Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

553

ANNA FLES. f

Na een langdurig en geduldig lijden overleed te Utrecht op 17 November j.1. Anna Fles. Hoewel zij, bescheiden als zij was, nooit op den voorgrond trad, heeft zij toch belangrijke dingen op muzikaal gebied tot stand gebracht; men denke slechts aan de werken op zanggebied die niet onder haren eigen naam en met den pseudoniem Eldar zijn verschenen, en die algemeen gebruikt en zeer gewaardeerd worden. Het zoo voortreffelijke Palestrina-Koor was in hoofdzaak hare stichting. Ook was zij een der oprichtsters van de Utrechtsche Muziekvereeniging, die beoogt, voor minder bedeelden, goede kamermuziek ten gehoore te brengen, welke Vereeniging zich in een zeer groot ledental mag verheugen en uitstekend aan haar doel beantwoordt. Niet alleen zal zij in die verschillende instellingen gemist worden, ook velen van hen, die haar van nabij kenden, zullen haar missen om hare groote belangstelling in al wat werkelijk goed en mooi was, om hare vriendelijke deelneming voor wie er behoefte aan had, hare groote gaven van geest en hart, waarvan zij zoo gaarne aan anderen meedeelde. Nooit klopte men te vergeefs aan om hare hulp of medewarking voor eene goede zaak, wanneer zij er toe in staat was, en menige jongere in de kunst zal zich steeds met weemoed en dankbaarheid hare belangstelling herinneren.

Zij ruste in vrede!

MAANDELIJKSOH OVERZICHT.

Amsterdam. In deze periode is het aantal concerten zoo talrijk, dat allicht de bespreking er van in dit tijdschrift verhoudingen zou aannemen die het opnemen der hoofdartikelen als hoofdzaak in den weg zouden staan, temeer daar in andere groote plaatsen van ons land de concerten-stroom niet minder mildelijk vloeit. Daarom willen wij de belangrijkste uitvoeringen alleen wat uitvoeriger gedenken, en de andere in korter vorm bespreken.

Met een enkel woord kon in het vorige nummer gemeld worden dat de Wagner-opvoeringen hebben plaats gehad op 8 en 10 November. Hiermede zij dus een aanvang gemaakt.

Het is juist een halve eeuw geleden dat Wagner zijn Walkure voltooide, er was dus alleszins reden dit muziekdrama wederom te doen opvoeren. Dat is geschied met eene bezetting die het heerlijke werk in een licht deed verschijnen zooals wij het hier nog niet mochten aanschouwen. Maar ook nog nooit hebben wij de Wotanpartij zoo hooren vertolken als Feinhals ditmaal deed (de vorige maal leed zijn zang door indispositie), waarmede hij zelfs van Rooy's Wotanvertolking overtrof. Het is dan ook voor München een harde slag wanneer het — zooals te vreezen staat — Feinhals moet verliezen. Welk een adel en tevens welk een kracht van uitdrukking en dictie; welk een schoon, krachtig orgaan en welk een goede zangkunst. Wanneer hij niet bij de eerste voorstelling in de laatste scène sporen van vermoeidheid had getoond, en bij den oproep aan Loge (Loge her) er even „uit" was geweest, zou men zijn vertolking volkomen hebben kunnen noemen. Nooit heeft zijn verhaal aan Brünnhilde, in de tweede acte, zulk een indruk gemaakt als nu het geval was. Deze Wotan was ook in zijn

Sluiten