is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje voor de stad Delft, 1851, 1851

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet hebben bestaan , schijnt ook de » Ridderlijke «Broederschap, genaamd de Confrérie,” in ouderdom te wedijveren, en hoe hoog hare waarde geschat werd, kan uit authentieke bescheiden en overleveringen blijken. Inde beide aangehaalde werken vindt men het hooge aanzien der Confrérie vermeld, de stedelijke voorregtcn, door hare Koningen, genoten , en de ofïiciëele erkenning van dit Coliegie , hetwelk inden Doele zijne afzonderlijke lokalen had , en welker oefeningen door de stedelijke Regering » Ridderlijk” werden genaamd, later , toen met de uitvinding van het buskruid , de voet- en kruisbogen, eerst door haaks en coluvren, en naderhand door doelbussen, verdrongen werden, treft men deze Ridderlijke Broederschap aan onder den naam van » Confrérie van de Handbussche •” men ziet ze in 1737 het Jubilé van den eersten Honderdsten Koning vieren, bij welke gelegenheid eene gouden médaille is geslagen, die men vindt opgenomen in het «Vervolg op van Loon’s beschrij»ving van Nederlandsche Historiepenningen. Te «Amsterdam, bij Pieper en Ipenbdür , 1824,” in hetwelk , zoo wel als in het oorspronkelijke werk: » Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen, «door Mr. Gekard van Loon. In ’s Graveniiage , » 1723,” nog andere eerepenningen dezer Confrérie vermeld slaan.

145