is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1952, no. 1-100, 01-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 13

1. Het is aan geregistreerde credietinstellingen verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Bank:

a. haar maatschappelijk kapitaal te verkleinen; b. duurzaam deel te nemen in andere al dan niet geregistreerde cedietinstellingen; c. fusies aan te gaan met andere ondernemingen of instellingen; d. over te gaan tot financiële reorganisatie.

2. Indien de Bank van oordeel is dat een handeling als bedoeld in het eerste lid, voor welke bij haar een verklaring van geen bezwaar is aangevraagd, zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het credietwezen of in strijd zou zijn met een gezond bankbeleid, weigert zij de gevraagde verklaring. Zij stelt de geregistreerde credietinstelling zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertig dagen van haar beslissing in kennis.

3. In het geval van een weigering als bedoeld in het tweede lid, kan de geregistreerde credietstelling binnen twintig dagen na verzending van de kennisgeving bij Ons in beroep komen overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk V.

4. In geval een handeling als in het eerste lid bedoeld, is verricht zonder dat vooraf een verklaring van geen bezwaar is verkregen, is de in overtreding zijnde geregistreerde credietinstelling gehouden de verrichte handeling binnen een door de Bank te stellen termijn ongedaan te maken, tenzij door de Bank alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt gegeven.

Artikel 14

1. De Bank is bevoegd bij iedere geregistreerde credietinstelling alle inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen, die zij meent nodig te hebben voor de juiste uitoefening van de taak, haar bij deze wet opgelegd.

2. Iedere geregistreerde credietinstelling is verplicht de inlichtingen die krachtens het vorige lid bij haar worden ingewonnen, te verstrekken.

3. Iedere geregistreerde credietinstelling is verplicht de Bank of degene, die in opdracht van de Bank inlichtingen, als in het eerste lid bedoeld, bij haar inwint, desgevorderd in de gelegenheid te stellen zich van de juistheid der verstrekte inlichtingen te overtuigen aan de hand van haar boeken en bescheiden en bij het onderzoek van zodanige boeken en bescheiden daartoe door, vanwege of in opdracht van de Bank in te stellen, zoveel mogelijk behulpzaam te zijn.

4. Hij, die de in het vorige lid bedoelde boeken en bescheiden onder zich heeft, is desgevorderd verplicht deze daartoe over te leggen.

5. Inlichtingen omtrent afzonderlijke geregistreerde credietinstellingen ingevolge dit artikel verkregen worden niet gepubliceerd en zijn geheim, behoudens het bepaalde in artikel 29.