Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK VAN DE MAAND.

„NEERLAND'S KRIJGSROEM IN INSULINDE door A. S. H. BOOMS *) gep. Luit.-Kol. van het Ned.-Ind. Leger, Ridder M. W. O. 4" kl.

Als de boot aankomt.

|^BQ^^P|enigniaal als een der Indische mail"/H'i booten te Amsterdam of te Rotterdam WA met een detachement repatrieerende Hl „kolonialen" aankomt, weten de dagu"** bladen ons den volgenden dag te

vertellen, dat zich onder die troepen een „held" bevond, een eenvoudig militair, die zich op Atjeh of op een andere plaats in de Oost, waar door ons gevochten wordt, bizonder had onderscheiden. Het kruis der Militaire Willemsorde siert dan zijn borst of zijn naam komt voor op de lijst der eervol-vermelden.

Bij zoo'n gelegenheid gaat dan de kapitein van afmonstering of een ander hoog militair aan boord van de mailboot: de „Ridder" wordt toegesproken; een muziekkorps doet zich hooren; er heeft een feestje plaats. En daarmee is 't afgeloopen.

Zoodra de „held" zijn voeten weer op den vaderlandschen bodem gezet heeft, is 't ook meestal weer met zijn beroemdheid gedaan. Hij verdwijnt in de menigte, gaat solliciteeien om een baantje, en als hij maanden en jaren aan alle deuren heeft aangeklopt, vindt men hem soms als bode, portier, kantoorlooper of iets dergelijks terug. Het kruis der Willemsorde — klein formaat — hangt dan nog wel op zijn te nauwe en verkleurde jas; bij parades op vorstelijke geboortedagen draagt hij het groot model en mag hij plaats nemen op den linkervleugel van den Staf; maar wat hij eigenlijk vroeger in Indië gedaan heeft en waarmee hij zijn ridderkruis verdiend heeft, kan het publiek zich dan al niet meer herinneren.

En wanneer een telegram in de dagbladen bijvoorbeeld meldt: „Na een tvveedaagschen marsch „bereikte eene patrouille onder den kapitein N... „eene vijandelijke nederzetting te B....; die „nederzetting werd genomen en den vijand uiteengedreven, waarbij wij slechts één doode en „vier gewonden bekwamen, waaronder twee „zwaar; een dezer overleed reeds bij den terugkocht", dan wordt dit meestentijds eenvoudig

*) Uitgave van w. p. van Stockum en Zoon te 's-Gravenhage.

voor kennisgeving aangenomen en trekt wellicht minder de aandacht dan het bericht eener verbrande boerderij, waarbij al 't vee omkwam, „dat niet geassureerd was", want aan dergelijke berichten uit Indië is men gewoon en bevroedt niet, wat gedurende dien opmarsch van twee dagen en dien even langen terugtocht geleden en doorgestaan wordt door die patrouille, wier feit slechts zoo kort in een paar woorden is vermeld.

Dit alles heeft Overste Booms, die zelf een eervolle militaire loopbaan achter den rug heeft, verdroten, en daarom heeft hij een poging gedaan, om de namen onzer Indische helden aan „de vergetelheid te ontrukken" door hun „bizondere heldenfeiten bijeen te garen".

In een werk van twee deelen, dat den boven dit opstel prijkenden naam draagt, heeft hij thans een in chronologische volgorde gerangschikt verhaal gegeven van de krijgsfeiten, waardoor vele onzer Indische militairen zich onderscheiden hebben en die hen waardig hebben gemaakt de Militaire Willemsorde voor „moed, beleid en trouw" te mogen dragen. En op de lijst der besprokenen komen zoowel de namen van generaals als die van eenvoudige fuseliers voor.

De Militaire Willemsorde.

Sinds de instelling van deze onderscheiding door koning Willem I werden in de Militaire Willemnorde opgenomen:

46 Grootkruizen, 80 Kommandeurs, 364 Ridders der 3« klasse, 4952 Ridders der 4* klasse, ongerekend de talrijke „Eervolle Vermeldingen" (gouden kroon) en de voor betoonde dapperheid als koninklijk eereblijk geschonken „Eeresabels".

Die onderscheidingen werden verleend voor wapenfeiten door Nederlandsche krijgslieden, zoowel van de land- als van de zeemacht, bedreven bij de krijgsverrichtingen in Europa, Oost-Indië, Japan en Afrika, en van dat aantal onderscheidingen viel het grootste gedeelte, vooral wat de Ridders der 3e en 4e klasse betreft, aan de Indische krijgsmacht ten deel.

Sluiten