming wilde hij hier wel een uitzondering maken. Dus rukte hij aan het touwtje, waaraan het manschap was verbonden en beval: „Rapporteer gevoelens!" „Niet zo lekker, generaal", antwoordde hei manschap. „Ik was al wat verkouden, weet u, en nou ik in de wind heb... eh... gehangen, zak maar zeggen, ben ik bang, dat 1k..." „Een soldaat Is niet bang", viel de officier hem ln de rede. „Wees kernachtig:, kaerel, en zwam niet. Hoe voel je je?" „Wat zweverig, generaal", antwoordde de dienstplichtige, lijn gevoelens kort samenvattend. „Dat I* onder deze omstandigheden verklaarbaar", merkte de professor op. „In elk geval zie ik nog geen degeneratieverschijnselen. Afwachten maar. Het Ia echter jammer, dat we niet over meer proerpersonen beschikken". „Toe maar", dacht Wiebel. „Laten ze het op zichzelf proberen! ... Hé wacht eens, dat is een idee.'De prof staat juist op het conlactdraadjc!" In een handomdraai schakelde zij het toestel in. Er klonk een ijle fluittoon, maar de geleerde was teveel in ziin probleem verdiept om dit op te merken. „Meer proefpersonen geven een klaarder beeld", zo betoogde hij. „Men maakt zich los van toevalligheden en krijgt een breder overzicht van ..." Toen verloor hij de grond onder zijn voeten... --- DE BUYTELAERS --- DE FLINTSTONES --- FRANÇOISE --- DR. BEN CASEY --- RAKKER --- Wat anderen er van denken Valkuil HET ongeval, dat zich op de Rechterheide heeft voorgedaan, is toch wel zeer erg te noemen. Gelukkig is de jongen, zowel als het paard er goed afgekomen. Als gewezen instructeur noem ik het onverantwoordelijk, dat de leiding van een oefening op een openbaar terrein de „valkuil" niet liet dichten. Gelukkig, dat de broers aanwezig waren, en dat hel paard verder rustig bleef. Hoe zou het afgelopen zijn, als het in dc avond was gebeurd? Welke maatregelen denkt de militaire leiding te nemen? - Tilburg, J. E. VAN GINKEL * ♦ • --- Gestook IN Engeland is een boek verschenen over „de regering van geweld in Zuid-Afrika. De schrijver is een blanke, die lid is van de Vereniging van revolutionaire Bantoes, die ten doel heeft de regering van de republiek omver te werpen. Het is dus geen wonder, dat deze regering de aanwezigheid van deze blanke auteur in Zuid-Afrika ongewenst achtte. Nu schreef hij in Engeland zijn boek, waarin hij komt met aanhalingen uit Engelse en Afrikaanse kranten en tijdschriften (negentien Engelse, en twee Afrikaanse). Met deze „gemengde berichten" meent hij te kunnen aantonen, dat Zuid-Afrika een soort Hitler- Duitsland is. Nu zou 'ik op die manier gemakkelijk kunnen „bewijzen", dat wij hier in Nederland ook in een barbaarse staat leven. Ik heb dan alleen maar alle berichten over moorden, vergiftigingen, inbraken, diefstallen, opengeboorde brandkasten enz. te verzamelen. Hoe hoog zou de „bewijskracht" daarvan wel worden aangeslagen? Toch is het betrokken boek door een bekende Engelse uitgever gepubliceerd. leder middel is blijkbaar goed genoeg om Zuid-Afrika in de letterlijke, zowel als in de figuuil jke zin. zwart te maken. Den Haag, Dit. F. C. DOMINICUS * * * --- Metselaars Tl/I ET grote verbazing las ik, IV' dat de architect Maaskant verklaard heeft, dat de Nederlandse metselaar per dag gemiddeld 300 sténen weglegt, tegen vroeger dagelijks. 1000. Een architect kan m i. geen leek zijn in de bouwsector. Hoe deze bouwmeester dan ook met zon bewering' kan komen, is mij een raadsel. Immers, dit lage aantal zou volkomen belachelijk zijn in verband met het loon, dat wordt uitbetaald. leder, die enigszins op de hoogte Is van de metselarij, weet, dat metselwerk praktisch altijd wordt uitbesteed bij een metselbedrijf, en dat daarvoor* betaald wordt ƒl2O.— per 1000 stenen, zowel voor gevelstenen, als voor de stenen, welke aan de binnenmuren en funderingen worden verwerkt. Het loon van de metselaar mag, inclusief de sociale lasten, op ƒ 230.- per week, minstens gerekend worden. Voor 300 stenen wordt dus uitbetaald ƒ 36.-. Een eenvoudig sommetje leert, dat in vijf werkdagen dus 5 maal ƒ 36.- dus ƒ 180.- uitbetaald zou worden. Nu komt daarbij, dat ook de regenverleturen normaal doorbetaald moeten worden, waarvoor men in ons klimaat rustig 20 pet.- kan calculeren. Zeker in de herfst en in de winter. Hieruit blijkt wel, dat de bewering van de heer Maaskant niet opgaat. Het zou op niets uitlopen met dc metselarij, als er maar 300 stenen per man en per dag werden weggelegd. Bovendien moeten de stenen en de specie nog bij de metselaar gebracht worden, en moeten er steigers voor hem worden gebouwd. Dit allemaal door mensen, die óók betaald moeten worden uit het aantal stenen, dat de metselaar weglegt. Het ware beter geweest als de heer Maaskant eerst eens terdege geïnformeerd had. Dat kan echter nóg, en bij deze wordt hij uitgenodigd, om eens een keer een bezoek te komen brengen aan echte metselaars. Bergen, B. BOERSMA --- Churchill en Ik door Walter Graebner VII NORMAAL BESCHOUWD wa 3 Churchill een vrij ijdel mens. Hij was zich bij voorbeeld heel goed bewust van het feit, dat hij het krachtigste stemgeluid bezat van alle openbare figuren van zijn tijd en dat hij de Engelse taal terdege meester was. En het gaf hem een geweldige voldoening om luid aan een of meer vrienden iets voor te lezen dat hij zelf had geschreven of, als dat niet gelegen kwam, een of ander in zijn nabijheid stil een nieuw hoofdstuk van zijn boek te zien zitten lezen. Hij groeide bij lof en appreciatie en als men daarmee niet kwam opdagen, werd hij triest. Hij ging dan ook altijd zorgvuldig na of dat, wat hij in het openbaar zei en deed, wel op de voorpagina's van de bladen was gekomen. Want hoewel hij steeds een afkeer van de pers in het algemeen en de verslaggevers !n het bijzonder aan de dag legde (een van zrjn gezegden was: „Natuurlijk kan ie niets geloven van wat in de kranten staat"), nam hij de dagbladen wel degelijk au sérieux en was hij steeds erg nieuwsgierig naar de laatste verslagen over het doen en laten van hemzelf-cn van zijn partij. Een van mijn strikte, zij het dan niet met zoveel woorden bepaalde plichten, wanneer ik een middagbezoek aan Chartwell bracht, was voor hem de eerste edities van de avondbladen mee te nemen. Als ik het vergat, was Churchill zichtbaar teleurgesteld. Het maakte hem nijdig als hij dat extra uur of zo moest wachten op de gewone tijd van hun verschijning. • * • INDIEN HIJ werd aangevallen in de bladen, had hij daar erg onder te lijden. Hij kon uren zitten piekeren over de ongelukkige passage en er in het gesprek voortdurend op terugkomen alsof hij van zijn gezelschap hoonte te horen, dat hjj per saldo nog zon slechte kerel niet was. Ik herinner mij, dat hij, bij een lunch in Downing Street 10, zat te peinzen over een hoofdartikel in „The „Economist", dat hem gebrek aan energie en voorstellingsvermogen verweet bij het bestrijden van de economische crisis..„Wat is dat eigenlijk voor een man. die Crowter," barstte hij opeens midden in een tafelgesnrek over ditjes en datjes uit, „hier vertelt hij mij, dat ik niet goed regeer. Hoe kan hij in zijn bureau zittehd weten wat een regering wel en wat zij niet moot doen. Ik zou hem wel eens een dag of twee het land willen zien besturen. IlPt is niet zo gemakkelijk als hij denkt. Ik zal hem toch eens opzoeken en hem dat zeggen." ♦ * • WAARSCHIJNLIJK verklaren gekwetste ijdelheid en trots althans gedeeltelijk zijn grote verslagenhe'd na de nederlaag bij de verkiezingen van 1945, welke hem misschien meer pijn deed dan iets anders in zijn transe leven. Dat hij zo spoedig na het einde van de oorlog een politieke nederlaag zou lijden, was nimmer in zijn gedachten opgekomen en maanden lang kon hij zich die nauwelijks rcal'«cren. „Nauwelijks was het gevaar geweken of zij gooiden ml! oruit." zei hit nn? vele weken nadien. Hij wilde altijd zijn eigen gang gaan. en bij die zeldzame gelegenheden, waarin dat hem werd verhinderd, werd hii nijdig en ging z'ch ongelukkig voelen. Het was niet pemnkkelitk nm een kwestie met hem te behandelen, en het was b'jna onmogelijk, hem va" mening over een of ander te doen veranderen. Niets was moeilijker dan met hem een ern"tige zaak telefonisch te besnreken. Hij held er een vernietigende manier op na, om zogenaamd niet te verstaan wat d<* man aan de andere kant van de draad tegen zijn plan mocht inbrengen, tenzij hij het anders wenste. * * » ZO KREEO ik eens een uitnodiging om Churchill tijdens zijn vakantie te Aix-en-Provence te bezoeken. Zijn assistent William Deakin en ik maakten toen een afspraak om samen te reizen en er uitstapie van te maken, d.w.z. op ons gemak door Frankrijk te rijden in Denkin's oude Rolls. De dag van ons vertrek werd vastgesteld en de papieren voor de wagen in orde gemaakt, en wij hadden onze tickets voor de Kanaalboot ook reeds genomen, toen Deakin een telefonische oproep van Churchill kreeg. Dat was verscheidene dagen voordat wij zouden vertrekken. En toen ontspon zich het volgende gesprek. Churchill: „Bill, ik zit in, grote moeilijkheden. En ik zou graag willen, dat je ogenblikkelijk bij me kwam. Neem het vliegtuig van morgenochtend en dan stuur ik een auto naar het station om je af te halen." Deakin: „Het spijt me erg, Sir Winston, maar ik kan onmogelijk zo vroeg vertrekken. Ik heb hier in Oxford nog een berg te doen en kan honjtstena over vier dagen weg. Walter Graebncy en ik zijn voornemens, om dan samen naar Alx te rijden, als u dat goed vindt." Copyright 1958: International Cooperation Press Service, Inc. Alle rechten voorbehouden door Internationale- en Pan-Amerikaanse copyrightconventie». Exclusieve publikatierechten in Nederland: ~De Telegraaf/De Courant Nieuws- van de Dag". Overneming noch geheel noch gedeeltelijk toegestaan. Churchill: „Wat zeg je daar allemaal? Ik kan je niet verstaan. Neem het eerste de beste vliegtuig. Wij zullen alles van hieruit regelen." Deakin: „Maar, Sir Winston, ik zei toch, dat ik dat onmogelijk kan doen. Ik moet mijn werk hier eerst afmaken." Churchill: „Deze verbinding is zeer slecht. Ik kan geen woord verstaan van wat je zegt. Wij zien je morgen dus. Dag." Onnodig om te zeggen dat Deakin onmiddellijk vertrok, en ik hem per trein moest volgen. * ♦ • --- DIEREN SPREEKUUR Lezen van onze bladen kunnen vrijelijk ) vragen Inzenden. Wij zorgen voor doorzending . aan onze dierenarts. , " > J. T. te A : ONZE KLEINE HOND, een soort . . 1, , . _~ icrtsoedoez, vin 17 jaar vertoont het volgende: Zijn ' ~.,„., ... * ', . , , ogen zijn de laatste jaren erg achteruitgegaan. Het , , . \ i . . v. a . „ ' linker ziet helemaal wit en het rechter ongeveer ~ , , ,„ , ..... » , . I voor driekwart. We merken dat hij met het rechter ' ~. .ij v, , . „ • nog wel iets z.et. Tot dusver hebben we steeds ge- I . ... ... . . , _. . , . ' dacht, dat dit ouderdom was. Kortgeleden zei iemand. .... . . ...... i, i dat het m.sschlen nog wel verbeterd kon worden I .\ . ~■■•*- ■• . .. * .. _ met injecties oi andere medicijnen. Kunt u ons hier- I omtrent «dvies geven? I ANTWOOR,,: n»J de hond treedt staar In mindere i of meerdere mate op vanaf 6 tot 7 Jaar. Het Is niet 1 ongewoon, dat een hond van 17 jaar totale lenstroe- | beting krijgt, liet gezichtsvermogen is waarschijnlijk nog maar er? klein. De hond vertrouwt,echter altijd «,..», „~ „„ „„„i; j„ ~ !,„„,. . .„„,.. ' meer op gehoor en reuk, dus u hoeft zich bepaald , geen zorgen te maken. Medicijnen om deze kwaal ongedaan te maken bestaan niet. Bij de mens worden ' de len.'en operatief verwijderd, maar het gezicht I speelt bij de mens een veel grotere rol. ' , = \ ~ ~ , , r _.„.„-.at r. . ■ ■ %. r. ' H. M. te "s-G.: ONZE AIRr-DALE terriër heelt een . ~, ~ . . „ , „ . . . . . , i olifantshuid. Kunt urne zeggen of hier iets aan te doen is? i 0 ANTWOORD: Deze huidverandering komt bij dit r ras nogal eens voor. Sterk gepismenteerde huid gaat k zich sterk ontwikkelen. Op deze plekken verdwijnt de haargroei. In hrt beginstadium kunnen we pro- | beren de verdikte huid a.h.w. weg te weken met , een oplossing van sallrylzuur in alcohol 70% (op- ' lossing van Bestaat de kwaal al geruime tijd, ) dan is genezing twijfelachtij. In het algemeen zal bij niet al te sterke uitbreiding de gezondheid van het ' dier er niet onder lijden. | —- _ * . . | P. S. te G.: ONZE 3Vi JAAR OUDE gesneden kater krijgt de laatste tijd op zijn rug bij de staart een I plek ter grootte van een rijksdaiJder, waar hij , steeds aan zit te likken. Kunt u mij raad geven? ' , ANTWOORD: Het aantal brieven o»er Jeuk, haar- «Itval en andere huidaandoeningen ts zeer groot. I Het ts niet mogelijk deze alle te beantwoorden, daar de oorzaken zeer verschillend kunnen zijn- Dikwijls zal een onderzoek voor de behandeling noodzakelijk zijn. In vele gevallen blijkt, dat honden en katten \ met huidafwijkingen die lk 'in de praktijk aantref f ektoparasieten hebben. Deze moeten eerst bestreden / worden om genezing te bereiken. Ook zijn soms \ .stofwisselingsziekten en nieraandoeningen de oor- / zaak. Het spreekt dus vanzelf, dat men er niet is, / ~ ... , . . . .- f wanneer alleen de plekken worden behandeld. De \ .■-> , . • 1 voedingsfactor speelt niet zon grote rol bij huid- f • , , , . — . .. .. N aandoeningen als men denkt. Ten slotte wil ik op- ) _, ... .■. ~ , f merken, dat de zorg voor het huisdier zich niet mag \ . . . " ... j . , J beperken tot de voeding, maar dat de verzorging f ' .... \ , \ van de vacht minstens to belangrijk is. Kammen en I " ** . / horstelen behoren tot het dagelijks tollet van onze l ,-, 1 honden en k>tt<>n- _ = ( HEBBEN e*n cockerspaniél . . ■ ..*■_.,>■,•■-.•■', I »« panden pit diertje ts heel erg nerveus, to ,fs' zlJn h 5 f "ch"m gespann*n is- *r« fn , bt> den 6,2 Jaar' hiJ h<*ft duj fen «^evlng. Ook heeft de hond een grote tuin om in te rennen. _ , , .- « °nze v™** .moeten we geduld met hem hebben, komt dit vanze,f orde? ) ANTWOORD: Inderdaad Is geduld nodig, u moet \ niet vergeten, dat het dier nog erg jong Is en veel ) beweging moet hebben. Een paar uur wandelen per \ da* is gppn overbodige luxe. Wanneer de hond wat ( . , . „ , ~ ~ . _ - \ ouder wordt, zal hij ook wel wat rustiger worden. In , ' , * . . . * . sommige gevallen is het raadzaam voor de hond t een speelkameraad te hebben. Dit kan ook een poet , zijn. Het euvel waarover u schreef, kan geen oorzaak van de nervositeit zijn. — m — I 1 A J. G. te A.: WE ZIJN in het bezit van drie f whippeta. twee teven en een reu. Ze nemen met I jruccei deel aan de wlndhondenrennen. Ons probleem V is het loop» worden. Gazelle, een van d« teven, is / elke maanden loop« en daarna drie maanden ulj, 1 vorm. Nu las ik, dat Injectie* de loopsheid kunnen ( uitstellen. I» dit niet nadelig voor de teel én het / eventueel fokken? ZuHcn de renprestatles niet ver- ) minderen? Kunt u mij de naam van de Injectie ( g-eveo? / *'' ( ANTWOORD: Inderdaad li bedoeld. Injectie ) tegenwoordig in de handel. Aangezien tk er nog geen V enkele ervaring mede heb, kan ik n over een en # ander niet inlichten. Behandeling met deze Injectie 1 kan uitsluitend door uw dierenarts verricht worden. ( Fabrleksnamen maken we in deze rubriek niet / bekend. 1 --- Elektrische deken oorzaak brand Van een onzer verslaggever» HAARLEM, zaterdag In de woning van de 39-jarige E. B. in de Witte Herenstraat brak gisteren een kleine brand uit, doordat zijn vrouw vergeten had de elektrische deken uit te schakelen. De brandweer blust? het vuur met enkele stralen. De schade bedroeg enkele honderden guldens. --- HOOFDSTUK IV IK UITTE eenmaal mijn bewondering tegenover Churchill voor de volmaakte wijze, waarop hij zijn dag indeelde, en meende, dat dit de reden was van zijn fantastisch vermogen om elke dag zoveel te doen. „Maar zo is het helemaal niet," zei hij. „Ik heb mijn werk juist zo goed geregeld om meer tijd voor mijn genoegens over te houden." Churchill's dag begon om 8 uur, onverschillig wanneer hij naar bed was gegaan. Op dat uur werden alle Londense dagbladen bij hem binnengebracht, ook de communistische „Daily Worker", die hij beschouwde als een nauwkeurige en goede informatiebron ten aanzien van niet-politieke onderwerpen. Hij was eveneens een vaste lezer van de „Manchester Guardian" („het beste nieuwsblad van de wereld"), had een grote achting voor de „Christian Science Monitor" en keek elke week uit naar „The Economist". Deze lectuur nam een goed deel van een uur in beslag, terwijl hij in bed zat, gepropt tussen de kussens en intussen een stevig ontbijt van fruit, eieren, vlees of vis, toost en koffie nuttigde. • * * EENS BEZOCHT ik hem in Downing Street 10 tijdens zon leesuurtje. De stapel bladen naast hem in het enorme bed was bijzonder groot die ochtend, want hij was juist met da nachttrein uit Glasgow teruggekeerd, waar hij een belangrijke politieke rede had gehouden en hij was verlangend te weten wat de pers ervan zei. Hij greep het ene blad na het andere, sloeg er een snelle blik in, om de grootte en inhoud van de kop na te gaan en wierp het dan opzij. En hij belde om de vijf minuten een secretaris, om hem een latere editie te vragen. „Deze werden alle gedrukt voordat ik die rede hield," gromde hij. „Ik wil weten wat zij naderhand hebben gezegd." * * * 'ALS REGEL bleef hij de hele ochtend in bed. Alleen bijzondere omstandigheden zoals een kabinetscrisis of een warme zonnige dag op Chartwell konden hem voor de lunch doen opstaan. Hij hield ervan met zijn voeten hoog te liggen, zijn geest werkte dan goed en snel. Het was gemakkelijk voor hem in bed te blijven werken, omdat daar bijna alles bij de hand was, wat iemand op zijn bureau kan wensen. Het grote dubbele bed bood voldoende ruimte aan beide zijden voor boeken, papieren enzovoort. Werk, waarmee hij begonnen was en dat moest worden afgemaakt, werd gedaan op een mahonie dientafeltje, met korte poten, ongeveer 75 bij 54 cm, dat goed paste bij zijn figuur. Voor meer gemak was het uitgerust met een stel rubber kussens, waarop hij zijn ellebogen kon laten rusten. En goed binnen bereik, zowel op Chartwell en in Hyde Park als in Downing Street 10, stond een smalle tafel met twee telefoontoestellen — een directe lijn met de kamer der secretarissen op de begane grond, en een verbinding met het net, een gouden kist met sigaren, waarvan hij er altijd een in de brand had, althans in de hand hield, een lange dunne, steeds brandende kaars voor het aansteken en opnieuw aansteken van zijn sigaren een groot gouden zakhorloge, stroken bruin papier, speciaal vervaardigd door Carlier's als wikkels om de sigaren voor het vasthouden van het tabakssap, een gouden ballpoint en vele potloden. Voorts een rozekleurige zwakke slaappil, Soneryl geheten, die toen veel werd voorgeschreven door de Lordense dokters, een sterk soort aspirinetabletten, Veganin geheten, die hij op sommige ochtenden nam tegen zware hoofdpijn. •** * * OOK LAG er een reusachtig notitieboek van ongeveer een voet in het vierkant, voor het noteren van zijn afspraken. Churchill ging nimmer zakelijk naar iemand toe, behalve wanneer hij dasi-toe protocollair was verplicht, bij voorbeeld als het de koninklijk" familie betrof. Men kwam sleeds naar hem, alweer een van de redenen waarom hij. zoveel kon afdoen, en toch nog zoveel tijd voor zichzelf over kon houden. . (WORDT VERVOLGD) ---