is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw, jrg 14, 1906-1907, no 2, 22-09-1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij dacht aan 't donker huisje, Waar nooit de zon in schoot, En aan haar droeve kindsheid, Die kleurloos henenvlood.

Zij zweeg. Waarom gesproken,

In zulk een blijden kring, Van armoe en ontberen, En droeve erinnering?

Zij volgt hare eigen droomen, En staroogt voor zich heen; Toen vingen ze aan te fluistren, En zeideiï ondereen:

„Wij leven in die dagen

Van zoete vreugd weerom En zij heeft niets onthouden, . En zij zit stil en stom."

gronden, iets te begrepen; die nooit delft en daarom nooit vindt.

Geef daarom een klein kind kleine plichten, berekend naar z\jn kracht en z\Jn kunnen, maar wees dan ook onverbiddelijk in uw eischen vooi goede vervulling, want wij zien overal om ons heen de menschen, die half en slap doen wat hun opgedragen werd, omdat zy nooit leerden goed en

trouw ie wüiB.011.

(Wordt vervolgd.)

Laat dus een kind zijn kindervreugde; heb eerbied voor het spel dat aan den gang is en met in den steek hoeft gelaten te worden; laat den tol draaien zonder dat uw onbedachtzame voet er tegen stoot; laat rollen den hoepel zonder hem in zijn vaart te stuiten. Roep geen tranen te voorschijn, die met liefdevolle ta;t niet gestort hadden boeven te worden.

Maar het kind wordt mensch. ue jongeren zullen volwassenen worden; voor het leven dient gevormd; dat mag niet vergeten worden, want het is het heilige doel van de opvoeding. Voor dat leven werken wij, als wij de levensvreugde tot grondvesten dei opvoeding maken, wanneer wij haar als de palen doen zijn, waarop al liet andere rust. Geef zon in de jeugd, want zonder warmte en licht ontluikt er niets, komt geen enkel organisme tot vollen bloei, tot algeheele

ontwikkeling.

Doch slechts verkeerd inzicht en ontzenuwende vertroeteling zou dit kunnen opvatten en toepassen als een stelsel, dat alle moeielpheden en pijn het kind angstvallig uit den weg neemt. Er schuilt nnt vrmisde in de overwinning na de worste-

LUUll vvi*. ■ ~ ~ — o

ling in het spannen der spieren en pezen, dat het 'lichaam' hardt. Geen vreugdebedervers mogen we voor onze kinderen zijn, niet op het blanke wapen van hun onbezorgdheid mogen wij het roet gooien van onze sombere wijsheid, maar wij moeten leeren, dadelijk, zonder talmen, elk oogenblik als het kan en het moet, dat d© vreugde haar glans ontleent aan den tonigen achtergrond van den plicht, dat de vreugde moet wezen als de waterlelie, die rustig haar bladerenkroon op het water doet rusten, omdat haar wortels stevig

zich hechtten diep in den grond.

Niet op het gezicht van het kind hoort de uitdrukking van de zorg; niet in zijn oogen mag er iets te speuren zijn van het floers der somberheid, niet gedoofd mag er zijn de glans van het vertrouwen. Maar evenmin mag de jongere door ons ouderen meenen, dat het leven zou kunnen zijn één aaneenschakeling van genoegens. Dan wordt hij de volwassene, die den ernst van liet leven overal tracht te ontvluchten en hem toch vfirt-wiifelinsr vindt; die alles veil

UVtJlcU in ^ • ,

heeft voor het kortstondige genot, die blyft aan de

oppervlakte van het bestaan zonaer leiu

De keus ener Moeder, i.

Uit 't moderne Vrouwenleven.

DOOR

GERTRUD PRELLWITZ.

De wereldstad! Ekipages en huurrijtuigenJagen; electriese trams dreunen en bellen, de wieliiiders trachten ze voorbij te snellen, de automobilen ra zen. En de mensen jachten allen voort, met gespannen gelaat, onrustig, ijlend naar hun doel dat 7P aan de tijd moeten ontrukken.

Aan de kant van de weg staat een jonge teie vrouw en kijkt bijna ontzet naar dat gewoel.

Aan een suizende machine moest ze denk®". Maar als ze ooit met ingehouden adem voor het raderwerk van een grote machine gestaan had en in die arbeidende wereld van ijzer geblikt, wa,a t ene rad juist paste in 't andere en de ene suizende beweging de andere vemng.onverbiddeh.

dan had zn naast ae aiscuuw vWi ^ ongelukken' die toch altijd bleef bestaan, steeds een gevoel gehad van bevrijding, een hooggestemde gewaarwording. Hier heerste de geest der orde, hij leidde al die blinde krachten; hij leidde ze zo dat ze zelf daarvan niet bewust, gemeenschappehk fets góeds moesten scheppen. Maar hier? In dit gejacht van levende wezens, was hier oide Iedei ijlde naar zijn doel! Ied-er dacht aan zichzelf.

Zij was met de electriese tram uit een verwilderd

voorstadje hier binnen gereden en had gezien hoe in de korte tijd, sedert zij daar buiten vertoefd

had de stad Berlijn tot een reuzenspin was uitgegroeid, die op 'n angstverwekkende wijze steeds vprdftr en verder wou groeien.

En nog klonken haar de gesprekken in de oren, die zij gedurende de lange reis na elkaar „

gehoord had. Een paar heren hadden veiteldvan ? j^^^nninfioo wQQrHnnr een kennis

de ontzagi'Ke grüuu&jjcuuia«.iü«, y

verbazend 111K geworuun waa, anuvivx. ^ over gelukte en mislukte ^ouwonaerne^"f?tn1,()on hoe weer veel arbeiders bedrogen waren met t loo en dat er geen solide bezitters me|rpnwaa;®noedlJgaè ia die soliditeit! zuchtte de een. Een aimoeaige J ' i friooi cpovipht vertelde dat de

huurWin haar woonplaats nu weer verhoogd was

sedert de bouwmaatschappijen daar alles opgekocht

hadden en dat 't vlees iedere

Eva had zulke gespreKKeu viu^.• toen ze nog in Berlijn woonde. Maai toen was ze een gelukkige vrouw, die met haar hefste vnend naar de mooiste feesten reed, waar hjde grote kunstenaar gevierd werd en zij verwend, < j was met 'n' vriendin uitgereden naar de schittere de winkels, om al het moois uittezoeken, dat;me gelukkigerwijze weer moest aanschaften voo' kinderen, voor de huishouding. Toen was de wereldstad met de mensen er in baar geweest als pen schilderij in welks rijkdom van kleuren j genot vond Nii echter warenhet.levende.wezens die een zieleleven en een lot hadden, en all ze zag en hoorde, werd haar een smartehke kelikheid. Dat kwam niet alleen, doordat ;\l een klein bergdorpje kwam en naai t lied de

natuur had geluisterd, en J^zii een

ofort nanpreer» ook niet alleen doordat zij groot ongeeiukePhad gehad, dat haar innerlik leven