Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stande dat zij steeds gezamenlijk in een of meer afzonderlijke ruimten moeten kunnen worden ingekwartierd.

Artikel 13. 1. Als besmettelijke ziekten in de zin van het tweede lid van artikel 19 der wet worden aangemerkt:

Pest Cholera Gele koorts Vlektyphus en andere Rickettsiosen Febris Recurrens Pokken (Variola major en minor) Febris Typhoidea Salmonellosen Bacillaire Dysenterie Amoeben Dysenterie Roodvonk Diphterie Meningitis Cerebrospinalis (Epidemica) Poliomyelitis Anterior Acuta Encephalitis Lethargica Leptospirosen Ornithosis Hepatitis Infectiosa Open longtuberculose.

2. Onder gebouwen, waarin een besmettelijke ziekte heerst, worden mede begrepen gebouwen waarin een kiemdrager verblijft van:

Febris Typhoidea Salmonellosen Bacillaire Dysenterie Amoeben Dysenterie.

AFDELING 2

Individuele inkwartiering

Artikel 14. 1. In geval van individuele inkwartiering moet worden verschaft een behoorlijke kamer, voorzien van:

a. per militair een ledikant of bedstede met matras, hoofdkussen, kussensloop, twee bedlakens, en een deken des zomers en twee des winters, een en ander van deugdelijke hoedanigheid en in zindelijke staat verkerend;

b. een tafel, alsmede per militair een stoel of bank;

c. wasgelegenheid met voldoende waswater;

d. behoorlijke verlichting.

2. De kamer, het meubilair en de overige goederen genoemd in het eerste lid worden door de zorg van de kwartiergever schoongehouden.

3. In geval van inkwartiering des winters dient de in het eerste lid bedoelde kamer verwarmd te zijn gedurende de avonduren, of dient de ingekwartierde een plaats in een verwarmd en behoorlijk verlicht vertrek te worden verschaft, zulks ter keuze van de kwartiergever.

Artikel 15. Voor opper- of vlagofficieren, alsmede voor door Onze Minister aangewezen hoofdofficieren, wordt zo mogelijk boven de in artikel 14 omschreven verstrekking nog verschaft een behoorlijk verlichte en des winters ook verwarmde werkkamer, voorzien van de nodige meubelen, waaronder een tafel en enige stoelen. Alsdan behoeft de in artikel 14 bedoelde kamer niet verwarmd te zijn.

Artikel 16. 1. In geval van individuele inkwartiering met voeding draagt degene, van wie de inkwartiering is gevorderd, zorg voor de maaltijden van de ingekwartierde.

2. Wanneer de kwartiergever verlangt dat de ingekwartierde militair aan de gewone maaltijden van het gezin deelneemt, wordt daaraan voldaan voorzover de militaire dienst zulks toelaat.

AFDELING 3

Collectieve Inkwartiering

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 17. 1. De ruimten in deze afdeling bedoeld moeten voldoen aan de eisen, welke Onze Minister op het gebied van de gezondheidszorg daaraan stelt.

2. Zij dienen behoorlijk verlicht en des winters zonodig ook verwarmd te zijn.

3. Zij dienen, zo geen brandblusapparaten aanwezig zijn, voorzien te zijn van een voldoende hoeveelheid zand en een voldoend aantal emmers met schoppen.

4. De ruimten dienen, voorzover zij door of vanwege de militaire gebruikers onderhouden worden, voorzien te zijn van schoonmaakgereedschap en reinigingsmiddelen.

5. Voorzover de ruimten niet aan de in dit artikel gestelde eisen voldoen, worden door de zorg van de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen getroffen.

Paragraaf 2

Tijd van vrede

Artikel 18. 1. In geval van collectieve inkwartiering moet voor de legering van militairen worden verschaft:

a. per militair een ruimte van tenminste 12 m 3 inhoud met een vloeroppervlakte van tenminste 1,50 m bij 2,50 m in een daartoe geschikt gebouw;

b. per militair een hoeveelheid vers ligstro van 15 kg in geval van militaire zijde een bedzak en een kussenzak zijn verstrekt, en van ten hoogste 25 kg indien geen bedzak en kussenzak zijn verstrekt, dan wel een matras.

2. ' Indien bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal in de drie maanden ververst te worden. Indien geen bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal per maand ververst te worden en dient tussentijds een vierde deel van de totale hoeveelheid bijgevuld te worden.

3. Het stro, dat bij het einde van de collectieve inkwartiering en bij de verversing vrij komt, wordt door de zorg van de burgemeester zo mogelijk tegen de marktprijs ten bate van het Rijk verkocht, waarbij degenen die het stro verstrekt hebben in de gelegenheid worden gesteld het stro terug te kopen.

Artikel 19. I. De gebouwen, bedoeld in het eerste lid van artikel 18, dienen voorzien te zijn van voldoende sanitaire installaties, waarbij als regel geldt dat per 20 man een toilet en één waterkraan of -pomp of per man één wasblik met voldoende waswater beschikbaar is.

2. Indien geen voldoende sanitaire installaties aanwezig zijn, doel de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen treffen.

Artikel 20. 1. In geval van collectieve inkwartiering met voeding worden, behoudens de verstrekking bedoeld in de vierde afdeling, lokalen verschaft, geschikt tot het nuttigen van maaltijden en voorzien van een voldoend aantal tafels en stoelen of banken.

2. Voorts dienen bij collectieve inkwartiering verschaft te worden:

a. gebouwen of gedeelten van gebouwen voor het inrichten van bureaux met tafels, stoelen en zo mogelijk kasten, met dien verstande dat per militair beschikt kan worden over een bureauruimte met een oppervlakte van 1/3 m 2 ;

b. gebouwen of gedeelten van gebouwen of terreinen voor de opslag en plaatsing van materieel en voorraden, met dien verstande dat per militair beschikt kan worden over een bergruimte met een oppervlakte van 1/3 m 2 en een al dan niet overdekte parkeergelegenheid met een oppervlakte van 3 m 2 ;

c. lokalen, geschikt tot het betrekken van wachten, voorzien van een tafel en stoelen.