is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw, jrg 3, 1895-1896, no 2, 04-08-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken staat begeert en er later ook toe komt ?

Het meisje eindigt hare lessen juist als zij begint in staat te zijn hare opvoeding te verwerken. Zij gaat, wat men noemt „uit." Zij heeft geen doel of beroep in het leven (zoo als zij denkt) om voor opgeleid te worden. Zij heeft geene bijzondere plichten te vervullen. Zij wacht, en heeft de kans, dat de een of andere man haar zal huwen. Dikwyls gebeurt dat, maar met minder overleg dan waarmede een man een reisje ontwerpt of een paard koopt.

Zij huwt hem, er was niets anders of beters te doen. Zij zal een huis hebben om zich bezig te houden, en men verwacht van haar dat zij ei aardig zal uitzien, en vroolijk wezen. Zijn . hoofddenkbeeld is vermaak. Haar hoofddenkbeeld is hetzelfde, met een klein toevoegsel van macht. Er komt verdriet, ziekte of teleurstelling van een of anderen aard, maatschapPeHjk, geldelijk of huiselijk. Nu heeft de man behoefte aan een e-oschil'te mprfoo'/ni

— o - ~ iOJiicinu

cue in het leven het evenwicht weet- te bewaren, en hij vindt dat niet. Hij is zelfzuchtig en, teleurgesteld zijnde, is hij dus onrechtvaardig, verwachtende op eens te vinden wat hij vroeger nooit heeft gezocht. De vrouw is ook teleurgesteld. Zij verlangde gemak, aangename bezigheid (!); zij hoopte dat er zorg voor haar gedragen zou worden, en volstrekt niet dat zij zelve voor iets te zorgen zou hebben. Zij óók is onrechtvaardig. Zij zegt tot zich zelve: „ik wenschte dat ik niet gehuwd was," en hardop zegt zij, „wel, dit verwachtte ik in het geheel niet!"

Dan komt er een krisis. In de meeste gevallen krijgt een van beiden zijn evenwicht terug. Waar de man te kort schiet, treedt dikwijls de vrouw op den voorgrond; zij wordt de getrouwe bestuurster. iirnnriw)nJtQr ,1,,

maatschappelijke steun; zij geeft den prikkel

lui, mie»,^ib iiumei van nart, en wijzer van hoofd; zij vergeet de teleurstelling, sluit in het huwelijk een verbond met den plicht, en diaagt daarvan het kruis en de kroon. Wanneer de vrouw te kort schiet, dan wordt de man huismoeder, huishoudster, vader en moeder te gelijk, tot wien de kinderen gaan. Zijn medegevoel breidt zich uit, zijn leven voor de wereld vermindert, zijne gesteldheid als burger verliest iets van haar kracht; daar hij mannelijke en vrouwelijke hoedanigheden in zich vereenigt, wordt hij om zoo te zeggen, gemengd en verzacht, en de wereld zegt, „hij is veranderd." Waar beiden te kort schieten, wordt de wereld niets gewaar, tenzij een schandaal of iets dergelijks aan 't licht komt. Maar dit alles verdient den naam van „huwelijk niet, want er bestaat g^en evenwicht. De betere opvoeding der vrouwen, die thans nog zoovele ouderwetsche menschen ergert, zal niet langer dan één geslacht behoeven om dat geschreeuw te doen ophouden. Het is waar, dat de sterke terugwerking van een verwaarloosde geestelijke opleiding een hevige beweging te weeg brengt in de gemoederen van sommige krachtige vrouwen, die zich niet in staat voelen hare nieuw verkregene macht goed te gebruiken. Maar de loop van het uurwerk zal langzamerhand meer natuurlijk worden. In zooverre het meerdere het mindere

111 zien sluit, bestaat er geen natuurlijke reden waarom een vrouwelijke geest die tot het hoogere is opgeleid, niet beter hare maat¬

schappelijke, huiselijke en algemeene plichten zou begrijpen, en die ook beter zou vervullen, dan eene vrouw, wier eenige voorbereiding tot de verantwoordelijke betrekking om één der twee geslachten waarin het menschdom verdeeld is te vertegenwoordigen, tot nu toe geweest is een dun vernis van (zoogenaamde) talenten, een slecht ontwikkeld lichaam, en een slecht ontwikkelde geest.

Rechtvaardigheid tegenover de vrouwelijke bekwaamheden zal zeker een juist evenwicht tusschen de geslachten te weeg brengen, hetgeen zich zal uiten in gelukkiger huwelijken. De natuur heeft hare eigene beperkingen, en zal die ook behouden. Geen der beide geslachten behoeft bevr^^sd tn y.iin Man-vmnnTAn r,ii'«

----- vv. o.awii /-lju

slechts de teerenhan Vfl.tl VP.VWiifHö inon.

nen, die de maatschappij reeds zóó' lang heeft gekend dat zij ze niet meer opmerkt. Geen van beiden ziin echte tvnrm Vil Ti hnn rrocjl c* r-Vi+-

_ tj -j . nu "tui ^ ' KJ J Ct L*

Zij zijn het uitvloeisel van gebrek aan even-

WlOllb.

(Wordt vervolgd.)

Een Tournée.

Gedurende de maand Juli en een deel van Augustus houdt Mevrouw Alice Bron-Defré een Tournée in het fransch sprekend gedeelte van België. Alice Bron is de eerste en tot nog toe de éénige vrouw in België, aan wie het Presidentschap over een Bureel van liefdadigheid is toevertrouwd. En zij vat hare taak op met evenveel hart als genie. Haar ziel gaat op in haar armen, haar leven is er eens en vooral aan toegewijd. Zelve kinderloos, heeft

zij al wat lijdt als haar kinderen aangenomen. ... Ik wil niet alles zeggen wat ik van deze ongemeene vrouw denk. Want ik had het voorrecht haar persoonlijke kennis te maken en zij leest nu ook De Vrouw ;.... te veel uitgesproken lof zou lijken op vleierij.

Het doel van de talrijke conférences die zij houdt, is handteekeningen te winnen voor een petitie die zij denkt aan te bieden aan het Belgische Gouvernement. Want Alice Bron, die alles van heel nabij ziet en wel met het scherpe oog eener liefhebbende moeder, is verontwaardigd over den toestand der Openbare Liefdadigheid in België en wil ze geheel en al reorganiseeren. Terwijl de ééne gemeente geld — het geld der armen ! — op rente zet, heeft de andere niet genoeg om in de • allereerste behoeften harer armen te voorzien. Nu wil zii

dat de staat administrateur worde der gelden

die tot het lenigen der armoede bestemd ziin.

Dan, en dan alleen, zal er kans bestaan dat

ae werkelijk armen worden geholpen en dat er paal en perk gesteld worde aan de „weel¬

derige armoede" als ik het zoo noemen mag; ik bedoel, de armoede die altoos daar ontstaat

waar veel en zonder oordeel gegeven wordt.

Alice Bron is behalve een ziel vol mededoogen ook nog een vurig en overtuigd aanhang-