is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1952, no. 101-200, 01-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal worden ingesteld ter plaatse, waar belanghebbende verblijft, hetzij door de commissie in haar geheel, hetzij door een of meer van haar leden, dan wel adviserende leden. In dit geval zal de commissie, zo nodig, omtrent het onderzoek in overleg treden met de geneeskundige, die de belanghebbende behandelt of laatstelijk heeft behandeld.

Artikel 5

Een commissie, welke een onderzoek instelt ter beoordeling van de aanspraken van een gewezen militair op:

a. vernieuwing van voorlopig invaliditeitspensioen,

b. verlenging van pensioen of hoger pensioen, bedoeld in de artikelen 54 van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 en de Pensioenwet voor de landmacht 1922 en de artikelen 43 van de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marine-rescrve 1923 en de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923,

wordt door Onze Minister in kennis gesteld met de gegevens omtrent de levensomstandigheden van de belanghebbende, ingewonnen bij de burgemeester van diens woonplaats of bij enige andere daarvoor in aanmerking komende autoriteit, persoon of instelling.

Artikel 6

De militaire autoriteiten zijn verplicht aan de voorzitter van een commissie op zijn verzoek toe te zenden een staat van dienst en een uittreksel uit de straflijst betreffende de te onderzoeken militair, en hem voorts die gegevens te verstrekken, welke de commissie nodig acht, in het bijzonder inlichtingen omtrent:

a. het ontstaan van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, waaraan de belanghebbende lijdende is;

b. de vraag of eigen moedwillige handelingen of ongeregeld gedrag aanleiding hebben gegeven tot de ongeschiktheid voor de waarneming van de militaire dienst, dan wel tot de ongeschiktheid om dienst te doen ten gevolge van tijdelijke ongesteldheid;

c. de bezwaren door de belanghebbende ten gevolge van verwonding, verminking, ziekten of gebreken bij de uitoefening van zijn dienst ondervonden;

d. al hetgeen bevorderlijk kan zijn voor een beoordeling van de mate van geschiktheid van de belanghebbende om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Artikel 7

Aan de te onderzoeken militair of gewezen militair wordt bij de aanvang van het onderzoek door of vanwege de voorzitter der commissie bekend gemaakt met welk doel het onderzoek zal plaats vinden.

Artikel 8

De commissie beoordeelt een militair op zijn ongeschiktheid voor de waarneming van de militaire dienst met inachtneming van de bepalingen van het Militair Keuringsreglement.