is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw, jrg 7, 1899-1899, no 25, 04-08-1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft niet meer om een kast vol gebroken speelgoed, het wordt lastig en ongedurig en geneigd om op alles wat het in zijne handjes krijgt zijne kracht te beproeven. Het speelgoed was iets wat mg ter loops in de gedac'iten kwam, want van de ouderwetsche zware kegels en blikken, solide tinnen soldaten en tenten, stevige poppen met koppen van hont en lijven met paardebaar gevuld, groote, sterke poppenhuizen, karren met dikke wielen en paarden waarop de kinderen gerust konden zitten en die de jaren trotseerden, vond men te Heeswjjk niets, maar wel zag men er van die mooie en tevens degelijke weelde-artikelen, die niet alleen voor ornament, maar ook voot dagelijkseh gebruik dienden, van die zware kunstig gesneden kasten met kolommen, zoo praktisch en mooi tevers, van die stoelen met breede zitting en nog stevige pooten, na een bestaan van twee honderd jaar, steenen bekers en pullen, zwaar en solide maar tevens sierlijk en smaakvol, zilveren gespen voor schoenen, en beugels voor beurzen, die men zich voor zijn geheele leven aanschafte, Delftsch aardewerk, stevig, en tevens prachtig van kleur en teekening. Men ziet het beeld van verfijnde weelde in veel zilver, gunden snuifdoozen en bonbonnières, maar alles wat men ziet is bruikbaar, in tegenstelling van veel wat tegenwoordig verkocht wordt en alleen voor ornament dient. Men zal mij tegenwerpen dat die solide weelde duur is, te duur voor den tegenwoordigen tijd, maar zou werkelijk die overstrooming van prullen, die alleen goedkoop, maar door de massa toch duur worden, goedkooper zijn dan enkele werkelijk mooie en solide stukken? Was vroeger de weelde in een burgergezin van een enkele mooie kast, aardige tegels om den haard, een solide en mooie bordenrek of rek met kannen en potten, tinnen borden, verschillende voorwerpen van Delftsch aardewerk, stoelen, die nu nog hun waarde hebben door hun mooien eigenaardigen vorm, kostbaarder dan die van tegenwoordig? ik geloof het niet. Door de goedkoope artikelen van fabrieksnijverheid heeft zich onze smaak langzamerhand gewijzigd, en komt hoe langer hoe meer, vooral in de niet gefortuneerde standen, op den verkeerden weg. Ik wil daarmee niet zeggen, dat wij absoluuut antiquiteiten moeten koopen, maar meer artikelen, al is het dan ook weinige in getal, die de antieke in soliditeit evenaren. Laat ons eens zien, of bij meer aanvraag naar solide en bruikbare artikelen de industrie ook niet langzamerhand andere voorwerpen ter markt zal brengen; ten slotte moet zij toch van het debiet van het publiek bestaan, en waar dit geen leelijke en ousolide weeldeartikelen meer wil, is het doodvonnis er over geveld. Moge dit, al is het niet terstond, toch over een niet te langen tijd voltrokken worden.

Alb. v. Leeuwek Fraxcken. * *

*

De Internationale Vrouwen=Raad op de Parijsche Tentoonstelling.

De Internationale Vrouwen Raad zal dezen zomer niet enkel vertegenwoordigd zijn op de congressen betreffende den Arbeid en instellingen van Vrouwen, en betreffende den Rechtstoestand der Vrouw, die, het eerste van 18 - 22 Juni. het tweede van 5-8 September, op de Parijsche Tentoonstelling zullen worden gehouden. Gedurende drie maanden aanéén zal het Hoofdbestuur van den Bond daar een bureau openen als plaats van samenkomst, waar vrouwen uit alle landen met elkander in kennis kunnen worden gesteld en in de gelegenheid gesteld tot onderlinge bespreking der verschillende vragen van onzen tijd. Dat men het kan doen, dankt men vooral aan den krachtigen steun van de Regeering der Vereenigde Staten, die in haar Paviljoen op het Tentoonstellingsterrein de noodige localiteit beschikbaar stelde. Van verschillende zijden kwamen ook de noodige gelden in. .Holland is hierbij niet achter gebleven. Op de vergaderidg van het Hoofd-Bestuur te Parijs op 25 Juni a.s. kan Mevrouw douarière Klerck van Hogendorp, voorziteter van den NederlandschenNatiolen Vrouwen Raad eene belangrijke gift aanbrengen afkomstig van

de bijdragen van drie der aangesloten vereeniyiigen en van een belangstellend particulier.

Het Hoofdbestuur van den Internationalen Vrouwen Raad heeft het tot stand komen van groot aanbelang geacht, omdat het nieent. dat juist thans de tijd daar is en de noodiare krac'iten bijéén zijn om te komen tot de oprichting van een Nationalen Vrouwen Raad in Frankrijk. Nog altijd wordt die gemist onder de negen Nationale Vrouwen Rad< n, die de kern vormen van den Internationalen Vrouwen Raad welke eens alle volken der wereld hoopt te omvatten. Want eerst in de samenwerking van vrouwen van alle natiën kan hij ten volle voldoen aan zijne grootsche bedoeling: bevordering van eenheid en aansluiting in het behartigen der ware belangen van de verschillende groepen der menschheid, daarbij uitgaande van de gedachte, dat die hoogste belangen niet met elkander in .strijd kunnen zijn, maar aller-

wege en voor allen één en dezelfde.

* *

¥:

Op de onlangs te Parijs hehoudan bestuursvergadering van den Internationalen Vrovwenraad is besloten in eene der kamers van het Paviljo n der Vereenigde Staten, welwillend daartoe op het tentoonstellingsterrein afgestaan, des Dinsdags namiddags te 4 ure voordrachten te houden omtrent Nationale en Internationale Raden, terwijl eiken dag van 11 — I uur aldaar twee dames zullen zitting houden om inlichtingen te geven, en litteratuur over deze zaak uit te deelen. Men hoopt dat daarvan

een ijverig gebruik zal worden gemaakt.

* *

*

Hooggeachte Mevrouw,

Zou er misschien in uw zeer gewaardeerd blad De Vrouw plaats zijn voor de volgende vraag:

Knn iemand mij inlichten op welke manier bezigheid is te verschaffen aan een lammen 14-jarigen knaap, die eenigszins de rechterhand kan gebruiken?

Leiden, 4 Juli 1900. C. R.

* *

*

Mevr. E. Hulst, Renhum.

In het ingezonden van Uw hand in De Vrouw van 7 Juli jl. staat een zeer lichtvaardig neergeschreven volzin. Deze nl.: Plaats op de gemengde scholen van kinderen van 6—10 jaar geen onderwijzers, alléén onderwijzeressen, behalve misschien wat het Hoofd betreft, mits dit Hoofd gehuwd en van onberispelijke zeden zij."

Uit 't laatste deel van deze zin, en vooral uit de omstandigheid, dat uw stukje over ,,Sexueele opvoeding" handelde, volgt, dat mar Uw meening de onderwijzers moeten worden gebannen van de gemengde scholen voor de kleintjes, omdat ze niet in staat zijn, die kinderen tegen sexueele gevaren te beschermen, ja zelfs, wijl ze positief 't sexueel leven hunner leerlingetjes schaden.

Verderop in nvv stukje noemt U ook nog wel andere louteu der onderwijzers in uw acte van beschuldiging op, drift b. v , maar dat laat ik daar, wijl de lezeressen van De Vrouw aan dat argument niet zullen gaan hechten, overtuigd als ze zijn, dat ook vrouwelijke opvoeders niet steeds de noodige kalmte bewaren, zelfs al staan ze 't kind nader dan een onderwijzeres!

Uw hoofdmotief voor de verwijdering der onderwijzers uit de lagere klassen blijtt alzoo, dat ze als man op gevaren-brengende wijze met kleine vrouwtjes omgaan.

En waarop berust nu, die voor ons onderwijzers verpletterende uitspraak? Op Renkumse ervaring!

Is 't doen van die uitspraak lichtvaardig of lichtz ?

Men zoo haast niet schromen, 't laatste woord voluit te schrijven, als men nagaat hoe weinig nog die beperkte ondervinding door dieper nadenken en bieeder gepeins door U is benut. Want waarom zouden meisjes van 10 tot 12, van 12 tot 14 veilig zijn in onze hoede, als voor de kleintjes onder de tien daar reeds gevaar is te duchten? Waarom hecht U aan 't gehuwd zijn van het Hoofd, nu U 't toch weten kan, dat onder de ongelukkigen, die onzedelik met kinderen omgaan, zeker de gehuwd