is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 3, 1932-1933, no 7, 15-12-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3de JAARGANG

15 DECEMBER 1932

NUMMER 7

VROUW EN GEMEENSCHAP

MAANDBLAD VAN DE NED. VEREENIGING VOOR VROUWENBELANGEN EN GELIJK STAATSBURGERSCHAP HOOFDBUREAU LANGE VOORHOUT (DAMES LEESMUSEUM) DEN HAAG

HOOFDBESTUUR

Presidente: E. H. PIEPERS — Vice-Presidenten: Mr. B. BAKKER-NORT - ROSA MANUS — le Secr.: S. v. d. HOEVE-BAKKER—2e Secr.: Mr. D. J. VEEGENS

— le Penn.: C. M. MEIJERS Giro-nummer 110444

— 2e Penn.: J. POLAK-KIEK — Leden: Mr. A. v. DULLEMEN — Prof. Mr. H. v. GOUDOEVER — CH. L. POLAK-ROSENBERG — J. W. HUIZENGAHUISMAN — Mr. B. C. GOUDSMIT

TELEFOON HOOFDBUREAU 180231

ABONNEMENTSPRIJS PER JAAR ƒ 2.50

COMMISSIE VAN REDACTIE

E. H. PIEPERS. — L. KAPPEYNE v. d. COPPELLO-WIJGERS. — Mr. A. v. DULLEMEN. — M. A. COHEN TERVAERT-ISRAELS, Zeekant 104a, Scheveningen, aan wie voor den lsten van de maand de stukken voor de redactie moeten worden gezonden.

Vaste medewerkers: Mej. Mr. M. GOEDHART — J. W. HUIZENGA-HUISMAN — Prof. Mr. H. v. GOUDOEVER.

LEDEN ONTVANGEN HET BLAD GRATIS

INHOUD: E. C. van Dorp: Mr. E. Fokker. — E. H. B.. Vrouwen sluit U aan bij een politieke partij. — Officieele berichten. — M. B. Coelingh en M. Minnaert: Naar de beroepsarbeid van de gehuwde vrouw. — S. G. F. Meyboom: Practisch Plan tot bestrijding der schoonheidswedstrijden. — Wat denken onze leden van .... — Boekbespreking. — Uit de afdeelingen. — Buitenland.

Mr. E. FOKKER.

Dezer dagen heeft het oud-lid der Ie en I Ie Kamer, Mr. E. Fokker, zijn 60-jarig doctoraat in de rechten herdacht; een herdenkingsdag, dien het maar weinigen gegeven is, te beleven. Velen hebben den begaafden jurist (Mr. Fokker was o.a. ook griffier van de Staten van Zeeland, voorzitter van den Centralen Raad van Beroep, en voorzitter der Commissie voor Waterstaatswetgeving), van hun belangstelling blijken, en daarbij mogen de vrouwen zeker niet achterblijven.

Want Mr. Fokker is een principieel overtuigd en geestdriftig feminist geweest als niet velen. Hij heeft tot de eersten in den lande behoord, die met o.a. wijlen de professoren Molengraaff en Simons het voor de belangen en rechten der vrouw opgenomen hebben.

Deze heeren stichtten in den voortijd van het feminisme met o.a. de dames Jeltje de Bosch Kemper, Scholten-Commelin en Boddaert-Schuurbeque Boeye het Comité tot Verbetering van den Maatschappelijken en den rechtstoestand der Vrouw, waarvan het bijzondere doel was, dat voortdurend mannen van naam voor de rechten der vrouw op zouden komen, om de vrouwen in hun strijd te steunen. Na verloop van tijd is het Comité (toen de Vereeniging) opgegaan in den Bond voor Vrouwenkiesrecht.

Vele jaren heb ik als secretaris in de genoemde Vereeniging met Mr. Fokker mogen samenwerken, een groot aantal

rekesten werd in dien tijd tot de Staten Generaal en andere overheidslichamen gericht, en vele daarvan dankten hun oorsprong juist aan de nooit sluimerende waakzaamheid van A4r. Fokker, die altijd op de bres stond, wanneer hij meende dat er onrecht geschiedde, of ergens gevaar dreigde. In het bijzonder aan de ook nu nog zoo actueele kwesties van de nationaliteit en het domicilie der gehuwde vrouw, en het ontslag bij huwelijk der vrouwelijke ambtenares heeft hij jarenlang zijn aandacht gegeven, en meerdere studies over die onderwerpen zijn van zijn hand verschenen.

Nu nog ben ik onder den indruk van het sterke, spontane rechtsgevoel, waarmede deze mannen opkwamen voor de rechten der vrouw, in een tijd toen dat nog een groote uitzondering was.

En zoo is het mij een bijzonder voorrecht met deze enkele woorden den ridderlijken strijder voor onze rechten, uit naam van alle vrouwen, die nu uit verschillende vereenigingen tezamen gekomen zijn onder het dak van onze Vereeniging voor Vrouwenbelangen, dank te mogen zeggen en hulde te mogen betuigen. E. C. VAN DORP.

VROUWEN, SLUIT U AAN BI] EEN POLITIEKE PARTIJ.

Was het hoop op den remmenden invloed der vrouw, was het vrees voor sterker drang van hare zijde, dat, zoo kort na de bekende Troelstra-Revolutie, de Regeering in 1919 haar het kiesrecht — actief en passief — verschafte? We weten het niet, wel, dat voor een deel der „Kiesrechtvrouwen" nu het doel bereikt was; voor haar n.1. die het recht tot kiezen en verkozen te worden hadden verlangd op grond van billijkheid alleen; voor haar, die zich in gelijke maatschappelijke positie bevonden als de mannelijke collega's, die dezelfde bevoegdheden bezaten als dezen, die zich in geen enkel opzicht de minderwaardige voelden der mannen, voor haar gaf de verkrijging van het stembiljet de gevraagde bevrediging. Niet echter aan haar, die dit