is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1980, no. 151-218, 01-01-1980

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2. De hoofden der departementen dragen, ieder voor zover het zijn departement betreft, zorg dat de in artikel 7 genoemde werkzaamheden worden behandeld volgens een zoveel mogelijk gelijkvormige werkwijze. Artikel 3. Onze Minister doet zich op de hoogte houden van de wijze waarop bij de departementen uitvoering wordt gegeven aan het vorige artikel. Hij bevordert bij de verschillende departementen een zoveel mogelijk gelijkvormige werkwijze als in dit artikel bedoeld, zulks met inachtneming van de bijzondere aard van elk departement. Hij doet, de commissie gehoord, Ons voorstellen tot nadere regeling van die werkwijze. Hij onderwerpt die voorstellen vooraf aan het oordeel van de Raad van Ministers. Artikel 4. Er is een Permanente Commissie voor algemene secretarie-aangelegenheden bij de rijksadministratie, welke commissie zowel Onze Minister als de hoofden der andere departementen omtrent deze aangelegenheden van raad dient en Onze Minister bijstaat in de taak, hem opgedragen bij artikel 3. Artikel 5. (1) De commissie, bestaat uit een lid-voorzitter, een lid-secretaris, leden-deskundigen en een lid-vertegenwoordiger voor ieder departement. (2) Onze Minister benoemt, de commissie gehoord, de voorzitter en de secretaris. (3) Onze Minister benoemt de leden-deskundigen. Hij benoemt ten minste één deskundige op het gebied van documentatie en registratuur, één op het gebied van administratieve organisatie, één op het gebied van beveiliging van geheimen en één op het gebied van archivistiek. Laatstgenoemde wordt, op voordracht van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, benoemd uit het personeel van de rijksarchiefdienst. (4) Onze Minister benoemt, op voordracht van de hoofden der departementen, een lid-vertegenwoordiger voor elk departement. (5) De commissie is bevoegd subcommissies in te stellen en niet-leden van de commissie in die subcommissies te benoemen. (6) Onze Minister stelt, de commissie gehoord, voor de commissie een reglement van orde vast. Artikel 6. (1) Er is een Algemene classificatiecommissie voor de overheidsadministratie. (2) Deze commissie heeft tot taak van raad te dienen omtrent archiefcodes. (3) Onze Minister benoemt de leden, en een van de leden tot voorzitter. Hij stelt een secretaris ter beschikking van de commissie. Artikel 7. Bij elk ministerie is de algemene secretarie belast met de behandeling van alle post- en archiefzaken van dat ministerie en met het vervaardigen en reproduceren van stukken, alsmede met de begeleiding van deze werkzaamheden bij de instellingen, diensten en bedrijven. Artikel 8. (1) Het hoofd van de algemene secretarie wordt zo dicht mogelijk onder de secretaris-generaal gesteld. (2) Hij dient de secretaris-generaal van raad in alle algemene secretarieaangelegenheden. (3) Voor benoeming tot hoofd van de algemene secretarie wordt als eis gesteld het bezit van een diploma van hoger algemeen vormend onderwijs of een daarmee overeenkomende algemene ontwikkeling. Voorts moet worden voldaan aan de eisen van vakbekwaamheid, vastte stellen door Onze Minister, de commissie gehoord. Van die eisen kan slechts met instemming van Onze Minister worden afgeweken. (4) Van een aanwijzing tot hoofd van de algemene secretarie wordt mededeling gedaan aan Onze Minister.