is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 1, 1930, no 5, 15-11-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den man zijner moeder, en dat het kind ook enig erfrecht heeft ten opzichte van zijn vader.

Het is ons niet mogelik in het ons toegestane kleine bestek, uitvoeriger op de voortreffelike argumentatie dezer wensen in te gaan. Men leze het rapport zelve, dat op aanvrage aan ons secretariaat zeker ter inzage verkrijgbaar is.

Ch. L. P.—R.

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN 27 SEPTEMBER.

De vergadering van 27 September is m.i. zeer naar wensch verloopen. Er heerschte bij de aanwezigen de oprechte wil, voor den groei van het feminisme ruime en rechte wegen te banen, opdat meer nog dan te voren, de strijd voor een evenwaardige positie der vrouw in maatschappij en gezin tot zijn recht zal mogen komen.

Vele leden waren opgekomen, sommige met volmacht van 20, 30 en meer stemmen. Het was de eerste ledenvergadering der gefusionneerde Vereeniging — en over en weer waren er vele onbekende gezichten, maar die naar wij verwachten, spoedig elkaar bekend en vertrouwd zullen zijn.

Behalve een klein déraillement aan 't begin der vergadering, toen eenige leden trachtten het kind een kortere en gemakkelijker op de tong liggende naam te geven, werden de Statuten zonder veel dispuut aanvaard.

En ook over de formuleering der beginselverklaring kwam men ,dank zij de heldere uiteenzettingen der verschillende inleiders en leidsters, zonder veel discussie tot overeenstemming.

Deze inleidingen zullen gedeeltelijk in dit, gedeeltelijk in 't volgend nummer worden opgenomen.

Na een gezellig, welverzorgd diner, waar getoast en geklonken is op de toekomst der nieuwe vereeniging, waar werd gememoreerd dat we een historisch oogenblik beleefden in de geschiedenis der vrouwenbeweging, waar geklonken werd op de beide afgetreden presidenten der gefusionneerde Vereenigingen en Mw. Cohen Tervaert in een keurig Engelsch speechje ons aller vreugde over de aanwezigheid der presidente van den Wereldbond uitte, was het tijd voor de avondvergadering.

De groote zaal van de Witte Brug was geheel gevuld met een belangstellend publiek, dat door een strijkje, dat zich welwillend had beschikbaar gesteld, aangenaam werd beziggehouden.

De presidente, Mw. Mr. Bakker-van Bosse heet de aanwezigen welkom en memoreert dat wij op dezen dag herdenken de verkrijging van het algemeen kiesrecht voor de vrouw, nu elf jaren geleden.

Zij zegt, dat de tijd van den eigenlijken vrouwenkruistocht voorbij is; dat thans niet zoozeer meer behoefte bestaat aan heroïsme en martelaarschap als aan ijverigen en dikwijls vervelenden detailarbeid. Nu de Grondwet de vrouw niet langer disqualificeert, tracht men deze disqualificatie in afzonderlijke wetten te introduceeren; waar dit niet gelukt werkt men met de motiveering, de bedoeling van den wetgever; en als ook deze geenerlei houvast biedt wordt bij de tenuitvoerlegging de vrouw maar al te vaak voorbij gegaan. Het gesol met den slootjesspringenden burgemeester ligt ons allen nog versch in het geheugen. Maar wat men daar in het gekke kon gooien

is in andere gevallen bittere ernst: Zoo krijgt iedere mannelijke candidaat naar een rechterlijke betrekking van te voren het brevet van geestelijke geschiktheid en objectiviteit mede dat aan de vrouw wordt onthouden; zonder dat verder ook maar eenigszins blijkt, of deze eigenschappen bij de benoeming een punt van overweging of van onderzoek uitmaken. De vrouw wordt toegelaten tot het examen en het ambt van candidaat-notaris, maar de Regeering weigert, een vrouw tot notaris te benoemen, en hierdoor wordt zij ook in de uitoefening van haar werk als candidaat bemoeilijkt, daar zij niet bevoegd wordt geacht den notaris te vervangen. Een vrouw wordt niet tot beroepsconsul benoemd, omdat de Regeering van oordeel is dat het feit, dat vrouwen als zoodanig niet in Oostersche landen kunnen worden benoemd, de vrouwelijke consul in een voordeeliger positie zou plaatsen, zoodat dit feitelijk op een achterstelling van den man zou neerkomen. Men stelle zich de consequenties dezer redeneering voor, wanneer uit het feit, dat in een bepaald beroep practisch alleen de betere plaatsen voor den man openstaan, tot zijne niet-benoembaarheid zou worden geconcludeerd! Ook waar buiten eenige ambtsuitoefening de medewerking van bevoegde personen wordt ingeroepen voor de publieke zaak pleegt men de vrouw veelal voorbij te gaan. Dat een ontwerp-huwelijkswet kon worden opgesteld door een commissie waarin, met uitzondering van een hoofdambtenaar aan het Departement van Justitie, geen enkele vrouw zitting heeft, noemt spr. een schande voor ons land. In de Staatscommissie voor het Lager Onderwijs (hetwelk toch zeker een gebied is waarop vrouwen hare sporen hebben verdiend) hebben 11 mannen en maar één vrouw zitting.

Tot in het gezinsleven, dat toch steeds als het terrein par excellence voor de vrouw is voorgesteld, wordt deze disqualificatie doorgevoerd, en met name belangrijke vragen van opvoeding: godsdienst, beroepskeuze, verblijf, geneeskundige behandeling van de kinderen kunnen buiten en tegen den wil van de moeder worden beslist.

Spr. eindigde met als hare overtuiging uit te spreken dat ook op het gebied der buitenlandsche politiek, waar de vragen van vrede en oorlog worden beslist, de invloed der vrouw niet behoort te worden beperkt tot vrouwen- en vredescongressen, maar dat steeds meer vrouwen als kamerleden, als ministers, als Volkenbondsgedelegeerden zullen medewerken, om het vredesprobleem, dat spr. als het brandende vraagstuk van dezen tijd beschouwt, tot oplossing te brengen.

Een geestdriftig applaus toonde aan, dat de vergadering met zeer veel instemming had toegeluisterd.

Daarna was het woord aan Mrs. Corbett Ashby, die haar vreugde uitsprak over het samengaan der beide vereenigingen die vertelde over het internationale werk en de aanwezigen opwekte, ook dat met belangstelling te volgen.

Vervolgens zong Mr. Hetty Gyse Weenink met haar prachtige stem en gevoelige intonatie een paar liederen, bijzonder goed begeleid door den Heer Wertheim.

Het feit, dat die twee elkaar in de muziek zoo goed begrijpen, biedt dunkt mij wel eenige waarborg, dat zij ook in het huwelijksleven, dat ze van plan zijn samen te ondernemen, een zuivere harmonische toon zullen treffen.

Thans krijgt onder hartelijk applaus Mej. Naber het woord. Hare rede die het glanspunt van den avond was, hier en daar zoo onnavolgbaar geestig gezegd, en dan afgebroken door luide teekenen van instemming van de aanwezigen, is elders in dit blad afgedrukt.