is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw, jrg 2, 1894-1895, no 3, 19-08-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

——/ ~

Tweede Jaargang. Nr 3. \ 19 0oSst 1891

DE VROUW

ORGAAN VAN DEN HOLLANDSCH-VLAAIÏISCHEN VROUWENBOND Verschijnende tweemaal per naaand.

yiBUNNEMENTSPRIJS PER JAAR VOOR J3ELG1Ë . . fR, 0,50

' j^MKïLG NUMMERS. BELGIË rr rr?MTIC.MI-XT

" " » pUITENLAND » 3j°C CENTIEMEN

Voorop betaalbaar " " Buitenland. ... 3 l/2 cents

.Administratie : Hoofdagent voor Nederland: Red-tctie™^"

E. CLAEYS, Metserstkaat, 20, Gent van der wallen, Utrecht N. van kol, i54,Gallaitstr., Brussel

AAAAMAA/\AM^^M^A/\A^A^AAA/\AMAA'\AAAAAAAAA'A ~

y-n^/^y^-/y^/\y\/\/\/\/\/\/\/\y\/\/\/\/\

3nboufc :

1. Wettelijke bescherming der vrouwen, Em. Claeys — 2. Het zoet der tranen, Nic. Beets. — 3. De onderworpenheid onzer dochters, Agnes Pritchard. — 4. Wetenschap en oppervlakkigheid, de Génestet. — 5. Kindermoord en het onderzoek naar het vaderschap, Vrij luid. — o. Bedelaars. — 7. Eene allegorie op de geschiedenis van 't alcoholmisbruik. — 8. Opmerking van een wijsgeer. — 9. Bladvulling. — 10. Geneeskundige eigenschappen der groenten. — 11. Recept voor 't kuischen der meubelen. — Feuilleton, Strijdpenning, enz.

Wettelijke Bescherming bei* D rouwen

Maar is belangstelling in onze gezondheid wel de eenige reden van al die bescherming ?

Wij hebben alle redenen eraan te twijfelen. De vrouw is van eeuwen her beschermd geworden; en die bescherming heeft van haar gemaakt het¬

geen zij thans is, namelijk : Eene nul in de familie en in de maatschappij. Durft iemand beweren dat hare positie als vrouw, als echtgenoote, als moeder en burgeres er op verbeterd is? Uit de verslagen op menig congres, door ons gehoord, uit menige discussie over dit onderwerp door ons gevoerd, is ons altijd gebleken dat niet de gezondheid en de zedelijkheid der vrouw, noch de verbetering van het ras, maar de concurrentie der vrouw met den man het kapitale punt is.

De vrouw is de concurrente van den man; zij is de oorzaak van de daling der loonen. Hare plaats is in 't gezin, en de man moet door zijn loon in de behoeften van dit gezin kunnen voorzien. Ziedaar de algemeenheid!

Maar gelooft men dan ernstig dat men met de vrouw van 't arbeidsveld te verdrijven, of haar den arbeid te bemoeilijken, de concurrentie of de daling der loonen zal te keer gaan? IJdele hoop, waarvan men wel zal doen bijtijds terug te keeren. Zelfs zonder de medehulp der vrouwen zullen de loonen met den dag dalen. Daarvoor zorgt een andere concurrent, een onverbiddelijke, namelijk het machinewezen, dat zich dagelijks ontwikkelt

en er wellicht eens toe komen zal allen handenarbeid zoo goed als overbodig te maken.

Zijn de arbeiders, in wier vak tot heden geene vrouwen doordrongen, er beter aan toe ? Bleven die voor loonaftrok gespaard ?

De vrouw is de concurrente van den man! Heeft dit argument wel zoo veel waarde, valt daar niets op af te dingen ?

Onder de rubriek : « Mannen en Vrouwenarbeid )> gaf de Labouv Gazette uit Engeland ons in Februari laatstleden, een vergelijkenden staat van den arbeid der beide geslachten, boven de 10 jaren, pei 10 duizend van de geheele bevolking, zooals die blijkt uit de volkstelling van 1881-91. Hieruit kunnen wij leeren :

1. Dat de grootste toeneming van den vrouwenarbeid voorkomt in het kleermakersvak (25) en de sterkste afneming in het linnennaaien (36) en

onuei ae piattelandsarbeiders (173).

2. Dat nergens eene vermeerdering van eenige beteekenis onder de leden van één geslacht, eene vermindering onder het andere heeft veroorzaakt; integendeel !

3. Dat de toeneming of afneming voor beide geslachten dikwijls te gelijk is voorgekomen, zooals onder de plattelandsarbeiders, w'aar ook het getal vrouwelijke dienstboden verminderd is (19) en onder de kantoorklerken, waar eene vermeerdering van g.6 vrouwelijke arbeiders staat, naast een vermeerdering van 28.2 onder de mannen. Voor de vrouwen geldt dit intusschen meer dan eene verdubbeling; van 6 tot i5; de mannen stegen van 118 tot 216. En bij den telegraaf- en telefoondienst stegen de vrouwen van 2.2 tot 3.8 ; de mannen van 7.7 tot 10. Al deze cijfers natuurlijk per 10 duizend. Hieruit blijkt dus dat in Engeland waar nochtans de vrouwenarbeid vrij sterk is, niet de concurrentie tusschen beide geslachten, maar de algemeene toestand de oorzaak der werkeloosheid is.

Bloeit een tak van bedrijf, dan trekken beide