is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1952, no. 401-500, 01-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde van de lopende verbintenis schriftelijk te kennen geeft de verbintenis niet te willen verlengen.

3. In afwijking van lid 2 wordt de verbintenis van een militair, die op de dag, waarop de verbintenis wordt verlengd, de leeftijd van 59 jaren heelt bereikt, nog slechts verlengd tot de dag, waarop hij de leeftijd van 60 jaren zal bereiken.

Artikel 4

In afwijking van artikel 3, lid 1, kan een verbintenis worden gesloten tot het tijdstip, waarop een bepaalde, in de akte van verbintenis tot uitdrukking te brengen, leeftijd zal zijn bereikt, welke niet hoger dan 60 jaren kan zijn. In dit geval wordt een verbintenis niet stilzwijgend verlengd.

Artikel 5

1. Tot het sluiten van een verbintenis kunnen worden toegelaten zij, die:

a. de Nederlandse nationaliteit bezitten; b. ten minste 16 jaren oud zijn; c. voldoen aan de gestelde eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor de militaire dienst.

2. Onze Minister kan aan de in lid 1 genoemde voorwaarden andere voorwaarden toevoegen.

Artikel 6

1. Van een verbintenis wordt een akte opgemaakt met gebruikmaking van een door Onze Minister vast te stellen model. 2. Onze Minister bepaalt welke autoriteiten het Rijk bij het sluiten en bekrachtigen van een verbintenis vertegenwoordigen. 3. Uit een verbintenis vloeien eerst verplichtingen voort nadat deze is bekrachtigd.

Artikel 7

1. In gevallen, waarin Onze Minister zulks gewenst acht, kan bij het sluiten van een verbintenis aan de betrokkene een bijzondere bestemming met betrekking tot de door hem als militair te verrichten dienst worden verleend.

2. De bijzondere bestemming kan slechts met instemming van de militair worden gewijzigd of ingetrokken.

3. De bijzondere bestemming alsmede wijziging of intrekking daarvan worden op de akte van verbintenis op een door Onze Minister te bepalen wijze, waaruit de instemming van de militair moet blijken, aangetekend.

4. Indien bij het sluiten van een verbintenis een bijzondere bestemming wordt verleend, kan worden afgeweken van artikel 3, lid 1 en 2.