is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 2, 1931-1932, no 8, 15-02-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen van geheele steden, waar vijf, zes jaar tevoren nog barre eenzaamheid was, zij geven daarvan den bezoeker een machtige impressie.

In dezen koortsachtigen opbouw had men (al klinkt dat in den tegenwoordigen tijd van crisis en werkloosheid vreemd) niet alleen de mannen noodig, maar vonden ook vrouwen en kinderen grif werk. De alom aanwezige arbeidsgelegenheid prikkelde den lust tot geldverdienen, welke men in zoo sterke mate bij jong en oud in Amerika aantreft. (Men denke b,v, aan het veelverbreid gebruik van schoolkinderen om buiten de schooluren wat te verdienen); het dure leven (ook al een der gevolgen van de economische situatie) maakte het trouwens vaak noodzakelijk, dat oud en jong mee hielpen verdienen. Het is in de Vereenigde Staten vrij normaal, dat het jonge meisje, ook dat van gegoeden stand, vóór haar huwelijk eenige jaren zelfstandig haar brood heeft verdiend, en ook in de oudere generatie's was dat in hoogere mate dan ten onzent het geval, zoodat de traditie, dat de vrouw in de huishouding hoort en dit haar eenige eigenlijke taak is, lang niet zoo sterk was geworteld als ten onzent. Een vrouw, die aan financieele zelfstandigheid gewend is geraakt, die zich van haar economische waarde en haar kunnen bewust is geworden, kan natuurlijk niet zoo gemakkelijk meer bevrediging vinden in een positie van totale financieele afhankeijkheid van den man, en in huishoudelijk werk, dat trouwens bij de vergaande vereenvoudiging en mechaniseering van de moderne Amerikaansche huishouding voor een aan werken gewende vrouw geen voldoende emplooi meer biedt. Geen wonder dus, dat ook de getrouwde vrouw in groote mate aan den arbeid buiten het gezin blijft deelnemen, waardoor alweer het vrouwelijk element in allen openbaren arbeid zeer wordt versterkt*).

Hier nu komt het verschil met den man aan den dag, dat de vrouw een in menig opzicht bevoorrechte positie in het cultureele leven geeft. De man toch moet van het begin af aan er op bedacht zijn om carrière te maken, zoodat hij later niet alleen zich zelf, maar ook zijn gezin zal kunnen onderhouden. De vrouw hoeft daar echter in den regel niet aan te denken; zij kan zich veroorloven tevreden te zijn, wanneer zij voldoende voor zichzelf verdient. Immers, trouwt zij niet, dan heeft zij daaraan genoeg; trouwt zij wel, dan verdient haar man, en ook al verdient zij mee, dan nog heeft dit in den regel slechts het karakter van b//verdienste bij hetgeen haar man inbrengt. Natuurlijk gebeurt het wel, dat de vrouw zich door omstandigheden genoodzaakt ziet als eenige kostwinster voor een gezin op te treden, doch de vrouw verwacht zulks toch in het algemeen niet, en rekent er niet mede, vóór zij voor het geval staat. Over het geheel zal zij dus de beroepsvraag anders op kunnen vatten dan de man, zij kan kieskeuriger zijn in de keuze van een werkkring, en hoeft er zich niet op toe te leggen om veel geld te verdienen. Dit heeft in de eerste plaats ten gevolge, dat de vrouwen meer en meer drijven in die beroepen, welke den mannen niet voldoende gelegenheid bieden om carrière te maken, maar op zich zelf — voor vrouwen althans — aangenamer zijn, zooals

') Volgens de laatste statistieken verricht \ der gehuwde vrouwen bezoldigden arbeid. Voegt men hierbij de vrouwen, die gehuwd geweest zijn — weduwen, verlaten en gescheiden vrouwen —, en haar wier werkzaamheden niet het karakter hebben van een geregelde broodwinning, dan kan men het percentage van de gehuwde en gehuwd geweest zijnde vrouwen, die min of meer geregeld wat verdienen, gerust op 40% schatten. Van alle vrouwen boven 15 jaar, gehuwd of ongehuwd, hebben volgens de officieele statistiek, ongeveer 25% een broodwinning.

onderwijs, maatschappelijk werk of administratieve functie's. Bij de snelle economische ontwikkeling in Amerika werden de mannen grootendeels geabsorbeerd in „business"1), dat hun naar verhouding de beste gelegenheid bood om „geld te maken". Het cultureele werk, dat in een zich nieuw ontwikkelend land gewoonlijk, wat organisatie en financieele belooning betreft, bij de meer dringende economische functie's achteraan komt, verviel zoo meer en meer aan de vrouwen. Het lager onderwijs is, zooals men weet, al geheel in handen van vrouwen, het middelbaar onderwijs al voor het grootste deel, evenals het bibliotheekwezen; het hooger onderwijs in beduidende mate, maatschappelijk werk bijna geheel, administratief werk voor een zeer groot deel. Ieder, die Amerika voor het eerst bezoekt, wordt inderdaad sterk getroffen door het heirleger van vrouwen, dat hij op deze gebieden ontmoet, en verkrijgt, voorzoover hij op intellectueel teirein blijft (zooals met buitenlandsche intellectueele bezoekers gewoonlijk het geval is), inderdaad den indruk, dat de vrouw domineert.

Daar komt nog iets anders bij. De mannen moeten gewoonlijk al op jongen leeftijd het beroepsleven in, voordat zij smaak voor en kennis van cultureele dingen hebben kunnen ontwikkelen; het jachtige ,,business"-tempo, de harde strijd om vooruit te komen en geld te verdienen, laten hun geen tijd om ook later veel daaraan te kunnen doen2). Anders echter de vrouwen, die zich kunnen veroorloven om wat langer te studeeren, die ook naast hun werk nog wel tijd vinden om iets aan haar ontwikkeling te doen, omdat zij immers niet zoo hard hoeven te werken als de mannen en desnoods wel een paar maanden salaris kunnen missen om ergens een cursus te volgen of een buitenlandsche reis te maken. Is de vrouw getrouwd, en niet om financieele redenen gedwongen om een vollen werkkring te vervullen, dan heeft zij in den regel nog meer tijd om zich voor cultureele en sociale aangelegenheden te interesseeren. „Education" en „social affairs" zijn geliefkoosde hobbies voor de Amerikaansche vrouw uit den middenstand, mede omdat zij voelt, dat dat zoo bij haar ontwikkeling hoort, en het is dan ook niet te verwonderen, dat vele van deze vrouwen op een hooger geestelijk niveau staan dan de mannen uit dezelfde klasse, dat zij veelzijdiger ontwikkeld blijken, beter de conversatie kunnen voeren dan hun echtgenooten, wat buitenlanders herhaaldelijk opvalt. Natuurlijk is daar veel oppervlakkigheid en snobisme bij, want her slot van rekening zijn er in Amerika, evenals overal elders ter wereld, maar een betrekkelijk klein aantal vrouwen, die werkelijk intelligent en voldoende ontwikkeld zijn, de rest blijven maar meeloopers. Maar een zekere uiterlijke vlotheid, efficiency, en gemak van bewegen en zich uiten over maatschappelijke en cultureele aangelegenheden is den meesten vrouwen uit deze kringen toch eigen, naar het mij voorkomt, in grootere mate dan de vrouwen uit denzelfden stand in ons land.

Nog op een derde wijze beinvloedt de vrouw het cultureele

*) „Business" in den ruimsten zin genomen. Hiertoe reken ik b.v. ook het grootste deel der advocaten, die — in nog sterkere mate dan ten onzent — in dienst staan van het bedrijfsleven, evenals het geval is met de chemici, physiologen, enz., en ook met een groot aantel medici, psychologen, e.d.

2) Ook de mannen, die hooger onderwijs hebben gevolgd, gaan voor het meerendeel niet verder dan de „bachelor of art degree" (welke op ongeveer 21-jarigen leeftijd kan worden verworven, en een zekere algemeene ontwikkeling inhoudt) omdat het beroepsleven van hen opeischt, en „post-graduate studies", welke werkelijk wetenschappelijk werk beteekenen, belet.